Geschiedenis en Cultuur

Het Amazoneregenwoud had miljoenen meer inwoners dan eerder werd gedacht

Niks kleine nomadenstammen en ongerept oerwoud: het zuiden van het Amazonewoud was voor de komst van Columbus waarschijnlijk een wirwar van dorpjes en ceremoniële centra. donderdag, 5 april 2018

Door Erin Blakemore

Voordat Spaanse conquistadores Zuid-Amerika veroverden, leefden er aan de rivier de Amazone slechts enkele kleine groepjes nomaden en was het omringende regenwoud leeg en ongerept.

Of misschien toch niet?

Uit nieuw onderzoek komt een heel ander verhaal naar voren: dat van een Amazonewoud dat bezaaid is met dorpjes en ceremoniële aarden wallen, en waarin veel meer mensen woonden dan eerder werd aangenomen.

Het onderzoek, dat deels werd gefinancierd door de National Geographic Society en waarover vandaag een publicatie verscheen in het tijdschrift Nature Communications, biedt een nieuwe kijk op het gangbare beeld dat het precolumbiaanse Amazoneregenwoud nauwelijks bevolkt was. Dat beeld bleek hardnekkig, ondanks verslagen uit de zestiende eeuw over grote, met elkaar verbonden dorpen, die  bestaande beeld tegenspreken.

“Veel mensen hebben het beeld van een ongerept paradijs,” stelt Jonas Gregorio de Souza, een archeoloog van de Britse University of Exeter die meewerkte aan het project. Een groot deel van het gebied is nog nooit onderzocht en is begroeid met dicht regenwoud. Daardoor was het niet toegankelijk voor archeologen die meer te weten wilden komen over het leven weg van de machtige rivier.

Tot nu toe. Het onderzoeksteam maakte gebruik van satellietbeelden om eeuwenoude geogliefen (aarden wallen die waarschijnlijk voor ceremonies werden gebruikt) in nog niet eerder onderzochte delen van de Braziliaanse staat Mato Grosso te vinden.

Gewapend met de coördinaten van de plekken waar zich vermoedelijk geogliefen bevonden, gingen de onderzoekers vervolgens het veld in. In sommige gevallen was dat ook letterlijk zo, omdat grote delen van het land in de regio voor landbouw worden gebruikt. Bij alle 24 objecten die ze bezochten was het raak. “Het klopte helemaal,” vertelt de Souza. “We wisten dat we in een bijzonder gebied zaten.”

Op één vindplaats groef het team nog verder. De onderzoekers vonden keramiek en houtskool dat duidde op een dorp uit ongeveer 1410 n.Chr.

Eenmaal terug op de universiteit gebruikte het team de vondsten om te voorspellen waar zich nog andere vindplaatsen zouden kunnen bevinden. Ze maakten een computermodel waarin factoren als hoogte, zuurgraad van de grond en neerslag werden meegenomen. Daaruit bleek dat geogliefen waarschijnlijk vaak werden opgericht in hoger gelegen gebieden, met grote verschillen tussen de seizoenen en in temperatuur.

Bovendien bleek uit het model dat bouwwerken niet per se in de buurt van de rivieren werden opgericht, in tegenstelling tot wat tegenwoordig vaak wordt gedacht. Ook werd uit het model duidelijk dat er in het zuidelijke Amazonegebied op een oppervlakte van zo'n 400.000 vierkante kilometer waarschijnlijk 1300 geogliefen en dorpen lagen, waarvan twee derde nog niet is gevonden.

Daarnaast voorspelde het computermodel dat de populatiedichtheid veel groter moet zijn geweest dan verwacht. Het team denkt nu dat er ooit tussen de vijfhonderdduizend en een miljoen mensen leefden op slechts zeven procent van de oppervlakte in het Amazonebekken. Dat valt niet te rijmen met eerdere schattingen dat er in het gehele Amazonebekken slechts zo'n twee miljoen mensen leefden.

De verdeling van de mogelijke vindplaatsen duidt op een geavanceerd net van versterkte dorpen die over een afstand van 1760 kilometer onderling met elkaar waren verbonden en die tussen 1200 en 1500 n.Chr hun bloeitijd hadden. “We moeten de geschiedenis van het Amazonegebied opnieuw bekijken,” stelde José Iriarte, archeoloog aan de University of Exeter, National Geographic Explorer en hoofdauteur van de paper, in een persverklaring.

Maar wat is er met de bewoners van het woud gebeurd? Volgens De Souza stierven zij uit nadat het gebied door de Europeanen werd veroverd. Hele dorpen werden uitgeroeid door ziekten en moordpartijen, en veel anderen gaven de landbouw op. “Ze moesten steeds verder trekken,” zegt hij. Maar door de sporen die zij achterlieten, valt er nog steeds veel te leren over die inmiddels verdwenen beschaving.