Geschiedenis en Cultuur

Klassieke tempel in Egypte opgegraven

Tot de kunstobjecten die op de vindplaats werden blootgelegd, behoren een mannenkop en twee leeuwenbeelden van kalksteen. maandag, 9 april 2018

Door Elaina Zachos

Vorige week maakte het Egyptische ministerie van Oudheden bekend dat archeologen op de vindplaats van Al-Salam – zo’n 320 kilometer van de Middellandse Zee in het Egyptische deel van de Libische Woestijn – de overblijfselen van een Grieks-Romeinse tempel hebben opgegraven. De ruïnes omvatten het voorste deel van de tempel, delen van de fundamenten en het hoofdportaal. De archeologen vonden ook een bijna één meter dikke buitenmuur rond een voorhof, dat wordt omringd door meerdere vertrekken.

Volgens Ayman Ashmawi, directeur van de Oudheidkundige Dienst van het ministerie, verwachten de archeologen nog meer resten van de tempel te vinden wanneer ze de opgravingen later dit jaar hervatten.

Volgens de leider van het archeologische team, Abdel Aziz El-Demery, kwamen op de vindplaats – een kleine vijftig kilometer ten oosten van de Siwa-oase – na het verwijderen van een bovenlaag van puin muurdelen en andere bouwdelen van de tempel tevoorschijn. De lateibalken en hoekpilaren vertoonden kenmerkende Grieks-Romeinse motieven, waaronder eierlijsten, ornamentele banden met een afwisseling van ei- en pijlvormen in bas-reliëf.

De archeologen ontdekten ook fragmenten van aardewerk, munten en een mannenkop in Griekse stijl. Ook legden ze twee leeuwenbeelden van kalksteen bloot, waarvan er één zijn kop mist.

Spannende vondst

“Het verbazingwekkende is dat er niet elke dag een nieuwe tempel in Egypte wordt ontdekt,” zegt Sarah Parcak, ‘satellietarcheologe’ en National Geographic-onderzoeker. “Dit zal nieuw licht werpen op de geschiedenis van de Siwa-oase.”

De diep in de Libische of Westelijke Woestijn van Egypte gelegen Siwa-oase is vooral bekend van het orakel van Amon, dat door Alexander de Grote werd bezocht; bij die gelegenheid liet het orakel de veldheer weten dat hij de god-koning van Egypte was.

Op basis van de foto’s die tot nu toe zijn vrijgegeven, zijn de volledige omvang en samenstelling van de tempel en de bouwperiode moeilijk vast te stellen, zegt Parcak. De ontdekking zou licht kunnen werpen op de Grieks-Romeinse overheersing en activiteiten in deze periode uit de geschiedenis van Egypte. Tempels waren in die tijd niet alleen heiligdommen maar ook economische knooppunten, die door priesters werden bewoond en door plaatselijke kooplieden werd bezocht.

“Ik heb goede hoop dat dit opgravingsteam de nederzettingen of huizen van de priesters zal blootleggen,” zegt Parcak. Dat soort vondsten zou meer inzicht opleveren in het dagelijks leven en de omvang van de bevolking in deze periode.

 

Historische context

De Griekse koning Alexander de Grote veroverde Egypte in 332 v.Chr. op de Perzen. Na zijn dood kreeg een van zijn generaals, Ptolemeüs I Soter, de macht in Egypte – het begin van een dynastie van Ptolemeïsche vorsten die het land de volgende 275 jaar zouden regeren. Daarna heersten de Romeinen over Egypte, van 30 v.Chr. tot 395 n.Chr.

In de Grieks-Romeinse tijd ging de Oud-Egyptische godenwereld – en architectuur – niet ten onder. De Egyptenaren bleven hun tempels in traditionele stijl bouwen en ook hun Romeinse overheersers volgden deze traditie.

Hoewel in Egypte maar weinig ruïnes uit de Grieks-Romeinse tijd bewaard zijn gebleven, was hun architectonische erfenis blijvend. In de monumenten die door de Macedonische vorsten werden opgericht, waaronder de Tempel van Edfu op de westoever van de Nijl, werden Egyptische bouwtradities en Ptolemeïsche decoraties gecombineerd. Zo zijn de zuilen van deze tempel uitgevoerd in de vorm van de sistra, een Egyptisch muziekinstrument, en zijn ze voorzien van rijk bewerkte kapitelen. Ook omvat de tempel fraai gebeeldhouwde reliëfschermen en onderaardse crypten.

In de reliëfs zijn de Griekse invloeden duidelijk, wat onder meer blijkt uit de realistischer weergave van menselijke – en vooral vrouwelijke – figuren. Deze periode wordt ook gekenmerkt door een nieuwe aandacht voor het portret, waarbij werd aangesloten op klassieke voorbeelden en op de Oud-Egyptische beeldhouwkunst. In de Ptolemeïsche tijd waren vooral votiefbeelden van private beschermheren populair, maar de productie ervan nam na de Romeinse verovering af.

Volgens Parcak is het belangrijk dat deze ontdekkingen door Egyptische archeologen zijn gedaan, want daaruit blijkt dat het oudheidkundig onderzoek in het land van steeds hoger niveau is.

“We denken dat we al heel veel over het oude Egypte weten,” zegt Parcak, “maar er valt nog zoveel te ontdekken.”