Toerfietsen in Luzern-Vierwoudstedenmeer: fietsen in een filmdecor

Als een soort blauwe inktvlek ligt het Vierwoudstedenmeer in de regio Luzern. Een perfecte uitvalsbasis voor toerfietsfanaten, omdat hier allerlei mooie fietsroutes op te pakken zijn. Bijvoorbeeld de Alpenpanorama-Route die de randen van het meer schampt.

Door Claire Peels
Foto's Van Joris Lugtigheid
Uitzicht op de Lungerersee vanaf hotel-restaurant Kaiserstuhl.
Uitzicht op de Lungerersee vanaf hotel-restaurant Kaiserstuhl.
Foto van Joris Lugtigheid

Stipt op tijd vertrekt de trein om 09.05 uur vanuit Luzern richting Interlaken. Heerlijk, die Zwitserse nauwkeurigheid. De treinrit naar Sarnen, mijn bestemming, is kort en prachtig. Mijn robuuste huurfiets staat verderop in de wagon en ik kijk vanaf mijn plekje uit op iets dat wel een filmdecor lijkt. Overal zie ik besneeuwde bergtoppen die scherp aftekenen tegen een knalblauwe lucht, kleine dorpjes en tevreden grazende koeien. De Pilatusbahn glijdt voorbij, een tandradbaan die je met een stijgingspercentage van soms wel 48 procent (het steilst ter wereld!) naar de top van de 2132 meter hoge berg Pilatus brengt. Dit zal moeten wachten tot een volgend verblijf, want ik heb mijn zinnen gezet op toerfietsen. Ik haak bij Sarnen aan op de Alpenpanorama-Route (ofwel route 4 van het routenetwerk SwitzerlandMobility), die dwars door de regio Luzern over 485 kilometer van St.-Margrethen naar Aigle voert. Tijd voor alle negen etappes heb ik helaas niet, maar ik verwacht de komende dagen wel een gevoel te krijgen bij deze langeafstandsroute.  

Aanmoedigende koeienbellen

Sarnen is in elk geval idyllisch en brengt me direct in de vakantiestemming. De witte en perzikkleurige gevels hebben krullerige versiersels en de mensen zijn zeer vriendelijk. Ik maak een rondje door het kleine centrum om daarna het ‘ruime sop’ te kiezen richting Giswil. Het pad slingert langs de Sarnersee die met zijn diepgroene kleur continu mijn blik vangt.

Het dorpje Lungern.
Foto van Joris Lugtigheid

Onder het aanmoedigende geklingel van de koeienbellen maak ik ondertussen gestaag hoogte- en lengtemeters. Het is een heerlijk rustgevend geluid, dat je alleen in de zomermaanden hoort. Aan het eind van de zomer dalen de met bloemen getooide koeien in de traditionele Alpabzug af, een ritueel dat in heel Zwitserland groots gevierd wordt. Ook de Alpenkaas, die pas deze naam verdient als die ook echt in de bergen is gemaakt, wordt dan meegenomen naar het dal.

Grazende gemsen

Het fietsen valt me niet al te zwaar. Hoewel de route heus wel hier en daar wat stijgt, kunnen mijn polderbenen het hoogteprofiel aardig aan en heb ik vooral veel tijd om rond te kijken. Bijvoorbeeld naar het groepje gemzen dat rustig op een helling staat te grazen – verre van onder de indruk van de mensen. Ik kruis een stroompje wervelend Alpenwater en fiets verder door een stuk bos tot ik het Zwitserse platteland van Giswil bereik. Hier buigt de Alpenpanorama-Route af richting Kleinteil, maar ik besluit een uitstapje te maken naar een meer nog groener dan de Sarnersee: het Lungerersee.

Oppepper voor de armen in Kneippanlage Schwandalpweiher in Flühli.
Foto van Joris Lugtigheid

Dat is het fijne van het Zwitserse fietsnetwerk, het is zo opgezet dat je gemakkelijk de ene route aan de andere kunt knopen. En dat is precies wat ik ga doen; ik stap vanmiddag over op route 701, de Lungerersee Rundfahrt. Het tochtje begint in Kaiserstuhl, dat zo’n 200 meter hoger ligt. Nu kan ik zelf de berg op ploeteren, maar het mooie van Zwitserland is dat ze behalve een mooi fietsroutenetwerk óók een uitstekend treinsysteem hebben. Dus stap ik weer met mijn fiets in de Zug om me omhoog te laten brengen. Na een lunch van pasta met hazelnoten, kerstomaatjes en paddenstoelen, bij hotel-restaurant Kaiserstuhl aan de rand van het meer, heb ik een prima basis voor nog een stuk op de pedalen.

Lees ook: ‘Fietsvervoer in Zwitserland

Bont schilderij

De Lungerersee was oorspronkelijk veel groter dan het nu is. Zo stond het waterpeil in 1836 zo’n 36 meter hoger, maar is het teveel aan water via een tunnel weggevoerd. Anno nu wordt het meer vooral recreatief gebruikt: dankzij de prima wind die hier waait, kun je er goed zeilen en surfen, maar ook vissers vinden het een perfecte plek om hun hengel uit te werpen. Natuurminnende wandelaars en fietsers maken beide gebruik van het goed begaanbare pad dat om het meer slingert. Omdat dat maar tien kilometer lang is, is het makkelijk in te passen in je trip als je hier toch bent. Bovendien fladderen er in de maanden juni en juli meer dan honderd soorten vlinders en klettert net na Bürglen de Dundelsbachwaterval naar beneden.

Kneippanlage Schwandalpweiher in Flühli.
Foto van Joris Lugtigheid

Het fietspad ligt iets boven de ‘meerspiegel’ en biedt daarom non-stop uitzicht op het waanzinnig groene meer. Het water is zo fel van kleur dat ik bijna niet geloof dat het echt is. Het lijkt alsof ik in een bont schilderij ben beland en het is niet moeilijk om hier even weg te dromen. Er is me verteld dat het water in de zomer tot wel 23 graden warm wordt, dus een duik staat zeker op mijn verlanglijstje. Hoewel er speciaal afgezette zwemplekken zijn, laat ik de hoekjes met plastic glijbanen voor wat ze zijn, spreid ik mijn handdoek uit op een rustig plekje en ga te water. Na een verkwikkende duik – het water is tijdens mijn bezoek zeker géén 23 graden – droog ik op in de zon. De terugtocht naar Giswil voert langs de andere kant van het meer en biedt een even indrukwekkend uitzicht. Mijn cooling down is de twee kilometer die ik naar Landgasthof Zollhaus fiets, waar ik overnacht én uitkijk op dat andere meer, de Sarnersee.

Afdalen in de regen

Vol nieuwe energie fiets ik de volgende dag terug naar het station van Giswil, waar de buschauffeur mijn fiets achterop de bus hangt. Hij brengt me naar de Glaubenbielenpass, op 1611 meter hoogte, waar ik route 4 weer oppik. Nu houd ik best van een uitdaging, maar ik ben blij dat ik comfortabel in een bus zit. Zo prachtig als het weer gisteren was, zo miezerig is het nu en het stijgingspercentage van soms 12 procent liegt er ook niet om. Terwijl de regen tegen de bus sproeit, manoeuvreert de chauffeur het voertuig soepel omhoog.

Met de PostAuto naar de Glaubenbielenpas.
Foto van Joris Lugtigheid

Op de pas ontmoet ik Ueli Mattmann, mijn gids voor vandaag. Tot onze eerste stop, de gondel naar de top van Brienzer Rothorn, hebben we de luxe dat we alleen maar hoeven af te dalen. Maar de regen maakt het best nog spannend: de wegen zijn glad en hoewel mijn huurfiets degelijk is en lekker rijdt, vertrouw ik ’m nog niet zo volledig als mijn eigen fiets thuis. Dat wantrouwen blijkt nergens voor nodig, want ik kom zonder kleerscheuren aan.

Gestaag schiet de gondel door de mist omhoog naar boven. Vanaf restaurant Rothorn wandelen we naar de top, met 2350 meter het hoogste punt van Luzern, waar zich het 'drielandenpunt' van Luzern, Bern en Obwalden bevindt. De wandeling is een peulenschil van tien minuten lopen. Zelfs met dit miezerige weer is het mooi, ook al kan ik niet ver kijken. Is het wel helder, dan heb je een uniek uitzicht op het Brienzermeer met daarachter de besneeuwde toppen van de Eiger (3970 m), Mönch (4107 m) en Jungfrau (4158 m) in de Berner Alpen.

Hellingen en heuvels

Op de terugweg naar de gondel zien we in de mist vaag grote hoorns bewegen. ‘Oude steenbokken,’ zegt Ueli. ‘Dat zie je aan de grootte van de hoorns.’ Hij vertelt dat het best bijzonder is, omdat het jachtseizoen inmiddels begonnen is. De dieren weten dat en laten zich dus over het algemeen niet zo snel zien. Behalve steenbokken vind je hier gemzen, herten, marmotten en veel bijzondere – zelfs vleesetende – bloemen.

Tijd voor een duik in het water.
Foto van Joris Lugtigheid
Je fiets meenemen in de trein is hier geen enkel probleem.
Foto van Joris Lugtigheid

Weer beneden pikken we onze fietsen weer op om onze tocht te vervolgen. Ueli waarschuwt voor een pittige klim van 200 hoogtemeters over drie kilometer. Ik heb wel zin om even die benen aan het werk te zetten, maar ik merk toch hoezeer ik níét gewend ben aan hellingen en heuvels. Na elk vlak stuk, als ik net op adem ben, is daar alweer de volgende helling. Uiteindelijk doemt toch restaurant Salwideli op, waar een kop heerlijke Schlüsselblumenthee op me wacht.

Van Wilen richting Giswil langs de oevers van de Sarnersee.
Foto van Joris Lugtigheid

De keuken bereidt hier alles met lokale producten, van de eieren en patisserie tot het rundvlees en het bier. Ik weet niet of het door het uitzicht, de gedane arbeid of de authenticiteit van de producten komt, maar mijn salade met druiven, walnoten en feta smaakt heerlijk. 

Zwitsers wilde westen

Het weer is na de lunch, net als ik, wat opgeknapt en ik begin het zelfs warm te krijgen op de fiets. Stiekem vind ik dit weertype fijner dan een strakblauwe lucht, want elke paar minuten is het uitzicht – zelfs al blijf je op één plek staan – anders. De route voert voor een deel door Unesco Biosphäre Entlebuch, dat ook wel het ‘wilde westen’ van Zwitserland genoemd wordt. In het gebied, dat 400 vierkante kilometer beslaat, vind je veel bijzondere natuur en het staat bekend om zijn veen-, moor- en karstlandschappen. Ueli wijst op een grijs gebied op de hellingen, en vertelt dat dit een kalkgebied is van twee kilometer breed en zes kilometer lang. De bloemen die hier groeien leven van de mineralen van insecten die ze vangen. Indrukwekkend.

Het platteland van Giswil.
Foto van Joris Lugtigheid

Steenkoude opkikker

Via Südelhöhe rijden we tot slot naar de Kneippanlage Schwandalpweiher in Flühli, waar ik mijn vermoeide benen (en armen) een quick boost in het ijskoude Alpenwater geef. Dat klinkt relaxter dan het is, zo blijkt. Ik volg keurig de ‘gouden Kneippregels’, waarbij van belang is dat je lijf opgewarmd is – check! – en je zelf voelt hoe lang je met je ledematen in het water kunt blijven. Richtlijn: 30-60 seconden. Ik denk dat het een grap is, want al na vijftien seconden houd ik het niet meer uit. Zo snel als ik in de voorgeschreven pinguïnpas kan, loop ik het voetenvijvertje uit. Kromgetrokken van de pijn in mijn benen lees ik op een bordje dat je dan ook wel wat hebt: het koude water stimuleert de bloedsomloop, bevordert de stofwisseling en werkt rustgevend. En na het rondje over het blotenvoetenpad (met houtsnippers, stenen, kurk, etc.) voel ik me toch wel opgekikkerd. Sterker nog: ik heb zin om weer op de fiets te springen en nog een stuk verder te gaan, maar mijn fietstrip eindigt helaas hier. Gelukkig lopen alle mooie routes die ik nog moet ontdekken niet weg, en ik neem me voor zeker terug te komen.

Zelf op pad in Luzern? Lees alles over deze regio of download gratis de unieke bikeguide vol tips en prachtige routes!

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Fietsen
Off the beaten track Zwitserland: zelfs voor Zwitsers
Fietsen
Fietstochten door Zwitserland gecombineerd met boot en trein
Fietsen
Hotspots in Zwitserland: van het beste bikehotel tot de mooiste treinrit
Fietsen
Fietsevents in Zwitserland: 13 niet te missen rondes en wielerklassiekers
Fietsen
Bikeguide voor Zwitserland: insider tips voor elke regio

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.