Geschiedenis en Cultuur

Alles wat je moet weten over de Rohingya-crisis in Myanmar

De Rohingya worden wel 's werelds meest vervolgde minderheid genoemd. Lees hier wie deze mensen zijn en waarom ze vluchten. donderdag, 9 november

Door Sarah Gibbens

Tientallen Rohingyavluchtelingen overleden toen donderdag een boot omsloeg tijdens een tocht van Myanmar naar Bangladesh. Hierdoor werd de omvang van de crisis nog eens onderstreept. Lees hieronder meer over de oorsprong van het geweld.

De Rohingya, een grotendeels islamitische etnische minderheid in Myanmar, wordt wel de ‘meest vervolgde minderheid ter wereld’ genoemd. Door recente gebeurtenissen is hun toch al niet rooskleurige situatie ernstig verslechterd.

Sinds augustus dit jaar zijn minstens vijfhonderdduizend Rohingya naar buurland Bangladesh gevlucht. Hoewel de crisis in de afgelopen maanden is verergerd, is de discriminatie van deze bevolkingsgroep, die soms zelfs gewelddadige vormen aanneemt, zeker niet nieuw.

National Geographic sprak drie Myanmar-deskundigen om meer te weten te komen over wie de Rohingya zijn en wat er met ze gebeurt.

Wie zijn de Rohingya?

De Rohingya zijn een islamitische etnische minderheid uit de staat Rakhine in Myanmar, die ten zuiden ligt van Bangladesh. Ze waren ooit met 1,1 miljoen mensen.

De Myanmarese regering erkent de Rohingya niet officieel als onderdanen. Volgens Myanmar werden zij vanuit Bangladesh naar Rakhine overgebracht in de tijd dat het land een Britse kolonie was. De overheid stelt dat de Rohingya illegaal in Myanmar verblijven. De Rohingya zelf stellen dat zij al ruim een eeuw in het gebied wonen en leven. Sommigen beweren zelfs dat deze minderheid al vanaf de achtste eeuw in het gebied woont.

“Het antwoord op die vraag is zeer omstreden, vooral in de kringen van mensen die de kwestie willen politiseren,” zegt John Knaus, associate director van de afdeling Azië van de National Endowment for Democracy, een Amerikaanse non-profitorganisatie die zich inzet ter bevordering van democratie.

Los van de vraag wanneer de Rohingya zich in Myanmar vestigden, weigerde de militaire junta die tot voor kort aan de macht was in Myanmar in 1982 burgerrechten toe te kennen aan de Rohingya. Daardoor werden zij staatloos en belandden ze in een kwetsbare positie.

Wat gebeurt er met hen?

Er worden systematisch en veelvuldig aanvallen uitgevoerd op de Rohingya, naar verluidt door de politie en het leger van Myanmar. Dit leidde ertoe dat de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Zeid Ra’ad Al Hussein, sprak van een “schoolvoorbeeld van etnische zuivering.” (Deze term wordt vaak gebruikt om de gedwongen verwijdering aan te duiden van een etnische of religieuze bevolkingsgroep door middel van intimidatie of geweld.)

De conclusie van een controversieel rapport dat werd opgesteld door de Myanmarese regering, luidde dat er geen bewijs is voor systematisch geweld tegen de Rohingya. Het land geeft de VN, andere organisaties of journalisten echter geen toestemming om onafhankelijk onderzoek te doen.

Het nieuws dat naar buiten komt over de Rohingya-crisis is grotendeels afkomstig uit interviews met mensen die de grens met Bangladesh over vluchten en andere informatie die bij de grens wordt verzameld. Afgelopen februari publiceerde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN een rapport waarin vluchtelingen melding maakten van groepsverkrachtingen, massamoorden en ernstige mishandelingen. Meer dan de helft van de geïnterviewde vrouwen zei slachtoffer te zijn geworden van seksueel geweld.

Op satellietbeelden zijn brandende Rohingya-dorpen te zien. De vluchtelingen wezen het leger van Myanmar als schuldigen aan, maar het Birmese leger stelt dat de Rohingya zelf hun huizen in brand staken. Jonathan Head van de BBC was een van de weinige journalisten die toestemming kreeg om naar de staat Rakhine te gaan, onder streng toezicht van de regering. Tijdens een rondreis langs de dorpen in het gebied, werden hem foto’s getoond waarop te zien zou zijn dat Rohingya hun huizen in brand staken. Later ontdekte hij dat de foto's niet echt waren.

Er zijn 40.000 Rohingya-vluchtelingen in India. 16.000 van hen hebben officiële vluchtelingendocumenten ontvangen. Het overgrote deel van de Rohingya die uit Myanmar vluchten, zijn niet verder gekomen dan Bangladesh. Door de verwoestende overstromingen waar India en Bangladesh afgelopen zomer mee te maken kregen, verslechterden de omstandigheden in de vluchtelingenkampen. Cholera-uitbraken, watertekorten en ondervoeding waren het gevolg.

Waarom horen we dit nu?

In Myanmar leven meer dan honderd etnische groepen. Ongeveer twee derde van de bevolking bestaat uit Birmezen. Hoewel de Rohingya al lange tijd worden vervolgd als minderheid, is de schaal van het huidige geweld ongekend. De situatie verslechterde op 25 augustus nadat een kleine groepering van militante Rohingya, genaamd de Arakan Rohingya Solidarity Army enkele politieposten aanviel, waarbij twaalf leden van de militaire politie van Myanmar werden gedood. Het leger van Myanmar besloot als wraak alle militante groeperingen op te rollen. Bij deze grootscheepse actie lieten vele onschuldige burgers het leven, of ze raakten gewond of dakloos.

Kyaw Hsan Hlaing is directeur van het Peace and Development Initiative. Deze door hemzelf opgerichte organisatie documenteert het geweld in Myanmar. Na het geweld in augustus legde zijn organisatie tijdelijk het werk in Rakhine stil, uit angst voor wraakacties. Hlaing, die nu student is aan de Columbia University in New York, maakte de van oudsher bestaande gewelddadige discriminatie in Rakhine van dichtbij mee.

Hij is Birmees en groeide in Rakhine op in een boeddhistisch gezin. Maar na studentenprotesten tegen de regering van Myanmar werd Hlaing gedurende vijf jaar vastgezet als politiek gevangene en vervolgens naar Thailand verbannen.

Hlaing stelt dat het leger van Myanmar de gebeurtenissen van afgelopen augustus gebruikt om de Rohingya uit het gebied te verjagen.

Wat doet Aung San Suu Kyi, de beroemde leider van Myanmar, aan de crisis?

Aung San Suu Kyi, de dochter van een generaal van de verzetsbeweging, strijdt al bijna haar hele leven voor een democratisch Myanmar. Ze werd eind jaren tachtig van de vorige eeuw een van de leiders van de toenmalige oppositiepartij National League for Democracy (NLD), maar ze werd in 1989 vastgezet. Ze bracht vijftien jaar door in huisarrest, won de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 en wordt alom geprezen als een voorvechter voor de democratie.

Maar Aung San Suu Kyi heeft het optreden van het leger tegen de Rohingya niet in het openbaar veroordeeld en dit heeft haar internationale reputatie aangetast. Mensenrechtenactivisten vinden dat ze zich uit zou moeten spreken tegen het gewelddadige optreden van het leger, maar ze heeft feitelijk geen zeggenschap over het leger.

De NLD won tijdens de laatste verkiezingen de meerderheid van de zetels in het parlement in Myanmar. Als leider van de NLD is Aung San Suu Kyi officieel de leider van Myanmar, een positie die Adviseur van Staat wordt genoemd.

Maar dat betekent niet dat zij militaire invloed heeft. Het leger trok al jaren voordat ze werd verkozen macht naar zich toe en hoeft aan haar geen verantwoording af te leggen. De legerleiding heeft het recht om 25 procent van de zetels in het parlement van Myanmar toe te wijzen, en heeft daarmee een vetorecht over grondwetswijzigingen. Daardoor kunnen Aung San Suu Kyi en de NLD geen vat krijgen op het leger.

Maar is Myanmar een democratie? (En waarom wordt het soms Birma genoemd?)

In de loop van de twintigste eeuw probeerden activisten een democratie te bewerkstelligen en leefden de Birmezen soms onder een streng militair regime. Birma was gedurende ruim een eeuw een Britse kolonie, tot het zich in 1948 onafhankelijk verklaarde. Het land was korte tijd een democratische republiek. Maar door instabiliteit ontstond een machtsvacuüm waar Generaal U Ne Win gebruik van maakte. Hij was in 1962 de leider van een militaire coup. In 1974 had hij een regime ingesteld waardoor het land geïsoleerd raakte.

In 1988 werden de restanten van de democratische instituties in het land nog verder ondermijnd, toen het leger minstens drieduizend mensen doodde in een antwoord op studentenprotesten.

De militaire junta veranderde de naam van het land in 1989 van Birma naar Myanmar, maar deze wijziging is niet officieel erkend door de VS en het Verenigd Koninkrijk. (National Geographic gebruikt de naam Myanmar). Het gebruik van de naam Myanmar is omstreden, omdat sommigen stellen dat hiermee steun wordt betuigd aan het militaire leiderschap.

In de afgelopen vijf jaar is Myanmar uit zijn isolement geraakt. De overwinning van Aung San Suu Kyi bracht de inwoners van Myanmar een stapje dichterbij de democratie. Maar de situatie blijft gecompliceerd.

“Ik denk niet dat er iemand is die zou zeggen dat Myanmar nu een democratie is geworden,” stelt Joshua Kurlantzick, een senior fellow voor Zuidoost-Azië bij de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations. “De democratie in Myanmar is werk in uitvoering. Dit [de Rohingya-crisis] toont aan hoe fragiel het allemaal is.”

Is er hoop voor de Rohingya?

Etnische minderheden in Myanmar melden stelselmatig slecht behandeld te worden door de regering en daarmee samenhangende instanties.

“Ze voelen zich tweederangsburgers,” aldus Hlaing. Hij verafschuwde de wreedheden die hij zag toen hij opgroeide in Rakhine en deed als tiener mee aan protesten tegen de regering. Hoewel de Rohingya het meest te lijden hebben onder de aanvallen door het leger, krijgen zij ook te maken met geweld vanuit de boeddhistische meerderheid in Myanmar, voegt hij daaraan toe.

Er bestaat, vooral onder de boeddhistisch nationalisten in Birma, angst dat het land zijn unieke Birmese cultuur zal verliezen,” stelt Knaus. “Of dat nou te maken heeft met moslims die het land inkomen of met de invloed van landen als China en de rest van de wereld, er bestaat een grote angst dat Birma door al die invloeden zal veranderen. De Rohingya zijn daar het meest zichtbare voorbeeld van. Het zijn moslims en ze worden gezien als inwoners van Bangladesh. Dus zijn ze voor veel mensen een duidelijk voorbeeld van deze culturele en sociale invasie.”

Hlaing vertelt dat op zijn scholen in Rakhine werd benadrukt dat Myanmar uniek is dankzij zijn boeddhistische oorsprong. Zelfs zijn eigen familie heeft naar zijn zeggen moeite om begrip op te brengen voor zijn inspanningen voor minderheden.

De VN en het Rode Kruis hebben de hulpverlening opgeschroefd aan de grens met Bangladesh, waar zoveel Rohingya heen zijn gevlucht. Maar deskundigen hebben er een hard hoofd in dat de Rohingya op korte termijn vreedzaam en met gelijke rechten binnen de grenzen van Myanmar zouden kunnen leven.