Geschiedenis en Cultuur

Deze mensen zijn gestrand – in een luxehotel uit de Sovjettijd

Op de vlucht geslagen voor een vergeten oorlog twee decennia geleden, wonen drie vrouwen nu in een schemerdonkere gevangenis. donderdag, 9 november 2017

Door Alexa Keefe
Foto's Van Alexandra Rose Howland

In het hart van Tbilisi, Georgië, staat een groot hotel dat ooit een van de meest luxehotels van de stad was. In plaats van Sovjetunie illuminatie verwennen toen het nog een Ritz Carlton was, doet Hotel Georgia nu dienst als symbool voor deprimerende post-Sovjet realiteit. De ene helft van het gebouw is door een muur afgezet door de Georgische overheid om een fractie van de 200.000 Georgische mensen onder te brengen die verjaagd zijn (ook wel IVP’s) in 1992 tijdens de Georgisch-Abchazische oorlog. De andere helft staat grotendeels leeg, met uitzondering van de bovenste twee verdiepingen. Een staf van drie bejaarde vrouwen – ook verjaagd tijdens de oorlog – zorgen voor de gasten die af en toe verblijven in de perfect behouden kamers.

Alexandra Rose Howland werkt aan een lange termijn project over vluchtelingen en hoorde over de ondergebrachte gemeenschappen in Georgië. Vorig jaar reisde ze naar Tbilisi om meer te weten te komen. (Abchazië wordt niet officieel erkend als apart land. Daarom worden deze mensen “binnenlands verjaagde personen” genoemd in plaats van vluchtelingen.)

Howland stopte in Hotel Georgia om gebruik te maken van het toilet toen ze de buurt aan het verkennen was, en kwam terecht in wat voelde als een andere dimensie. “Ik was gefascineerd door de sfeer,” vertelt ze. Na het oplopen van drie donkere trappen kwam ze de vrouwen tegen, die ze later interviewde met de hulp van een tolk.

Howland kwam erachter dat twee van de vrouwen in het hotel wonen en slapen op banken in een grote linnenkast. De ander is onlangs verhuisd naar een klein appartementje, samen met haar volwassen dochter. Ze brengen de dagen poetsend, strijkend en beddengoed verwisselend door: taken die zij uitvoeren ongeacht of er gasten zijn. (Toen Howland er was had een Georgisch Polyfoonkoor twee verdiepingen afgehuurd. Zij waren de eerste gasten in vijf maanden). Ze krijgen een maandelijks loon van ongeveer zestig dollar, maar worden slechts een keer in de drie of vier maanden uitbetaald. Het hotel was een van de weinig plekken die de vrouwen wilde aannemen, omdat IVP’s vaak in buitenwijken leven en weinig contact hebben met de rest van de maatschappij.

Ze deelden ingrijpende verhalen over verlies – van hun thuis, hun man en kinderen en een comfortabeler leven. Ze voelen zich gevangen omdat ze niet terug kunnen naar hun thuis en geen nieuw leven op kunnen bouwen. “Je kon de pijn voelen in ieder woord dat ze zeiden, in ieder gebaar” zegt Howland.

Howland heeft geen foto’s kunnen nemen van IVP’s uit de andere helft van het gebouw – dit wilden ze niet. Maar de verhalen van deze drie vrouwen alleen al voegt een nieuwe dimensie toe aan het verhaal dat ze wil vertellen over vluchten, conflicten en identiteit in een wereld met veranderende grenzen.

“Als je mensen niet kunt helpen integreren na een oorlog die 24 jaar geleden plaatsvond, hoe moet het dan met de mensen die nu uitgezet worden?”