Geschiedenis en Cultuur

In de voetsporen van de Boeren door Zuid-Afrika

Op zoek naar hun eigen beloofde land, vochten de afstammelingen van Nederlandse kolonisten in Zuid-Afrika beroemde veldslagen uit. Die vormen een geweldige rode draad voor reizen naar een ander, nog vrijwel onontgonnen Zuid-Afrika. woensdag, 28 november

Door Philip Dröge

Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 4, 2018

‘Iedereen gaat in Zuid-Afrika naar het Krugerpark en Kaapstad, we krijgen hier eigenlijk maar heel weinig gasten,’ zegt gids Simon Blackburn, tevens eigenaar van de prachtige Three Tree Hill Lodge aan de voet van de Drakensbergen. ‘Het is echt voor fijnproevers,’ zegt hij.

Hij stuurt zijn Landrover voorzichtig naar boven over een wild meanderende weg. Een voor een doemen de grillig gevormde pieken op aan de horizon, als schaakstukken op het bord van de Afrikaanse geschiedenis. Het is adembenemend mooi. Dat niet meer toeristen deze streek weten te vinden, is een klein wonder: de Drakensbergen en omgeving zijn een bijna perfecte combinatie van natuurschoon, cultuur en historie.

Vooral vanwege die geschiedenis zijn we hier. Deze plek, zo ver van de polder, heeft een duidelijke link met Nederland. Dat komt door een volk dat bekendstaat onder vele namen. Boeren of Boers (spreek uit buurs) worden ze meestal genoemd, maar ook Voortrekkers of Afrikaners. Mensen met namen als Potgieter, Prinsloo en Van Barneveld, kolonisten die begin negentiende eeuw door het gebied trokken en vooral twee dingen gemeen hadden: ze spraken een Nederlands dialect en ze waren zeer gelovig. Ooit waren hun ouders en grootouders als contractarbeiders door de VOC naar de Kaap gehaald. Maar daar wilden ze niet blijven, want de Britten waren er de baas geworden. Net als het Joodse volk uit hun geliefde Bijbel, waren ook zij op zoek naar een beloofd land, dat ergens achter de Drakensbergen moest liggen. Als God het wilde, moest in dat onbekende oord een nieuw vaderland verrijzen, waar ze volgens hun rotsvaste Bijbelse principes konden gaan leven.

Blackburn stuurt zijn landrover van de provinciale weg af, een ruig zandpad op. Na tien minuten hotsen en botsen komen we aan op een locatie die in de geschiedenis van de Boeren een zeer belangrijke rol speelt: de Retiefpas. In deze kloof boven op een berg schreef de jonge Debora Retief in 1837 de naam van haar vader Piet met groene verf op de rotsen. Zo wilde ze hun aanwezigheid op de berg gedenken. Ze hadden er dagen over gedaan om boven te komen. Aan de andere kant lag hun beloofde land, dachten ze.

De naam van Piet Retief en het jaartal 1838 siert nog steeds de rotswand, zie ik na een klauterpartij. Het is logisch dat Debora uitgerekend hier haar graffiti aanbracht. De rotsen vormen dankzij erosie een soort omgekeerde kom die in de verte doet denken aan een kathedraal. Kerkeberg, noemden de Boeren deze plek dan ook. Een kleine glasplaat, al jaren niet meer schoongepoetst, is aangebracht boven de naam, om slijtage tegen te gaan.

Met Piet Retief liep het trouwens slecht af, vandaar dat zijn geverfde naam een bijna legendarische betekenis kreeg. Op weg naar het beloofde land stootte hij met zijn trekgenoten op een ander volk dat kort ervoor op drift was geraakt op zoek naar weidegronden voor het vee: de Zoeloes. Boeren en Zoeloes konden het aanvankelijk goed met elkaar vinden, maar niet veel later sloeg de vlam in de pan. Tijdens een overleg met de Zoeloekoning werd Retief samen met enkele tientallen andere boeren op bijzonder gruwelijke manier gedood. Hij zou, net als Mozes, zijn beloofde land nooit zien.

Zijn dood vormde de opmaat naar een lange reeks van veldslagen en moordpartijen. Liefst drie partijen vochten een eeuw lang om dominantie in het oosten en noorden van Zuid-Afrika: de Boeren, de Britten en de Zoeloes. Ze leverden strijd in spectaculaire landschappen. De veldslagen zijn een geweldige rode draad voor reizigers die dit land willen bezoeken.

Rijdend aan de andere kant van de Drakensbergen valt op hoe onontgonnen dit deel van het land is. Anderhalve eeuw na de komst van de Boeren zijn grote gebieden nog nauwelijks bevolkt. Daar waar wel dorpen zijn ontstaan, lijken de gebouwen vaak lukraak en ver van elkaar neergezet, alsof de bewoners net zijn aangekomen en vooral geen behoefte hebben aan buren.

De natuur maakt de paar nederzettingen optisch nog kleiner. Grillig gevormde tafelbergen torenen loodrecht boven het relatief vlakke landschap uit, bruine rivieren doorsnijden de weelderige groene vlakten. Geen wonder dat de Boeren hierin hun land van melk en honing zagen. Maar het zou nog tientallen jaren en vele veldslagen duren voor ze het land definitief het hunne mochten noemen.

Aanvankelijk stichtten ze twee Boerenstaten: Transvaal en Oranje Vrijstaat. In die laatste voormalige republiek zijn we nu. God had woord gehouden, zo leek het. Maar de Here geeft en de Here neemt. Net buiten het gebied van de Boeren werden diamanten gevonden, niet veel later volgde goud.

De Britten, die aanvankelijk alleen in het kustgebied geïnteresseerd waren, trokken het binnenland in. Die rare Nederlandstalige republiekjes moesten worden geannexeerd. Opnieuw werd het oorlog. Het machtige Britse Rijk tegen wat ongeorganiseerde boeren: een eitje, zo leek het. Maar het liep anders. We rijden verder, naar misschien wel het belangrijkste slagveld van allemaal.

Kwiek tippelt Ron Gold de helling van de berg Majuba op. We hebben onze gids net ontmoet in het enige café van een stoffig dorpje. Vanaf daar heeft hij ons meegenomen naar een monumentaal slagveld, boven op een berg. Zoals bijna overal in deze streek, zijn we er alleen. Al lopend vertelt Ron waarom deze berg zo belangrijk is in de geschiedenis van Zuid- Afrika. ‘Het was 1881 en de Britten probeerden de Boeren te onderwerpen.’ Een van de bevelhebbers zag de berg Majuba liggen en vond het een goed idee om de top te bezetten. ‘Standaard Britse tactiek,’ zegt Ron. ‘Altijd op het hoogste punt gaan zitten zodat je het laagland er omheen kunt controleren.’ In dat laagland zaten de Nederlandstalige Boeren, wisten de Britten. Maar die zouden zich na zulk machtsvertoon spontaan overgeven.

Met zijn stok wijst Ron aan waarom een kamp op Majuba zo’n slecht idee was. De berghelling loopt niet taps toe, er zijn steeds hoekjes om te schuilen. Maar toch, wie zou de zwaarbewapende Britten op de top iets kunnen maken? De Boeren hadden militaire organisatie noch commandostructuur en waren met weinigen. De Britten waren allemaal goed getraind en met vele honderden. Het was bovendien zondag, rustdag voor de zwaargelovige Boeren. Geen dag om te vechten.

Maar juist in de kerk kwamen de volwassen mannen uit de regio elkaar tegen. Ze besloten na de mis om te proberen de Majuba vanuit verschillende richtingen te beklimmen. God zou het wel begrijpen als ze één keer de voorgeschreven rust zouden overslaan.

We lopen met Ron langs de paden die zij ook hebben gebruikt. Het is een prachtige klim, met steeds weidser uitzicht over een vruchtbare groene vallei. We zijn inderdaad onzichtbaar vanaf de top, zoals Ron voorspelde. Als we boven aankomen, zien we in de verte monumentjes die het Britse leger later heeft aangelegd. Majuba werd namelijk een bloedbad voor het machtige Britse Rijk. Honderden Britten werden gedood. De rest gaf zich over.

‘Hier stond een van de bevelhebbers,’ vertelt Ron. ‘Hij zei: ‘Ik geloof dat ik daar een Boer zie.’’ Een moment later explodeerde zijn hoofd. ‘Een kogel die van driehonderd meter verderop werd afgevuurd raakte zijn schedel. Zo goed konden de Boeren schieten.’ Er volgde chaos. Ook andere officieren vonden de dood, de manschappen wisten niet wat te doen. Sommigen sprongen van de steile kant van Majuba. Ze werden later met gebroken botten aan de voet van de berg gevonden.

De Boeren bleven baas in eigen huis. Een handvol kolonisten deed het grote Britse Rijk even wankelen.

Twintig jaar later, een nieuwe berg, een nieuwe confrontatie. Boven op Spionkop (‘uitzichtstop’) verzamelt zich een nieuwe generatie Britse soldaten. Opnieuw denken ze de vallei onder zich zo te kunnen controleren. Eindelijk moet heel Zuid-Afrika onder Brits bestuur komen. De soldaten maken op de top loopgraven – zonder te weten dat ze hun eigen graf aan het delven zijn.

In een notendop: de Britten maakten de fout van Majuba opnieuw. Ze zaten op een berg die je in de ‘schaduw’ kunt benaderen, dus zonder dat de mensen op de top je kunnen zien. Alleen waren de Boeren van 1900 nog beter bewapend dan hun voorvaderen.

Ze hadden zelfs geschut en semiautomatische wapens. Het resultaat was de grootste nederlaag van het Britse leger in de koloniale geschiedenis. De loopgraaf waarin de soldaten zaten, was aan het einde van de slag bezaaid met dode lichamen. Er werd aarde bovenop gegooid, een kant-en-klaar massagraf. Witte stenen tonen de plek waar ze liggen.

Een trieste plek. De kennis van wat hier is gebeurd, contrasteert zo sterk met de schoonheid van de omgeving dat het moeilijk is om niet verward te raken. Aan alle kanten strekt zich een landschap uit dat zo Afrikaans is dat het bijna een cliché wordt. Duizenden acacia’s vullen een glooiend groen dal waar de rivier Tugela doorheen stroomt. In Nederland is er menige straat naar vernoemd.

De Boeren wonen er nog steeds, en veel Boeren spreken inmiddels vloeiend Zoeloe. De huidige incarnatie van hun land is een nieuw Zuid-Afrika. Het beloofde land is een natie van vele kleuren en culturen geworden.

Bekijk de hele fotoreportage

Lees meer op natgeo.nl/reizen

Philip Dröge schreef eerder voor Traveler over het Indonesische eiland Soembawa. Als schrijver van historische boeken houdt hij van bestemmingen waar de geschiedenis voor het oprapen ligt.

Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 4, 2018