Geschiedenis en Cultuur

Vliegende reus in Transsylvanië ontdekt

Pas maar op, Dracula: een nieuw vliegend reptiel kan worden toegevoegd aan de spectaculaire fauna van enorme pterosauriërs die ooit Roemenië onveilig maakte. maandag, 14 mei 2018

Door John Pickrell

Het fossiel van een kaakbeen dat in Roemenië is gevonden, is het grootste bot van een pterosauriër dat ooit is ontdekt. Het kan worden toegeschreven aan een reusachtige soort, die met een spanwijdte van bijna negen meter zijn dreigende schaduw over een gebied liet vallen dat nu tot Transsylvanië behoort.

Helemaal aan het einde van het Krijt, toen de zeespiegel veel hoger lag dan nu, leefde dit reptiel op een eiland in een archipel, kort voordat alle pterosauriërsoorten – samen met alle niet-vliegende dinosauriërs – 66 miljoen jaar geleden uitstierven.

Het dier was waarschijnlijk een vrij gedrongen, robuuste pterosauriër, met een korte nek en een grote kop. Het kan een alleseter zijn geweest, die zich in het rivierenstelsel waar het leefde, met dinsosauriëreieren, kleine krokodillen, zoetwaterschildpadden en grote vissen voedde.

“Het is niet de grootste pterosauriër die ooit is gevonden, maar het is wel het grootste onderkaakbeen dat tot nu toe is blootgelegd, met een gereconstrueerde lengte van 110 tot 130 centimeter,” aldus Mátyás Vremir, paleontoloog van de vriendenstichting van het Siebenbürgisches Museum in het Duitse Gündelsheim en hoofdauteur van het nieuwe onderzoek, dat is verschenen in het vakblad Lethaia.

“Dat zou kunnen wijzen op een pterosauriër van enorme afmetingen –mogelijk met een spanwijdte van acht à negen meter.”

Het monster is de derde soort reuzenpterosauriër die tot dusver is ontdekt in de regio Transsylvanië, die zich kan beroepen op de grootste verzameling van dit soort spectaculair grote, vliegende reptielen. Tot de ontdekte soorten behoort een reus die in 2009 werd gevonden en van de onderzoekers de bijnaam ‘Dracula’ kreeg. Het is mogelijk de grootste pterosauriër is die ooit heeft geleefd.

Met deze recente vondst en die van andere pterosauriërs in Roemenië krijgen paleontologen een beter beeld van de plaats die deze wonderbaarlijke gevleugelde dinosauriërs in hun prehistorische ecosystemen innamen.

“Na meer dan een eeuw aan opgravingen in Transsylvanië was er, afgezien van een paar botresten, niets bekend over pterosauriërs – tot zestien jaar geleden,” legt Vremir uit. “En in de afgelopen tien jaar is het beeld aanzienlijk veranderd en zijn er op diverse vindplaatsen meer dan vijftig fossielen ontdekt.”

Enorme afmetingen

Het reusachtige kaakbeen – het enige deel van het pas ontdekte dier dat tot nu toe is gevonden – werd al in 1978 opgegraven in de streek Haţeg in Transsylvanië, maar het werd destijds niet herkend als een pterosauriërbot. Vremir en medeauteur Gareth Dyke, paleontoloog aan de Universiteit van Debrecen in Hongarije, bestudeerden in 2011 de fossielencollectie van het paleontologisch museum van Boekarest en legden het verband met de pterosauriërs.

Een van de grootste pterosauriërs ooit was de Hatzegopteryx, die eveneens in Haţeg werd ontdekt. Dit reptiel was zo groot als een giraffe en had waarschijnlijk een spanwijdte van bijna elf meter. Gezien de overeenkomsten tussen het pas ontdekte fossiel en het kaakbeen van een verwante Hongaarse pterosauriër genaamd Bakonydraco, denken Vremir en zijn collega’s dat de nog onbenoemde soort een wat grotere en steviger kop moet hebben gehad dan Hatzegopteryx, maar dat het dier als geheel iets kleiner moet zijn geweest.

Al deze pterosauriërsoorten behoren tot een groep van merkwaardig gevormde reuzen genaamd ‘azhdarchiden’, die goed op vier ledematen konden lopen en op de grond jaagden.

Deze dieren bestonden in feite “uit een enorme bek en nek, met vleugels eraan vastgeschroefd,” zegt Michael Habib, pterosauriërexpert van de University of Southern California. Een vrij normale azhdarchide als de Noord-Amerikaanse Quetzalcoatlus had een kop (met snavel) die zo’n drieënhalve keer langer was dan de hele romp van het dier, van de schouders tot de heupen.

“Sommige waren wat langer en slanker, terwijl andere steviger en robuuster waren en waarschijnlijk ook op grotere prooien jaagden,” zegt Habib. “We leiden dat af uit andere gegevens, want er zijn niet veel fossielen gevonden. Daarbij denken we dat het nu ontdekte dier aan de robuuste kant van het spectrum stond en misschien iets grotere prooien verschalkte dan de azhdarchiden, die een meer pincet-achtige bek hadden.”

Eilandbewoners

Het nieuwe fossiel werd gevonden in het kader van een breder onderzoek, waarbij opnieuw werd gekeken naar de pterosauriërs die in de afgelopen jaren in Transsylvanische afzettingen uit de laatste periode van het Krijt zijn gevonden. Bekeken wordt wat deze fossielen kunnen vertellen over het prehistorische eiland waarop deze reptielen leefden, zegt Vremir.

“Er lijkt zich daar gedurende het late Krijt een concentratie van reuzen te hebben ontwikkeld. Mogelijk is er sprake van meerdere pterosauriërsoorten die elkaar in tijd overlappen en die allemaal zeer groot werden,” zegt Habib. “Het zou kunnen dat er omstandigheden heersten die uitzonderlijk gunstig voor deze dieren waren.”

Als een van deze op de grond jagende reuzen landde op een eiland in de archipel die nu in het huidige Transsylvanië ligt, dan waren ze daar mogelijk de grootste roofdieren en vonden ze er veiligheid, een overvloed aan prooidieren en goede nestplaatsen.

Misschien waren het zulke omstandigheden die ook de pterosauriër met de bijnaam ‘Dracula’ tot reusachtige proporties deed uitgroeien – tot aan de grens van wat voor vliegende reptielen mogelijk wordt geacht.

Hoewel er nog geen wetenschappelijke beschrijving van deze soort is gepubliceerd, is er een levensgrote reconstructie van ‘Dracula’ te zien in het Dinosaurier-Park Altmühltal in het Duitse Denkendorf. Op de grond was dit reptiel drieënhalve meter hoog; de spanwijdte was bijna twaalf meter. Maar gezien de vorm van enkele van de botten van het dier, waaronder die in de schouder en de vleugel, zou het kunnen dat dit reptiel niet kon vliegen.

Dat betekent niet dat verwante soorten hun hele leven lang aan de grond bleven, zegt Habib. Ze zouden als kuikens een beetje hebben kunnen vliegen, waarna ze die vaardigheid als volwassen dieren langzaam kwijtraakten, naarmate ze door hun enorme omvang en gewicht niet langer het risico liepen om zelf door roofdieren te worden verschalkt.

“Ik ben er vrij zeker van dat de reus die bij Sebeș is gevonden [‘Dracula’], niet kon vliegen,” zegt Vremir. “Een goede analogie zou de olifantsvogel van Madagaskar zijn, want ook Transsylvanië was in het zeer late Krijt een eiland.”

De reusachtige pterosauriërs uit Roemenië “lijken wat diverser en vreemder te zijn geweest dan andere soorten die we kennen,” zegt ook Dave Hone, paleontoloog aan de Queen Mary University of London. “Eilanden staan er bekend om dat ze heel vreemde dieren voortbrengen. We kennen een hele hoop rare dinosauriërs uit Haţeg en we hebben daar een situatie waarin de echt grote vleeseters ontbreken, dus waren deze pterosauriërs in feite de plaatsvervangers van de tyrannosaurussen.”

Volg John Pickrell op Twitter.