Carnaval in de Cariben

Mythische wezens en demonen van Afrikaanse, Indiaanse of Europese oorsprong luisteren de carnavalsvieringen in de nieuwe wereld op. Ze steken de draak met de voormalige onderdrukkers.donderdag 28 februari 2019

Door Jacqueline Charles
Foto's Van Charles Fréger
Panama - Sacramentsdag, de dag waarop het lichaam en bloed van Christus worden geëerd, valt in Chepo meestal halverwege juni. In de Nieuwe Wereld gebruikte de katholieke kerk het feest om indianen en Afrikaanse ex-slaven met straattheater te bekeren. De geschiedenis van Chepo kent ook de figuur van Bayano, de cimarrón-koning die in 1552 een grote slavenopstand aanvoerde. De outfits van deze tieners bestaan uit een masker van papier-maché en spiegeltjes, die ook in de West-Afrikaanse cultuur worden gebruikt.
Panama - Sacramentsdag, de dag waarop het lichaam en bloed van Christus worden geëerd, valt in Chepo meestal halverwege juni. In de Nieuwe Wereld gebruikte de katholieke kerk het feest om indianen en Afrikaanse ex-slaven met straattheater te bekeren. De geschiedenis van Chepo kent ook de figuur van Bayano, de cimarrón-koning die in 1552 een grote slavenopstand aanvoerde. De outfits van deze tieners bestaan uit een masker van papier-maché en spiegeltjes, die ook in de West-Afrikaanse cultuur worden gebruikt.
Dit verhaal verscheen in de februari 2019 editie van National Geographic magazine.

Een paar jaar geleden bezocht ik in het zuidoosten van Haïti, weg van de toeristische routes, het havenstadje Jacmel. Daar wordt Kanaval, het Haïtiaanse ‘carnaval’, een week vóór het landelijke feest in Port-au-Prince gevierd.

Daar, in de Haïtiaanse hoofdstad, draaien de festiviteiten rond de méringues, de carnavalsliedjes, maar Jacmel is iets heel anders. Met roet besmeurde jongens die dansen op de klanken van voodooritmen, muzikanten met trommels van oud metaal en trompetten van hergebruikte bamboe: elk ritme heeft zijn eigen verhaal, en allemaal brengen ze je aan het dansen. Smalle straatjes die volstromen met de wildste uitingen van kunstzinnigheid: adembenemende verbeeldingen van de duivel, mythische reuzenwezens, groteske maskers van papier­maché.

Voor sommigen is carnaval, zeker Mardi Gras in New Orleans, een tijd van veel te blote lijven en het aanzetten tot laveloosheid en bandeloos seksueel gedrag. Maar in delen van het Caribisch gebied is carnaval méér dan de joligheid die zo veel nadruk heeft gekregen in het toeristisch vertier. Het is een artistiek podium, een levendig platform voor opinies en een trotse uitdrukking van het culturele zelfbewustzijn van de afstammelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen. In de achttiende eeuw mochten zij hun eigen goden niet vereren en niet meedoen aan de gemaskerde bals die hun Franse en Britse meesters hielden voorafgaand aan de vastentijd. Dus smeedden ze hun Afrikaanse tradities en koloniale rituelen samen tot hun eigen feest.

Tegenwoordig nemen feestdagen als Sacramentsdag, Driekoningen en de Allerzielen in de cultuur van Afrikaanse afstammelingen in de Nieuwe Wereld allerlei vormen aan en vallen ze soms op verschillende dagen. Maar gemeenschappelijke elementen zijn er ook. Rebelse rituelen met kleurrijke en woest uitgedoste figuren vertellen christelijke, folkloristische en inheemse verhalen. De feestvierders verbergen hun identiteit achter fraaie maskers en uiten zo grieven of ze pleiten, zoals in Haïti, in een sfeer van vertier en parodie voor sociale verandering.

‘Het is rebellie die zich uit in cultureel verzet,’ zegt Henry Navarro Delgado van de Ryerson University in Toronto, die carnavalsmode onderzocht. ‘Het biedt mensen de kans zichzelf te presenteren zoals ze dat eigenlijk willen.’

Sommigen besmeren hun lichaam met verf en modder. Anderen dossen zich uit in de felle kleuren van Afrikaanse goden, zoals het rood­zwart van Ogún, de god van oorlog en ijzer, of het blauw­goud van Erzulie Dantor, godin van de jaloezie en de passie in de Haïtiaanse voodoo.

Een populaire en centrale figuur in veel carnavals is de ondeugende diablo, de duivel. In de Dominicaanse Republiek is hij een hinkende grappenmaker met een zweep. In Trinidad is hij blauw en wordt hij door andere demonen bespot en geslagen – een herinnering aan de wreedheid van de slavernij. En in Panama is hij een slavendrijver die de zweep laat knallen en vecht met ontsnapte slaven, de cimarróns, waarbij hij een dans uit Congo uitvoert die het slavenverzet tegen de Spaanse onderdrukker viert. In het rooms­katholicisme en de Europese cultuur staat de duivel voor het kwaad, maar met carnaval is hij vaak een ondeugende geest die goed en kwaad weer een beetje in balans brengt.

Geen carnaval is compleet zonder de gemaskerde dansen die de relatie tussen slaven en hun koloniale meesters uitbeelden, en die soms ook de onderdrukkers bespotten.

Voor veel van deze dansen moet je trainen, zegt Amy Groleau, conservator Latijns­Amerikaanse en Caribische collecties van het Museum of International Folk Art in Santa Fe, New Mexico. Ze wijst op thema’s die verschillen uitdrukken tussen klassen, etnische achtergronden en dieren. ‘Al deze figuren hebben iets heiligs,’ zegt zij.

Of het nu gaat om dierenfiguren uit Colombia of om Qhapaq Negro, een dans waarin Afro­Peruanen slaven spelen die met de conquistadores meekwamen, carnaval is méér dan een bacchanaal. Het is een symbool van historisch erfgoed dat eenheid schept, ongeacht taal of afkomst.

Jacqueline Charles schrijft voor de Miami Herald over Haïti en het Caribisch gebied. Van fotograaf Charles Fréger verschijnt dit voorjaar het boek Cimarron: Freedom and Masquerade.

Lees meer