Deze moeders creëren een thuis in het vluchtelingenkamp

Deze Zuid-Soedanese vrouwen raakten ontheemd door oorlog en conflicten. Nu bouwen ze huizen die meer zijn dan alleen een onderkomen.woensdag 16 mei 2018

Door Denise Hruby
Foto's Van Hannah Reyes Morales
fotograaf Hannah Reyes Morales

Toen de weeën begonnen, stond Mary Nakany voor de keuze. Ze kon naar de dichtstbijzijnde kraamkliniek lopen, waar een vroedvrouw en medicijnen waren. Maar dat was minstens drie kwartier lopen en dan moest ze onderweg niet stoppen vanwege de weeën. Als ze het niet tijdig zou halen, dan zou ze onderweg bevallen. Ze koos voor de privacy en veiligheid van haar eigen huis - een rond, traditioneel huis met een lemen vloer dat ze enkele maanden eerder zelf had gebouwd.

In de Zuid-Soedanese cultuur baren vrouwen in stilte, dus Mary gaf geen kik. Het eerste geluid dat 's nachts die stilte verbrak, was het gehuil van haar baby. Ze noemde het meisje Monday Kadong, naar de dag waarop ze werd geboren. Mary rustte even uit tegen de koude stenen muur. Ze sneed de navelstreng door met haar enige mes, dat bot was door het vele gebruik, en liep vervolgens naar de kraamkliniek in Pagirinya, een vluchtelingenkamp in het noorden van Oeganda.

Mary Nakany en haar kinderen, die zijn geboren in verschillende fasen van de nog steeds voortdurende strijd in Zuid-Soedan.
Mary Nakany en haar kinderen, die zijn geboren in verschillende fasen van de nog steeds voortdurende strijd in Zuid-Soedan.
fotograaf Hannah Reyes Morales

Terwijl ze over de rechte, onverharde straten van het kamp liep, kwam ze langs waterplaatsen met troebel water en latrines, waarvan er te weinig waren voor de ruim 30.000 bewoners. Twee jaar geleden zou ze ook langs de zee van witte tentjes van zeildoek zijn gelopen, die zo kenmerkend is voor gemeenschappen op de vlucht voor oorlog en andere rampen. Maar die onderkomens zijn inmiddels vervangen door traditionele Zuid-Soedanese huisjes. De nieuwe tukuls, ronde huizen met rieten daken waardoor warmte kan opstijgen, zijn opgetrokken uit leem en hebben een doorsnede van zo'n 4 meter. Ze verlenen Pagirinya een air van bestendigheid.

Ongeveer 2,5 miljoen overlevenden van de burgeroorlog in Zuid-Soedan leven als vluchteling in buurlanden zoals Oeganda. Nog eens 2 miljoen mensen bleven achter in het land, maar werden uit hun huizen verdreven toen rebellen en regeringstroepen de dorpen plunderden. Zuid-Soedan, het jongste land ter wereld, bestaat inmiddels zeven jaar, maar heeft in die tijd meer oorlog dan vrede gekend. Toen het land net twee jaar oud was, sleepten rivaliserende politici de nog jonge staat mee in een burgeroorlog. Af en toe leek de vrede onder handbereik, maar in 2016 barstte de strijd weer in alle hevigheid los. Er lopen nog steeds vredesonderhandelingen, maar deskundigen en vluchtelingen hebben de hoop op een oplossing al lang laten varen.

Zuid-Soedanese vrouwen zitten bij elkaar in een kraamkliniek in Noord-Oeganda.
Zuid-Soedanese vrouwen zitten bij elkaar in een kraamkliniek in Noord-Oeganda.
fotograaf Hannah Reyes Morales

De VN verwacht dat een groot deel van de eerste generatie van in Zuid-Soedan geboren inwoners in vluchtelingenkampen zal opgroeien. Alleen al in Pagirinya worden elke maand ongeveer veertig baby's geboren. Het is vooral de taak van de Zuid-Soedanese vrouwen om van het kamp een thuis te maken. Geschat wordt dat 85 procent van het totale aantal vluchtelingen vrouwen en kinderen zijn. In Pagirinya leven volgens de VN ongeveer twee keer zo veel volwassen vrouwen als mannen.

De tukuls zijn het tastbare bewijs van de veerkracht en het doorzettingsvermogen van de vrouwen. Neem bijvoorbeeld Grace Ondoa, die naar eigen zeggen anderhalf jaar lang sprokkelhout op de markt verkocht om genoeg geld te sparen om een huis te bouwen. Het moest groot genoeg zijn voor haar drie kinderen en haar negen neefjes en nichtjes die hun eigen ouders verloren. “Mijn man is vertrokken,” zegt ze, “omdat hij zag dat er te veel kinderen waren, en dat het te moeilijk is.”

Een paar huizen verder woont Sharon Kide. Haar man verliet haar om elders werk te vinden. Ze schat dat ze een jaar lang vijf procent van haar karige voedselrantsoen verkocht om de vier palen te kunnen kopen die nu de basis vormen voor haar huis. Het is het thuis van haar dochtertje en zoontje. Ze wist hen in veiligheid te brengen, de een op haar rug gebonden, de ander in haar armen, toen ze vluchtte voor de soldaten die haar dorp kwamen plunderen. “Dit is ons huis, dat ik heb gebouwd,” zegt ze.

Emaleda, een vrouw uit Zuid-Soedan, zit met haar kind op een mat bij hun huis in Noord-Oeganda.
Emaleda, een vrouw uit Zuid-Soedan, zit met haar kind op een mat bij hun huis in Noord-Oeganda.
fotograaf Hannah Reyes Morales

In de sterk patriarchale samenleving van Zuid-Soedan worden de huizen gewoonlijk door de mannen gebouwd. Maar nu nemen vrouwen het heft in eigen handen, vertelt Andrea Cullinan, coördinator 'gender-based violence’ voor het Bevolkingsfonds van de VN in Zuid-Soedan. Volgens haar is de ontbrekende steun en hulp van mannen niet alleen maar slecht. “Daardoor kunnen vrouwen emanciperen,” legt ze uit. “Soms levert een verandering wel eens een verbetering op. En een van de dingen die dit kan opleveren, is dat vrouwen meer zeggenschap krijgen over hun eigen leven.”

Dat geldt in ieder geval voor Mary. Eenmaal terug uit de kraamkliniek, waar ze pijnstillers kreeg en de navelstreng van baby Monday werd schoongemaakt, begint ze pap te maken op een open vuur in het huis. Dikke rook stijgt op in de krappe ruimte en blijft hangen, ondanks de kleine, driehoekige spleten die dienstdoen als raam.

“Ik heb alles gedaan voor dit huis,” vertelt ze al roerend. “Ik heb het zonder enige hulp gebouwd.”

Ze groef grond uit, mengde dat met water en gras en vormde het leemmengsel tot stenen die ze in de zon liet drogen. Ze hakte plukken riet in het bos en droeg die in bundels op haar hoofd. Ze legde de stenen en bedekte het dak zelf met het riet.

Ze moest touw kopen om het dak aan de muren te bevestigen. Van elk rantsoen graan dat ze kreeg, verkocht ze een handje. Door een maand lang te leven van het absolute minimum, verdiende ze 5000 Oegandese shilling, iets meer dan een euro.

Door jerrycans met water van waterplaatsen naar de markt te dragen, verdiende ze nog eens 500 Oegandese shilling per dag. Drie maanden later kon ze met de bouw beginnen.

Kinderen klimmen op een glijbaan in een speeltuintje in een vluchtelingenkamp in Noord-Oeganda.
Kinderen klimmen op een glijbaan in een speeltuintje in een vluchtelingenkamp in Noord-Oeganda.
fotograaf Hannah Reyes Morales
Een vrouw doet het haar van een andere jonge vrouw op een 'Protection of Civilians'-terrein in Zuid-Soedan. Deze terreinen, die bedoeld zijn voor mensen die binnen de landsgrenzen ontheemd zijn geraakt, worden vooral bewoond door vrouwen.
Een vrouw doet het haar van een andere jonge vrouw op een 'Protection of Civilians'-terrein in Zuid-Soedan. Deze terreinen, die bedoeld zijn voor mensen die binnen de landsgrenzen ontheemd zijn geraakt, worden vooral bewoond door vrouwen.
fotograaf Hannah Reyes Morales

De Eerste Soedanese Burgeroorlog begon in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het conflict verspreidde zich over de noordelijke en zuidelijke regio's van het land tot in 2011 Zuid-Soedan zich afscheidde en als zelfstandige natie werd opgericht. Juba, de nieuwe hoofdstad van Zuid-Soedan, lonkte voor Mary en haar echtgenoot en leek een betere toekomst te beloven.

Haar inmiddels 5-jarige zoontje werd geboren in de buitenwijken van de hoofdstad, in een krappe hut die haar man had gebouwd, met een dak en muren van stro. “Hij was niet mooi, niet zoals deze,” zegt ze, terwijl ze naar haar eigen lemen huis kijkt.

Maar Juba bleek ongekende kansen te bieden voor de boerendochter. Met een kleine investering van haar man, die soldaat was, kocht ze uien en tomaten. Ze stalde ze uit op een geplaveide weg, iets dat ze nooit eerder zag, en verkocht ze met winst.

Ze droomde van “alle dingen die mogelijk waren,” zegt ze. “Een eigen handeltje, een school voor de kinderen, geld om naar mijn ouders te sturen.”

Monday, de baby van Mary, krijgt de nodige verzorging in een kraamkliniek in een vluchtelingenkamp in Noord-Oeganda.
Monday, de baby van Mary, krijgt de nodige verzorging in een kraamkliniek in een vluchtelingenkamp in Noord-Oeganda.
fotograaf Hannah Reyes Morales

In december 2013 schrok ze wakker van het geluid van geweerschoten. Troepen die loyaal waren aan de president en aanhangers van de oppositie waren met elkaar in gevecht geraakt. Alleen al in Juba vielen honderden doden.

“Nu zijn mijn dromen veranderd in nachtmerries,” vertelt Mary. Het gezin vluchtte naar de veiligheid van hun dorp, diep in de bergen in het zuidoosten van het land. Daar beviel Mary van een meisje.

In 2016 breidden de gevechten zich verder uit. Soldaten vielen het dorp aan en staken de tukuls in brand. Mary werd van haar man gescheiden en sloeg op de vlucht met haar twee kinderen. In haar haast verloor ze haar sandalen. Negen dagen later kwam ze aan in Pagirinya. Daar werd ze weer met haar man verenigd, maar hij ging niet lang daarna terug naar Zuid-Soedan. Vorig jaar hoorde ze dat hij was gedood.

Enkele uren nadat Mary en Monday terug zijn gekeerd in haar tukul, betrekt de lucht. Windvlagen gieren om de ronde huisjes in het kamp. Haar twee kinderen, die buiten aan het spelen waren, rennen joelend terug naar hun huisje. Ze komen binnen vlak voor de moesson losbarst.

De pap is klaar en de rook lost op. Met een zelf gesneden houten lepel geeft Mary haar kinderen te eten.

Vanaf het rieten dak komen spinnetjes naar beneden aan zijden draadjes.

“Als ik naar dit huis kijk, ga ik denken,” zegt Mary. “Ik denk aan hoe mijn man ons eerste huis bouwde, en hoe ik dit huis zelf bouwde.”

Het is niet het leven waar ze in Juba van droomde, en niet het leven dat ze gehad zou hebben in haar eigen dorp. Maar terwijl het gezin bij elkaar kruipt, buiten de regen neergutst en ze wat vuil van het gezichtje van Monday veegt, wordt duidelijk dat het huis dat Mary bouwde meer is dan alleen beschutting tegen wind en regen: het is een thuis.

Een meisje kijkt door het raam naar buiten.
Een meisje kijkt door het raam naar buiten.
fotograaf Hannah Reyes Morales

Dit verhaal kwam mede tot stand dankzij het African Great Lakes Reporting Initiative van de International Women’s Media Foundation.

Lees meer