Italië

Het geheim van Umbrië

Tussen Toscane en Rome ligt het groene hart van Italië: een regio met steden vol geschiedenis, de lekkerste truffelpasta’s en heuvels vol wijn- en olijfgaarden. Dit is Umbrië! donderdag, 9 november 2017

Door Veerle Witte
Foto's Van Steve McCurry

Ik tuur omhoog naar een serie fresco’s die het leven van Maria weergeven, in de apsis van de Duomo Santa Maria Assunta in Spoleto. Het is de zoveelste verzameling fresco’s die ik zie tijdens mijn reis door Umbrië, maar ik kan er geen genoeg van krijgen. Dit meesterwerk is het laatste kunststukje van de Renaissanceschilder Filippo Lippi, dat na zijn dood werd afgemaakt door zijn toen nog heel jonge zoon Filippino. De kleuren zijn fel en de afgebeelde mensen levensecht, het werk heeft iets bijzonders – iets wat je aandacht vasthoudt en je ogen langs de schilderingen laat glijden, waardoor je steeds nieuwe details ontdekt. ‘Pure schoonheid,’ zegt een jonge Italiaan die met stralende ogen naast me staat. Hij wijst naar de scène links onderin, waarop de engel Gabriël staat weergegeven. Een blauwe lichtstraal die van hem uitkomt, schijnt op de heilige maagd Maria.

‘Dit is mijn favoriete schilderwerk van de serie. Het derde perspectief, het licht, alles aan dit werk is briljant!’ De Umbriërs zijn trots op hun kunst, cultuur en geschiedenis. En dat mag ook wel! In deze regio in Midden-Italië, die wegens armoede is ontkomen aan de modernisering, word je constant meegetrokken naar een andere tijd. 

Het is eind april en de Italiaanse lente laat zich van haar beste kant zien. Het is zonnig en warm, bomen en bloemen staan in bloei. Terwijl ik door de groene, bloeiende valleien van Umbrië rijd, doemt aan de horizon het ene na het andere middeleeuwste stadje op. De steden zijn strategisch gebouwd – op zo’n manier dat je ze altijd kunt zien vanaf bepaalde punten. Eeuwenoude bruggen, kathedralen en paleizen, verstopt tussen heuvels en valleien, vormen een schilderachtig decor waar geschiedenisverhalen tot leven komen. Van de wijn die me ingeschonken wordt tot de straatstenen waar ik over wandel: overal zit een verhaal achter. Ik ben in het groene hart van Italië, waar middeleeuwse steden als arendsnesten op de steile heuvels prijken, waar een enorme hoeveelheid kunstschatten van ongekende waarde bewaard zijn gebleven, waar heden en verleden hand in hand gaan.

Ik snap nu waarom Umbrië, dat vaak vergeleken wordt met Toscane, het groene hart van Italië wordt genoemd en waarom mensen verliefd worden op deze regio.

Assisi is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van: het is de geboorteplaats van Sint-Franciscus, de belangrijkste heilige van de katholieke kerk, en daarmee na Rome het voornaamste religieuze centrum van Italië. Assisi lijkt wel in de bergwand te zijn gebouwd, de ligging is absurd. Een kronkelende weg met langs weerszijden appel- en perenbomen in bloei brengt me omhoog naar grotten zo’n 800 meter boven de stad, waar de heilige als kluizenaar verbleef. Wanneer ik door de grotten loop, bedenk ik dat het me geen straf lijkt veel tijd alleen door te brengen op deze plek in de bergen die zo sereen is in vergelijking met het platgelopen centrum van Assisi. Toch valt alle drukte van Assisi rond me weg op het moment dat ik de beroemde basiliek betreed, die bestaat uit twee boven elkaar gebouwde kerken en een klooster waar zo’n vijftig monniken wonen. Er is een mis bezig en hoog gezang vult de beschilderde ruimte. Rijen vol Italianen zitten te bidden en slaan een kruisje, terwijl monniken in grijze en zwarte gewaden door de imposante ruimte dwalen. Ik zie een man in één van de bankjes zitten: hij is alleen en staart voor zich uit. Wat een heerlijke plek om even tot jezelf te komen. De woorden van Paolo, de jongeman die ons meeneemt langs de mooiste kunstschatten van Umbrië onderbreken mijn gedachten. ‘Na Franciscus begonnen veel pelgrims naar Assisi af te reizen. Daarom moest de beste basiliek van de wereld gebouwd worden. Ci si va!

Ik kijk om me heen en laat de schoonheid van het kolossale bouwwerk op me inwerken. De techniek en kleurencombinaties van de muurschilderingen stralen een zekere perfectie uit: een diepe, donkere kleur blauw komt overal terug en contrasteert prachtig met de roodoranje stenen op de grond en muren. Gezichten in de schilderingen stralen zoveel emotie uit dat je het bijna voelt. Hoewel de basiliek vol met mensen is, heerst er een bepaalde rust en stilte. Je mag er geen foto’s maken en zelfs niet praten, maar het bouwwerk is zo indrukwekkend dat je er vanzelf stil van wordt. 

Al even indrukwekkend en vol geschiedenis is studentenstad Perugia. Moderne roltrappen brengen me omhoog naar het centrum van de stad en terwijl ik me bedenk hoe luxe het is dat ik dit steile stuk niet omhoog hoef te klimmen, sta ik plotseling in een ondergrondse stad: de Rocca Paolina.

De Italiaanse Francisca die me rondleidt door de stad vertelt het fascinerende verhaal erachter: ‘Paus Paulus III kwam rond 1540 in geldnood en vond het wel een goed idee om de zoutbelasting te verdrievoudigen. Dit leidde er echter enkel toe dat niemand meer zout kocht, wat de paus woedend maakte! Hij besloot als straf een burcht te bouwen met de chicste wijk van de stad als fundering. De burcht is later afgebroken, maar de ondergrondse wijk met maar liefst zeven kerken is blijven bestaan. Omdat de paus als straf ook alle stadsprivileges had ontnomen, is Perugia – ooit de belangrijkste stad na Rome – voor een periode van 300 jaar in slaap gevallen,’ besluit ze haar verhaal.

Hoewel het voor de mensen destijds vreselijk moet zijn geweest, is het dé reden dat Perugia ontsnapt is aan de modernisering en is het een stad van perfect behouden middeleeuwse schatten. Oma’tjes hangen uit ramen met opengeklapte luiken en bloemen aan de vensterbank. Ik gluur huizen binnen door openstaande houten deuren en verdwaal in de kleine steegjes van het levendige centrum binnen twee ringen van Etruskische en middeleeuwse stadsmuren tot ik uitkom bij Piazza San Francesco, waar studenten op het grasveld genieten van de zon.

Ik sluit aan bij een groepje meiden uit Città di Castello: een kleine plaats in het noorden van Umbrië. Eén van de studentes bespeelt een ukulele, terwijl de rest meezingt. Ze zijn naar Perugia gekomen om politicologie te studeren en hebben net examen gehad. ‘Dit is een zalige stad om te studeren,’ vertelt Emila. ‘Perugia is niet alleen één van de mooiste steden van Italië, het is hier ook super gezellig. Een echte studentenstad!’ Iets wat inderdaad direct opvalt: studenten hangen in bosjes op de treden van middeleeuwse paleizen op de piazza’s, terwijl ouderen een praatje maken op straat of eten een ijsje eten op de rand van Fontana Maggiore: de best bewaarde middeleeuwse fontein van Italië. Mensen zijn vrolijk en lijken te genieten van het leven: Umbriërs staan bekend als de vriendelijkste mensen van Italië!

Net als in de rest van Italië wordt er in Umbrië veel, graag en goed gegeten. Ik heb honger gekregen van het ronddwalen en ga lunchen bij Osteria a Priori: een voortreffelijk zaakje verstopt in het historische stadscentrum van Perugia, waar je regionale gerechten proeft, tussen de locals. ‘Kijk,’ fluistert Francisca. Ze wijst naar de tafel naast ons waar een schattig klein meisje met haar familie zit te eten. De hele familie is bezig het meisje een bord spaghetti naar binnen te laten werken. ‘Eetcultuur is zeer belangrijk in Italië en kinderen gaan altijd voor,’ grinnikt ze.

Al snel staat ook onze tafel vol gerechten. Vooraf eten we de regionale broodsalada panzella, ei met truffel en planken vol verschillende kazen en vleessoorten die je eet met torta el testo: specifiek brood uit Umbrië gebakken op een gietijzeren plaat – zonder zout, vanwege de beruchte zoutoorlog. Daarna pici en strangozzi, de typische pastasoorten uit Umbrië, met truffel. Umbrië is dé truffelregio van Italië. Francesca legt me uit dat de Umbrische keuken bekend staat als een boerse keuken met een verfijnde twist: weinig ingrediënten, grote porties en bijzonder smaakvol. ‘Waar je in Toscane kleine porties krijgt, krijg je hier een bord vol. Je zal hier nooit een restaurant uitlopen met ruimte over in je maag.’ Ze heeft gelijk. Deze hele reis eet ik tot ik niet meer kan: je bord niet leegeten is onbeleefd en dus geen optie. 

De historie van Assisi, de kunstwerken in Spoleto, de bruisende gezelligheid van Perugia: alle steden in Umbrië hebben hun eigen unieke charme. Toch ben ik vooral gecharmeerd van Orvieto: een lieflijk stadje op de top van een tufsteenrots. Ik verdwaal in steegjes en straatjes van de middeleeuwse wijk, drink een latte macchiato bij het beroemde koffiehuis Montanucci en maak praatje met Italiaanse jeugd en bejaarden op prachtige piazza’s. Aan het einde van de dag licht de avondzon de gigantische gotische kathedraal van de stad op. Vanaf zwart-witte middeleeuwse bankjes langs de rand van het plein, gemaakt van dezelfde stenen als de kathedraal, kijken mensen uit over Piazza Duomo en op naar de kathedraal. Ik loop over het plein en laat de schoon- en grootsheid van de Duomo op me inwerken, geniet van de sfeer die er hangt. Even verder op kijk ik uit over de vallei die zich voor de stad uitstrekt.

Ik snap nu waarom Umbrië, dat vaak vergeleken wordt met Toscane, het groene hart van Italië wordt genoemd en waarom mensen verliefd worden op deze regio. Umbrië is als het ware een boersere versie van Toscane, in positieve zin: porties zijn groot, mensen hartelijk en steden authentiek. Hier vind je nog geen terrassen vol toeristen, maar eerder twee oudjes op een bankje en kinderen die achter elkaar over het plein rennen. Het is de regio waar je door groene valleien en langs bergmeren van de ene naar de andere middeleeuwse stad rijdt, waar je geniet van de beste wijn van Italië en een verfijnde boerse keuken. Umbrië is de regio die je meetrekt naar een andere tijd, waar mensen leven zoals zij dit altijd al gedaan hebben.

Bekijk ook de reiswijzer van Umbrië!

Lees meer