Zuid-Zwitserland: Canyoning in Ticino

Canyoning is een bijzondere sport. In het zuiden van Zwitserland ga ik een rivier bedwingen. Al klinkt dat iets te zwaar. Digital nomad Corno volgt klimmend, klauterend en springend de rivier terwijl hij zich door een kloof perst. ‘Ja, dit is gaaf.’Friday, July 20, 2018

Door Corno van den Berg

De Vallemaggia, oftewel de magische vallei. Het klinkt als een beroemde Italiaanse filosoof. De vallei ligt vlakbij Locarno in het kanton Ticino in Zwitserland. Ik sta bij het laagste punt: de rivier. De briefing begint. Of ik gezond en fit ben? Ja, ik denk het wel. Ik hoef me geen zorgen te maken, zegt gids Florian. ‘Canyoning in deze vallei is niet extreem moeilijk.’ Niet extreem. Dat moet ik verwerken.

Al heb ik geen tijd om daarover na te denken, want ik krijg een wetsuit en een helm. De wetsuit aantrekken is een gevecht op zich. Maar wel noodzakelijk. En ik moet een soort tuigje omdoen. ‘Voor het abseilen in de rivier.’ Natuurlijk, dat klinkt volstrekt logisch.

De zon schijnt. We moeten eerst een stukje het bos in lopen, stroomopwaarts. Met alle spullen. Het zweet breekt me uit. Ja, dit wordt een vochtige dag. Bij een klein meertje gaan we oefenen. ‘Klim maar omhoog tegen de rots op via het touw. En weer naar beneden. Glij maar op je kont naar beneden. Armen bij elkaar houden op je borst en gaan.”

De eerste duik is fris, zeg maar gerust koud. Het water loopt tergend langzaam over mijn rug de wetsuit in, maar datzelfde stukje vreemd rubber houdt mijn lichaamswarmte goed vast. Ik heb het zelfs aangenaam. En mijn zweet is inmiddels weggespoeld.

De rivier slingert zich tussen de rotsen door, waardoor ik vaak geen zicht heb op de volgende uitdaging totdat ik er recht voor sta. Lopen is lastig, sommige stenen zijn glad door algen. Maar ik word er langzaam behendiger in. Net als het nemen van grote rotsblokken. De speciale schoenen geven veel grip waardoor ik makkelijk mijn evenwicht kan behouden.

Op sommige plekken word ik verrast door de schoonheid. Niet alleen van het waterspektakel, maar vooral ook van het landschap. Veel rotsen bestaan uit ‘gneis’, wat een nogal ruwe naam is voor een rots met kristallen. De rotsen worden door het water gepolijst met unieke bandpatronen. Ook hebben ze vaak fraaie rondingen gekregen door de kracht van het water.

Florian last even een pauze in. Waarna het klimmen, klauteren en glijden verder gaat. Maar ook het plonsen in het water en het op handen en voeten weer uit het stromende water klimmen. Na een stukje lopen is er ineens een afgrond. Dat is een beste diepte. ‘Hier gaan we abseilen.’ Ja, die zag ik aankomen. 

De hoogte is zo’n 24 meter. Ik moet achterover hangen en wijdbeens tegen de rotsen gaan staan. Het touw moet ik iets laten vieren en dan langzaam naar beneden gaan. ‘Vertrouw op het touw,’ hoor ik nog. Ik hang bijna horizontaal. Door het water is alles glibberig. Maar dit is wel heerlijk om te doen. Eenmaal met mijn voeten weer op de grond voelt het als een overwinning.

Zie ik dat goed? Een kikker kijkt me aan. Hij is niet onder de indruk van mijn geklauter, geklim, gekluns of wat dan ook. Hij springt op zijn gemak voorbij. Ook wij gaan springen. Al is het niet verplicht, zegt Florian. ‘Er is altijd de mogelijkheid om af te dalen aan het touw.’

Maar ja, springen hoort er wel een beetje bij. Toch? Ik twijfel. Opnieuw krijg ik instructies. ‘Je moet een stap in het luchtledige zetten, je voeten bij elkaar houden en je knieën optrekken zodra je het water raakt,’ zegt Florian. ‘Begrepen?’ Ja, ik denk het wel.

De eerste sprong is vanaf een rots die 4 meter boven het water uit steekt. De plons in het frisse water is heerlijk. De volgende is 6 meter en tot slot 8 meter. ‘Nou ja, ruim acht,’ lacht de gids. Het optrekken van de benen is noodzakelijk. Soms raak ik de bodem met mijn voeten, maar ik veer net zo hard weer op.

Het leukst zijn de natuurlijke glijbanen. De rivier heeft op diverse plekken de rotsen zo glad gesleten dat het roetsbanen zijn geworden. En elke keer eindigt het met een plons. Als ik vervolgens boven water kom moet ik mijn vuist bovenop mijn helm plaatsen om te laten zien dat alles oké met me is. Ja, alles is oké. Zelfs beter dan dat.

Lees hier verder over Ticino! Wil je meer weten over zomers Zwitserland, lees dan hier verder >

Lees meer