Geschiedenis en Cultuur

Bevroren resten van prehistorische leeuw in Rusland ontdekt

De leeuwenwelp uit de ijstijd laat nog altijd zijn kop op een poot rusten. maandag, 13 november 2017

Door Sarah Gibbens

Onlangs werden in Rusland de bevroren resten gepresenteerd van een welp van de Euraziatische holenleeuw die waarschijnlijk uit de laatste ijstijd stamt.

Volgens de plaatselijke pers werden de resten van de ongeveer één jaar oude welp afgelopen september door een inwoner van de regio Jakoetië in het uiterste noordoosten van Rusland ontdekt. Het is niet de eerste keer dat in deze ijskoude Siberische regio prehistorische dieren zijn gevonden.

Dankzij de permafrost of permanent bevroren ondergrond in dit gebied worden hier nog altijd resten van dieren als holenleeuwen of wolharige mammoeten gevonden, tienduizenden jaren nadat ze zijn uitgestorven.

Twee jaar geleden werden twee soortgelijke bevroren en intacte leeuwenwelpen – genaamd Uyan en Dina – gevonden. De 12.000 jaar oude Uyan en Dina waren de eerste prehistorische holenleeuwen die in zulke goede staat werden aangetroffen.

Volgens het grootste onafhankelijke nieuwbureau van Rusland, Interfax, is de pas ontdekte welp – die nog geen naam heeft – overgedragen aan de Russische Academie van Wetenschappen van de Republiek Sacha (Jakoetië). Albert Protopopov, de paleontoloog die eerder Uyan en Dina onderzocht, zal ook de nieuwe welp bestuderen.

In tegenstelling tot de in 2015 gevonden welpen, die stierven toen ze ongeveer twee tot drie weken oud waren (voordat hun tanden doorkwamen), lijkt de nu ontdekte welp op ongeveer éénjarige leeftijd te zijn gestorven. Door het feit dat de welp oud genoeg was om tanden te hebben, kunnen de wetenschappers de resten van de welp tamelijk nauwkeurig reconstrueren.

De holenleeuw stierf circa tienduizend jaar geleden uit en het weinige dat wetenschappers over deze dieren weten, is opgemaakt uit verspreide beenderen en pootafdrukken die zijn gevonden. De katachtige, een ondersoort van de moderne leeuw, wordt soms ook ‘steppenleeuw’ genoemd omdat het dier over de Euraziatische grassteppe zwierf.

In de video van de officiële presentatie lijken de resten van de welp in een zichtbaar goede staat te verkeren. De welp, ter grootte van een onderarm, is compact en grijzig, maar zijn pootjes zijn nog goed te onderscheiden. Ook zijn plukjes vacht te zien. Het opmerkelijkst is misschien wel het kopje van het dier, dat nog altijd op een voorpoot rust.

De vondst zal nader worden onderzocht om te bepalen of het om een mannetje of vrouwtje gaat.

Nadat de resten van Uyan en Dina waren geanalyseerd, liet Protopopov aan National Geographic weten dat deze welpen waarschijnlijk waren omgekomen toen het hol waarin ze lagen instortte en de dieren levend werden begraven. Het is nog onduidelijk hoe de pas ontdekte welp aan zijn einde is gekomen, maar tegenover de plaatselijke pers verklaarde Protopopov dat de resten in een nog betere staat verkeren dan de eerdere vondsten.

(National Geographic heeft Protopopov om commentaar gevraagd, maar bij het verschijnen van dit artikel had hij nog niet gereageerd.)

Door de goede staat waarin de pas ontdekte welp verkeert, wordt het idee om prehistorische dieren te klonen, nieuw leven ingeblazen. In 2016 verklaarden Zuid-Koreaanse en Russische wetenschappers tegenover Interfax dat ze van plan waren een holenleeuwwelp te klonen. Wat er met de nieuwe welp gaat gebeuren, is nog onduidelijk, maar over het opnieuw tot leven brengen van uitgestorven soorten wordt in de wetenschappelijke wereld al enige tijd volop wordt gedebatteerd.

Op een bijeenkomst van National Geographic in 2013 kwamen wetenschappers tot de conclusie dat de reconstructie van het genoom van een uitgestorven dier – nodig om de diersoort te doen herleven – wetenschappelijk binnen handbereik lag, maar dat daarvoor een exemplaar nodig is dat nauwelijks aan ontbinding is blootgesteld.