Dwalen langs Zwitserse bergmeren

De Blausee, de naam is overduidelijk. Terwijl de Oeschinensee vaak het mooiste meer van Zwitserland wordt genoemd. Digital Nomad Corno gaat op ontdekkingstocht naar deze twee bergmeren bij Kandersteg in het Berner Oberland.maandag 16 juli 2018

Door Corno van den Berg
De schitterend gelegen Oeschinensee.

Plots hoor ik water op spatten. En nog een keer. Het blijken forellen te zijn die een halve meter uit het water springen in de Blausee. Een wonderlijk gezicht. In het kristalheldere water kan ik zien dat sommige dieren achter elkaar aanjagen, met een sprong tot gevolg. Ik ga zitten op een bankje. Dit spektakel wil ik wel even zien.

De Blausee ligt ‘zomaar’ in het bos net buiten Kandersteg. Het meer is niet extreem groot; zo’n honderd meter. Hij wordt wel de parel van de Alpen genoemd door zijn heldere groenblauwe water. Als ik de foto’s op internet bekijk, begrijp ik wel waarom.

Een bootje met toeristen op de Blausee.

Verschillende wandelpaden leiden naar het meer. Van een ‘eenvoudig’ pad dat door het landschap golft tot een avontuurlijkere variant, waarbij je gebukt onder rotsen door klimt. De laatste laat goed zien wat hier in het verleden is gebeurd: volgens geologen was hier ooit een grote aardverschuiving.

Het heldere water komt van onderaardse bronnen uit het omliggende bos. De rotsblokken liggen her en der. Ik dwaal door het natuurpark en sta plots aan het water. Dit meer is een van de oudste attracties van Zwitserland. Al in 1885 werd de Blausee als een ‘landschappelijk juweel’ vermeld in een reisgids. 

De Blausee.

Tegenwoordig is het een recreatiemeer. Wat betekent dat er een hotel en restaurant is, een barbecueplaats, een kinderspeelplaats en een biologische forellenkwekerij. Het is een populaire plaats voor gezinnen en verliefde stelletjes. Ik ga met een bootje het water op en luister naar de kleurrijke verhalen van de kapitein.

Hij vertelt over de beroemde legende. ‘Het meer komt aan zijn blauwe kleur door de blauwe ogen van een jonge vrouw. Zij treurde om de dood van haar geliefde.’ Hij wijst op een sculptuur onderwater. Dit standbeeld werd in 1998 gemaakt door kunstenaar Raphael Fuchs. Een groepje forellen zwemt er rustig omheen. Het lijkt wel een beeld uit de Cariben of een ander tropisch gebied.

Twee meiden nemen een duik in de Oeschinensee.

Hoe anders is de Oeschinensee. Dit meer is maar liefst 1,6 kilometer lang en ligt op 1578 meter hoogte. Met eromheen veel steile bergen. De drieduizenders hebben prachtige namen als Bluemlisalp, Oeschinenhorn, Fründenhorn en Doldenhorn. Hun smeltwater, alsook regenwater, zorgt voor de toevoer van het meer. Dat ongekend blauw van kleur is door de mineralen in het water.

Een wandelaar met zijn hond, met de Oeschinensee op de achtergrond.

Dit meer is eenvoudig met de kabelbaan te bereiken alsook te voet vanuit Kandersteg. De uitdaging voor mij ligt in de wandeling naar het mooiste uitzichtpunt: Oberbärgli. Vanaf de kabelbaan voert het pad omhoog. Soms behoorlijk steil. Door het bos loop ik naar de alpenweides vol met orchideeën, gentianen en talloze andere bloemen.

Links van me de bergwand, rechts het meer met de bergen. Elke minuut verandert het uitzicht. Het wordt steeds mooier. Zelfs stilistisch mooi, als ik plots twee naaldbomen zie staan in de alpenwei. Ze staan fier als poortwachters bij het meer. Als een schilderij zo mooi. Net als de waterval links van me. En de gletsjers op de bergen.

De koeien op het strand.

Eenmaal weer beneden loop ik langs het strand. Dat is op zich al bijzonder voor een bergmeer, maar naast de mensen die een baantje trekken, staan er hier ook koeien op het strand. Mijn ogen liegen niet. Sommigen koeien liggen, andere staan wat stoïcijns voor hun uit te kijken. Een enkeling met zijn poten in het frisse water. ‘Ze komen hier elke dag,’ vertelt Christoph Wandfluh van het Berghotel Oeschinensee. Het komt zelden voor, maar ik zou hier best een koe willen zijn.

Lees hier verder over de regio Berner Oberland! Wil je meer weten over zomers Zwitserland, lees dan hier verder > 

Lees meer