Het jaar van de vogel

Bijzondere rode ibis eindigt als delicatesse in Trinidad

De regering van Trinidad probeert de rode ibis tegen haar eigen burgers te beschermen en heeft de boetes voor stroperij sterk verhoogd.Wednesday, August 8

Door Rene Ebersole
De rode ibis werd in 1962 tot nationale vogel van Trinidad uitgeroepen. Sindsdien is het verboden om op de vogel te jagen, maar het dier wordt nog altijd door stropers gedood vanwege zijn vlees, dat in traditionele gerechten wordt verwerkt. Op 26 juli werd de rode ibis uitgeroepen tot “milieugevoelige soort”, wat betekent dat stropers zeer hoge boetes en gevangenisstraf riskeren.

“Wat wil je over de rode ibis weten?” vroeg Kenny Rattan me toen hij uit een zwarte auto stapte.

Ik was vooral nieuwsgierig: hoe smaakt de nationale vogel van Trinidad eigenlijk?

Rattan zat 31 dagen in de gevangenis omdat hij het antwoord op die vraag wist. In 2013 werd de oestervisser betrapt met de karkassen van achttien rode ibissen in zijn knapzak. “Het smaakt lekker – heel, heel erg lekker,” antwoordde hij in de snelle cadens en het accent van de Caraïben. “Het vlees is zoet. Als je het eenmaal proeft, zul je het lekker vinden.”

Rattan had met me afgesproken op een afgelegen zandweg in het midden van een verlaten suikerrietplantage, waar we in alle rust konden praten over zijn dagen als stroper van rode ibissen in het naburige Caroni-moeras, waar duizenden van deze vogels foerageren, broeden en roesten. Die dagen zijn voorbij, zegt Rattan. “Ik heb mijn lesje geleerd en ik zeg nu tegen mensen: doe het niet. Ik wil de vogels beschermen. Ik ben gestopt met jagen omdat ik wil dat mijn kleinkinderen deze vogels ook kunnen zien.”

Rode ibissen broeden in kolonies, waarbij ze zich met duizenden tegelijk verzamelen in de toppen van mangrovebomen na op moerasvlakten te hebben gefoerageerd. Toeristen uit de hele wereld komen naar Trinidads Caroni-moeras om de vuurrode vogels tegen het vallen van de avond naar hun roestplaatsen voor de nacht te zien vliegen.

Tot 1962 was het toegestaan om op rode ibissen te jagen, maar in dat jaar werd de vogel uitgekozen om op het nationale wapen van Trinidad en Tobago te prijken en als symbool van het eiland Trinidad te dienen. (De vogel van Tobago is de roodbuikchachalaca, die plaatselijk als de cocricobekendstaat.) Samen met zijn rol als een van de grootste toeristische attracties van de regio heeft deze bijzondere status de vogel niet alleen tot nationale schat gepromoveerd maar ook tot een internationaal fenomeen.

Toen ik ongeveer tien jaar geleden tijdens een rondleiding door het Caroni-moeras voor het eerst rode ibissen zag, was ik diep onder de indruk. Ruim een uur lang keek ik hoe honderden van deze vuurrode vogels onder een gloeiende volle maan naar een groepje mangrovebomen vlogen, waar ze geregeld roesten. Hun felrode verenkleed, dat ontstaat door het eten van krabjes die vol zitten met carotenoïden, contrasteerde zo sterk met het groen van de mangroven dat het niet moeilijk was te begrijpen waarom sommige mensen vinden dat deze vogels lijken op kerstboomversieringen.

Zwermen van honderden rode ibissen kunnen worden opgeschrikt door indringers en boten. Stropers maken gebruik van het zwermgedrag van de vogels door met een rood stuk stof een foeragerende ibis na te bootsen. Voorbijvliegende ibissen worden erdoor aangelokt als motten naar een vlam.

Tegenwoordig telt het Caroni-moeras volgens plaatselijke schattingen acht- tot dertigduizend rode ibissen, op een totale populatie van 100.000 tot 150.000 in heel Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied. Met zulke aantallen worden ze niet als een bedreigde soort beschouwd, maar milieudiensten en natuurbeschermers in Trinidad maken zich wel zorgen over bepaalde dreigingen: de verwoesting van habitats, vervuiling, de scheepvaart (die de schuwe vogels storen bij het foerageren en broeden) en de stroperij.

Onder de 1,37 miljoen inwoners van Trinidad en Tobago zijn er nog steeds mensen die de vogel als een delicatesse en als afrodisiacum beschouwen – als iets waar je stiekem van geniet. De voorkeur voor het vlees van de rode ibis is geworteld in een culturele traditie waarin bushmeat hoog staat aangeschreven, het liefst gesmoord in curry’s. Veel Trinidadianen geven de voorkeur aan wild (niet altijd legaal geschoten) boven gewone kip, varkensvlees of rundvlees – vooral tijdens kerst en carnaval, wanneer dansers in glitterkleding, strakke broeken en bewerkelijke verentooien door de straten wervelen.

Het diepgewortelde verlangen om bushmeat te eten maakt het controleren op stropers lastig, zegt minister van Landbouw Clarence Rambharat. “De jacht zit echt in onze cultuur. Als je naar een feestje gaat waar ze wild opdienen, geeft iedereen daar de voorkeur aan. Zelfs kerken serveren bushmeat in het wildseizoen.”

Kleine ibisjagers schieten een paar vogels voor eigen gebruik. (Volgens Rattan heb je drie tot vijf vogels nodig om een goede curry te bereiden.) Maar grote stropers slachten de dieren en masse af en verkopen ze per drie stuks voor circa vijftien dollar. “Iemand komt hier dan drie-, vierhonderd vogels afschieten,” zei Rattan. Sommige stropers zijn volgens hem doodgewone (krab)vissers, maar anderen zijn “grote jongens. Ik ken douanebeambten die hier komen stropen.”

Met een gewicht van ongeveer een kilo, legt een enkele rode ibis niet veel vlees in de kookpot. Stropers zeggen dat het op zijn minst een handvol vogels kost om een goede curry te maken. Het krabrijke dieet van de vogels verklaart hun kleur, evenals hun zoete smaak, zeggen jagers.

Ook Rambharat kent die verhalen. “Mensen uit de omringende dorpen zeggen altijd dat bekende mensen – onder wie politiemensen – ook aan het stropen, verkopen en eten van de vogels doen,” zei hij. “Ik denk niet dat het alleen maar geruchten zijn.”

Om de stroperij een halt toe te roepen riep Trinidad de vogel vorige maand uit tot een ‘milieugevoelige soort’, een besluit dat volgt na aanhoudende pleidooien van Rambharat. In één keer is de boete voor het illegaal doden van een ibis verhoogd tot bijna 15.000 Amerikaanse dollar – een gemiddeld jaarsalaris in Trinidad. Daarnaast wordt ook twee jaar gevangenisstraf opgelegd.

“De boetes moeten afschrikwekkend werken,” zei Rambharat. “Mensen hebben ibissen niet nodig om te eten, dus is er geen reden om erop te jagen.”

De nieuwe wetgeving maakt de kans ook groter dat een gedeelte van het ruim 5600 hectare grote Caroni-moeras, dat internationaal al als een belangrijk wetland wordt beschouwd, zal worden uitgeroepen tot milieugevoelig gebied en jagers en vissers er zonder vergunning geen toegang meer toe hebben. (Momenteel wordt ruim 1600 hectare van het moeras beschermd.)

“Ik denk dat er meer mensen zijn die willen dat de rode ibis wordt beschermd dan mensen die hem als delicatesse willen blijven eten,” zei Nadra Nathai-Gyan, voorzitter van de Environmental Management Authority. “Het heeft enige tijd geduurd voor we zover waren, maar de mensen sluiten deze soort nu in hun armen.”

Lees meer over wildcriminaliteit op www.nationalgeographic.nl/wildcriminaliteit

Dit verhaal is ingekort en werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Rene Ebersole schrijft over wetenschap en het milieu voor verschillende publicaties als Audubon, Popular Science, Outside, en The Nation. Volg haar op Twitter en LinkedIn.