Geschiedenis en Cultuur

Geen bewijzen van vervalsing ontdekt in papyrus ‘Evangelie van Jezus’ vrouw’

Uit chemische en epigrafische analyses blijkt dat het zogenaamde ‘Evangelie van Jezus’ vrouw’ echt zou kunnen zijn.

Door Dan Vergano
Foto's Van Karen L. King

11 april 2014

Had Jezus een vrouw? Dat zou moeten blijken uit een controversieel stukje papyrus uit de 8e eeuw na Chr., aldus een reeks wetenschappelijke rapporten, die kunnen wijzen op zeer vroege christelijke geloofsopvattingen. Het ‘Evangelie van Jezus’ vrouw’ werd in 2012 op een persconferentie in Rome gepresenteerd door Karen King van de Harvard Divinity School: een stukje papyrus met daarop Koptische schrifttekens – en enkele intrigerende zinnetjes. 

De woorden "Jezus zei tegen hen, mijn echtgenote... zij is in staat mijn discipel te zijn..." staan geschreven op het midden van het fragment. Aanvankelijk dateerde King het papyrus in de 4e eeuw, terwijl de boodschap uit het verleden aansluit op het langlopende debat in die periode over de rol van de vrouw in het christendom en op de huidige thematiek van Dan Browns populaire thriller De Da Vinci-Code. Maar de bewering riep ook scepsis op bij religieuze geleerden, die het fragment als een vervalsing afdeden. In de reeks rapporten die nu in de Harvard Theological Review is verschenen, presenteren verschillende experts analyses van de chemische samenstelling van het papyrus en de inkt op het fragment. Ze komen tot de slotsom dat de inkt overeenkomt met oude inktsoorten en dat de papyrusvezels uit de periode van de 7e en 8e eeuw stammen. King meent dat het om een kopie van een oudere tekst gaat. "Al het bewijs duidt op een oud geschrift," zei King in een telefoongesprek. "Historici stellen zich vervolgens de vraag: wat betekent het?"

Vernuftige vervalsing?

De nieuwe onderzoeksresultaten zeggen nog niets over de vraag of de historische Jezus inderdaad een vrouw had, benadrukt King. Maar overeenkomsten met andere evangelische teksten op papyrus uit de eeuwen na Christus wijzen op een langlopend debat over de rol van de vrouw in de diverse kerken. De analyses konden niet definitief bewijzen dat het papyrus niet een zeer vernuftige vervalsing is, waarschuwden de wetenschappers. Maar ze moesten enkele eerdere bezwaren tegen de tekst intrekken, omdat er geen bewijzen van namaak zijn gevonden.

Toch zijn nog veel experts sceptisch. In een van de rapporten in het tijdschrift, van de hand van epigraaf Leo Depuydt van de Brown University in Providence, Rhode Island, wordt gesteld dat het in de tekst wemelt van de grammaticale fouten, wat tot deze conclusie leidt: "De auteur van deze analyse twijfelt er niet in het geringst aan dat het document een vervalsing is, en een slechte vervalsing bovendien." In het algemeen denkt hij dat het papyrus werd vervalst op een kopie van een oude tekst met het Evangelie van Thomas, die minder dan een eeuw geleden in Egypte werd ontdekt. In haar repliek in het tijdschrift wijst King deze kritiek van de hand. Ze stelt dat de grammaticale fouten verkeerd door Depuydt zijn geïnterpreteerd. Ook meent ze dat geschriften die lijken op het Evangelie van Thomas in die tijd veel voorkwamen in het oostelijke Middellandse-Zeegebied, waardoor woorden uit dat evangelie niet per se op vervalsingen hoeven te wijzen.

Oud papyrus

Op vindplaatsen in Egypte zijn opslagplaatsen met grote hoeveelheden oude papyrusrollen gevonden, en het 8 bij 4 centimeter grote fragment is waarschijnlijk afkomstig van een van die plekken. Maar de precieze oorsprong en de auteur ervan blijven een raadsel, omdat het papyrus eigendom is van een onbekende privéverzamelaar, die het fragment pas sinds 1999 in bezit heeft, aldus King.

King zegt dat de eigenaar het fragment aan de Harvard-universiteit zou willen schenken, zodat het later tentoongesteld kan worden. In de rapporten die nu zijn gepubliceerd, kwam een team onder leiding van Joseph Azzarelli van het MIT na chemische analyses tot de slotsom dat de ouderdom van het stukje papyrus overeenkomt met die van een geverifieerd Evangelie van Johannes uit de oudheid. Het team verrichtte microspectroscopisch onderzoek op het papyrus, waaruit bleek dat het fragment minder oxidatie – veroudering door blootstelling aan lucht – vertoonde dan het geverifieerde evangelie. James Yardley en Alexis Hagadorn van de Columbia University keken naar de pigmenten in de inkt op het fragment. Zij concludeerden dat die inkt leek op ‘lampzwart’-inkt die in andere oude teksten is gebruikt.

Belangrijk was dat de wetenschappers op het papyrus geen aanwijzingen vonden voor recent opgebrachte inkt, dat zich in dat geval in beschadigde gedeelten zou hebben opgehoopt. Ook vonden ze geen enkel bewijs voor de mogelijkheid dat het woord ‘echtgenote’ in de tekst door een latere schrijver was aangebracht in plaats van het woord ‘vrouw’, zoals sommige sceptici hadden gesuggereerd. Uit de koolstofdatering van het fragment komt een datering naar voren van 659 tot 869 na Chr.

Het debat over de grammatica van de Koptische tekst weerspiegelt deels de schrijfstijl van de auteur van dit papyrusfragment, die misschien geen professioneel schrijver was maar een ongeschoold lid van de lagere klassen, zo oppert Malcolm Choat, expert in oude handschriften aan de Australische Macquarie University. Choat vergelijkt het handschrift met ‘magische’ teksten uit deze tijd, die met een kwastje werden opgetekend en vaak bezweringen bevatten waarin werd gevraagd om zegeningen of vervloekingen. "Ik heb geen 'smoking gun' gevonden waaruit zonder enige twijfel blijkt dat de tekst niet in de oudheid werd geschreven, maar dit soort onderzoek kan ook niet aantonen dat het papyrus wél echt is", schrijft Choat. Een simpele vervalsing is het in ieder geval niet.

De vrouw in de kerk

Vrouwen behoorden tot de meest fervente aanhangers van het vroege christendom, toen mensen zich nog in een vijandig Romeinse Rijk tot de nieuwe religie bekeerden. Christelijke schrijvers zwegen aanvankelijk over de huwelijkse staat van Jezus, zegt King, en de bewering dat hij niet was getrouwd dook pas in de late tweede eeuw op. "Dit fragment bewijst niet dat Jezus getrouwd was. Dat weten we gewoon niet," benadrukt King. "Maar de eerste christenen hielden zich zeer intensief bezig met de vraag of ze getrouwd konden zijn of celibatair moesten leven."