Geschiedenis en Cultuur

Bijna 900 mensen hebben de Nobelprijs gewonnen – onder wie slechts 48 vrouwen

We hebben gekeken naar de personen die de afgelopen 115 jaar een Nobelprijs hebben ontvangen, en daarbij kwamen enkele opmerkelijke trends naar voren. donderdag, 9 november 2017

Door Michael Greshko

De Nobelprijs voor de geneeskunde van 2018 is toegekend aan de onderzoekers James Allison en Tasuku Honjo, wier werk leidde tot medicijnen die ervoor zorgen dat het immuunsysteem van het eigen lichaam zich tegen kanker keert.

Het duo sluit zich aan bij een van de meest exclusieve clubs die er bestaan. Sinds de eerste Nobelprijzen in 1901 werden uitgereikt, hebben minder dan 900 personen de begeerde onderscheiding gekregen. Nu dit eerbiedwaardige gezelschap deze week wordt aangevuld met de laatste prijswinnaars, wilde National Geographic meer weten over alle laureaten.

Aan de hand van de gedetailleerde lijsten die de Nobelstichting sinds 1901 heeft bijgehouden, analyseren we de winnaars van ’s wereld beroemdste prijzen.

Bij de Nobelprijswinnaars lopen de VS voorop – dankzij immigranten

Van alle landen hebben de VS verreweg het grootste aantal Nobelprijzen in de wacht gesleept. Maar een flink percentage van de winnaars van de natuurwetenschappelijke prijzen zijn immigranten die als kind of in hun vroege carrière naar de VS kwamen.

Ruim dertig procent van alle Amerikaanse prijswinnaars van de Nobelprijs voor de Scheikunde is buiten de VS geboren – een club waarin deze week ook de in Duitsland geboren Joachim Frank van de Columbia University is opgenomen, als een van de drie winnaars van 2017. Ook MIT-natuurkundige Rainer Weiss, dit jaar een van de drie laureaten van de Nobelprijs voor de Natuurkunde, werd geboren in Duitsland. 35 procent van alle Amerikaanse winnaars van deze prijs werd geboren in het buitenland.

De gegevens maken duidelijk dat globetrotters vaak grote vernieuwers zijn. Uit een studie die op 4 oktober in het vakblad Nature werd gepubliceerd, komt naar voren dat wetenschappers die de wereld rondreizen, vaker worden geciteerd dan academici die in het land blijven waar hun eerste wetenschappelijke publicatie verscheen.

De huidige winnaars van de wetenschappelijke prijzen worden steeds ouder

Op één na zijn dit jaar alle prijswinnaars in de geneeskunde, natuurkunde en scheikunde boven de zeventig jaar oud. Dat sluit aan op de trend van vergrijzing onder de laureaten. In de afgelopen eeuw is de gemiddelde leeftijd waarop de prijswinnaars voor hun werk zijn geëerd, gestaag omhoog gekropen.

In een interview met de BBC verklaarde de hoofdcurator van het Nobelmuseum, Gustav Källstrand, in 2016 dat academische disciplines sinds de vorige eeuw sterk zijn veranderd. Zo’n eeuw geleden waren er ongeveer duizend natuurkundigen. Nu zijn het er wereldwijd honderdduizenden (misschien zelfs een miljoen), waardoor het aantal onderzoekers die de Nobelprijs verdienen maar nog niet hebben gekregen, steeds verder oploopt.

Ook het aantal schrijvers en economen is sterk gegroeid, maar zij vergrijzen in een minder hoog tempo dan de natuurwetenschappers. De trend bij de Nobelprijs voor de Vrede is daarentegen dat de winnaars steeds jonger worden. De Vredesprijs is dan ook de onderscheiding die aan de jongste Nobelprijswinnaar ooit is uitgereikt: onderwijsactiviste Malala Yousafzai, die zeventien was toen zij de prijs in 2014, samen met Kailash Satyarthi, ontving.

Het overgrote deel van de Nobelprijswinnaars is mannelijk

Onder de 894 winnaars (Allison en Honjo meegeteld) tussen 1901 en 2018 bevinden zich slechts 48 vrouwen. In sommige disciplines duurt de afwezigheid van vrouwen al tientallen jaren: de laatste vrouw die de Nobelprijs voor de Natuurkunde ontving, was Maria Goeppert Mayer, in 1963. De kloof tussen man en vrouw weerspiegelt institutionele vooroordelen tegen vrouwen die lange tijd in de natuurwetenschappen hebben geheerst, een situatie die nog werd verergerd door de grote achterstand in de erkenning van ‘Nobelprijswaardige’ ontdekkingen.

Curatoren van het Nobelmuseum verklaarden tegenover de BBC dat niets erop wijst dat de diverse Nobelcomités zouden weigeren een prijs toe te kennen omdat de kandidaat een vrouw is. Ook zeiden ze dat een comité de regels enigszins heeft opgerekt om ervoor te zorgen dat de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1903 niet alleen aan Pierre Curie en Henri Becquerel werd uitgereikt, maar ook aan Marie Curie. Maar dat is misschien een schrale troost voor de vele gekwalificeerde vrouwen wier werk nooit is erkend.

Zo blijkt uit de archieven van de Nobelstichting dat Lise Meitner, een van de ontdekkers van de kernsplijting, tussen 1937 en 1965 maar liefst 29 keer werd genomineerd voor de Nobelprijs voor de Natuurkunde, en van 1924 tot 1948 nog eens 19 keer voor die voor de Scheikunde. Maar een Nobelprijs kreeg ze nooit. En hoewel het baanbrekende werk van astronome Vera Rubin over het bestaan van donkere materie alom is erkend, overleed ze op 25 december 2016 zonder de Nobelprijs te hebben gekregen.

De winnaars maken steeds vaker deel uit van grote samenwerkingsverbanden

Volgens de regels van de Nobelstichting kan de Nobelprijs worden uitgereikt aan maximaal drie personen, een richtlijn die nog getuigt van het soort natuurwetenschappelijk werk dat begin twintigste eeuw in kleine teams werd verricht. Maar tegenwoordig worden belangrijke doorbraken vaak bereikt door omvangrijke wetenschappelijke samenwerkingsverbanden, terwijl de Nobelcomités terughoudend zijn om hun prijzen aan grotere groepen toe te kennen.

Het contrast tussen toen en nu is vooral duidelijk in de natuurkunde, waar duizenden onderzoekers bij een samenwerkingsverband betrokken kunnen zijn, zoals bleek uit de doorbraak waarvoor dit jaar de Nobelprijs voor de Natuurkunde is toegekend. De prijs ging naar Rainer Weiss, Kip Thorne en Barry Barish voor de detectie van zwaartekrachtsgolven, de rimpels in het weefsel van de ruimtetijd zelf, die werden voorspeld door Einsteins algemene relativiteitstheorie.

Hoewel de bijdrage van dit trio onmiskenbaar is, meenden ze zelf dat de prijs toegekend had moeten worden aan het bredere samenwerkingsverband LIGO, waarbij honderden wetenschappers waren betrokken. Per slot van rekening had de wetenschappelijke publicatie waarin de detectie van zwaartekrachtsgolven werd aangekondigd, om precies te zijn 1011 auteurs, volgens een telling van Popular Science. Slechts 0,3 procent van deze wetenschappers worden in Stockholm dus met naam en toenaam geëerd.

“We leven in een tijd waarin enorme ontdekkingen feitelijk het resultaat zijn van reusachtige samenwerkingsverbanden, waarbij een zeer groot aantal mensen belangrijke bijdragen leveren,” zei Thorne in een interview op de officiële website voor de Nobelprijzen.

“Ik hoop dat de Nobelcomités in de toekomst manieren zullen vinden om ook dit soort grote samenwerkingsverbanden met de Nobelprijs te eren, en niet alleen de mensen die misschien doorslaggevend zijn geweest om het project van de grond te krijgen, zoals wij dat waren.”

Dit verhaal werd oorspronkelijk op 6 oktober 2017 in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com en is aangevuld met nieuwe informatie over de Nobelprijzen uit 2018.