Geschiedenis en Cultuur

Wie was Abraham Lincoln?

De zestiende president van de Verenigde Staten werd geboren op een eenvoudige boerderij in Kentucky. Hij werd vermoord nadat hij in een bloedige oorlog de afscheiding van het Zuiden had verhinderd en de slavernij had afgeschaft. Monday, April 15

Door Joaquim Oltra
In Washington D.C. bevindt zich het Lincoln Memorial, een monument in klassieke stijl met daarin dit gigantische beeld van Lincoln van bijna zes meter hoog, gemaakt door Daniel Chester French.

Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 2, 2019.

'Een innerlijk verdeeld huis houdt geen stand. Ik geloof dat dit politieke systeem niet kan overleven als het half slaaf blijft en half vrij.’ Deze woorden van Abraham Lincoln moeten een diepe indruk hebben gemaakt op zijn toehoorders. De parabel van het verdeelde huis dat zal instorten, komt in drie van de vier evangeliën voor, en Lincoln richtte zich tot een groep protestanten in het Midwesten van Amerika die de Bijbel door en door kenden. Maar Lincoln las niet voor uit de Bijbel. Zijn woorden maakten deel uit van de toespraak waarmee hij het kandidaatschap voor senator van de staat Illinois aanvaardde bij de verkiezingen van 1858. De zittende senator voor Illinois, Stephen. A. Douglas, stond opnieuw kandidaat voor de Democratische Partij. De Republikeinen stelden hun vertrouwen in Lincoln. Tijdens de campagne stonden Lincoln en Douglas tegenover elkaar in een aantal historische debatten. Uiteindelijk legde Lincoln het af op de verkiezingsdag. 

Lincoln liet zich echter niet ontmoedigen. Ondanks het uitblijven van succes bleef hij in Illinois als woordvoerder van de Republikeinen optreden: hij zei ‘de slavernij als een moreel, sociaal en politiek kwaad te beschouwen’ en benadrukte dat zowel hijzelf als zijn partij van mening was dat ‘slavernij een kwaad is en als een kwaad moet worden aangepakt, in de vaste overtuiging dat er een eind aan moet komen, en dat er een eind aan zal komen.’ 

De grote splijtzwam

Slavernij was de meest brandende kwestie in die jaren. Het land breidde zich uit naar het Westen, waar nieuwe staten werden gevormd. Er waren al negen nieuwe staten bij gekomen toen Missouri in 1820 als slavenstaat in de Unie wilde worden opgenomen. Dit zorgde voor een probleem: als Missouri werd toegelaten, zou het bestaande evenwicht in de federale Senaat worden verbroken. In die periode waren er onder de senatoren evenveel voor- als tegenstanders van slavernij.

Het evenwicht was van belang omdat alle federale wetten moesten worden goedgekeurd door beide kamers van het Congres, en zolang de Senaat gelijk verdeeld was, werden beide kampen in evenwicht gehouden. Men sloot het zogenoemde Missouri-compromis, waarbij Missouri werd toegelaten als slavenstaat en Maine als vrije staat.

Slaven plukken katoen. Gravure in la ilustración Española y Americana. - 19de eeuw.

Bovendien werd er een lijn getrokken bij 36 ̊ 30 ́ noorderbreedte, waarboven slavernij werd verboden. De vrede was van korte duur, want de planters hadden nieuw land nodig om aan de vraag van de Engelse industrie naar katoen te voldoen. Er werden nieuwe compromissen gesloten, tot het Congres in 1853 het probleem voorgoed dacht te hebben opgelost met de Kansas-Nebraska Act. Die wet bepaalde dat het besluit of een nieuwe staat al dan niet een slavenstaat zou zijn, aan de eigen bevolking moest worden overgelaten. Zodra een territorium bevolkt was en de inwoners hun grondwet opstelden om een staat te vormen, zouden ze kiezen tot welk kamp ze wilden behoren. 

Niemand was tevreden met deze wet. Het Zuiden kon niet accepteren dat iemand met zijn kostbare slaven naar een ander territorium kon verhuizen om op een goede morgen wakker te worden en te ontdekken dat hij er niet langer de eigenaar van was. Het Noorden was beledigd omdat deze gebieden volgens het Missouricompromis al geen slavenstaten waren.

Op 28 februari 1854 richtte een groep noorderlingen die tegen de nieuwe wet waren de Republikeinse Partij op. Diezelfde zomer droeg de partij al kandidaten aan voor het Congres, en in 1856 volgde de eerste kandidaat voor het presidentschap. Toen de presidentsverkiezingen van 1860 naderden, achtte Lincoln de kans klein dat hij als kandidaat voor de Republikeinse Partij zou worden voorgedragen, want hij had nog nooit een politieke post van belang bekleed, ontbeerde bestuurlijke ervaring en beschikte niet over de juiste contacten in de politiek en bij de pers.

Hij gaf evenwel niet op en liet de debatten publiceren die hij twee jaar eerder met Douglas had gevoerd, wat hem een uitnodiging opleverde om in New York te komen spreken. Door het succes van zijn redevoeringen, en de verspreiding ervan in de pers, nodigden andere noordoostelijke staten hem uit als spreker. Dat maakte hem tot een mogelijke kandidaat voor het presidentschap, en in mei 1860 werd zijn kandidatuur bevestigd. De Democratische Partij was verdeeld en droeg één kandidaat voor namens het Noorden en een andere namens het Zuiden. Een vierde kandidaat vertegenwoordigde een minderheidspartij. 

De weelderige landhuizen van de grote planters, zoals Oak Alley in Vacherie, Louisiana, getuigen van de ontzaglijke rijkdommen die deze kleine groep mensen vergaarde.

Op naar het Witte Huis

In die tijd voerden de kandidaten niet zelf een verkiezingscampagne; dat deden de lokale partijleden. De Republikeinen wisten Lincoln bekendheid te geven en het volk te winnen voor deze mysterieuze, zwijgzame figuur van buitengewone lengte (hij was 1,93 meter en leek nog langer doordat hij vaak een hoge hoed droeg). Hij had een droeve blik en een waggelende gang vanwege zijn platvoeten, maar hij had wel een opmerkelijk gevoel voor humor. Er werden anekdotes over zijn leven gepubliceerd waarin hij werd neergezet als een houthakker die amper naar school was geweest, maar die op eigen houtje had gestudeerd om het tot advocaat te schoppen. En die door zijn cliënten en vrienden ‘honest Abe’ werd genoemd vanwege zijn spreekwoordelijke eerlijkheid. 

De partij voerde geen campagne in het Zuiden, maar timmerde sterk aan de weg in het Noorden, waar de kandidaten voor de verschillende posten werden aangeprezen in talloze redevoeringen, krantenartikelen, aanplakbiljetten en pamfletten. Lincoln werd daarin voorgesteld als een selfmade man, de typische man van de frontier, dat strookje land tussen de beschaving en de onbekende wereld van de Indianen. De partij benadrukte de waarde van vrije arbeid, waardoor een eenvoudige boerenzoon – zoals Lincoln – door zijn eigen inspanningen kon opklimmen tot het hoogste ambt van het land. Zijn tegenstanders voorspelden daarentegen allerhande moeilijkheden als Lincoln zou worden gekozen. Er werd zelfs gezegd dat het Noorden de dag ná zijn verkiezing zou worden overspoeld door ex-slaven die het werk van de blanken zouden afpakken.

Lincoln beschikte over de gave van het woord. In contrast met de breedsprakige redenaars van zijn tijd had hij een stijl van weinig woorden, maar altijd de juiste. Op de afbeelding zijn beroemde Gettysburg Address in 1863.

Een president in oorlogstijd

Lincoln werd gekozen op 6 november 1860, en nog vóór hij op 4 maart 1861 het ambt betrok, hadden zeven zuidelijke staten de federatie verlaten. In zijn inaugurele rede richtte Lincoln zich rechtstreeks tot de staten die zich wilden afsplitsen: ‘In uw handen, mijn ontevreden landgenoten, en niet in de mijne ligt het historische onderwerp van een burgeroorlog. De regering zal u niet aanvallen. U zult geen conflict hebben als u zelf niet de agressor bent.’
Het was niet zo makkelijk om uit de federatie te stappen: de federale overheid had militaire voorzieningen in de verschillende staten en een daarvan, Fort Sumter, lag op een eiland tegenover de stad Charleston, in het afscheidingsgezinde South Carolina. De autoriteiten van deze staat eisten van de commandant dat hij het fort aan hen overdroeg, en toen deze weigerde, vuurden ze hun kanonnen op het terrein af. Zoals Lincoln had beloofd, werd het eerste schot door het Zuiden gelost. 

“Dat de regering van het volk, door het volk, voor het volk nimmer van de aardbodem moge verdwijnen.”

door Abraham Lincoln
Gettysburg Address

Lincoln had al het mogelijke gedaan om oorlog te voorkomen, maar het Zuiden was te bezorgd over de eigen toekomst, en te zeer overtuigd van het eigen militaire overwicht. Niet alleen was het grootste deel van de Amerikaanse militairen afkomstig uit het Zuiden, de oorlog was voor de Confederatie ook louter defensief: om te winnen was het niet nodig het Noorden te veroveren. Het volstond te verhinderen dat het Noorden het Zuiden veroverde. Verder vertrouwden ze erop dat Europa vanwege de behoefte aan katoen hun kant zou kiezen, maar daarin vergisten ze zich.

Voor de zuiderlingen was het een ‘War Between the States’, en tot op heden wordt die term in het Zuiden soms gebruikt. In het Noorden echter, zag men het als een echte ‘Civil War’, en zo wordt dit conflict daar nog altijd genoemd. De president van de Verenigde Staten is opperbevelhebber van de strijdkrachten en op slechts enkele dagen na stond het presidentschap van Lincoln in het teken van oorlog. Uiteraard waren het de militairen die de oorlog van dag tot dag voerden, maar Lincoln bezocht het front regelmatig. Bij het wijden van een slagveld tot oorlogsmonument sprak hij zijn beroemde Gettysburg Address uit, met daarin zijn meest geciteerde woorden: ‘(...) dat de regering van het volk, door het volk, voor het volk nimmer van de aardbodem moge verdwijnen.’ 

In Gettysburg probeert Robert E. Lee, opperbevelhebber van het zuiden, de Unie een beslissende slag toe te brengen. Maar de strijd van 1 tot 3 juli 1863 draait uit op een beslissende overwinning voor de Unie.

In zijn eerste boodschap aan het Congres in 1861 vatte Lincoln zijn ideeën over de economie als volgt samen: ‘Arbeid gaat vooraf aan, en staat los van kapitaal. Kapitaal is slechts de vrucht van arbeid, en zou nooit kunnen bestaan als er niet eerst arbeid was geweest. Arbeid is superieur aan kapitaal en verdient meer waardering.’ Met zulke ideeën was het logisch dat hij de slaven wilde bevrijden. Maar kon hij dat doen? Onzeker of hij wel of niet de wet achter zich had en puur op zijn geweten afgaand, vaardigde hij op 1 januari 1863 de Emancipatieverklaring uit, waarin hij als opperbevelhebber de slavernij afschafte in de gebieden die onder militair bewind stonden. Twee jaar later werd met het dertiende amendement op de grondwet de slavernij in het gehele land afgeschaft. In april 1865, toen de oorlog voorbij was, werd Lincoln vermoord door een fanatieke zuiderling, en dit was het ergste wat het Zuiden kon overkomen. 

Lincoln wilde de zuidelijke staten zonder voorwaarden weer tot de Unie toelaten, terwijl andere politici in het Noorden het Zuiden wilden straffen voor de rebellie. Lincolns opvolger, Andrew Johnson, wilde de ideeën van zijn voorganger uitvoeren, maar miste daarvoor diens overwicht en politieke handigheid. Hoewel hij het verlangen naar wraak van de noorderlingen enigszins wist te beteugelen, kon hij niet voorkomen dat er in de jaren die volgden uitwassen van het conflict plaatsvonden. Meer dan een eeuw lang heeft het Zuiden zich beklaagd over de vernederingen in deze tijd, of deze nu reëel waren of ingebeeld. 

Meer weten over de Verenigde Staten ten tijde van het presidentschap van Abraham Lincoln? Lees het volledige artikel in National Geographic Historia, editie 2, 2019. 

Lees verder

Diogenes: de filosoof die leefde als een hond

Nadat hij als banneling in Athene was beland, sloot Diogenes zich aan bij de filosofische school van de cynici. Hij verzette zich tegen de waarden van een maatschappij die hij als corrupt beschouwde. 

Hoe de Franse koningin Marie Antoinette haar hoofd verloor

De echtgenote van Lodewijk XVI werd voor een revolutionair tribunaal geleid op last van samenzwering met de vijanden van de Franse Revolutie. Na een proces van amper twee dagen werd de ‘weduwe Capet’ veroordeeld tot de guillotine.

Karl Marx: van stokebrand tot revolutionair

Marx werd geïnspireerd door de filosofie van Hegel. Als journalist kwam hij in aanraking met sociaal onrecht en werkte hij een revolutieleer uit, die hij in 1848 op papier zette in zijn Communistisch manifest.