Meer dan 130 jaar na zijn ontdekking is deze mot eindelijk levend op de foto gezet

De Dichagyris longidens, die prijkt op de 11.000ste afbeelding in de Photo Ark van National Geographic, staat symbool voor de onmisbare rol van insecten.

Gepubliceerd 11 feb. 2021 11:30 CET
In september 2020 vereeuwigde Joel Sartore de Dichagyris longidens in de buurt van Santa Fe, in ...

In september 2020 vereeuwigde Joel Sartore de Dichagyris longidens in de buurt van Santa Fe, in de Amerikaanse staat New Mexico.

Foto van Joel Sartore

Het is een maand na het begin van de corona-pandemie. Fotograaf Joel Sartore wordt ’s ochtends vroeg wakker in zijn huis in Lincoln in de Amerikaanse staat Nebraska en gaat naar buiten om de krant te pakken. Hij loopt een beetje met zijn ziel onder zijn arm nu hij niet zoals gewoonlijk gedurende zes maanden per jaar mag reizen, niet goed wetende wat hij moet doen nu al zijn reizen in 2020 zijn geannuleerd.

Op de veranda valt zijn oog op een zwerm insecten die rondom een lamp zoemt – libellen, cicaden, kevers en nog veel meer verschillende soorten – en op slag is hij zijn dip te boven.

“Ik dacht: Ik kan mezelf tijdens deze pandemie vast wel bezighouden met het fotograferen van insecten en andere ongewervelden,” zegt Sartore. Hij is de oprichter van de Photo Ark van National Geographic en probeert in die hoedanigheid alle diersoorten in dierentuinen en wildreservaten over de hele wereld te documenteren.

Na die ochtend in april riep Sartore de hulp in van zijn twee volwassen kinderen en zijn vrienden Loren en Babs Padelford, een gepensioneerd stel amateur-entomologen dat in Nebraska woont en de tijd doorbrengt met het fotograferen van insecten. Het team begon de akkers en prairies van Nebraska en vijf aangrenzende staten af te struinen op zoek naar de kleinste beestjes, van vinnige mierenleeuwen tot kleurrijke dwergcicaden en spichtige roofwantsen. Uiteindelijk hebben ze in slechts acht maanden tijd 900 nieuwe soorten toegevoegd aan de Photo Ark.

“Het is fantastisch dat iets wat zo essentieel is voor de Photo Ark zich de hele tijd vlak onder mijn neus bevond,” aldus Sartore, die het merendeel van de ongewervelden ter plaatse in tenten fotografeerde en ze vervolgens weer de natuur liet ingaan.

Voor de 11.000ste diersoort om toe te voegen aan de Photo Ark waar hij al decennialang aan werkt, koos Sartore een mot, de Dichagrys longidens. (Lees hier over de güiña, de mysterieuze kat die prijkt op de 10.000ste foto van Sartore.)

Nadat het diertje in 1890 een naam kreeg, raakte deze mot - die ongeveer 2,5 cm groot is en in het Zuidwesten van de Verenigde Staten leeft - in de vergetelheid. Er is zelfs zo weinig over bekend dat Sartore’s foto de allereerste afbeelding is van een levend exemplaar.

“De zoogdieren zoals gorilla’s en tijgers krijgen alle aandacht, maar het zijn de insecten die ons allemaal redden,” zegt hij, doelend op hun rol als cruciale gewasbestuiver en afval-afbrekende aaseter. Tegelijkertijd blijkt uit veel onderzoeken dat insecten wereldwijd ook in rap tempo verdwijnen, voornamelijk door habitatverlies en landbouwpesticiden.

Akito Y. Kawahara, universitair hoofddocent en curator van Lepidoptera (motten en vlinders) bij het Florida Museum of Natural History, is blij met Sartore’s beslissing om een mot de ereplaats te geven bij het bereiken van zijn Photo Ark-mijlpaal.

“Hij geeft aandacht aan de kleine dingen in de wereld – deze worden enorm ondergewaardeerd,” zegt hij. 

Mysterieuze mot

Toen Sartore en zijn team in september 2020 de Dichagyris longidens op beeld vastlegden aan de oever van de Pecos, een rivier in de Amerikaanse staat New Mexico, stuurden ze een foto van de mysterieuze mot naar Bob Biagi, redacteur bij een website voor de identificatie van diersoorten, BugGuide. Zijn antwoord was: “We wachten al minstens 130 jaar op deze foto.”

De Dichagyris longidens is een soort aardrups - kleine bruine motten die nagenoeg identiek zijn. Zelfs voor wetenschappers is het lastig om de soorten van elkaar te kunnen onderscheiden, zegt Kawahara, daarom is er ook zo weinig onderzoek gedaan naar de Dichagyris longidens.

Aardrupsvlinders, in het Engels cutworm moths oftewel ‘snijwormvlinders’, danken hun naam aan het feit dat de rupsen van deze soort ’s nachts uit de grond kruipen en de steeltjes van planten – en dan meestal zaailingen – afsnijden, waardoor deze omvallen. Sommige soorten, zoals de larve van de Euxoa auxiliaris, worden beschouwd als een plaag voor de landbouw, maar het merendeel is niet schadelijk voor gewassen, aldus Kawahara.

Aardrupsvlinders dienen ook als voedsel voor vleermuizen (ze zijn heel erg “vlezig,” zegt Kawahara) en ze bestuiven nachtbloemen. Voor wat betreft hun rol als bestuiver worden motten bij het grote publiek vaak overschaduwd door vlinders en bijen, zegt hij.

Er leven ongeveer 160.000 bekende soorten motten en vlinders op aarde, maar er zijn wellicht nog zo’n 200.000 soorten die nog niet zijn geïdentificeerd. “Er zijn zoveel insecten waar we niet veel over weten,” zegt Scott Bundy, professor entomologie aan de Amerikaanse New Mexico State University.

Vooral in de Amerikaanse staat New Mexico zijn er veel ongedocumenteerde insectensoorten, deels omdat het relatief recentelijk, in 1912, een staat werd. In staten in het oosten van de VS zijn entomologen al honderden jaren geleden begonnen met het documenteren van soorten, aldus Bundy.

“Dat vind ik juist zo leuk. We kunnen nog zo ontzettend veel leren over wat we hier hebben.”

Bedreigingen voor insecten... en oplossingen

Motten en vlinders verdwijnen sneller dan andere groepen insecten, zo blijkt uit een recent onderzoek, en veel soorten dreigen uit te sterven voordat ze kunnen worden geïdentificeerd.

Vooral klimaatverandering is een “ongelofelijk groot probleem” voor motten, zegt Kawahara. Wisselende temperaturen kunnen rupsen in de war brengen over wanneer het tijd is om zich te verpoppen en door steeds extremere bosbranden kunnen de beestjes levend verbranden.

Een andere bedreiging wordt gevormd door lichtvervuiling. Motten zijn nachtdieren en vinden hun weg aan de hand van het licht van de maan, maar ze kunnen worden afgeleid door kunstlicht, waar ze oneindig vaak omheen vliegen tot ze uiteindelijk zo uitgeput zijn dat ze een makkelijke prooi worden, aldus Kawahara.

Hij publiceerde onlangs een onderzoek waarin acht eenvoudige dingen worden genoemd die mensen kunnen doen om motten en andere insecten te helpen, zoals ’s avonds het licht uitdoen in kantoren en huizen en het planten van inheemse vegetatie.

Hij moedigt mensen ook aan nieuwsgierig te zijn naar de wereld om zich heen: ga naar buiten met je smartphone, til stenen op en deel foto’s van wat je hebt gezien, zegt hij. Dergelijke community-wetenschappelijke gegevens kunnen een aanvulling vormen voor wetenschappelijk onderzoek, vooral tijdens de pandemie waarin de wetenschappers slechts in beperkte mate veldwerk kunnen verrichten.

“Ik hoop dat er meer fotografen zijn die niet alleen worden geboeid door de charismatische megafauna,” zegt Kawahara, “maar zich ook realiseren dat er een ongelofelijke diversiteit aan dieren bestaat, en dat in onze eigen achtertuin.”

Photo Ark wordt gefinancierd door de National Geographic Society, die zich inzet voor het in de spotlights zetten en beschermen van het wonder van onze aarde.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.