Geschiedenis en Cultuur

Ontmoet de enige man die nog in het oude Petra woont

Nadat Petra in 1985 door de Unesco tot Werelderfgoed werd uitgeroepen, werden de bedoeïenen die er woonden door de Jordaanse regering naar een nieuw dorp verhuisd – op één achterblijver na.woensdag 22 november 2017

Door Abby Sewell
Nog maar weinig bedoeïenen wonen in het historische Petra, dat uit de tijd rond 300 v. Chr. stamt.

Mofleh Bdoul groeide op de in de historische stad Petra, waar hij tussen de oude ruïnes en tempels zijn kudde geiten op de rotshellingen hoedde.

De nu 73-jarige Mofleh woont nog altijd in een grot op een steenworp afstand van de plek waar hij werd geboren. Maar in de loop der jaren heeft hij zijn geboorteplaats zien veranderen van een afgelegen buitenpost in een toeristenattractie die honderdduizenden bezoekers per jaar trekt.

Mofleh behoort tot een handjevol bedoeïenen van de Bdoul-stam die nog op deze historische plek woont.

Hoewel zijn grot aan de achterzijde van de Jebal Habis of ‘Gevangenisberg’ ligt, op slechts vijf minuten klauteren van de drukste toeristenoorden, voelt de plek afgelegen aan. Buiten de grotwoning, die ruimer is dan menig stadsappartement en ramen heeft die in de rotsen zijn uitgehakt, heeft Mofleh een ommuurd terras en een tuin met bloeiende heesters aangelegd, waar hij bezoekers uitnodigt voor een kopje thee. ’s Winters worden de planten besproeid door de regen, ’s zomers haalt hij water op van het restaurant in het toeristengedeelte. Een Jordaanse vlag waakt over de kloof die aan de voet van de grot ligt.

De Unesco probeerde Mofleh, een bedoeïen van de Bdoul-stam, te overreden om een nieuw huis in een naburig dorp te betrekken, maar dat weigerde hij.

“De mooiste plek,” zegt Mofleh over zijn huis. “Dit is als een medicijn. Als je problemen hebt, vergeet je ze snel weer.”

De oude stad Petra werd uitgehouwen in de zandstenen rotswanden van de Jordaanse woestijn en was tussen 400 en 106 v. Chr. de hoofdstad van het rijk van de Nabateeërs. Het is niet bekend wanneer precies de Bdoul-bedoeïenen in deze ruïnes kwamen wonen, maar nomadische stammen leven op z’n minst al sinds de zestiende eeuw in het gebied, zegt Steven Simms, een emeritus-professor in de antropologie aan de Utah State University die deze plek en de Bdoul-stam in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw bestudeerde.

Traditioneel leven bedoeïenen van de geitenhoederij en de kleinschalige landbouw. Veel leden van de stam, onder wie Mofleh, vonden ook werk tijdens archeologische opgravingen en in het toerisme.

Deze historische plek begon pas kleine aantallen westerse bezoekers te trekken toen Petra in 1812 door de Zwitserse ontdekkingsreiziger Johann Ludwig Burckhardt werd herontdekt.

“Toen ik jong was, kwamen er af en toe mensen een maand lang bij de bedoeïenen logeren,” zegt Mofleh. Hij gebaarde naar de berghelling aan de overzijde van de kloof. “Een Canadese dame sliep zelfs een maand in die grot.”

Soms leidde de ontmoeting tussen beide culturen tot romantiek, ook voor Mofleh. Hij trouwde met een Zwitserse, kreeg een dochter en reisde een tijdlang tussen Zwitserland en Petra heen en weer. Maar het huwelijk hield geen stand en hij keerde terug naar zijn grot. Het bleek niet zijn laatste huwelijksavontuur. Toen ik hem ernaar vroeg, zei hij dat hij viermaal getrouwd was geweest. Maar bij nader inzien en na wat tellen op zijn vingers steeg dat aantal naar acht.

De grot is omgetoverd tot een gezellige en ruime woning.

Nadat Petra in 1985 door de Unesco tot Werelderfgoed was uitgeroepen, begon de Jordaanse overheid de Bdoul-bedoeïenen van Petra naar het naburige en nieuwe dorp Oem Sayhoen te verhuizen.

De reacties op de verhuizing liepen uiteen. Vooral veel gezinnen met kinderen waren blij met nieuwe voorzieningen als scholen en ziekenhuizen, maar anderen, onder wie Mofleh, wilden hun traditionele levensstijl niet opgeven. Bovendien hield de bouw van het aantal nieuwe huizen geen gelijk tred met de gezinsuitbreiding, zegt Allison Mickel, assistent-professor in de antropologie aan de Lehigh University.

“De verhuizing was bedoeld voor iedereen, maar omdat Oem Sayhoen niet zo groot is (...), bleven de mensen die geen huis kregen toegewezen achter in het Unesco-park,” legt ze uit.

Voordat Oem Sayhoen werd gebouwd, woonden er volgens Mofleh ongeveer 150 families in Petra; daarvan zijn er tien families overgebleven en is hij de enige die nog in het centrum van het Unesco-park woont. De Unesco probeerde hem te overreden om een huis in het dorp te betrekken, maar dat weigerde hij.

“Ik vind het hier goed – dit is beter,” zegt hij. “Als je in de stad woont, loop je misschien de hele dag niet.”

Nada Al Hassan, hoofd van de afdeling Arabische Staten van de Unesco, liet in een verklaring weten dat ze samen met de Jordaanse overheid en het plaatselijke bestuur werken aan een beheersplan voor Petra waarin meerdere aspecten worden meegewogen: “De conservatie van de plek; de behoeften van plaatselijke gemeenschappen en hun belang bij en geworteldheid op deze plek; het levensonderhoud van plaatselijke gemeenschappen; en duurzaam toerisme dat niet ten koste gaat van de integriteit en authenticiteit van de plek.”

Mofleh Bdoul leeft van zijn inkomsten uit het toerisme.

Zoals de meeste Bdoul-leden is ook Mofleh afhankelijk van inkomsten uit het toerisme. Na de toekenning van de Werelderfgoedstatus nam het toerisme in Petra geleidelijk aan toe, maar met de ondertekening van het vredesakkoord tussen Israël en Jordanië in 1994 groeide het aantal bezoekers aan de historische stad explosief: tussen 1994 en 1995 verdubbelde het aantal van 138.577 tot 337.221, en het bleef ook daarna groeien, met een record van 918.136 bezoekers in 2010. Maar door de burgeroorlog in buurland Syrië stortte het toerisme in het gebied in en sindsdien is het aantal bezoekers met de helft afgenomen.

Veel Bdoul-bedoeïenen verkopen souvenirs en ritjes op een ezel bij de drukste toeristenattracties. Mofleh schenkt thee, praat met toeristen en gebruikt soms het middagmaal met bezoekers die zich buiten de gebaande paden wagen en naar zijn grotwoning omhoog klauteren. Hij verdient een paar dinar aan de thee en maakt kleine stenen beeldjes om als souvenirs te verkopen. Soms geeft hij ook rondleidingen.

Maar hoewel hij leeft van het geld dat de bezoekers meebrengen, biedt hij zijn gastvrijheid ook aan zonder er iets voor terug te vragen.

Shannon Mouillesseaux uit de staat New York ontdekte op een reisje naar Petra in het voorjaar toevallig de grotwoning van Mofleh. Nadat ze met hem in gesprek was geraakt, liet Mofleh de Amerikaanse en haar vriend twee uur lang onbekende – en in zijn ogen de mooiste – plekken in het Unesco-park van Petra zien. Hij wilde er geen geld of zelfs een middagmaal voor hebben, vertelde ze.

“Toen hij eenmaal aan de praat was, besefte je dat het iemand is die heel veel weet te vertellen en gewoon wil dat de mensen Petra en zijn cultuur en geschiedenis waarderen,” vertelde ze. “Het is bijzonder dat hij daar is gebleven en volgens mij is dat alleen maar goed voor het park.”