‘Vergeten’ concentratiekamp op Britse bodem blootgelegd

Tien jaar durend forensisch onderzoek op de Kanaaleilanden heeft een hoofdstuk uit de Tweede Wereldoorlog aan het licht gebracht dat sommigen het liefst zouden vergeten.

woensdag, 1 april 2020,
Door Megan Gannon
De toegangspoort tot het Lager Sylt behoort tot de weinige, nog zichtbare overblijfselen van dit nazikamp ...

De toegangspoort tot het Lager Sylt behoort tot de weinige, nog zichtbare overblijfselen van dit nazikamp op het eilandje Alderney, onderdeel van het Britse Kroonbezit ‘Baljuwschap van Guernsey’. Het baljuwschap vormt samen met het eiland Jersey de Britse Kanaaleilanden.

Foto van Les Gibbon, Alamy

De plek waar ooit het concentratiekamp Sylt lag, is nu een met gras begroeid veldje dat direct aan de ruige klippen van Alderney grenst, een van de Kanaaleilanden en Brits Kroonbezit voor de kust van Normandië. Maar 75 jaar geleden was dit een gevreesd en zwaarbewaakt gevangenenkamp van de nazi’s, waar honderden dwangarbeiders leden en stierven onder de Duitse bezetting van dit stukje Groot-Brittannië.

Aan het einde van de oorlog werden het Lager Sylt en andere, kleinere Duitse kampen op Alderney ontmanteld en begonnen de resten ervan in het landschap op te gaan. Maar een Brits team van archeologen heeft het Lager nu gereconstrueerd en vastgesteld hoe het in de loop van zijn korte maar meedogenloze geschiedenis werd uitgebreid. Hun onderzoek verscheen op 31 maart in het tijdschrift Antiquity.

Volgens archeologe Caroline Sturdy Colls, kenner van de Holocaust-architectuur en hoofdauteur van het onderzoek, zijn de misdaden die in het Lager Sylt werden begaan, “fysiek en ook symbolisch begraven.”

“Als Brits burger en onderzoeker hoorde ik pas van de wreedheden die in de Tweede Wereldoorlog op Alderney zijn begaan toen ik aan mijn promotieonderzoek bezig was,” zegt Sturdy Colls, nu professor conflictarcheologie en genocide-onderzoek aan de Staffordshire University in Engeland. “Ik wist in het algemeen wel dat de Duitsers de Kanaaleilanden hadden bezet, maar niet dat ze daar kampen hadden aangelegd.”

Sturdy Colls en haar collega’s wilden uitzoeken hoe deze geschiedenis met behulp van forensische methoden aan het licht gebracht kon worden en begonnen het Lager Sylt in 2010 te bestuderen. Daarbij maakten ze gebruik van bewijzen uit archieven, luchtfoto’s en beeldvormingstechnieken als LiDAR en bodemradar.

Een belangrijk aspect van hun onderzoek was het simpele bewijs dat veel van het kamp vandaag de dag nog bestaat, want de rol die het Lager Sylt in de oorlog speelde, is een onderwerp waarover op het eiland liever niet wordt gesproken. Volgens Sturdy Colls steunden sommige bewoners van Alderney het onderzoek, maar haar team stuitte tijdens zijn werk ook op weerstand van plaatselijke autoriteiten, vooral na een documentaire die in 2019 onder de titel ‘Adolf Island’ werd uitgezonden. Daarin kwam ook haar onderzoek ter sprake en werd beweerd dat er zich nog onontdekte massagraven op de begraafplaats uit de Tweede Wereldoorlog bevonden.

Op luchtfoto’s die in 2017 van het Lager Sylt werden genomen, is te zien hoe weinig van het werkkamp nog bovengronds zichtbaar is. In 2018 werd een herdenkingsplaquette (aangeduid met de letter ‘A’) door een overlevende van het kamp aangebracht.

Foto van Centre of Archaeology, Staffordshire University/Antiquity Publications Ltd

Vergeten kamp

Nadat Frankrijk in juni 1940 door de nazi’s was verslagen, besloot de Britse regering dat de verdediging van de Kanaaleilanden, een archipel van autonome eilandjes in het Kanaal tussen Frankrijk en Engeland, onhaalbaar was. Terwijl veel bewoners van Jersey en Guernsey, de grootste twee Kanaaleilanden, op hun eilanden bleven, werden de ingezetenen van het kleinere Alderney bijna allemaal geëvacueerd. Het Duitse leger stuitte dan ook op geen enkel verzet toen het in juli 1940 het amper acht vierkante kilometer grote eilandje bezette.

Tijdens de bezetting maakten de Kanaaleiland deel uit van de Duitse ‘Atlantikwall’, een kustverdedigingsstelsel dat zich langs de hele westgrens van continentaal Europa uitstrekte. Om de versterkingen op Alderney aan te leggen, legde de nazi-bouwonderneming Organisation Todt meerdere kampen voor dwangarbeiders op het eiland aan. De meeste van deze gevangenen kwamen uit de Oekraïne, Polen, Rusland en andere Sovjetrepublieken, maar er werd ook een aanzienlijk contingent Franse Joden te werk gesteld. In maart 1943 werd het Lager Sylt, inmiddels het meest gevreesde werkkamp op Alderney, omgebouwd tot concentratiekamp onder leiding van een van de beruchte paramilitaire SS-Totenkopfverbände die dit soort ‘werk’ uitvoerden.

In 1946 keerden de bewoners van Alderney, die in de Tweede Wereldoorlog van het eiland waren geëvacueerd, terug naar hun eiland en werden er door Britse troepen verwelkomd.

Foto van Francis Reiss, Picture Post/Hulton Archive/Getty

Na de oorlog keerden de bewoners van Alderney terug naar hun eiland en begonnen hun leven weer op te bouwen. Experts van het Britse leger onderzochten de ontruimde en deels afgebroken kampen, brachten in kaart wat er nog over was van het Lager Sylt en verzamelden ooggetuigenverslagen over aanvallen met honden, afranselingen en standrechtelijke executies. Ze ontdekten dat de kamparts vaak werd verhinderd om overleden gevangenen te inspecteren en dat hij voorbedrukte overlijdensakten moest ondertekenen waarop als doodsoorzaak meestal een “gebrekkige bloedsomloop” of “hartfalen” werd opgevoerd. Op een begraafplaats op het eiland vonden de onderzoekers een doodskist met een valluik als bodem.

In de decennia erna konden historici zich aan de hand van nog meer getuigenissen van gevangenen een beeld vormen van de onmenselijke behandeling die deze dwangarbeiders hadden ondergaan. Francisco Font, een Spaanse Republikein en dwangarbeider in een van de andere kampen op Alderney, herinnerde zich dat hij tijdens werk in de buurt van het Lager Sylt een “opgehangen man” aan de hoofdpoort zag. “Op zijn borst hing een bordje waarop stond: ‘Voor het stelen van brood,’” vertelt Font in een opname die in het oorlogsarchief op Jersey wordt bewaard. “Ze lieten zijn lichaam daar vier dagen hangen.”

De nazi’s gaven hun gevangenen geregeld het minimale rantsoen te eten, maar omdat de aanvoer van voedingsmiddelen naar de Kanaaleilanden door zwaar weer op zee vaak werd verhinderd, waren zelfs die kleine hoeveelheden eten niet gegarandeerd, zegt historicus Paul Sanders. Door een combinatie van voedselschaarste en corruptie onder de SS-officieren “kwam er nog minder voedsel bij de gevangenen terecht dan elders in het bezette Europa,” aldus Sanders, auteur van het boek The British Channel Islands Under German Occupation 1940-45. Deze “bijzonder dodelijke samenloop van omstandigheden” werd nog verergerd door de afwezigheid van getuigen onder de burgerbevolking.

“Voor de daders maakt het wel degelijk uit of ze door burgers worden gadegeslagen,” zegt Sanders. “Het feit dat er geen bewoners meer waren die min of meer konden zien wat er op Alderney gebeurde, leidde tot een nóg meedogenlozer regime.”

Herontdekking

Door meerdere foto’s tot een 3D-compositie samen te voegen hebben archeologen een tunnel onder het terrein van het nazikamp in beeld kunnen brengen. De tunnel liep van het Lager Sylt naar de woning van de SS-kampcommandant.

Foto van Centre of Archaeology, Staffordshire University/Antiquity Publications Ltd

Tijdens hun onderzoek vonden Sturdy Colls en haar team fysieke bewijzen die de ooggetuigenverslagen van gevangenen over de zware omstandigheden in het Lager Sylt bevestigden. De onderzoekers brachten de nog bestaande greppels in het landschap in kaart, zodat ze de omtrekken van de barakken konden reconstrueren. Daaruit bleek dat berichten over overbevolking in de barakken juist waren: iedere gevangene had hooguit anderhalve vierkante meter ruimte tot zijn beschikking. Terwijl ze de begroeiing van de vindplaats stukje bij beetje verwijderden, ontdekten de archeologen ook de latrines van de gevangenen. Het team creëerde ook een visualisatie in virtual reality om onderdelen van het kamp zichtbaar te maken die in het grasland en onder de bewolkte hemel van Alderney moeilijk waren te onderscheiden, waaronder een ondergrondse tunnel die van de woning van de kampcommandant naar het Lager voerde.

Met behulp van luchtfoto’s konden de onderzoekers vaststellen dat de omvang en de versterking van het kamp sterk toenamen toen het Lager Sylt in 1943 van werkkamp tot concentratiekamp werd omgebouwd. 

De SS deed liet daarvoor intimiderende omheiningen en wachttorens oprichten, die een grote psychische uitwerking op de gevangenen moeten hebben gehad. 

“In zekere zin waren die voorzieningen niet nodig, want het kamp lag in een uithoek van een eilandje dat werd omringd door mijnenvelden,” zegt Sturdy Colls. “Deze gevangenen konden geen kant op.”

Herinneringen aan het Lager Sylt

Hoe de geschiedenis van het Lager Sylt en de Duitse bezetting van Alderney moeten worden gepresenteerd, is nog steeds onderwerp van debat. Een van de weinige overblijfselen van het kamp die vandaag de dag nog zichtbaar zijn, is de hoofdpoort. Daaraan hangt een kleine plaquette, die tijdens een plechtigheid in 2008 op verzoek van voormalige gevangenen werd aangebracht.

Voorstellen om het Lager Sylt geheel op te graven zijn tot nu toe afgewezen, aldus Sturdy Colls, wat het niet-invasieve, forensische onderzoek van haar team des te belangrijker maakt. 

“Wij zijn niet de eersten die het Lager Sylt hebben ontdekt, maar ondanks alle ooggetuigenverslagen en eerdere onderzoeken was de geschiedenis van deze plek vrij onbekend,” zegt zij. 

“We hebben nu een bijdrage geleverd aan het streven om meer bekendheid te geven aan de verhalen van de mensen die hier hebben geleden.”

“Naar mijn mening zal deze publicatie de bewoners van Alderney helpen om een idee te krijgen van de omvang en omtrekken van het Lager Sylt die nog in het landschap zijn te zien. Daardoor kunnen ze opnieuw stilstaan bij de manier waarop het verhaal van dit kamp in de toekomst kan worden ingezet bij de presentatie van het historisch erfgoed van het eiland,” zegt Gillian Carr, een archeologe van de University of Cambridge die onderzoek naar de Duitse bezetting van de Kanaaleilanden heeft gedaan maar niet bij de recente studie was betrokken.

Eind 2017 verklaarde de regering van Alderney het Lager Sylt formeel tot beschermd gebied, waardoor de plek niet meer in aanmerking komt voor projectontwikkeling. Volgens Graham McKinley, lid van de Staten van Alderney, zou het Lager Sylt beter toegankelijk gemaakt moeten worden voor bezoekers. Hij probeert nu een erfgoedcomité nieuw leven in te blazen, dat zou moeten onderzoeken hoe de locatie in de toekomst kan worden bestudeerd, behouden en tot monument worden uitgebouwd.

“Er is een kleine groep mensen die het verleden achter zich wil laten en gewoon wil verdergaan zonder dit verder te bestuderen,” zegt McKinley. “Maar ik denk dat we veel meer zouden moeten doen om de wereld te laten zien wat zich hier eigenlijk heeft afgespeeld.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

11 spookachtige foto’s van Tweede Wereldoorlog-bunkers

Fotograaf Jonathan Andrew zette deze grimmige foto’s van bunkers uit de Tweede Wereldoorlog op een rij.

Hoe archeologen de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog onderzoeken

Met behulp van laserstralen en luchtfotografie helpen archeologen de verborgen geheimen van de Eerste Wereldoorlog onthullen.