Racisme: National Geographic kijkt in de spiegel

De Amerikaanse hoofdredacteur van National Geographic, Susan Goldberg, duikt in het verleden van onze berichtgeving over gekleurde mensen in de Verenigde Staten en daarbuiten.donderdag 15 maart 2018

Op 2 november 1930 doen een verslaggever en een fotograaf voor National Geographic Magazine verslag van de kroning van Haile Selassie, ‘koning der koningen’ van Ethiopië. Er zijn trompetten, wierook, priesters en krijgers met speren. Het verhaal telt veertienduizend woorden en is geïllustreerd met liefst 83 afbeeldingen. 

Was in diezelfde periode een zwarte man gehuldigd in de Verenigde Staten, dan zou dit tijdschrift er zo goed als zeker niet over hebben geschreven. Sterker nog: zou Haile Selassie in de VS hebben gewoond, dan was hem in het gesegregeerde Washington vrijwel zeker de toegang tot onze lezingen ontzegd en had hij geen lid kunnen worden van de National Geographic Society. Zeker tot in de jaren veertig konden Afro-Amerikanen geen lid worden, in elk geval niet in de hoofdstad. 

Ik ben de tiende hoofdredacteur van National Geographic sinds de oprichting in 1888. Ik ben de eerste vrouw en de eerste Jood – twee groepen die hier ooit ook werden gediscrimineerd. Het is uitermate pijnlijk om dat deel van ons verleden onder ogen te zien. Maar toen we besloten dit nummer aan het thema ras te wijden, meenden we dat we allereerst onze eigen geschiedenis moesten onderzoeken, alvorens ons op anderen te richten. 

Zoals Elizabeth Kolbert in het aprilnummer uitlegt, is ras geen biologisch maar een sociaal concept, dat verwoestende effecten kan hebben. “Zo veel van de verschrikkingen van de afgelopen eeuwen zijn terug te voeren op de opvatting dat het ene ras inferieur is aan het andere”, schrijft ze. “Het verschil dat tussen rassen wordt gemaakt, heeft nog altijd grote invloed op onze politiek, onze wijken en ons zelfbeeld.” 

Hoe wij met ras omgaan is belangrijk. Ik hoor van lezers dat zij de wereld hebben leren kennen door National Geographic. Wij hebben lezers plekken laten zien waarvan ze nooit konden dromen. Deze traditie vormt onze drijfveer, en daar zijn we trots op. Daarom zijn we verplicht om in elk verhaal een juist en authentiek beeld te schetsen. 

John Edwin Mason, universitair docent gespecialiseerd in de geschiedenis van de fotografie én Afrika, is op ons verzoek in ons archief gedoken. Hij ontdekte dat National Geographic tot in de jaren zeventig vrijwel geen aandacht schonk aan gekleurde Amerikanen, hooguit af en toe in hun rol van arbeider of werkster. Tegelijkertijd werden ‘inboorlingen’ van elders afgeschilderd als exotische types (vaak naakt), gelukkige jagers en edele wilden – kortom elk denkbaar cliché. 

Anders dan bladen als Life, bood National Geographic volgens Mason zijn lezers weinig meer dan de stereotypen die diepgeworteld zijn in de blanke, Amerikaanse cultuur. 

Mason: “Amerikanen haalden hun ideeën over de wereld uit Tarzan-films en grove racistische karikaturen. Rassenscheiding was normaal. National Geographic voedde niet op, maar versterkte dat beeld, terwijl het tijdschrift enorm veel gezag had. Het genootschap was opgericht op het hoogtepunt van het kolonialisme, in een wereld verdeeld tussen kolonisator en gekoloniseerde. Die verdeling had alles met kleur te maken, en National Geographic volgde dat beeld.” 

Bij sommige stukken uit onze archieven valt je mond open, zoals een verhaal over Australië uit 1916. Bij een foto van twee Aboriginals luidt het bijschrift: “Zuid-Australische zwartjes. Deze wilden hebben de laagste intelligentie van alle mensen.” 

Ook tekenend is wat er niet in het blad stond. Mason vergeleek twee verhalen over Zuid-Afrika, uit 1962 en 1977. Het verhaal uit 1962 verscheen 2,5 jaar nadat de politie in Sharpeville 69 zwarte Zuid-Afrikanen had doodgeschoten. Velen van hen waren, al vluchtend, in hun rug geraakt. De wereld was geschokt door de moordpartij.

“In het verhaal van National Geographic worden nauwelijks problemen genoemd”, aldus Mason. “Zwarten komen niet aan het woord. De enige zwarten zijn exotische dansers, bedienden of arbeiders. Het is bizar als je je bedenkt wat de redacteuren, schrijvers en fotografen bewust niet wilden zien.”

Vergelijk dat met het stuk uit 1977, kort na de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. “Het is geen perfect artikel, maar het erkent de onderdrukking”, vertelde Mason. “Er worden zwarten getoond en oppositieleiders. Een heel ander stuk.”

We spoelen snel door naar een verhaal uit 2015 over Haïti, toen we camera’s gaven aan jonge Haïtianen en hun vroegen hun wereld te registreren. Die beelden van de Haïtianen, zegt Mason, zouden vroeger ondenkbaar zijn geweest, net als artikelen over etnische en religieuze conflicten, veranderende gendernormen, de werkelijkheid van het moderne Afrika en veel meer. 

Mason ontdekte ook een andere serie rare foto’s. “Inboorlingen die gefascineerd zijn door westerse technologie. Zo wordt een tweedeling gecreëerd tussen ons en hen, tussen beschaafd en onbeschaafd.” En dan is er nog die overmaat aan foto’s van prachtige vrouwen afkomstig van de Pacifische eilanden. 

“Als ik het met mijn studenten zou hebben over de tijd tot de jaren zestig, zou ik zeggen: ‘Denk goed na over wat je hiervan wel en niet kunt leren’”, zegt Mason. “Maar je moet ook erkennen dat National Geographic dingen goed deed, zelfs in die tijd. Mensen maakten kennis met werelden die ze niet kenden. Een tijdschrift kan dus tegelijk ogen openen en sluiten.” 

Op 4 april is het vijftig jaar geleden dat Martin Luther King werd vermoord. Een goed moment om stil te staan bij onze houding tegenover ras. En bij het feit dat de werkelijkheid blijft veranderen: over twee jaar zal, voor het eerst in de geschiedenis van de VS, minder dan de helft van alle kinderen blank zijn. Waarom denken we nog steeds langs rassenlijnen en hoe kunnen we in harmonie samenleven? We moeten ons verzetten tegen het schandalige gebruik van racisme als politieke strategie en laten zien dat we daar boven staan. 

Voor ons biedt het aprilnummer ook een mooie kans om te kijken naar de manier waarop wij de reis van de mensheid al 130 jaar illustreren. Ik wil dat een toekomstige hoofdredacteur met trots terugkijkt op ons werk – niet alleen op de verhalen die we vertellen en de manier waarop we dat doen, maar ook op de gevarieerde groep van schrijvers, redacteuren en fotografen achter dat werk. 

We hopen dat u met ons meegaat met dit onderzoek naar ras, dat deze maand begint en de rest van het jaar doorgaat. Soms zijn die verhalen, net als delen van onze eigen geschiedenis, ongemakkelijk om te lezen. Maar zoals Michele Norris elders in het aprilnummer schrijft: “Het is lastig voor een individu of een land om aan ongemak te ontsnappen als de bron van de angst niet openlijk wordt besproken.”

– Susan Goldberg, Editor in Chief

Dit verhaal komt uit de aprilnummer van National Geographic Magazine, dat vanaf 29 maart in de winkel ligt en online te koop is