Geschiedenis en Cultuur

Picasso: Genie in de kunstwereld

Gedreven door een onstuitbare scheppingsgedrag ontwikkelde Picasso zich van wonderkind tot kunsticoon. vrijdag, 4 mei 2018

Door Claudia Kalb

Bijna een halve eeuw na Picasso’s dood is zijn werk nog altijd betoverend, verwarrend en boeiend. Als jonge kunstenaar al haalde Picasso met zijn gefragmenteerde gezichten en verwarrende perspectieven onze vertrouwde blik op de wereld onderuit. Hij werkte als een bezetene en kende diverse stijlperioden – de blauwe en roze periode, de Afrikaanse periode, het kubisme en het surrealisme – en maakte duizenden sculpturen, tekeningen, etsen, keramische werken en schilderijen. Albert Einstein ontdekte zwaartekrachtsgolven in de kosmos, en Picasso pikte veranderingen in de samenleving op, lang voordat het grote publiek zich daarvan bewust werd.

Hoe verloopt de ontwikkeling van pasgeborene tot creatief genie? Hoe kan één man onze manier van kijken zo ingrijpend veranderen? Picasso gedroeg zich nogal onvoorspelbaar. Het circusbestaan en de dood bij het stierenvechten fascineerden hem. In gedrag laveerde hij tussen uitbundig en stil, tussen verliefd en overheersend. Picasso was als kind al een veelbelovend talent en schilderde op hoge leeftijd nog musketiers en stierenvechters. Dat het jonge tekentalent zou uitgroeien tot een groots kunstenaar, daar twijfelde niemand aan.

Om tot grote hoogte te kunnen stijgen, heeft een genie de steun nodig van ouders en leraren die het talent herkennen en stimuleren. Picasso’s moeder, María Picasso López, had gebeden om een zoon en droeg haar eerstgeborene op handen. “Zijn moeder was weg van hem”, zegt Claude Picasso, die de artistieke nalatenschap van zijn vader beheert. Vanaf zijn vroegste jeugd communiceerde Pablo via de kunst; hij tekende al voordat hij kon praten. Zijn eerste woordje was piz, naar lápiz (potlood). Picasso had, net als Mozart, ook een vakgenoot als vader. José Ruiz Blasco was kunstenaar en de eerste leraar van zijn zoon. “Een betere leerling heeft hij in zijn leven niet gehad”, zegt Claude. Artistiek gezien streefde Picasso zijn vader al vroeg voorbij.

Hij was zo getalenteerd dat hij als zestienjarige werd toegelaten tot de prestigieuze Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Sint­Ferdinand in Madrid. In het Prado bestudeerde hij het werk van door hem bewonderde Spaanse meesters als Diego Velázquez en El Greco. Kunst, vertelt Claude, was “het enige wat hem interesseerde. Hij viel volledig samen met zijn kunst. Hij was kunstenaar in hart en nieren.”

Picasso was nog jong toen Paul Cézanne, Georges Seurat en andere post­ impressionisten zich bevrijdden van de lichte penseelvoering van het impressionisme, en een geometrische opbouw en een emotionele lading toevoegden aan hun werk. Hij stormde als een wilde stier de kunstwereld binnen. Met Les Demoiselles d’Avignon van 1907 doorbrak hij alle traditionele regels op het gebied van compositie, perspectief en esthetiek.

Het werk toont vijf naakte vrouwen – met mismaakte gezichten en hoekige lichamen – in een bordeel. Het tafereel joeg zelfs Picasso’s beste vrienden schrik aan, maar dit schilderij zou het beginpunt zijn van een radicale stroming in de kunst – het kubisme – en al snel doorstoten naar de top van de belangrijkste schilderijen van de twintigste eeuw. Op dat moment “schopte hij alles onderuit dat op dat moment in de kunst gebruikelijk was”, zegt Claude.

Picasso was geen kunstenaar die werkte om een publiek te behagen. Hij werkte zelden in opdracht, maar schilderde wat hij zelf wilde en rekende erop dat er belangstelling zou zijn voor zijn werk, vertelt zijn zoon.

Lees meer over het indrukwekkende leven van Picasso en de inspiratie achter zijn kunstwerken in het meinummer van National Geographic Magazine.