Geschiedenis en Cultuur

Deze ontdekking werpt nieuw licht op ‘touwtjescode’ van Inca’s

In het eeuwenoude mysterie rond de geschriften van de Inca’s zijn nieuwe aanwijzingen niet in steen gebeiteld, maar in touwtjes geknoopt. donderdag, 9 november

Door Daniel Stone

Een ontdekking in een afgelegen bergdorp, hoog in het Peruaanse deel van het Andesgebergte, wijst erop dat de ‘telramen’ die de oude Inca’s als rekenhulp toepasten en die bestonden uit gekleurde koorden met knopen erin, ook voor andere informatie werden gebruikt.

Met deze quipu’s werden combinaties van knopen in koordjes gebruikt om getallen aan te geven en de inventaris van opslagplaatsen voor maïs, bonen en andere voorraden bij te houden. Volgens Spaanse bronnen uit de koloniale tijd gebruikten de Inca’s de quipu’s ook voor het vastleggen van het verleden, van biografieën en van brieven, maar onderzoekers zijn er tot nu toe niet in geslaagd om niet-numerieke betekenissen in de koordjes en knopen te lezen.

Nu zijn in een tweetal quipu’s die sinds koloniale tijden door de ouderlingen van het Andesdorp zijn bewaard, nieuwe aanwijzingen gevonden voor de wijze waarop de Inca’s ingewikkeldere versies van de quipu gebruikten om informatie vast te leggen.

"Wat we hebben ontdekt, is een reeks complexe kleurcombinaties in de beide koorden," zegt Sabine Hyland, professor in de antropologie aan de University of St. Andrews in Schotland en National Geographic-onderzoeker. "De koorden hebben veertien verschillende kleuren, waarmee 95 unieke koordpatronen kunnen worden gevormd. Dat aantal komt ongeveer overeen met het aantal symbolen in een logografisch schriftsysteem," legt ze uit.

Hyland oppert dat specifieke combinaties van gekleurde koordjes en knopen gelijkstonden aan afzonderlijke letterklanken of woorden. Haar analyse van de quipu’s verschijnt in het vakblad Current Anthropology.

Geheime boodschappen

Hyland deed haar ontdekking in het Andesdorp San Juan de Collata, toen de dorpsoudsten haar uitnodigden om onderzoek te doen naar twee quipu’s die deze gemeenschap generaties lang zorgvuldig had bewaard. Volgens de dorpsoudsten waren de quipu’s "verhalende brieven over oorlogvoering die door plaatselijke leiders waren vervaardigd," bericht Hyland.

De quipu’s werden bewaard in een houten kistje, dat tot voor kort voor buitenstaanders verborgen werd gehouden. Naast de quipu’s bevatte het kistje ook tientallen brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw. De meeste documenten betrof officiële correspondentie over landrechten tussen de dorpsoudsten en het Spaanse koloniale bestuur.

Spaanse kroniekschrijvers hadden eerder al geschreven dat Inca-bodes quipu’s als brieven meebrachten, en andere bewijzen wezen erop dat de Inca’s in de tijd dat ze tegen de Spanjaarden in opstand kwamen, brieven in quipu-formaat samenstelden om ervoor te zorgen dat de inhoud ervan geheim bleef, vertelt Hyland.

"De quipu’s van Collata zijn de eerste die op betrouwbare wijze zijn geïdentificeerd als verhalende brieven, en wel door de nazaten van de samenstellers ervan," schrijft Hyland in haar analyse. Ze merkt op dat deze quipu’s groter en complexer zijn dan normale ‘reken-quipu’s’ en dat ze in tegenstelling tot de meeste quipu’s – die werden gemaakt van katoen – bestonden uit haren en vezels van dieren uit de Andes, waaronder vicuña’s, alpaca’s, guanaco’s, lama’s, herten en een wolmuis genaamd viscacha.

De dierlijke vezels nemen kleurstoffen beter op en behouden hun kleur langer dan katoen, zodat ze beter geschikt waren voor quipu’s waarin niet alleen met knoopjes maar ook met kleurcodes informatie werd vastgelegd en doorgegeven.

Informatie kon gecodeerd worden in verschillende kleuren, vezeltypen en zelfs in de spinrichting of twijn van de koordjes, zo vertelden de dorpelingen aan Hyland. Zo konden de quipu’s niet alleen met de ogen, maar ook door aanraking gelezen worden.

Hyland citeert een Spaanse kroniekschrijver die beweerde dat quipu’s van dierenvezels "een grote veelzijdigheid van levendige kleuren vertoonden en met eenzelfde gemak als Europese boeken historische verhalen konden vastleggen."

De grote vraag

De quipu’s van Collata werden vermoedelijk halverwege de achttiende eeuw vervaardigd, ruim tweehonderd jaar nadat Spaanse kolonisten in 1532 voor het eerst arriveerden. Dat roept de vraag op of quipu’s een relatief recente uitvinding waren, geïnspireerd door contacten met het moderne alfabetische schrift, of dat ze gelijkenissen vertonen met oudere verhalende quipu’s.

"De resultaten van het onderzoek zijn in historisch opzicht zeer interessant, maar de datering is een groot probleem," aldus Harvard-antropoloog Gary Urton. "Of we deze resultaten al dan niet op het verleden kunnen toepassen, blijft de grote vraag."

Enkele jaren geleden ontdekten Urton en de Peruaanse archeoloog Alejandro Chu een schat aan quipu’s op een plek die misschien een quipu-werkplaats of een bewaarplaats voor Inca-archieven was.

Het ontcijferen van de patronen in deze weefwerkjes zou uiteindelijk een taak kunnen worden voor computers, zegt Urton. Zijn Harvard-collega’s beschikken over een digitale bibliotheek van quipu’s (de Khipu Database), die foto’s, beschrijvingen en vergelijkingen van ruim vijfhonderd van deze voorwerpen bevat.

Op het hoogtepunt van hun beschaving hebben de Inca’s mogelijk duizenden en misschien zelfs honderdduizenden quipu’s vervaardigd. Archeologen vermoeden dat de meeste daarvan door natuurlijke ontbinding en door de Europese veroveraars zijn vernietigd. Vandaag de dag zijn er minder dan duizend bekend.

Hyland is van plan in juli naar Peru terug te gaan om haar onderzoek voort te zetten. Vorige zomer ontmoette ze op haar laatste dag van veldwerk een oude vrouw die zich herinnerde als jong meisje quipu’s te hebben gebruikt. Maar voordat Hyland haar meer vragen kon stellen, sjokte ze weg om haar vee te verzorgen.

Hyland wil niet alleen een historisch raadsel oplossen, zegt ze, maar ook licht werpen op de "ongelooflijke intellectuele prestaties van de inheemse bevolking."