Geschiedenis en Cultuur

Verdwenen! De verrassende sporen die ontbreken in oude kunst

Wanneer je terugkijkt in de kunstgeschiedenis, zie je wat ontbrekende zaken. Interessante zaken.

Door Robert Krulwich
Foto's Van Robert Krulwich

2 maart 2016

Het lijkt er bijvoorbeeld op dat men vroeger geen woord had om de kleur van de lucht te beschrijven. Het ‘b-woord’ – blauw? Dat gebruikten ze niet. Dat is althans wat er wordt beweerd.

Een paar jaar geleden vond een van mijn collega's van Radiolab (een podcast/zender die ik ook presenteer) een essay van niemand minder dan William Gladstone, een Britse premier in de jaren zestig, tachtig en negentig van de negentiende eeuw. Gladstone was een Homerofiel. Hij was dol op de verhalen van Homerus, verslond ze en was om redenen waar we nu alleen nog maar naar kunnen raden nieuwsgierig naar het gebruik van kleurbegrippen door de dichter. Al bladerend door Ilias en daarna door Odyssee noteerde Gladstone alle gevallen waarin Homer een kleur beschreef om iets te beschrijven. Tot zijn verrassing vond hij veel gevallen van zwart en wit en een aantal rode, gele en groene beschrijvingen, maar stuitte hij nergens op blauw.

Bij Homerus zijn de luchten niet blauw, de zeeën niet (die zijn wijnkleurig) en lijkt niemand blauwe ogen te hebben gehad – zelfs de onsterfelijken niet. Toen Tim Howard, onze verslaggever, ons het essay van Gladstone liet zien, dachten we dat we de bevindingen maar beter konden controleren. We vonden een bekende taalkundige en onderzoeker van oude teksten, Guy Deutscher, die ons in de uitzending vertelde: “Gladstone heeft gelijk ...”

Het werd nog vreemder. Howard kwam met een filoloog, Lazarus Geiger, op de proppen die oude Chinese teksten, vedische gedichten uit Zuid-Azië, oude sagen uit IJsland en de Westerse Bijbel onderzocht en opnieuw ontdekte dat in de oude klassieken niet of nauwelijks sprake is van blauw.

Waarom geen blauw?

Ja, waarom? De show van Radiolab (je kunt de hele uitzending hier beluisteren) verkende verschillende theorieën, maar het overtuigendst leek de theorie dat het meest blauwe voorwerp – de lucht – zo aanwezig en zo'n vaststaand gegeven was dat de oude bevolking er gewoon niet te veel aandacht aan besteedde. Natuurlijk keek men altijd naar de lucht, maar men keek op een ‘o ja, daar is hij weer’-manier en vond het niet nodig om de lucht te onderscheiden van andere zaken. Men nam de lucht dus voor lief zonder hem een eigen kleur en plaats toe te kennen. Door zijn alomtegenwoordigheid werd hij onzichtbaar.

Het zou niet lang duren voor de blauwe verf werd uitgevonden (dat gebeurde in Egypte) en ‘blauw’ een beschrijving werd.

Het nieuwste ontbrekende ding

Dat was onze gok. En nu heb ik nog iets: een tweede ding dat men vroeg altijd zag en niet beschreef. Het is zelfs nog basaler. Ik heb het over planten.

Kijk eens lang en onregelmatig naar de grottekeningen die kunstenaars al 40.000 jaar geleden tijdens het paleolithicum maakten. Er zijn er honderden van – in Spanje, in Frankrijk en overal ter wereld. Wat zie je?

Er zijn, beweert Richard Mabey in zijn nieuwe boek ‘The Cabaret of Plants’, ‘galopperende paarden en grazende bizons’, rendieren, rundvee, de gebruikelijke neushoorn – dieren die je kunt eten, dieren waar je op kunt jagen of die je gewoon bewondert en misschien zelfs aanbidt...

Maar de volgende zaken zie je niet: hoewel al deze dieren op vlakten of in bossen leefden en planten aten, vond Mabey geen overtuigende beelden van gras, geen landschap met een hert dat aan een bladerrijk voorwerp snuffelt of aan een struik knabbelt. Er lijken geen voorwerpen met bladeren in de paleolithische kunst voor te komen. En ook geen struiken of bomen. Mabey heeft een vriend, bioloog en schilder Tony Hopkins, die al 20 jaar steenkunst van over de hele wereld schetst. Hij, zo schrijft Mabey, “heeft nooit een echte oude weergave van planten gezien”. De steenkunst bevat geen planten “tot 5.000 jaar na het einde van het paleolithicum en de gelijktijdige ontwikkeling van landbouw in het Midden-Oosten”. Het springt opnieuw in het zicht wanneer het in de handel gaat.

Een niet-zakelijke verklaring?

Misschien, stelt Hopkins, vonden de bewoners van eeuwen geleden dieren levendiger, meer ‘levend’. (Dieren volgen immers dezelfde cyclus van geboren worden, samen komen, voortplanten en sterven als wij; planten hebben een geheimzinniger relaas dat het misschien niet waard is om te worden gefetisjeerd?)

Het is moeilijk - erg moeilijk - om te geloven dat zoveel eeuwen lang niemand een plant op de muur van een grot heeft getekend. Dat lijkt te lang. Daarom biedt Mabey ons als een uitzondering op de regel één afbeelding: een mogelijke plant, gekerfd op een bot.

Dit beeldhouwwerk werd gevonden in een grot in de regio Gironde in Frankrijk. Het dateert tot 15.000 voor Christus en is volgens hem „een overtuigend beeld van een specifieke en mogelijk herleidbare bloem”.

Hmmm. Ik kijk ernaar en probeer te zien wat Mabey ziet: deze vier mogelijke bloesems die uitspruiten aan de stengels rechts ... Laten we nog eens wat kijken - nu van dichterbij:

Dit zijn volgens hem mogelijk „een vrij goede impressie van een twijgje met blauwe bosbes of rode bessen”. Vier bloesems die naar links, naar rechts, naar links en opnieuw naar rechts zijn gericht. Ik twijfel of ik ze als bloemen kan zien. Voor een tijdje dan. Maar als ik knipper, kunnen ze vervormen tot slaperige vogels met een wijd open bek. Ik ben er dus niet zeker van dat dit een ‘overtuigend beeld’ van een plant is. Dat geldt ook voor Mabey. Hij erkent dat hij ze ook kan zien als „koppen en halzen van vogels”.

Hier is dus verwarring. Onze oude voorgangers - die bessen en vruchten aten, die gras verzamelden voor hun bedden, die toekeken hoe dieren aten, die naar de bossen, weilanden, bergen staarden, die minstens zo veel verzamelden als dat ze jaagden - kozen er om een bepaalde reden voor om de daadwerkelijke bron van hun leven niet te vieren.

Datgene waar jagers op jaagden, verscheen op hun geweide muren. Wat verzamelaars verzamelden bleef ... wat? Uit het hart? Niet interessant? Of, net als blauw, zo alomtegenwoordig dat niemand zich er druk om maakte om het waar te nemen?

Wat een uiterst merkwaardig hiaat.