Zwitserland: Wandelen in Wallis

Van mist en regen tot een strakblauwe hemel. Digital nomad Corno ontdekt het spraakmakende berglandschap van Wallis, een zuidelijk stukje Zwitserland, te voet. ‘Het is elk moment genieten.’

Door Corno van den Berg
Uitzicht op een van de hoger gelegen bergmeren in Wallis: Lac du Louché.

De bergen te voet verkennen, slapen in berghutten, zonsondergangen zien, praten met andere reizigers en genieten van de Alpen. Dat is Wallis in een notendop.

‘Hier ligt de top van de gletsjer,’ lacht gids Marie. Wat een uitzicht. Althans dat denk ik. Ik zie niets. Ja mist, heel veel mist. Het silhouet van de berghut en de rotsen om me heen kan ik net ontwaren, maar veel meer niet. Dit is Cabane FXB Panossière met de Corbassière-gletsjer. We wachten wel even, de lunch wordt simpelweg wat uitgebreider.

Zelfs in de regen is het landschap indrukwekkend.

Al het eten en drinken wordt een paar keer per jaar ingevlogen per helikopter. Waardoor de keuze beperkte lijkt, al is dit niet te zien op de menukaart. Veel wel eten voor als je honger hebt. Ik zie spaghetti of risotto en saffraan, een entrecote met friet en een lokale worst met rösti en uitjes. En limoentaart als toetje. Ik moet dus wat ruimte over houden.

Een tweetal wandelaars onderweg bij la Cabane Brunet.

In de berghut aan de rand van de gletsjer ontmoet ik veel andere wandelaars, die net als ik de bijna 1000 meter hoogte hebben overwonnen van de berghut Cabane Brunet om hier te komen. Het eerste stuk gaat omhoog. En dan op en neer. Eerst in de regen, dan in de mist. Soms zit het mee, soms zit het tegen.

Gids Marie en haar hond Tundra.

Marie heeft haar hond Tundra meegenomen. Het maakt de bordercollie duidelijk niet uit of het regent. Ze dartelt van links naar rechts en elke steen is interessant. Soms zou ik best hond willen zijn. Al kan ik hier ook wel van genieten. Met name in de kleine dingen onderweg, zoals de vele bloemen. Denk aan edelweiss, gentianen en diverse soorten orchideeën.

Een van de bijzondere bloemen hoog in de bergen: de saffraankrokus.

Gelukkig had ik de gletsjer tijdens de wandeling al eerder gezien. Het pad voert naar een ijzeren brug over de gletsjer. Al is ‘over’ wat overdreven. In 2014 was dit nog wel, maar inmiddels niet meer. Ik zie nog net de tong. Net als veel andere gletsjers krimpt deze ook erg snel.

Bewegwijzering op de route naar Becs de Bosson.

Een dag later ‘doe’ ik de Becs de Bosson, een berghut op zo'n 3000 meter hoogte met een uniek uitzicht over talloze drie- en vierduizenders. Vanuit Grimentz is de tocht relatief eenvoudig te doen. Het laatste stuk is wel steil, ook deze berghut moet je echt verdienen. Als ik in de namiddag aankom, schijnt de zon. Ja, de ene dag is de andere niet.

Sommige stukken naar de Becs de Bosson gaan over sneeuw.

Met name het felblauwe meer onderweg was bijzonder, een van de hoger gelegen meren in Wallis. De kleur komt van de vele mineralen in het water. Twee kampeerders kiezen dit als slaapplek. Ik snap het wel. Onderweg zag ik diverse bergmarmotten. Deze guitige diertjes vonden mij heel bijzonder. Ze schreeuwden zelfs naar me. Of zou dat iets anders betekenen?

Een wandelaar schenkt rode wijn in zijn drinkzak voor onderweg.

De dageraad. Lange tijd wist ik niet precies wat het is. Als ik om 5.15 uur buiten sta zie ik het. Het licht voor de zonsopgang is magisch. Een rode gloed die langzaam geel wordt aan de horizon. De contouren van de bergen maken het af. Het is fris, maar hier word ik wel warm van.

De zonsondergang bij Becs de Bosson.

Als de zon zijn stralen over de bergen gooit, kan ik zelfs de Mont-Blanc zien. In de verte zijn gemzen op zoek naar hun ontbijt. Ook ik ga maar eens een bak koffie pakken. Dit is een van de beste koffies in tijden. Ook al is het oploskoffie.

Lees hier verder over Wallis! Wil je meer weten over zomers Zwitserland, lees dan hier verder > 

Lees meer