Magazine

Silicon Valley is (bijna) volwassen

In Silicon Valley leken de mogelijkheden onbegrensd, maar ook hier wordt nu de vraag gesteld of ‘méér en groter’ wel altijd beter is. dinsdag, 22 januari 2019

Door Michelle Quinn
Foto's Van Laura Morton

Maak een ritje in de achtbaan van de internetbubbel van de jaren ’90 tijdens de ‘www.week’ online en op tv bij National Geographic. Van 27 januari t/m 1 februari is o.a. de nieuwe zesdelige serie Valley of the Boom dagelijks te zien om 21.00 uur.

Dit verhaal verschijnt in de februari 2019 editie van National Geographic magazine.

Een stel Tesla’s wedijvert om een plekje bij een van de twaalf oplaadpalen op het parkeerterrein. De lobby van het Computer History Museum staat vol met vooral mannen, hier en daar zie je ze elkaar snel huggen. ‘Hoe staat het met m’n investering?’ roept iemand naar een kennis, dwars door het gewoel. Dan gaat er een bel en wordt het een beetje als het begin van een kerkdienst. Haastig stroomt de luidruchtige menigte de zaal in. Daar wordt het stil. De deuren gaan dicht. Demo Day gaat beginnen.

De komende twee dagen geven ondernemers van 132 start-ups hun twee minuten durende pitches. Het zijn perfect ingestudeerde praatjes over hoe ze de wereld gaan veranderen. Er zijn talloze manieren om dat te doen. Bijvoorbeeld met radarsensoren aan slaapkamerplafonds in verpleeghuizen. Of met drones die nutsleidingen inspecteren. Of machine learning voor containerbedrijven. Of een wasmiddel-abonnement speciaal voor mannen.

Eén van deze 132 start-ups gaat ooit miljardenwinsten maken, zegt Michael Seibel tegen de verzamelde investeerders. Seibel is directeur en partner bij Y Combinator. ‘Aan jullie de taak om uit te vinden welke dat is,’ zegt hij. Zijn bedrijf helpt ondernemers hun ideeën tot ontwikkeling te brengen.

De eerste pitch is van Public Recreation, een start-up die sportlessen aanbiedt op parkeerterreinen en op andere openbare plekken. Wie mee wil doen aan de work-outs, moet een abonnement afsluiten. ‘Ons geheim is dat we geen huur betalen,’ zegt een van de oprichters.

Terwijl het applaus klinkt, vraag ik me af: is hier een markt voor? Maar het is alweer tijd voor het volgende topidee: optimaal gebruik van havencontainers dankzij het gebruik van voorspellende algoritmes. In de zaal heerst eerbiedige stilte.

In mijn jaren als verslaggever in Silicon Valley heb ik wel geleerd mijn lachen in te houden bij ideeën van ondernemers. Start-ups waarvoor ik geen cent zou hebben gegeven, werden miljardenbedrijven met oplossingen voor problemen waarvan ik geen benul had dat ze bestonden. Als plan A niet werkt, kan Public Recreation nog altijd overstappen naar plan B. Net als Justin.tv, ooit begonnen om de strapatsen van ene Justin live te streamen. Daarna kon iedereen streamen via het kanaal, en inmiddels is het uitgegroeid tot Twitch Interactive: je kunt er kijken hoe anderen online games spelen. In 2014 nam Amazon Twitch over voor 970 miljoen dollar.

Silicon Valley is een plek waar iedereen altijd ‘naar voren vlucht’, zegt Paul Sa o, die jarenlang ervaring heeft als Silicon Valley-watcher. De pitches van deze Demo Day schetsen een wereld die beter wordt dankzij de alomtegenwoordigheid van kunstmatige intelligentie, robots, drones en sensoren.

Het optimisme van Silicon Valley en de zowel pragmatische als visionaire geesten die de boel hier gaande houden, fascineren me al jaren. Maar de laatste tijd is er sprake van een zekere ontnuchtering.

‘Verantwoordelijkheid’ en ‘empathie’ zijn de nieuwe modewoorden. Silicon Valley beseft dat het vandaag de dag verantwoordelijk wordt gehouden voor alles: dat er te weinig vrouwen en etnische minderheden werken, dat de nieuwe technologieën desastreuze gevolgen hebben voor werkgelegenheid in andere bedrijfstakken, dat sociale media – ook een product van Silicon Valley – haat verspreiden. Zelfs Silicon Valley zelf ondervindt hiervan de gevolgen. Er werken hier mensen die een ton of meer verdienen, maar die geen huis kunnen betalen. En in andere landen, zoals in Bolivia, waar het lithium wordt gedolven voor de gadgets die in Silicon Valley worden uitgevonden, groeien de zorgen over uitbuiting van de bevolking en milieuschade.

Technologie is de toekomst, maar met tegenzin groeit het besef dat je harde werk om dingen beter en efficiënter te maken, ten koste kan gaan van anderen.

‘Iedereen hier heeft grootse dromen,’ zegt Anne Wojcicki, medeoprichter en directeur van 23andMe, een bedrijf voor personal genomics en biotechnologie. ‘Silicon Valley staat aan de goede kant van de geschiedenis – of we het nu leuk vinden of niet, de wereld is nu eenmaal veranderd. Maar perioden van transitie, zoals deze, kunnen heel pijnlijk zijn,’ zegt ze. ‘Ik vind dat we een verantwoordelijkheid hebben voor alle regio’s en branches die te lijden hebben onder onze activiteiten.’

Iedereen heeft een droom

‘Waar ligt Silicon Valley nu precies?’ vragen bezoekers me vaak. Er is geen hoofdstad of oud centrum. Silicon Valley is een hoefijzervormige vlakte vol kantoren en woonwijken. In het midden, tussen het verkeer dat de wegen verstopt, schittert onverstoorbaar het water van de San Francisco Bay. Wat ik gasten wel kan laten zien, is het like-duimpje van Facebook, naast het steeds verder uitdijende hoofdkantoor van het bedrijf. Facebook biedt geen rondleidingen aan, de meeste andere techbedrijven evenmin.

Het like-symbool staat uiteraard niet alleen maar voor iets positiefs. We weten allemaal nog hoe een onderzoeker persoonlijke informatie verkocht, die later werd gebruikt om ons te bestoken met politieke advertenties, zonder dat Facebook daar iets tegen kon doen. We weten ook nog hoe Rusland de Amerikaanse politieke strijd opstookte door Facebook als propagandamiddel te gebruiken. Het epicentrum van ‘Tech’ is misschien wel die plek in de stad Mountain View waar een van de uitvinders van de transistor ooit een bedrijf begon. Maar het kan net zo goed een woonhuis in Los Altos zijn, waar een uit India afkomstige softwareontwikkelaar haar kinderen in bed stopt en daarna achter haar laptop weer aan haar start-up werkt. Of misschien is het wel te vinden vlak bij Stanford University, in een geparkeerde camper met drie platte banden, waar oud-marinier Jim, nu klusjesman, woont met zijn hond Smokey.

De plek is niet te vergelijken met hoe het was in 1982, toen National Geographic schreef over ‘ongebreideld egalitarisme dat in de plaats is gekomen voor het landelijke tempo’ en stelde dat ‘deze dynamische groei plaatsheeft achter een bedrieglijk kalme façade (...), een monotoon geheel van lage blokkendozen met naamborden die bestaan uit samensmeltingen van hightech- achtige woorden, waaruit je niet wijzer wordt over wat er zich binnen afspeelt’.

Vanaf de kronkelwegen in de omliggende heuvels zie je herten grazen. Het is niet moeilijk je voor te stellen dat de bevolking hier inderdaad in een landelijk tempo leefde. Ooit lagen hier abrikozen- en pruimenboomgaarden. Toch kan Silicon Valley je op het verkeerde been zetten. Het ziet er egalitair uit, open en nonchalant. Directeuren dragen een capuchontrui, durfkapitalisten lopen rond in wielrenbroek en het gaat er vaak een beetje gek aan toe. In het ene bedrijf moet iedereen zijn schoenen uitdoen, in het andere mag de hond mee naar het werk.

Maar de ambitie is overal volkomen serieus. ‘De mensen zijn hier meer geïnteresseerd in je start-up dan in hoe je heet,’ klaagt Tristan Matthias, een 24-jarige bezoeker uit Australië.

De oorsprong van de huidige aantrekkingskracht ligt in de vroege jaren negentig. Als beginnend verslaggever hier vond ik het nogal een saaie boel.

Zelfs Apple, de grote rebel, verkeerde in zwaar weer. Steve Jobs was in 1985 vertrokken na een conflict met de CEO en de commissarissen. Het zou nog ruim tien jaar duren voor hij weer werd binnengehaald als de verloren zoon.

Halverwege de jaren negentig kwam een nieuw idee op: als mensen via computers aan elkaar verbonden konden worden, zou dat levens op hun kop zetten. Ik bezocht een school die experimenteerde met computers, leraren konden berichten sturen naar ouders via een inbelmodem. Internetaanbieder America Online ontwikkelde het concept van een digitaal winkelcentrum, waar je via de computer bloemen kon bestellen. Het was allemaal nog onbeholpen en traag, maar er borrelde iets.

Netscape, maker van iets heel nieuws, een ‘browser’ – software waarmee mensen op internet konden rondstruinen – beleefde zijn beursgang minder dan een jaar nadat Netscape Navigator op de markt was gekomen. Ook al was het een nieuw bedrijf en maakte het prospectus melding van allerlei risico’s, op de eerste dag was het aandeel al gestegen tot bijna zestig dollar. Op slag was het bedrijf bijna drie miljard waard.

De beursgang van Netscape was het begin van wat later de internethausse ging heten. Grote bedrijven als Amazon en Yahoo! werden opgericht, maar ook bedrijven die het niet zouden halen, zoals Webvan en Pets.com.

De euforie over alles wat op internet zou kunnen gebeuren – make-up verkopen, vrachtwagens verhuren, dates vinden, en nog veel meer – leidde tot veel speculaties op de beurs. In 1999 gingen meer dan vierhonderd bedrijven, grotendeels hightech-gerelateerd, de beurs op.

Een jaar later crashte de markt. Meer dan tweehonderdduizend mensen raakten hun baan kwijt.

Gêne. Verdriet. En toch: ‘Al die start-ups hadden het wel degelijk bij het rechte eind,’ zei Steve Wozniak, de medeoprichter van Apple, tegen me. ‘Ze begrepen heel goed wat internet zou gaan betekenen. Maar mensen kunnen niet zó snel hun manier van leven aanpassen.’

Silicon Valley heeft zo zijn eigen termen om een positieve draai te geven aan een mislukking. ‘Iteratie’ betekent het in de markt zetten van een product zonder dat het helemaal uitontwikkeld is – aanpassen kan altijd nog. Met ‘pivoting’ (zwenken), wat zonder enige schaamte wordt gebruikt, wordt bedoeld dat je snel van koers verandert voordat het budget helemaal op is.

Mislukkingen en tegenslagen maken de weg vrij voor nieuwe ideeën en nieuwe spelers. Op een deel van de huidige locatie van Google zat ooit Silicon Graphics, Inc., een computerfirma die mede aan de basis stond van Netscape. Facebook zetelt deels op de oude campus van Sun Microsystems. De pogingen internet en tv aan elkaar te koppelen waren moeizaam, tot YouTube zijn opwachting maakte. Daarna begon het tijdperk van sociale media. Mark Zuckerberg, medeoprichter van Facebook, verhuisde naar Palo Alto om Facebook te laten groeien volgens het hackerscredo ‘Move fast and break things’. Een groep vrienden en collega’s bedacht in San Francisco een manier om in 140 tekens te zeggen hoe je dag verliep, en zo werd Twitter geboren.

De grote ontwikkelingen in Silicon Valley zijn onttrokken aan het zicht. Van een afstand bezien gaan innovaties gepaard met cycli van ‘creatieve vernietiging’. Zit je er middenin, dan ben je opeens je baan kwijt, zijn je vaardigheden verouderd en staat je gezinsleven op zijn kop.

Apple had een nieuwe variatie op dat thema: de comeback. Steve Jobs nam er vanaf 1997 de leiding weer over. Het bedrijf kwam met de iPod en daarna met online mediadienst iTunes. In 2007 kwam de iPhone op de markt.

Fast-forward naar de dag van vandaag: techbedrijven worstelen met hun dramatische invloed op mensen. Hun voormannen moesten in het Amerikaanse Congres verklaringen afleggen over de omgang met gebruikersgegevens, over de manieren waarop vanuit het buitenland hun kostbare technologieën zijn gebruikt om propaganda en nepnieuws te verspreiden om verkiezingen te beïnvloeden, en over de potentiële vertekening in de algoritmes die bepalen wat we zien.

Sinds de opkomst van kunstmatige intelligentie – computers die leren te denken als mensen – zijn data samen met hun broertje computersnelheid de belangrijkste rijkdom geworden. Als computers ooit echt kunnen ‘denken’ en besluiten nemen, wat dan?

Nadat ruim drieduizend medewerkers van Google een petitie hadden ondertekend, zag het bedrijf af van verlenging van de medewerking aan een project van het ministerie van Defensie, dat kunstmatige intelligentie gebruikt voor de analyse van dronebeelden. En twintigduizend Google-werknemers wereldwijd legden het werk neer vanwege de houding van het bedrijf inzake seksuele intimidatie en gelijkheid van betaling.

Ik breng een bezoek aan John Hennessy, bestuursvoorzitter van Alphabet, het moederbedrijf van Google. Doordat er op het moment zo veel maatschappelijke en ethische kwesties spelen in de branche, worden nu diepgaandere vragen gesteld over Silicon Valley, zegt hij.

‘Het lastige is dat bedrijven zich nu moeten beraden op de vraag hoe ze hun verantwoordelijkheid gaan nemen en welke koers ze gaan varen,’ zegt hij. ‘Niet alleen ten bate van de aandeelhouders, maar ook ten bate van de samenleving als geheel.’

Het startup-leven

onge mensen blijven naar Silicon Valley stromen. ‘Als je hier in een koffiezaak zit, hoor je iemand pitchen, en je hoort gesprekken over cryptomunten en over Google. Sommige mensen knappen daarop af. Maar mij spreekt het juist aan,’ zegt Shriya Nevatia, een productmanager uit de staat New York, die aan Tufts University in Boston studeerde.

Drie jaar is ze in Silicon Valley en ze is bezig aan haar derde baan. ‘Dat klinkt misschien niet goed, maar ik heb het het meest naar mijn zin bij kleine start-ups,’ zegt ze.

In een achtertuin in een lommerrijke buurt in Palo Alto zit Joshua Browder bij het zwembad. Hier verbleef zomer 2004 ook Mark Zuckerberg, toen zijn digitale smoelenboek populair begon te worden. Binnen zitten Browders collega’s aan een eettafel te werken aan DoNotPay, de app van zijn bedrijf. Dat is een soort robotjurist die bezwaar maakt tegen parkeerbonnen en die goedkope vliegtickets en hotelreserveringen opspoort. Heden en verleden komen bij elkaar in de techlegenden: de mensen die tech ademen, erin werken en investeren.

Steve Wozniak is een veelgevraagde spreker, meer dan duizend uitnodigingen krijgt hij elk jaar. Hij is natuurlijk de ‘andere Steve’ uit de favoriete ontstaansgeschiedenis van Silicon Valley: de schepping van Apple. Woz, zoals hij bekendstaat, mag dan een genie zijn, zelf beschouwt hij zich als een heel gewone jongen. In 1980, rond de tijd dat Apple naar de beurs ging, verkocht hij een deel van zijn Apple-aandelen aan ongeveer tachtig medewerkers van het bedrijf, voor de lage prijs van vóór de beursgang.

‘Ik maak me grote zorgen over de verdeling van welvaart,’ zegt hij.

Nog steeds een ouwejongenscultuur

Silicon Valley is tegenwoordig ook Immigrant Valley. Op het gebied van computers en wiskunde is inmiddels meer dan zestig procent van het personeel in een ander land geboren dan de VS; bij de vrouwen is het zelfs 78 procent. De belangrijkste herkomstlanden zijn India, China en Vietnam, maar ze komen eigenlijk overal vandaan. Zo werkten er in 2015 42 mensen uit Zimbabwe en 106 uit Cuba.

Door dit internationale karakter zijn zelfs de kleine bedrijven in Silicon Valley een bruisende mix van talen en culturen. Maar ook is duidelijk wie níet meedoen in de Silicon Valleydroom. Afro-Amerikanen en latino’s vormen samen maar twaalf procent van het personeelsbestand van de belangrijke techbedrijven. Ook zijn vrouwen enorm ondervertegenwoordigd in wat wel de bro culture (mannen onder elkaar) van Silicon Valley is genoemd: het aandeel vrouwen onder de werknemers van Google, Apple en Facebook is iets meer dan dertig procent. Uit een onderzoek van afgelopen september blijkt dat onder de oprichters van start-ups maar dertien procent vrouw is; slechts 6 procent van de oprichtersaandelen is in handen van vrouwen.

Wel komen vrouwen geleidelijk iets meer in beeld in Silicon Valley. In 2018 hadden ze 24 procent van de technische functies en 18,5 procent van de bestuursfuncties. Dat blijkt uit een onderzoek onder tachtig Amerikaanse bedrijven, uitgevoerd door AnitaB.org, een organisatie die vrouwen in de techniek ondersteunt.

Zes op de tien vrouwen krijgen minder betaald dan mannen voor dezelfde baan. Het verschil is gemiddeld 4 procent. Dat staat in een rapport van de recruiter Hired. De grote techbedrijven zeggen wel meer diversiteit te willen, maar het is moeilijk om op korte termijn de samenstelling van het personeelsbestand te veranderen.

‘Ik heb jonge vrouwen wel horen zeggen dat Silicon Valley een slechte omgeving is voor vrouwen, en dat ze zichzelf echt schrap moeten zetten om ertegen te kunnen,’ zegt Shriya Nevatia, de productmanager, bij een kop thee. Ze heeft de Violet Society opgericht, om vrouwen en non-binaire mensen te helpen tijdens de eerste tien jaar van hun loopbaan in de techniek, zodat ze gestimuleerd worden om start-ups te beginnen.

In de knel door de hausse

Nog steeds vestigen zich veel nieuwkomers in Silicon Valley. De huizenprijzen én de huren blijven dus maar stijgen. Zo wordt het leven voor velen die geen deel uitmaken van de tech- economie, en zelfs ook voor mensen die daar wel bij horen, onbetaalbaar.

Het ergst is het misschien nog wel in East Palo Alto, een stad met zo’n dertigduizend inwoners en een paar imposante buren: Facebook net ten noorden ervan en Google aan de zuidkant. De stad werd de afgelopen vijftig jaar voornamelijk bevolkt door Afro-Amerikaanse en latino- gezinnen. Nu vestigen zich er steeds meer nieuwe huishoudens, veelal wit en Aziatisch. De gemiddelde huizenprijs ligt al boven de miljoen dollar, waar die in 2011 volgens gegevens van huizensite Zillow nog rond de 260.000 dollar lag. Eén miljoen. In een groot deel van Californië, tussen San Francisco en San Jose, gaat dat inmiddels door voor betaalbaar.

Veel mensen die hier al lang wonen en die niet hebben geprofiteerd van de techhausse, kunnen de sterk gestegen huren niet meer betalen. Kopen kunnen ze al helemaal niet. Ze verhuizen naar de randgebieden en moeten elke dag urenlang forenzen. Of ze gaan inwonen bij familie of vrienden. Of ze trekken helemaal weg. ‘Er worden huizen van een miljoen dollar gebouwd pal naast daklozenopvangcentra,’ zegt pastor Paul Bains, die samen met zijn vrouw Cheryl een hulporganisatie runt in East Palo Alto.

Patricia Carter woont in East Palo Alto, en het is volle bak bij haar thuis: ze deelt het huis met haar volwassen zoon, diens drie jonge dochters, allemaal onder de vier jaar, en met haar dochter. De ex-vriendin van haar zoon woont in de garage. Carter werkt als chauffeur voor UPS en kwam bijna op straat te staan omdat ze de hypotheek van de vierkamerwoning niet meer kon betalen. Ze had het huis in 2003 gekocht voor 447.000 dollar. Met hulp van anderen kon ze er toch blijven wonen.

Michael Seibel, de CEO van Y Combinator, ziet dat de jongere generatie in Silicon Valley anders in het leven staat dan de oudere. Jongere medewerkers vinden het belangrijk om bij een bedrijf te werken met een divers personeelsbestand. Ze verwachten ook dat hun werkgever zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. De bedrijven beseffen dat ze hun personeel kwijtraken als ze niet meebewegen, en beginnen deze nieuwe wensen te honoreren.

Als iets in Silicon Valley de naam spiritueel centrum waard is, is dat misschien het Internet Archive, een non-profitorganisatie in San Francisco. Dag en nacht staan daar servers te zwoegen. Ze archiveren grote delen van het internet. Bijna elk artikel van Wikipedia wordt hier opgeslagen, maar ook vier miljoen tweets per dag en meer dan een half miljoen YouTube-video’s per week. Meer dan 340 miljard internetpagina’s heeft het Internet Archive opgeslagen. Het is de afdeling gevonden voorwerpen van het internet.

Te midden van de kerkbanken in de grote zaal van het archief staan meer dan 120 beelden van bijna een meter hoog. Iedereen die minstens drie jaar heeft meegewerkt aan het archief is zo vereeuwigd. Dit terracottaleger van het internet is een vervreemdend maar krachtig kunstwerk.

De levensechte beelden komen nogal griezelig over. De mensen zijn uitgebeeld met een boek, een beker of een gitaar in hun handen. Ze zien eruit alsof ze zijn versteend terwijl ze bezig waren met een project of op een feest aan het meezingen waren. Of misschien waren ze wel verwikkeld in een verhitte discussie over welke koers het internet moest gaan varen.

Michelle Quinn geeft leiding aan de radiozender Voice of America in Silicon Valley. Ze brengt al nieuws uit de regio sinds 1994. Fotograaf Laura Morton heeft haar thuisbasis in San Francisco.

Lees nog meer over Silicon Valley in de februari 2019 editie van National Geographic magazine.

Maak een ritje in de achtbaan van de internetbubbel van de jaren ’90 tijdens de ‘www.week’ online en op tv bij National Geographic. Van 27 januari t/m 1 februari is o.a. de nieuwe zesdelige serie Valley of the Boom dagelijks te zien om 21.00 uur.

Lees ook: Het wereldwijde web volgens Marleen Stikker: "Bescherm de gebruiker"

Lees ook: Voorbij Silicon Valley: 7 bruisende en innovatieve steden

Lees meer