Geschiedenis en Cultuur

Waarom Leonardo da Vinci nog steeds voortleeft – 500 jaar na zijn dood

Vijfhonderd jaar geleden overleed Leonardo da Vinci. Anno 2019 staan we nog altijd versteld van zijn creativiteit en vooruitziende blik op het gebied van wetenschap, kunst en techniek. donderdag, 25 april 2019

Door Claudia Kalb
Foto's Van Paolo Woods, Gabriele Galimberti

Dit verhaal verschijnt in de mei 2019 editie van National Geographic Magazine.

Nog nooit heb ik twee eeuwen zo met elkaar in botsing voelen komen. Buiten de imposante kasteelmuren maken toeristen selfies en snuffelen ze tussen de theedoeken en andere souvenirs. 

Maar binnen, wanneer ik de gewelfde, met waterspuwers gedecoreerde poort voorbij ben, trekt Leonardo da Vinci me direct de Renaissance in. 

Ik ben naar Windsor Castle gekomen om de collectie tekeningen van Da Vinci van de Britse koningin te bezichtigen. In het prentenkabinet kan ik mijn blik niet van het album afhouden dat eind zestiende eeuw in leer werd gebonden. Gouden ornamenten sieren de rug van het boek. Disegni di Leonardo da Vinci Restaurati da Pompeo Leoni meldt het omslag (tekeningen door Leonardo da Vinci, beheerd door Pompeo Leoni).

De Italiaanse beeldhouwer Leoni kocht Da Vinci’s tekeningen van de zoon van diens trouwe leerling Francesco Melzi, en bond ze in in ten minste twee albums. Rond het jaar 1690 is Leoni’s collectie in de koninklijke verzameling beland: 234 foliovellen, vol tekeningen en schrijfsels.

Martin Clayton, hoofd prenten en tekeningen van de Royal Collection Trust, toont me een selectie uit deze vellen. Meteen zie je hoe breed Da Vinci’s belangstelling was: plantkunde, geologie, hydraulica, architectuur, militair materieel, kostuumontwerp, meetkunde, cartografie, optiek, anatomie.

De tekeningen zijn adembenemend. De kleinste is zo groot als een postzegel, met een vrouwelijke torso, in slechts een paar subtiele lijnen. De meest iconische is die van een foetus in de baarmoeder, liefdevol getekend met rood krijt en gebogen arceringen.

Leonardo da Vinci bestudeerde alle onderwerpen met dezelfde visuele precisie: mortieren die een fort bombarderen, de umbra en penumbra van schaduw, een hart, en alle mogelijke menselijke gezichtsuitdrukkingen. 

Da Vinci zocht naar antwoorden op een stortvloed aan vragen. Waarom zijn sterren ’s nachts te zien en overdag niet? Hoe zit het met de verhouding tussen de dikte van de takken en de stam van een boom? Wat scheidt water en lucht? Waar bevindt de ziel zich? Wat is niezen, gapen, honger, dorst, wat is lust?

Zijn vruchtbare intelligentie komt tot leven op elk van de zevenduizend vellen die worden bewaard in Windsor, in bibliotheken in Parijs, Londen, Madrid, Turijn en Milaan, en in de privécollectie van Bill Gates. 

Naar aanleiding van zijn vijfhonderdste sterfjaar beleven Da Vinci’s notitieboeken, ook bekend als codices, dit jaar een eigen renaissance. Musea tonen zijn schetsen, geleerden publiceren nieuwe analyses die nog weer dieper graven in het volledige spectrum van zijn scheppingen. Ook specialisten op de vakgebieden die Da Vinci bestudeerde, van geneeskunde tot mechanica tot muziek, ontlenen nieuwe, waardevolle inzichten aan de eeuwenoude aantekeningen. 

In de woorden van kunsthistoricus en Da Vinci-specialist Martin Kemp: ‘Onder zijn voorgangers of tijdgenoten is er niemand die iets heeft geproduceerd dat net zo’n breed terrein beschrijft, net zo briljant is en visueel intens. Na hem ook niet.’ 

Leonardo da Vinci werd geboren op 15 april 1452 in de heuvels van Toscane, vlak bij het plaatsje Vinci, tussen Florence en Pisa. Zijn ouders waren niet gehuwd. Volgens velen was zijn moeder Caterina di Meo Lippi, een boerenmeisje. Zijn vader, Ser Piero da Vinci, had als notaris een hogere status. Als Da Vinci geen buitenechtelijk kind was geweest, was hij waarschijnlijk zijn vader opgevolgd. 

Het dorp Vinci ligt in een inspirerend decor voor een jongen met wijde blik. Het landschap staat bekend als orizzonti geniali, de horizon van genieën, vertelt Stefania Marvogli van het Museo Leonardino. Het is nog hetzelfde als in de dagen van Da Vinci: olijfgaarden, donkere heuvels, een bergketen richting de westkust. Het is een lappendeken van verschillende soorten terrein, maar bij elkaar vormt het een samenhangend geheel. 

Over Leonardo’s jeugd is weinig bekend. Uit de archieven krijgen we de indruk dat hij bij zijn grootouders in Vinci woonde, en daar een rudimentaire opleiding kreeg. Op enig moment tijdens zijn puberteit zal zijn vader de artisticiteit van zijn zoon hebben opgemerkt, en diens tekeningen hebben laten zien aan een klant, de kunstenaar Andrea del Verrocchio. Bij hem mocht de jonge Leonardo in de leer in zijn atelier in Florence. 

Vanaf het allereerste begin stonden zijn leeftijdgenoten in de schaduw van Da Vinci, en al spoedig ook zijn mentor. Het eerste bekende eigen werk van Da Vinci is een pentekening van een landschap in de vallei van de Arno uit 1473. Hij was toen 21 jaar. Enkele jaren later volgden zijn eerste opdrachten: een altaarstuk voor een kapel in het Palazzo della Signoria, en het schilderij Aanbidding der wijzen voor augustijner monniken. 

Da Vinci heeft zelf nauwelijks geschriften nagelaten over zijn persoonlijk leven, maar we beschikken wel over enkele flinters informatie. Hoogstwaarschijnlijk was hij homoseksueel: er zijn geen vrouwelijke levenspartners bekend, wel langdurige vriendschappen met mannen. 

Twee keer werd hij aangeklaagd wegens homoseksuele handelingen, beide keren werd de aanklacht ingetrokken. Als dierenvriend kocht hij op de markt gekooide vogels die hij daarna vrijliet. Hij was linkshandig en ging gekleed in rozerode tunieken. Hij oogstte bewondering met zijn zangstem en zijn verfijnde omgangsvormen. 

Zijn hele loopbaan, 46 jaar die Da Vinci grotendeels in Florence en Milaan doorbracht, wordt gekenmerkt door een niet-aflatende honger naar kennis. Hij leerde Latijn, verzamelde poëzie, las werken van Euclides en Archimedes. Hij stortte zich op een nauwgezette bestudering van de kleinste details (meetkundige hoeken, de verwijding van de pupil) en bij het springen van discipline naar discipline zocht hij naar haakjes om die verschillende gebieden met elkaar te verbinden. 

Van al zijn observaties en ideeën maakte Da Vinci gedetailleerde aantekeningen op de achterkant van vellen papier en in de hoekjes van bladzijden. Alles in spiegelschrift, van rechts naar links geschreven. Sommige van deze pagina’s zijn als losse vellen bewaard gebleven; andere zijn gebundeld in codices. Een duidelijke volgorde ontbreekt, zelfs binnen een enkele pagina. Soortgelijke onderwerpen komen terug op heel verschillende bladen, die soms jaren na elkaar zijn gemaakt. Elke observatie riep weer een nieuwe vraag bij hem op, zegt Paolo Galluzzi, directeur van het Museo Galileo in Florence. ‘Zijn denktrant was onnavolgbaar.’ 

Da Vinci stelde zijn eigen conclusies steeds ter discussie; soms kwam hij tot een ander oordeel. In de Codex Leicester onderzoekt hij hoe water de toppen van bergen bereikt. Aanvankelijk is hij ervan overtuigd dat het water door warmte omhoog wordt getrokken. Later realiseert hij zich dat het anders zit. Dat er een cyclus bestaat van verdamping, wolken en neerslag. ‘Van groter belang dan het ontdekken hoe bergbeken werken, is het ontdekken van de manier hoe je dit kunt ontdekken,’ zegt biograaf Walter Isaacson. ‘Leonardo heeft mede aan de wieg gestaan van de wetenschappelijke methode.’ 

Voor Da Vinci golden de uitgangspunten van de wetenschap – waarneming, hypothese en experiment – ook voor kunst. Hij bewoog vloeiend heen en weer tussen beide vakgebieden, en hij gebruikte lessen uit de ene discipline om de andere te verrijken, zegt Francesca Fiorani, hoogleraar aan de University of Virginia. Zijn kracht was vooral het zichtbaar maken van kennis, vertelt ze. 

Nergens komt dit duidelijker tot uiting dan in Da Vinci’s anatomische studies. Hij ontleedde menselijke lichamen en prepareerde de spieren eruit om de geheimen van het bewegingsapparaat te doorgronden. Da Vinci’s tijdgenoten bestudeerden spieren en botten om het menselijk lichaam natuurgetrouwer te kunnen afbeelden. ‘Maar Da Vinci ging verder,’ zegt wetenschapshistoricus Domenico Laurenza uit Rome. ‘Hij benaderde de anatomie als een anatoom.’ 

Elke verfstreek van Da Vinci is gebaseerd op de wetenschappelijke data die hij verzamelde. Bij zijn anatomische voorstudies ging het hem om de anatomie achter gelaatsuitdrukkingen. Zijn analyse van licht en schaduw maakte het hem mogelijk om subtieler dan andere kunstenaars het licht te laten vallen op contouren. Hij maakte een einde aan de traditionele abrupte overgangen tussen de objecten op een schilderij, in plaats daarvan vervaagde hij de omtrek van personen en voorwerpen met een techniek die bekendstaat als sfumato. Zo kon hij zijn personages levend laten overkomen. 

Maar Da Vinci’s inventiviteit had ook een nadeel. Zijn werk was nooit op tijd af, tot ergernis van zijn opdrachtgevers. Veel van zijn schilderijen zijn zelfs onvoltooid gebleven, zoals onder meer Aanbidding der wijzen en Maria met kind en Sint-Anna. Geleerden denken dat dit te maken heeft met zijn enthousiasme om steeds aan iets nieuws te beginnen en zijn perfectionisme. Hoe meer kennis Da Vinci vergaarde, des te meer moeite hij kreeg om de eindstreep te halen. ‘Terwijl hij verder schilderde, begreep hij dat je tot in het oneindige gradaties kunt aanbrengen in kleuren,’ vertelt Carmen Bambach, conservator van het Metropolitan Museum in New York. Uit röntgenanalyse van zijn werk blijkt dat hij steeds verbeterde versies, de zogenoemde pentimenti, over de oude schilderde. 

Misschien is dat mede een verklaring waarom Da Vinci zijn codices nooit heeft gepubliceerd. Hij was van plan om traktaten te publiceren over vele onderwerpen, waaronder geologie en anatomie. In plaats daarvan liet hij zijn schetsen en manuscripten na aan zijn trouwe metgezel Melzi. In de eerste decennia na Da Vinci’s overlijden is waarschijnlijk twee derde tot driekwart van al dit materiaal verloren gegaan of gestolen. Pas eind achttiende eeuw werden de meeste overgebleven bladzijden gepubliceerd, meer dan tweehonderd jaar na zijn dood. 

Daardoor ‘weten we maar weinig over Da Vinci’s nalatenschap als wetenschapper,’ zegt wetenschapshistoricus Laurenza. Zijn onderzoeksvragen, stellingen en ontdekkingen werden overgelaten aan de wetenschappers van vandaag. 

Het was een verbluffende ontdekking die J. Calvin Coffey een aantal jaar geleden deed. Het hoofd chirurgie van de medische faculteit van de University of Limerick in Ierland stuitte tijdens onderzoek op een waarneming van Da Vinci uit ongeveer 1508. Die bevestigde een theorie waarvoor Coffey bewijs probeerde te vinden. Coffey onderzocht het mesenterium, een waaiervormige structuur die de dikke en dunne darm verbindt met de achterwand van de buikholte. Sinds de eerste publicatie van het anatomische standaardwerk Gray’s Anatomy in 1858 leerden generaties medicijnenstudenten dat het mesenterium bestaat uit verscheidene losse structuren. Maar tijdens de vele chirurgische ingrepen die hij uitvoerde, was bij Coffey het vermoeden gerezen dat het mesenterium één enkel orgaan is. 

Tijdens onderzoek naar bewijs hiervoor, dat Coffey deed met zijn collega’s, ontdekte hij een tekening van Da Vinci waarin het mesenterium als een doorlopende structuur was afgebeeld. Coffey weet zich het moment nog goed te herinneren. Eerst wierp hij er een snelle blik op en ging verder. Daarna bekeek hij de tekening nog eens. 

‘Ik was totaal overrompeld,’ vertelt hij. ‘Het klopte precies met wat wij waarnamen. Het is een absoluut meesterwerk.’ 

In een artikel over zijn onderzoek, dat in 2015 is verschenen, heeft Coffey ook de tekening van Da Vinci opgenomen. In de tekst geeft hij hem credits: ‘We weten nu dat de interpretatie van Da Vinci klopte.’ Bij zijn lezingen toont Coffey een dia van Da Vinci’s schets. Hij wijst erop hoe ongelooflijk knap het was dat Da Vinci het orgaan helemaal wist te ontleden. Dat is extra moeilijk doordat de structuur complex is opgebouwd uit verscheidene lagen. ‘Zelfs nu kan niet elke chirurg doen wat hij deed.’

Lees het hele artikel in de mei 2019 editie van National Geographic Magazine.