Botten onthullen ‘onzichtbare’ sociale lagen in prehistorische huishoudens

DNA- en isotopenanalyses van de botten van mensen die 4.000 jaar geleden in Beieren leefden, laten verrassende verbanden zien tussen boerenhoeves uit de Bronstijd in Europa.maandag 14 oktober 2019

Terwijl archeologen de beginselen van sociale ongelijkheid zien in ‘rijke’ en ‘arme’ begraafplaatsen uit de Bronstijd, helpen nieuwe wetenschappelijke analyses de genetische en geografische verschillen in de samenstelling van huishoudens te belichten.
Terwijl archeologen de beginselen van sociale ongelijkheid zien in ‘rijke’ en ‘arme’ begraafplaatsen uit de Bronstijd, helpen nieuwe wetenschappelijke analyses de genetische en geografische verschillen in de samenstelling van huishoudens te belichten.
fotograaf Schellhorn, ullstein image/Getty

De eerste aanwijzingen voor het bestaan van sociale gelaagdheid in Europa duiken op in de Bronstijd, met de verschijning van rijke graven van leden van elites die waren voorzien van kostbare grafgiften. Het is niet zo moeilijk je voor te stellen hoe inwoners met veel en weinig bezittingen over de bevolking waren verdeeld, maar uit een innovatieve analyse van prehistorische graven in het zuiden van Duitsland blijkt dat ongelijkheid in welvaart ook binnen afzonderlijke boerenhoeves zichtbaar is, waarbij rijk en arm dus onder een en hetzelfde dak woonden.

Onlangs richtte een onderzoeksteam zijn aandacht op prehistorische begraafplaatsen in de vallei van de rivier de Lech in Beieren. Zo’n vierduizend jaar geleden, gedurende de Bronstijd, was deze vallei bezaaid met losse boerenhoeves in plaats van dichtbevolkte en versterkte dorpen. Elke hoeve besloeg een apart gehucht van een paar woon- en werkgebouwen en een kleine begraafplaats. 

Het team analyseerde ruim honderd graven die op deze boerenhoeves zijn gevonden, uit perioden die variëren van het Neolithicum (bijna 5000 jaar geleden) tot en met de Midden-Bronstijd (zo’n 3300 jaar geleden).

Met behulp van prehistorische DNA-gegevens konden de onderzoekers de stamboom van de bewoners van deze boerenhoeves reconstrueren. En dankzij isotopenanalyses van de skeletten wisten ze ook inzicht te krijgen in de herkomst van de bewoners en de reizen die ze na hun geboorte hadden gemaakt. De onderzoekers keken ook naar de manier waarop de doden waren begraven, waarbij ze aan de hand van de grafgiften konden bepalen hoe welvarend iemand tijdens zijn leven was geweest.

De resultaten laten enkele fascinerende patronen zien, zegt Alissa Mittnik, genetica aan de Harvard Medical School en medeauteur van de nieuwe studie, die vorige week werd gepubliceerd inhet tijdschrift Science. Op de begraafplaats van een afzonderlijke boerenhoeve lagen doorgaans leden van de kernfamilie, die daar tussen de vier à vijf generaties woonachtig bleef. Familieleden werden meestal naast elkaar en ook met kostbaardere grafgiften begraven, zoals sieraden en wapens. Eigendom lijkt via mannelijke afstamming te zijn doorgegeven, omdat in de graven alleen familieverbanden tussen ouders en zonen konden worden aangetoond.

Rond zestig procent van de vrouwen die op boerenhoeves in de vallei van de Lech lagen begraven, worden als ‘niet-lokaal’ aangeduid, omdat ze geen genetische verwantschap vertonen met de overige leden van de onderzochte groep. Uit het isotopenonderzoek kwam naar voren dat ze vanuit verschillende regio’s, en soms van honderden kilometers ver, naar de vallei van de Lech waren gekomen. Maar deze ‘niet-plaatselijke’ vrouwen werden met hetzelfde type grafgiften begraven als plaatselijke vrouwen met een hogere status.

“We vragen ons nog steeds af wie deze vrouwen waren en welke rol ze in deze gemeenschappen speelden,” zegt Mittnik. “Een van de hypotheses die we hanteren, is dat het mogelijk vrouwen met een hoge status uit andere gebieden waren, die door huwelijken aan deze families werden verbonden.” Op de begraafplaatsen werden geen dochters uit kernfamilies gevonden, wat erop wijst dat vrouwen die op de boerenhoeves opgroeiden, zelf ook wegtrokken om te gaan trouwen. Dat patroon sluit aan op eerdere bevindingendie Mittnik en haar collega’s in 2017 hebben gepubliceerd.

Intussen waren de individuen die zonder kostbare grafgiften werden begraven, doorgaans plaatselijke inwoners die geen verwantschap met de kernfamilies op de boerenhoeves hadden.

“We interpreteren deze personen als mogelijke knechten of zelfs slaven,” zegt Mittnik, zich baserend op het feit dat de graven van deze individuen vrijwel geen grafgiften ten behoeve van het hiernamaals bevatten, vergeleken met de andere graven. “Het is een eerste aanwijzing voor sociaal complexe huishoudens in de prehistorie. We zien hier een vorm van sociale gelaagdheid die eerder eigenlijk niet wordt aangetroffen.” De onderzoekers stellen zich voor dat de sociale structuur van deze huishoudens niet veel verschilde van die van huishoudens in het oude Griekenland en Rome, 1500 jaar later, toen huisknechten en slaven heel gebruikelijk waren.

“Deze voorbeelden stammen uit een tijd zonder geschreven teksten, dus krijgen we een beeld van de dynamiek van deze gemeenschappen dat breder is dan wat we alleen uit opgravingen kunnen opmaken,” zegt Krishna Veeramah, een geneticus van de Stony Brook University in New York die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken maar DNA-onderzoek heeft gedaan naar Beierse bevolkingsgroepen uit latere perioden. “Door deze kleinschalige benadering toe te passen kunnen we aan de hand van prehistorisch DNA verder doordringen in lokale gemeenschappen van deze oude culturen.”

Volgens Michael Smith, een archeoloog van de Arizona State University die onderzoek heeft gedaan naar sociale gelaagdheid in andere delen van de wereld, is het misschien niet zo verrassend dat er ook mensen van buiten de kernfamilie in één en hetzelfde huishouden woonden. Hij waarschuwt ervoor dat we niet al te snel moeten aannemen dat het bij deze buitenstaanders om slaven en knechten ging. Niettemin was hij opgetogen over de resultaten. “Het idee dat je DNA-materiaal kunt gebruiken om naar verwantschappen en sociale gelaagdheid op lokale schaal te kijken, is volgens mij zeer veelbelovend.Het zou geweldig zijn als we meer gevallen zouden hebben waarbij we dit soort DNA-analyses zouden kunnen toepassen,” zegt Smith.

Maar voorlopig roepen de resultaten meer vragen op dan ze beantwoorden. De onderzoekers konden bijvoorbeeld geen kinderen van niet-plaatselijke vrouwen identificeren. Als deze vrouwen inderdaad bruiden van ver zijn geweest, waar zijn dan hun nakomelingen gebleven? Het is een raadsel dat Mittnik en haar collega’s nog moeten ontcijferen, hoewel ze denken dat de kinderen kunnen zijn gebruikt voor een of andere vorm van uitwisseling.

“De kinderen zijn misschien teruggestuurd naar de gemeenschappen waar de moeders oorspronkelijk vandaan kwamen, als een manier om handelsrelaties, familiebanden of culturele betrekkingen over grotere afstanden te versterken,” speculeert zij.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

500 jaar oud skelet had zijn laarzen nog aan
Wetenschap En Technologie

500 jaar oud skelet had zijn laarzen nog aan

De in Londen langs de Theems gevonden botten van een man uit de Middeleeuwen vertonen de tekenen van een zwaar leven en een raadselachtige dood.
DNA-onderzoek vergroot mysterie rond ‘Skelettenmeer’

DNA-onderzoek vergroot mysterie rond ‘Skelettenmeer’

Een vreselijke storm die ruim duizend jaar geleden in de Himalaya woedde, moet de oorzaak zijn geweest van de dood van honderden pelgrims van wie de skeletten in het Indiase Roopkund-meer zijn gevonden – althans dat dachten de onderzoekers.
Waar je bent opgegroeid, wat je at: je botten leggen je leven vast

Waar je bent opgegroeid, wat je at: je botten leggen je leven vast

Met behulp van isotopenanalyse van chemische handtekeningen in eeuwenoude menselijke resten kunnen archeologen verplaatsingen en eetpatronen van bevolkingsgroepen vaststellen. 
Lees meer