Een stukje Italië in Zwitserland: Ticino

Een speurtocht naar rust en ruimte. Aan het water, in de bergen en overal ertussenin. Digital Nomad Corno zoekt het in het Zwitserse Ticino, een stukje Italië in Zwitserland. maandag 23 juli 2018

Door Corno van den Berg
Een Lago Maggiore-doorkijkje: uitzicht op de Madonna del Sasso-kerk boven Ascona.

Het is net na het middaguur. Ik wandel over de kade van Ascona, een van de stadjes aan het Lago Maggioremeer. De zon schijnt, de temperatuur is zeer aangenaam. Ondanks een zacht briesje maakt het weer me loom. Siëstatijd! In Nederland voel ik die behoefte zelden maar hier des te vaker. Even een klein middagdutje doen, heerlijk.

Een vrouw zit op haar gemakje in de schaduw van enkele platanen. Het water van het meer klotst tegen de kade. De huizen op de achtergrond zijn typisch Italiaans. Met veel ornamenten en een lichte kleur. Enkele cipressen maken het beeld af. Aan de horizon dobberen wat bootjes op het water.

Een vrouw kijkt uit over het Lago Maggiore.

Dit is Ticino: het meest zuidelijke kanton van Zwitserland, met een stevige voet in het Italiaanse verleden. Tot de 15e eeuw hoorde dit deel bij Italië, wat nog overal te zien is. En toch is het anders. Ik wil hier zien hoe mensen hun rust zoeken.

Als ik het stadje uitloop, zie ik strandjes. Geen megavolle stranden met hutjemutje bedden en badlakens, maar her en der kleine strandjes. Soms zijn het nieteens strandjes, maar eindigt het voetgangerspad simpelweg in het meer.

Twee mannen in het Lago Maggiore.

Twee mannen zijn in het water gaan zitten. Ze voeren een gesprek waarbij veel gelach te horen is. Ze zwaaien naar me. Een perfecte plek voor een goed gesprek.

Tegen de avond duik ik de omliggende bergen in. Ik rij naar het zuiden. Via Brissago pak ik een van de bergweggetjes. Compleet maar haarspeldbochten en speciale spiegels zodat je kunt zien of er een tegenligger aankomt. Al wordt de toeter ook vaak gebruikt, merk ik.

Een onweersbui boven het meer.

Als ik even stop en achteromkijk, zie ik twee eilandjes in het Lago Maggiore. Het grootste van de twee heet Isola di Brissago, dat in 1885 werd omgetoverd van onbewoond eiland tot paradijselijke botanische tuin. Ik kijk uit over het meer en de omliggende bergen, geniet van het weidse uitzicht. Zelfs Italië is te zien.

Midden in een weiland zie ik plots twee stoeltjes met tafel staan. Wat een wonderlijke plek. Twee paarden stoppen even met grazen en kijken me aan. Ja, ik sta in hun tuin. Dit is Osteria Borei, een restaurant in de heuvels rondom het meer. Dit moet een van de coolste restaurants in de regio zijn. Hier ga ik eten.

Een openluchtrestaurant in Ticino.

Het waterige zonnetje gaat langzaam onder, de onweersbui in de verte laat zich horen. Iets dat hier geregeld voorkomt: lekker warm weer overdag en dan 's avonds een korte, maar hevige bui. Dat zorgt voor een natuurspektakel, waarbij de lucht alle tinten aanneemt: van grijs tot rood. Machtig om te zien.

Het begint langzaam te regenen, terwijl aan de andere kant de zon onder gaat. Precies op het juiste moment, ik kan aan tafel. Binnen. Als voorafje verschijnt een kaas- en worstplankje met versgebakken brood. Vervolgens lamsvlees en rundvlees met polenta, dat in deze regio zeer populair is. De lokale wijn wordt ingeschonken. Ik kan het hier nog wel even uithouden.

Lees hier verder over Ticino! Wil je meer weten over zomers Zwitserland, lees dan hier verder >

Lees meer