‘Tijdcapsule’ in Jezusbeeld zat verstopt op bijzondere plek

Restaurateurs vonden tijdens werkzaamheden aan een achttiende-eeuws Jezusbeeld twee 240 jaar oude brieven op een onverwachte plek.donderdag 7 december 2017

Geheime boodschap gevonden in Jezusbeeld
Geheime boodschap gevonden in Jezusbeeld

Tijdens restauratiewerkzaamheden aan een achttiende-eeuws beeld vonden Spaanse historici iets wat op een tijdcapsule lijkt. De vindplaats was nogal bijzonder: in het achterste van het beeld.

Het ging om een beeld van Christus aan het kruis, dat in de kerk van het noord-Spaanse plaatsje St. Águeda hing. In het eeuwenoude beeld waren scheuren ontstaan, en het kwam los van het kruis, legt Gemma Ramírez uit.

Zij is een van de restaurateurs van het bedrijf Da Vinci Restauro uit Madrid, dat het onderhoudswerk aan het beeld verrichtte. Toen de medewerkers het beeld op een werktafel legden, merkten ze dat er iets in zat, aldus Ramírez.

Ramírez en haar collega verwijderden een deel van het beeld in de vorm van een lendendoek en ontdekten een document in de holle achterkant van het beeld. Het geschrift geeft een beschrijving van het leven in Spanje aan het eind van de achttiende eeuw.

Het bestond uit twee vergeelde, handgeschreven brieven. Ze dateren uit 1777 en zijn ondertekend door Joaquín Mínguez, de kapelaan van de Burgo de Osma-kathedraal.

Mínguez geeft in zijn brieven een beschrijving van het dagelijkse economische en culturele leven in de regio. Hij begint met op te merken dat het beeld werd gemaakt door een man genaamd Manuel Bal, die ook andere houten beelden maakte voor kerken in de regio. Vervolgens beschrijft hij de voorspoedige oogsten van verschillende granen, zoals tarwe, rogge, haver, gerst en voorraden wijn.

Mínguez noemt ook ziekten, zoals tyfus, waar het dorp in die periode mee te maken kreeg, maar voegt daar aan toe dat kaarten en ballen voor vermaak zorgden.

Mínguez beschrijft niet alleen het dorpsleven, maar gaat ook in op het politieke klimaat in Spanje. Hij schrijft dat koning Karel III van Spanje op de troon zit, en dat het Spaanse hof in Madrid is gevestigd. In de brief wordt zelfs de dodelijke Spaanse Inquisitie genoemd, die van 1478 tot 1834 bestond.

Uit de algemene en uiteenlopende onderwerpen die Mínguez in zijn brieven aan de orde stelt, valt op te maken dat hij ze mogelijk als een soort tijdcapsule voor toekomstige generaties schreef, stelde historicus Efren Arroyo in de Spaanse krant El Mundo. Hij voegde daar aan toe dat het niet vaak voorkomt dat er voorwerpen worden aangetroffen in beelden in kerken.

Volgens het bedrijf dat de restauraties uitvoert, is het een van hun meest bijzondere vondsten. Het team uit Madrid werkte eerder aan de restauratie van oude schilderijen, beelden en antiek meubilair.

De aangetroffen brieven werden naar het aartsbisdom van Burgos gestuurd, waar ze zullen worden gearchiveerd. In het achterste van het beeld werd een kopie terug gestopt, om het idee van Mínguez intact te laten.

Voor dit verhaal is gebruikgemaakt van aanvullende informatie van Gemma Ramírez.