Waarom dit beroemde Angelsaksische scheepsgraf vermoedelijk het laatste van zijn soort was

De archeologische vondst bij Sutton Hoo – het sensationele onderwerp van de film ‘The Dig’ - is mogelijk de laatste stuiptrekking van een Engelse middeleeuwse traditie van excessieve begrafenissen.

Gepubliceerd 2 feb. 2021 11:46 CET
Deze bijzondere helm werd begin zevende eeuw bij Sutton Hoo begraven, samen met zijn Angelsaksische eigenaar, ...

Deze bijzondere helm werd begin zevende eeuw bij Sutton Hoo begraven, samen met zijn Angelsaksische eigenaar, een vooraanstaande krijger of mogelijk zelfs een koning.

Foto van BRITISH MUSEUM

Archeologen zijn meestal behoorlijk bedachtzaam. Ze doen geen al te stellige uitspraken, bekijken hun materiaal nauwkeurig van alle kanten en hebben vaak een hekel aan sensatieverhalen. Maar als het gaat over de grafheuvels bij Sutton Hoo in het zuidoosten van Engeland, laat zelfs de meest terughoudende wetenschapper alle voorzichtigheid varen. Magnifiek! Monumentaal! Ongekend!

In 1939 ontdekten archeologen een 1400 jaar oud Angelsaksisch graf, met daarin onder meer een volledig schip en duizelingwekkend waardevolle grafvoorwerpen. De spectaculaire vondst veranderde de kijk van historici op de vroege middeleeuwen in Engeland, vertelt curator Sue Brunning, die de legendarische objecten tegenwoordig onder haar hoede heeft in het British Museum. ‘Het veranderde in een klap alles.’ 

Nu, 82 jaar later, staat het scheepsgraf opnieuw in de publieke belangstelling, met dank aan de nieuwe Netflix-film The Dig met Carey Mulligan, Ralph Fiennes en Lily James. Maar aan het begin van de zevende eeuw, toen de laatste schep grond over de Angelsaksische strijder en zijn schatten was gegooid, raakte het uit de mode om doden te begraven met bergen bling. Nog geen honderd jaar na de teraardebestelling bij Sutton Hoo, was er in de meeste Engelse graven niets meer te vinden dan stoffelijke resten. Wat was de reden voor die omslag?

‘Honderden, duizenden jaren lang werden mensen in schepen begraven,’ vertelt Brunning. Ook kregen ze al die tijd grafgiften mee. In de vroege Middeleeuwen werden mensen in Europa bijna altijd begraven met minstens enkele van hun waardevolle bezittingen, zoals kralen en munten, maar ook bijvoorbeeld een paardentuig.

De schat van Sutton Hoo werd opgegraven door Basil Brown. Hij was daarvoor niet speciaal opgeleid maar werd ingehuurd door Edith Pretty, de eigenares van de grond. Zij was benieuwd wat er onder de terpen lag op haar landgoed in Suffolk in de buurt van de rivier de Deben. Tijdens een serie verschillende opgravingen bracht Brown langzaam maar zeker 263 waardevolle voorwerpen naar de oppervlakte, die begraven lagen in het ongeveer 25 meter lange Angelsaksische schip. Onder de kostbare vondsten bevonden zich onder meer een helm met masker, fraai bewerkte schoudersluitingen, huishoudelijke voorwerpen en wapens. Veel van de objecten, gemaakt van onder meer ijzer, goud, granaat en veren, waren (deels) te herleiden tot veraf gelegen gebieden als Syrië en Sri Lanka.

Door de ontdekking van de voorwerpen bij Sutton Hoo kregen historici plotseling een nieuwe kijk op het tijdperk dat ooit de ‘Dark Ages’ werd genoemd. De grafvoorwerpen waren kunstig gemaakt, van materialen uit de hele wereld. Daaruit bleek dat de samenleving uit de vroege middeleeuwen die werd beschreven in heldendichten als Beowulf mogelijk meer werkelijkheid was dan mythe. ‘Eerder werd gedacht dat dat soort dingen grotendeels op fantasie berustte,’ vertelt Brunning.

Maar toen de onbekende Angelsaksische aristocraat die bij Sutton Hoo begraven ligt zijn laatste adem uitblies, liep de traditie van dergelijke grootse uitvaarten al op zijn eind. Tussen de zesde en achtste eeuw waren de graven in Engeland al eenvoudiger en kariger geworden.

Een uitstervende traditie

Archeoloog Emma Brownlee van het Girton College van de University of Cambridge is gespecialiseerd in vroegmiddeleeuwse begrafenisrituelen. Zij wilde weten hoe en waarom er een einde kwam aan de traditie en boog zich over archeologische beschrijvingen van de meer dan 33.000 middeleeuwse graven. Haar analyse, waarover onlangs een artikel verscheen in het vakblad Antiquity, is gebaseerd op 237 begraafplaatsen in het noordwesten van Europa, waarvan het merendeel zich in Engeland bevond.

Aan de hand van de beschrijvingen en tekeningen van tienduizenden graven die in de afgelopen zestig jaar zijn opgegraven, becijferde Brownlee nauwkeurig het gemiddelde aantal objecten per graf, tot aan het laatste kraaltje. Ook noteerde ze andere belangrijke informatie, zoals hoelang de begraafplaatsen in gebruik waren en hoe oud ze waren volgens de meest betrouwbare dateringsmethoden.

Vervolgens werden alle cijfers verwerkt. Ze maakte een kaart waarop te zien is dat Engeland al halverwege de zesde eeuw afstapte van het meegeven van grafvoorwerpen. Toen de Angelsaksische krijger rond het jaar 625 n.Chr. werd begraven, liep deze traditie al op zijn eind.

‘Vanaf de zevende eeuw wordt er niemand meer begraven met spullen in zijn of haar graf,’ vertelt Brownlee.

Ze waarschuwt wel dat haar gegevens voornamelijk uit Engeland afkomstig zijn, en dat het niet per se zo is dat dit Engelse voorbeeld overal werd gevolgd. Uit haar data blijkt dat de overstap op simpeler graven in Engeland rond 720 definitief was, terwijl dat in de overige delen van het noordwesten van Europa nog een halve eeuw duurde.

De geboorte van Engeland - en het einde van grafvoorwerpen

De veranderende begrafenisrituelen vielen samen met een periode van grote veranderingen in Engeland. Het land dat ooit onder Romeinse heerschappij viel, werd rond 410 onafhankelijk en kampte met verschillende golven indringers, zoals de Germaanse Angelen en Saksen.

Deze heidense heersers versmolten hun gebieden tussen 400 en 600 tot koninkrijken die zich in de zevende eeuw tot het christendom bekeerden. De machtigste Angelsaksische koningshuizen wisten de Viking-invasies te weerstaan die vanaf de negende eeuw plaats vonden. Ze bleven zich steeds verder verenigen en vormden in 927 het Koninkrijk Engeland, waarmee ze de basis legden voor de hedendaagse Britse monarchie.

De krijger die in het schip werd begraven, is waarschijnlijk een Angelsaksische koning, mogelijk Rædwald van East Anglia. Deze was tussen 599 en 624 vorst van een koninkrijk waar ook Suffolk toe behoorde. De data op munten in het graf komen overeen met deze jaartallen en uit de kwaliteit en de waarde van de grafgiften blijkt dat het om een extreem invloedrijk persoon moet gaan.

Hetzelfde geldt voor het graf zelf. ‘Dat ze een schip uit de rivier naar boven hebben gesleept, dat ze een gat hebben gegraven dat groot genoeg was om dat schip te kunnen bevatten, dat ze een grafkamer hebben gebouwd: het is net een theaterstuk,’ aldus Brunning. ‘Je kunt je voorstellen dat daar enorme groepen mensen bij betrokken waren. De uitvaart zelf moet een immense aangelegenheid zijn geweest en de grafheuvel was zo gigantisch dat die waarschijnlijk vanaf de rivier te zien was als je erlangs voer.’

De persoon die bij Sutton Hoo ligt begraven had ook zijn zwaard bij zich. Uit recent onderzoek door curator Sue Brunning van het British Museum blijkt dat de eigenaar van het wapen mogelijk linkshandig was.

Foto van BRITISH MUSEUM

Archeologen denken dat ook de familieleden van de heerser werden begraven bij Sutton Hoo en dat zij in zo'n zeventien heuvels in de buurt van de krijger hun laatste rustplaats kregen. Op de vindplaats werd ook een ander, kleiner schip aangetroffen.

De veranderende begrafenisrituelen hebben mogelijk te maken met politieke macht, vertelt archeoloog Heinrich Härke van de HSE University in Moskou. Hij is deskundig op het gebied van vroegmiddeleeuwse begrafenissen en was niet bij het onderzoek betrokken. Naarmate heersers in Engeland in de loop van de zesde eeuw hun macht begonnen te consolideren en koninkrijken vormden, werd het mogelijk minder belangrijk voor mensen om hun macht aan de buitenwereld te tonen en dergelijke waardevolle goederen te begraven.

Andrew Reynolds, archeoloog van de middeleeuwen aan het University College London, heeft een andere hypothese: door de opkomst van de koningen raakten de mensen die niet tot de elite behoorden armer.

‘Het feit dat de natuurlijke hulpbronnen en grond steeds meer in handen kwamen van Engelse koningshuizen was de eerste klap voor de vrijheden die kleine gemeenschappen daarvoor hadden. Rijkdom raakte gepolariseerd.’

En dan is er nog de kwestie van het christendom. Door de opmars van de nieuwe religie raakten grafheuvels uit de gratie en werden koninklijke graven verplaatst naar kerkhoven of tombes in kerken en kathedralen. Ook het aantal grafvoorwerpen nam af. Vanaf de achtste eeuw werden zowel de leden van koningshuizen als gewone stervelingen meestal begraven met niet meer dan een lijkwade, enkele persoonlijke bezittingen of sieraden, of christelijke voorwerpen als een kruis.

Volgens Reynolds maakt de begraafplaats van Sutton Hoo deel uit van die transitie, met name omdat het erop lijkt dat het de begraafplaats was van slechts één Angelsaksische familie, en dat deze geen onderdeel uitmaakte van een groter grafveld.

Uitzicht over de met rijp bedekte grafheuvels bij Sutton Hoo in de vroege ochtend. Een gedeelte van het grafveld dat in de buurt van het beroemde schip werd ontdekt is onaangetast gebleven, zodat toekomstige generaties archeologen nieuwe vragen met nieuwe methoden kunnen beantwoorden.

Foto van NATIONAL TRUST PHOTOLIBRARY, ALAMY

‘Alle graven van mensen met een hoge status uit deze periode liggen afgelegen van de plek waar mensen met een lagere status begraven liggen,’ vertelt hij. ‘Wat we hier zien is dat mensen die de beschikking hadden over statusgoederen, en die het hoogstwaarschijnlijk ook lokaal voor het zeggen hadden, zichzelf onderscheidden van anderen. Dat doen ze niet alleen door opvallend waardevolle goederen te kopen, maar ook door letterlijk een eigen plek op te eisen.’

Brownlee denkt echter dat de trend richting simpeler graven niet zozeer verklaard kan worden door koninklijke machtsgrepen, maar door toegenomen handel en contacten binnen westelijk Europa. ‘Veranderende begrafenisrituelen kwamen meestal voort uit communicatie met mensen met een gelijke sociale status,’ stelt zij. Daarbij verwijst ze naar sociologische en linguïstische modellen waaruit blijkt dat culturele veranderingen zich het snelst verspreiden via gelijken.

Misschien was de begrafenis bij Sutton Hoo wel ingegeven door koninklijke vrees, meent Brunning. ‘Er zijn talloze hypothesen die stellen dat dit mogelijk een reactie was op de komst van het christendom; een laatste viering van de traditionele leefwijze. Het was misschien eerder een teken van onzekerheid dan van kracht, een symbolisch gebaar dat nogal wat onzekerheid moest verbloemen.’

Geen keihard bewijs

Als er geen harde bewijzen worden gevonden, blijft het voor wetenschappers lastig om te achterhalen hoe de begrafenisrituelen uit het verleden moeten worden bezien ten opzichte van de veranderende samenleving. Een nog niet opgegraven gedeelte van de vindplaats bij Sutton Hoo biedt een sprankje hoop dat die vraag in ieder geval voor het middeleeuwse Engeland ook beantwoord kan worden.

Na de allereerste graafwerkzaamheden van Brown liepen twee andere graafprojecten op de vindplaats door tot begin jaren negentig. Maar een deel van het grafveld in de buurt van het beroemde schip bleef ‘onaangetast, voor toekomstige generaties met nieuwe vragen en nieuwe technieken,’ zei een woordvoerder van de National Trust in 2019 tegen de East Anglian Daily Times.

Voor nu moeten onderzoekers het doen met wat Brown en zijn opvolgers al hebben opgegraven. Of ze moeten, net als Brownlee, nieuwe inzichten aan die oude data proberen te ontfutselen. Brunning en haar collega's zullen intussen hun uiterste best doen om de in de grafheuvel gevonden voorwerpen zo goed mogelijk te bewaren. De objecten vertellen een verhaal over een tijdperk van koningen en vazallen dat volgens historici een sprookje was, tot Brown zijn vondst deed.

Afgezien van de achtergrond van het graf van Sutton Hoo en de geleidelijk afname van dergelijke graven, is het de moeite waard om na te denken over het hoe en waarom van de laatste rustplaats van mensen uit het verleden, en wat zij meekregen - of niet.

‘Graven behoren tot de weinige archeologische bronnen die met opzet in de grond belandden,’ zegt Brownlee. ‘Bijna al het andere dat we vinden kwam er per ongeluk terecht. Elk voorwerp in een graf ligt daar met een bepaald doel. Een van onze uitdagingen is om erachter te komen wat dat doel was.’

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.