Milieu

Waarom Trump de vooruitgang omtrent het klimaatakkoord niet zal stoppen

Groene energie wordt steeds goedkoper en wereldwijd groeit onder de bevolking de steun voor duurzame oplossingen – daar verandert Trumps besluit niets aan.donderdag 9 november 2017

Door Laura Parker, Craig Welch
Windenergie floreert in de VS, zoals onder meer blijkt uit deze windturbines in Californië.

Na maanden te hebben gezinspeeld op een terugtrekking uit het klimaatakkoord van Parijs, hakte de Amerikaanse president Donald Trump de knoop door en trok de VS zich afgelopen donderdag terug uit de wereldwijde afspraak om de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen. Hij kondigde aan dat hij via onderhandelingen een nieuw klimaatakkoord wilde sluiten, dat “eerlijker” voor Amerikaanse arbeiders was, ook al was het oorspronkelijke Akkoord van Parijs vrijwillig.

Trumps beslissing zou de aanpak van de klimaatverandering ernstig kunnen vertragen, andere landen ertoe kunnen verleiden hun eigen toezeggingen op de lange baan te schuiven, de Amerikaanse invloed op het debat kunnen ondermijnen en ervoor kunnen zorgen dat landen als China hun voordeel doen met de economische kansen en banen van een revolutie in groene energie.

Maar anderhalf jaar nadat ruim 190 landen in Parijs overeenkwamen om de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden te beperken, is het goed om te bedenken dat de overstap naar schone energie al gaande is, volgens een analyse die eerder deze maand werd gepubliceerd. In de drie landen die het belangrijkst zijn voor de aanpak van de klimaatverandering (de VS, China en India), zijn de veranderingen spectaculair.

“Uit onze analyse blijkt dat China en India ongelooflijk hun best doen,” zegt Niklas Höhne, klimaatexpert aan de Wageningen Universiteit en oprichter van het NewClimate Institute, een Duitse onderzoeksorganisatie. “De positieve gevolgen in China en India zijn veel groter dan de negatieve gebeurtenissen in de VS.”

Het is waar dat de wereld nog veel méér moet doen en dat Trumps optreden de planeet in een andere richting stuurt. Maar zelfs wanneer de VS hun leidende rol zouden opgeven, zijn er nog een paar zaken die we ons moeten realiseren:

1. Zonne- en windenergie zijn goedkoper dan energie uit steenkool

Industriële zonnecentrales hebben zonne-energie goedkoper gemaakt dan energie uit steenkool.

Zonne- en windenergie zijn inmiddels zó betaalbaar geworden dat ze in veel landen de energiewinning uit steenkool beginnen te verdringen. In de VS liep de energieproductie uit steenkool in de afgelopen tien jaar met ruim de helft terug. In dezelfde periode steeg de industriële opwekking van zonne-energie met een factor vijftig, alleen al met de helft tussen 2015 en 2016. Trumps eerste honderd dagen in het ambt vielen samen met het beste kwartaal voor groene energie in de afgelopen acht jaar.

Wereldwijd zijn fossiele brandstoffen nog altijd dominant. Maar in 2015 was de nieuw toegevoegde capaciteit aan elektriciteitsproductie uit duurzame energie voor het eerst groter dan de nieuw toegevoegde elektriciteitsproductie uit steenkool of aardolie.

Het tempo gaat omhoog omdat de overgang nu wordt aangedreven door economische overwegingen, niet alleen meer door politieke overwegingen. Hoewel president Trump heeft beloofd de werkgelegenheid in de Amerikaanse steenkoolindustrie te beschermen, hebben ruim 250 steenkolencentrales in de VS – de helft van het totaal – plannen om te sluiten of op duurzamere brandstoffen over te stappen.

Dat is niet het gevolg van regelgeving uit de periode-Obama. Die regelgeving dwong steenkolencentrales om hun uitstoot te verminderen, waarna de Energy Information Administration berekende dat de opwekking van elektriciteit uit duurzame energie en uit aardgas in 2028 de productie uit steenkool zou overtreffen. Maar ook zonder die regels zou dat punt al in 2029 bereikt kunnen worden.

2. Het Amerikaanse bedrijfsleven doet mee

“Republikeinse staten kiezen voor windenergie omdat het zo goedkoop is”

door Mark Jacobson, Stanford University

Enkele van de grootste Amerikaanse ondernemingen vroegen Trump om zich niet terug te trekken uit ‘Parijs’, waaronder het chemiebedrijf Dupont en General Motors, dat heeft toegezegd om in 2050 honderd procent van de elektriciteit die het in zijn 350 fabrieken in 59 landen gebruikt, uit hernieuwbare energie te winnen.

Apple en Google behoren tot de negentien ondernemingen, vooral technologiebedrijven, die in een paginagrote advertentie in The New York Times voor de aanpak van klimaatverandering pleitten. Maar de stemmen waarom het echt gaat en waarnaar Trump luistert, zijn de steenkool- en oliebedrijven. Veel van die bedrijven, waaronder Cloud Peak, een van de grootste kolenproducenten van de VS, en oliegiganten als ExxonMobil, Royal Dutch Shell, Chevron en BP, hebben er eveneens bij Trump op aangedrongen het Akkoord van Parijs te blijven steunen.

“Het gaat om de grote steenkolencentrales die onder vuur liggen,” zegt David Victor, professor internationale betrekkingen aan de University of California in San Diego en auteur van het boek Global Warming Gridlock. “Zij zijn allemaal bezig met programma’s om hun uitstoot op termijn te verlagen. Meer aardgas, minder steenkool, meer groene energie – dat is het investeringspatroon binnen de sector zelf, omdat de investeringscyclus op veel langere termijn werkt dan hoe de wind in Washington op een bepaald moment waait.”

3. Amerikaanse staten en steden komen in actie

Intussen zijn veel Amerikaanse staten en steden in het vacuüm gesprongen dat door de impasse in Washington is ontstaan. Uren nadat Trump had aangekondigd zich uit ‘Parijs’ terug te trekken, lieten de staten New York, Californië en Washington weten dat zij de United States Climate Alliance zouden vormen, een coalitie van staten die zich aan het Akkoord van Parijs willen houden.

Zo’n 29 staten hebben zich al verplicht om een bepaald percentage van hun elektriciteit uit schone energie te winnen, aldus de National Conference of State Legislatures. Massachusetts, New Hampshire, Minnesota en New York zijn bovendien van plan om hun uitstoot vóór 2050 met tachtig procent te verlagen.

Californië is het meest ambitieus in zijn doelstellingen: de staat wil de uitstoot van broeikasgassen in de komende dertien jaar met veertig procent verminderen. De Golden State wil voorop lopen in het streven om de Amerikaanse openbaar vervoerssector geheel op elektriciteit te laten lopen en om aanzienlijke investeringen in het energiezuinig maken en isoleren van gebouwen te doen. Ook spoort Californië plaatselijke en regionale organisaties aan om minder auto’s te gebruiken.

Zo’n 25 Amerikaanse steden hebben nog verdergaande maatregelen genomen. Zij hebben zich ertoe verplicht de komende decennia honderd procent van hun elektriciteit uit schone energie te winnen. En dat zijn niet alleen steden in de ‘liberale’ staten aan de Oost- en Westkust, maar ook in het binnenland, zoals Hanover in New Hampshire en Moab in Utah. Zo ook zijn steden in de hele VS bezig met het moderniseren van waterzuiveringsinstallaties, het verhogen van waterkeringen en het aanpassen van bouwregulaties om zich voor te bereiden op extremere weersomstandigheden en overstromingen.

“Wat er op het niveau van de staten en gemeenten gebeurt, is tweeledig: beperking van de uitstoot en aanpassing,” zegt John Holdren, voormalig wetenschappelijk adviseur van president Obama. “Beide benaderingen zijn absoluut cruciaal.”

4. Niet alleen ‘liberale’ staten en milieufreaks

Negen van de tien staten in de VS die een flink deel van hun elektriciteit uit windenergie halen, zijn Republikeins, waaronder Iowa, Kansas en de beide Dakota’s. En ook het vanouds conservatieve Texas doet het op het gebied van windenergie goed.

“Republikeinse staten kiezen voor windenergie omdat het zo goedkoop is,” zegt Mark Jacobson, professor en expert in schone energie aan de Stanford University.

In de steenkolenstaat Wyoming is de Republikeinse gouverneur Matt Mead als altijd pragmatisch. Hij wil niet beweren dat CO2 onschadelijk is, maar richt zich liever op de toekomst. Nu de wereld nieuwe regels omtrent de beperking van de CO2-uitstoot afspreekt, wil hij dat Wyoming voorop loopt in het afvangen van CO2 om het tot veilige en verkoopbare consumentenproducten te verwerken. Hij hoopt dat daardoor ook de steenkoolvoorraden langer kunnen worden gebruikt.

Wyoming was een van de eerste staten die investeerde in onderzoek naar CO2-afvang en -opslag. Bestuurders hopen dat een mijn in Rock Springs als testgebied voor de ondergrondse opslag van CO2 kan dienen. De regering besteedde ook miljoenen dollars aan het bouwen van een testfabriek in Gillette. Ze hopen dat experts daar experimenten kunnen uitvoeren met de uitstoot van een kolencentrale en zullen ontdekken hoe ze de CO2 kunnen neutraliseren en tot producten als koolstofvezel en tandpasta kunnen verwerken.

“Ik denk dat we zijn vastgelopen in deze discussie,” zegt Mead. Als toonaangevende energie-exporteur “denk ik dat [Wyoming] een verantwoordelijkheid heeft om voorop te lopen in onderzoek en innovatie.”

5. De besluitvorming verschuift van Washington naar Sacramento

De werkgelegenheid in de steenkolensector – in plaatsen als Hardburley in Kentucky – is voorbijgestreefd door die in de duurzame-energiesector, maar niet als gevolg van regelgeving. Internationale economische trends hebben energie uit steenkool minder winstgevend gemaakt.

De veertig miljoen inwoners van Californië produceren één procent van ’s werelds totale CO2-uitstoot. Maar deze hightechstaat (de zesde economie ter wereld) is een belangrijke motor voor investeringen en innovatie op gebieden als batterij- en zonneceltechnologie, en drijft daarmee de prijzen van schone energie omlaag. En het is een kraamkamer van ideeën. De staat heeft tientallen wetten en regels aangenomen die door steden, andere staten en zelfs landen als modellen worden gebruikt. Met zijn lage werkloosheid (momenteel onder de vijf procent) kan Californië er zich ook op beroepen dat het terugdringen van broeikasgassen niet ten koste gaat van de economie.

Wat zal er gebeuren als Californië op zijn strepen gaat staan? Een van de redenen waarom alle Amerikaanse auto’s steeds minder benzine slurpen, zijn de wetten die vijftien jaar geleden door Californië werden geïntroduceerd. Nadat de staat in 2002 regels voor de uitstoot van auto’s en trucks invoerde, hebben een twaalftal andere staten deze regels overgenomen. Toen president Obama de autoindustrie uit de brand hielp, dwong hij ze ook tot verbeteringen in het brandstofverbruik, waarmee hij de Californische regels in feite landelijk toepaste. Later accepteerde de autoindustrie één nationale standaard: gemiddeld moesten motorvoertuigen van diverse wagenparken in 2025 niet minder dan 1 op 23 rijden.

Deze invloed kan tegenwicht bieden aan het beleid van Trump. De autoindustrie vroeg Trump en de baas van de Environmental Protection Agency (EPA), Scott Pruitt, om de standaarden voor benzineverbruik te herzien. Het Witte Huis heeft dat ook toegezegd. Maar beambten in Californië beloven dat ze Trump zullen tegenwerken, terwijl autofabrikanten niet willen dat er twee standaards ontstaan, een voor Californië en een voor de rest van de VS.

“Tegen de tijd dat we eruit zijn, zal er een nieuwe president zijn,” zegt Victor van de University of California in San Diego. “Voor de industrie en voor autofabrikanten die nieuwe modellen plannen, is het nu de vraag of ze erop moeten gokken dat het beleid van Trump blijvend is. Die gok zouden de meeste mensen niet aandurven.”

6. Wereldwijde lichtpuntjes

De gestaag dalende prijzen van schone energie hebben het wereldwijde beeld drastisch veranderd: nog maar twee jaar geleden stonden de twee grootste vervuilers buiten de VS erop dat ze veel meer steenkool nodig hadden. Dat gold vooral voor India, waar miljoenen mensen op het platteland nog altijd geen elektriciteit hebben.

Maar vandaag de dag zijn hele regio’s in India bezig met het streven om honderd procent van hun energie uit duurzame bronnen te halen. In India’s nieuwe energieplanning wordt nu uitgegaan van veel minder steenkolencentrales. Ook China is zijn kolencentrales aan het sluiten en het steenkoolverbruik daalt daar al drie jaar op rij. Volgens het team van Höhne zullen deze veranderingen de CO2-uitstoot rond 2030 vermoedelijk veel meer hebben afgeremd dan in ‘Parijs’ is afgesproken. “Dat is een enorme verrassing,” zegt Höhne.

7. Maar de VS moeten méér doen

De weg naar minder CO2-uitstoot zit vol valkuilen. Veel wetenschappers geven toe dat de doelstellingen van ‘Parijs’ niet ambitieus genoeg zijn om de ergste gevolgen van de klimaatverandering te voorkomen. En er is nog altijd geen garantie dat de wereld deze doelstellingen ook zal halen. Daarvoor moet er in de VS veel meer – en veel sneller – gebeuren.

Zelfs als Trump alle voornemens van Obama in stand had gehouden, zouden de VS nog altijd niet voldoen aan hun eigen doelstelling om de CO2-uitstoot vóór 2030 te verlagen met 26 tot 28 procent ten opzichte van het niveau van 2005. Obama’s strategie berustte altijd op de gedachte dat de VS hun uitstoot de komende jaren veel sneller zouden verlagen. Maar nu Trump deze plannen naar de prullenbak lijkt te verwijzen, zullen de VS hun doelstellingen vrijwel zeker niet halen – ondanks maatregelen van staten, steden en bedrijven.

“Toen de regering-Obama zijn doelstellingen bekendmaakte, was het meteen duidelijk dat het erg lastig zou worden,” zegt Kate Larsen, die onder Obama aan het klimaatbeleid werkte en nu directeur is van de onderzoeksgroep Rhodium. “En dat was een tijd waarin de federale regering volledig achter deze doelstellingen stond.”

“Ik denk dat we eerlijk moeten zijn over het punt waarop we nu zijn en over het doel dat we willen bereiken, zonder dat we de mensen ontmoedigen,” zegt ze verder. “Het staat buiten kijf dat ons land en de wereld uiteindelijk deze richting op zullen gaan. Maar het zal moeilijk worden om de tijd in te halen die we door het terugdraaien van al deze klimaatmaatregels hebben verloren.”

Er zijn nog andere problemen: terwijl in de elektriciteitsproductie wereldwijd vooruitgang wordt geboekt, blijkt het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen in het transportwezen veel moeilijker. Voor schepen, trucks, vliegtuigen en auto’s zijn waarschijnlijk heel verschillende oplossingen nodig en Trump heeft zich voorgenomen te bezuinigen op de samenwerking met internationale bedrijven in federaal onderzoek. Als het kapitaal van de voertuig-, vliegtuig en scheepsbouwindustrieën niet meedoet, dan zouden andere landen het bijltje erbij neer kunnen gooien.

Terugtrekking uit de internationale aanpak van de klimaatverandering zou er ook toe kunnen leiden dat de VS nieuwe markten, sectoren en leiderschap op allerlei gebieden, van internationale handel tot geopolitiek, aan China zou overlaten. En dat zou de regering-Trump meer kosten dan ze had voorzien.

“De VS hebben een hoofdrol gespeeld in het opstellen van ‘Parijs’ en hebben het akkoord tot een flexibel diplomatiek systeem gemaakt. ‘Parijs’ is niet ontworpen om landen voor te schrijven wat ze moeten doen,” zegt Victor. “Als wij ons terugtrekken, trekken we ons terug uit een systeem dat op Amerikaanse behoeften is afgestemd.”

Noot van de redactie: dit verhaal verscheen oorspronkelijk in mei, maar is bijgewerkt tot 1 juni 2017 om het nieuws van de Amerikaanse terugtrekking uit het Akkoord van Parijs te weerspiegelen.

Lees meer