400 jaar geleden gebruikten bezoekers van deze grot drugs

In de grot Pinwheel Cave in Californië lieten inheemse bewoners sporen van hun drugsgebruik op de wanden achter – het eerste fysieke bewijs voor het gebruik van geestverruimende middelen op een vindplaats van rotstekeningen.

Gepubliceerd 30 nov. 2020 14:52 CET
Jon Picciuolo, lid van het onderzoekteam, documenteert de ‘quids’ (proppen van tot brei gekauwd plantenmateriaal) die ...

Jon Picciuolo, lid van het onderzoekteam, documenteert de ‘quids’ (proppen van tot brei gekauwd plantenmateriaal) die eeuwen geleden in spleten in het plafond van de Zuid-Californische Pinwheel Cave zijn geduwd. De naam ‘Pinwheel Cave’ is ontleend aan de afbeelding van het ‘windmolentje’ dat links op de foto is te zien.

Foto van Devlin Gandy

Al tientallen jaren debatteren wetenschappers over de vraag of er een verband bestaat tussen rotstekeningen en het gebruik van geestverruimende middelen. In de hele wereld hebben oude culturen fascinerende sporen van abstracte, ja zelfs ‘psychedelisch’ ogende beelden en patronen op rotswanden en in grotten achtergelaten, maar moderne onderzoekers zijn het niet eens over de motieven achter dit soort kunstwerken.

Tot nu toe was op deze plekken geen materieel bewijs voor het gebruik van geestverruimende middelen gevonden. Maar een verrassende ontdekking op een vindplaats in Zuid-Californië toont nu aan dat in elk geval een aantal mensen deze plek vierhonderd jaar geleden in een hallucinerend licht zagen.

In een studie die vorige week is verschenen in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences bericht een internationaal onderzoeksteam dat inheemse bewoners lang geleden propjes van tot brei gekauwde doornappel, een bloem die krachtige psychoactieve bestanddelen bevat, in spleten in het plafond van een heilige grot hebben geperst. De grot ligt op de rand van het traditionele grondgebied van de Chumash-stam en heeft de bijnaam ‘Pinwheel Cave’ (‘Windmolengrot’) gekregen, vanwege de schildering van een rood ‘windmolentje’ op het gewelfachtige plafond van de grot. Onderzoekers denken dat de schildering een doornappel uitbeeldt, waarvan de bloem in de avondschemering ontluikt en de vorm van een speelgoedmolentje heeft. De grot kan een plek voor groepsceremoniën zijn geweest, waarbij doornappel als geestverruimend middel werd gebruikt.

“Dit is het eerste bewijs voor de inname van hallucinogene planten op een vindplaats van rotstekeningen. Het bewijs is letterlijk ‘een teken aan de wand,’” zegt Carolyn Boyd, een archeologe van de Texas State University die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken naar is gespecialiseerd in rotstekeningen van inheems-Amerikaanse stammen.

Heilig en gevaarlijk

De Pinwheel Cave behoort tot een cluster van vindplaatsen met rotstekeningen in het ruim 37.000 hectare grote Wind Wolves Preserve, dat ten zuiden van Bakersfield ligt en eigendom is van The Wildlands Conservancy, een ngo die in 1995 werd opgericht. In de grot zijn naast enkele abstracte rode klodders en vegen ook de duidelijk als afbeelding te herkennen schildering van het windmolentje aangetroffen, dat voor het eerst in 2002 door archeologen werd vastgelegd. De afbeelding is aangebracht op een gewelfd gedeelte van het lage plafond, zo’n negentig centimeter boven de vloer. Tijdens de zomerzonnewende trekt er een zonnestraal overheen.

Archeoloog David Robinson, hoofd van het onderzoeksteam, doet al twintig jaar onderzoek naar rotstekeningen in Californië; hij en zijn collega’s begonnen in 2007 in de Pinwheel Cave te werken, waar ze met behulp van kleine opgravingen en koolstofdateringen konden aantonen dat de vindplaats tussen circa 1530 en 1890 in gebruik is geweest. Ook ontdekten ze dat ruim vijftig spleten in het plafond waren volgepropt met klodders van tot brei gekauwde plantenvezels, die ‘quids’ worden genoemd. De vezels – doorgaans van planten als yucca en agave – worden gekauwd om er voedingsstoffen aan te onttrekken en zijn op talloze archeologische vindplaatsen in het zuidwesten van de VS aangetroffen.

Aanvankelijk namen de onderzoekers monsters van de quids in de hoop er oud menselijk DNA uit te kunnen isoleren. Die DNA-analyse leverde niets op, maar uit tests op vijftien andere quids bleek dat de proppen veel scopolamine en atropine bevatten, hallucinogene alkaloïden die in planten uit het geslacht doornappel voorkomen. Onder de elektronenmicroscoop zagen de onderzoekers dat de meeste quids plantenmateriaal van Datura wrightii, de Wright-doornappel, bevatten. En uit navolgende 3D-analyses van de quids bleek dat de plantenvezels sterk waren verstrengeld en gebroken, wat erop wijst dat er langdurig op was gekauwd.

In hoge doses is doornappel dodelijk. De plant heeft een uitwerking die moeilijk is te voorspellen en is daardoor zeer gevaarlijk. Maar doornappel kan ook als een ‘entheogeen’ worden beschouwd, een psychoactieve substantie die voor spirituele doeleinden wordt ingenomen en als zodanig tot dezelfde categorie behoort als ayahuasca en peyote. In de kosmologie van het Chumash-volk, waarvan de leden traditioneel doornappel consumeerden tijdens initiatierituelen en het oproepen van sjamanistische visioenen, behoorde de bloem tot een speciale groep planten die als verwanten werden beschouwd. Volgens Robinson werd de bloem gepersonifieerd als een oude vrouw met de naam ‘Momoy’.

De bloem van de doornappel Datura wrightii vertoont ’s avonds een spiraalpatroon dat doet denken aan een speelgoedmolentje. Veel onderzoekers vermoeden dat de schildering in de Pinwheel Cave de bloem van de doornappel uitbeeldt.

Foto van Elliot Schultz, Alamy Stock Photo

“Doornappel is veel méér dan een geestverruimend middel,” zegt Devlin Gandy, medeauteur van een studie naar rotstekeningen van de Chumash, waarvoor hij in 2014 een beurs voor jonge onderzoekers van National Geographic ontving. “Het is een heilig wezen dat deel uitmaakt van gebeden en het wordt gebruikt bij louteringen en als geneesmiddel.”

Zoals veel gebruiken van inheems-Amerikaanse stammen werden ook ceremoniën waarbij doornappel werd gebruikt, onderdrukt door beleid van de Amerikaanse overheid waarbij indianen van hun oude stamlanden werden verdreven en werden gedwongen op te gaan in de Amerikaanse cultuur. Veel inheems-Amerikaanse rituelen waren tot in de twintigste eeuw expliciet verboden.

“Historisch gezien zijn we heel veel kwijtgeraakt,” zegt Sandra Hernandez, die de onderzoekers van de grot van advies diende en woordvoerster is van de Tejon-stam, die banden heeft met het Chumash-volk. Pas in 2012 is de Tejon-stam door de federale overheid erkend, en hoewel doornappel nog altijd wordt gezien als een plant met een grote culturele waarde, wordt hij door de stamleden niet langer als ritueel middel gebruikt.

Volgens Hernandez bevatten de archieven van de stam documenten waarin wordt beschreven hoe doornappel tijdens een ceremonie van meerdere dagen driemaal werd geconsumeerd. Als ze aan die ceremonie denkt, is ze altijd onder de indruk van de kennis en expertise die nodig was om de plant meermalen op een veilige manier te gebruiken.

“Ik ben soms met stomheid geslagen als ik moet beschrijven hoe grondig het inzicht van onze voorouders was,” zegt Hernandez. “Ik kan daar niet omheen. We wisten dingen omdat we met onze scheppers en met de natuur communiceerden.”

Tijdens een onweersbui in het late voorjaar vormen zich regenbogen boven de San Emigdio Mountains in Californië, de ecologisch en geologisch diverse regio waar zich ook de Pinwheel Cave bevindt.

Foto van Devlin Gandy

Wat betekenen de schilderingen?

We zullen misschien nooit te weten komen waarom en in welke omstandigheden het ‘windmolentje’ werd geschilderd. Maar de auteurs van de nieuwe studie denken dat de archeologische aanwijzingen in de grot duiden op een context waarin kunst werd gemaakt en ervaren.

“Volgens een hypothese werden rotstekeningen in Californië vaak gemaakt door sjamanen die in retraite waren gegaan,” zegt Robinson. De schilderingen beelden de psychedelische visioenen uit die deze, meestal mannelijke, sjamanen tijdens hun hallucinogene trance ervoeren. Daarna werden de grotten met schilderingen plekken waaraan bovennatuurlijke krachten werden toegeschreven en die niet door andere stamleden bezocht mochten worden.

De hypothese berust mede op het feit dat de schilderingen “er zó surrealistisch uitzien dat ze wel door iemand in trance moeten zijn gemaakt,” zegt Gandy. “Als Indiaans-Amerikaan én als archeoloog denk ik dat het mogelijk is dat sommige rotstekeningen uit hallucinogene ervaringen voortkomen, maar ik vind dat het idee veel te ver is doorgevoerd.”

De onderzoekers denken niet dat de aanwijzingen op deze plek aantonen dat er speciaal voor het maken van de schilderingen doornappel is geconsumeerd. Ze interpreteren de grotschilderingen van het windmolentje veeleer als een uitbeelding van de bloem van de doornappel zelf, als een teken dat “dit een plek is om doornappel te gebruiken.” Een naburige rode schildering is door de onderzoekers geïnterpreteerd als een insect, mogelijk een pijlstaart (een mot). Bekend is dat deze insecten ‘dronken’ worden als ze met hun lange tong de nectar van doornappelbloemen opzuigen; mogelijk staat de mot symbool voor mensen die doornappel gebruikten.

Volgens Robinson duiden de dichtheid van de tot quids gekauwde doornappel en ook de grote hoeveelheid werktuigen en voorwerpen die direct onder de rotstekeningen op de bodem van de grot zijn gevonden erop dat deze plek toch door groepen werd gebruikt, niet uitsluitend door één enkele sjamaan. Uit etnografische bronnen blijkt dat tijdens de inwijding van jongemannen een aftreksel met de naam ‘toloache’ werd gedronken door stammen in de regio; de quids kunnen dus een indirecte aanwijzing zijn voor het gebruik van dit middel tijdens een initatieritueel of, in een andere groepsceremonie, als voorbereiding op activiteiten als de jacht.

Volgens Carolyn Boyd van de Texas State University is het windmolentje inderdaad een afbeelding van de bloem van de doornappel. “Maar afgezien daarvan denk ik dat de schildering tegelijkertijd ook een visuele ervaring uitbeeldt die in een trance wordt opgeroepen, wat nog eens benadrukt dat de schildering grote betekenis had voor degenen die de grot bezochten en deze krachtige plant innamen,” zegt zij.

Voor Hernandez leveren een bezoek aan de grot en het bekijken van de schilderingen een “volstrekt individualistische ervaring” op. Als ze het ‘windmolentje’ bekijkt, ziet ze de bloem van de doornappel, maar ze zegt erbij dat veel van haar familieleden het niet met haar eens zijn. Ze staat open voor andere interpretaties van de plek, bijvoorbeeld als ontmoetingsplaats voor mensen die spiritueel advies nodig hadden of voor groepsceremoniën. Hoe het ook zij, de grot is nu een plek waar haar stam meer te weten kan komen over zijn rijke verleden.

“In de hele staat zijn er plekken van Californische indianen die op het gebied van ecologische kennis heel veel te bieden hebben,” zegt Hernandez. “Deze plekken zijn er nog steeds en ze wachten erop om door ons stamleden bezocht te worden, zodat we onze voorouders beter kunnen leren kennen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.