Milieu

Hoe van luchtvervuiling inkt wordt gemaakt

De roet uit uitlaatpijpen wordt gebruikt voor kunstwerken. donderdag, 9 november 2017

Door Christina Nunez

Tijdens een conferentie in India merkte Anirudh Sharma dat er zwarte deeltjes op zijn witte overhemd belandden. De kleine vlekjes waren afkomstig uit de vervuilde lucht om hem heen.

Wereldwijd zorgen de bijproducten van de verbranding van fossiele brandstoffen als benzine en steenkool voor gezondheidsproblemen en klimaateffecten, met name ook in India’s groeiende steden. Maar Sharma zag de roetdeeltjes op dat specifieke moment enkele jaren geleden als iets veel simpelers: een kleurstof.

Hij ging terug naar het Media Lab van het Massachusetts Institute of Technology in de Amerikaanse stad Cambridge, waar hij afstudeerde op het gebied van augmented reality (toegevoegde realiteit) en ging aan de slag met het idee om van de koolstofdeeltjes uit luchtvervuiling inkt te maken. In eerste instantie gebruikte hij het roet van kaarsen om een prototype te maken. Na zijn afstuderen ging hij terug naar India. In 2016 richtte hij met enkele anderen Graviky Labs op, om in een samenwerkingsverband door te kunnen gaan met de ontwikkeling van Air-Ink en andere ideeën.

Alle medewerkers van het eerste uur van Graviky kwamen uit Delhi, een van de meest vervuilde steden ter wereld, aldus medeoprichter Nikhil Kaushik.

“Wij weten wat er wordt bedoeld als iemand ‘vervuiling’ zegt,” vertelt hij. “We weten precies wat dat is en welke problemen het veroorzaakt. Dat heeft ons heel erg geholpen.”

Het team van Graviky produceerde in het afgelopen jaar zo’n duizend liter inkt, vertelt Kaushik. Het bedrijfje schat dat er in dertig milliliter inkt evenveel roet zit als er in ongeveer drie kwartier uit een uitlaatpijp komt. Het team werkt nu aan het verlagen van de kosten van de producten, waaronder ook inkt voor zeefdrukken. Als het zou lukken om inkt te maken voor printercartridges zou dat de “heilige graal” zijn, aldus Kaushik, maar het is voor kleine partijen moeilijk om in die markt voet aan de grond te krijgen.

En er is ook nog de kwestie van het verzamelen van de koolstof uit de apparaten voor de uitlaatpijpen. Het grootste aantal dat ze hebben geïmplementeerd is ongeveer 75, vertelt Kaushik. Hij ziet kleine ‘ecosystemen’ voor zich op plekken met veel vrachtwagens, bijvoorbeeld op locaties waar honderden bestelwagens op dezelfde plaats terugkomen en heel gemakkelijk hun roet zouden kunnen inleveren, of pompstations waar chauffeurs ‘stortingen’ zouden kunnen doen in een ‘roetbank’.

Die naam ‘bank’ is bewust gekozen, vanwege de waarde van het koolstof. “Het is typisch menselijk om dit als een afvalproduct te zien,” zegt Kaushik. “Wij gaan ervan uit dat er in de natuur niet zoiets bestaat als afval. Alles heeft een bepaalde waarde.”

Het team van Graviky is ook bezig met het ontwikkelen van vervuilingssensoren, waarmee mensen de luchtkwaliteit van hun woonomgeving kunnen meten. De medewerkers werken alleen aan ideeën die hen aanspreken. Projecten moeten een sociale impact hebben en commercieel levensvatbaar zijn, maar inkomsten zijn niet het belangrijkste. Net als de kunstenaars die ze tegenkwamen, volgen de Graviky-medewerkers vooral hun passie.

“Als je iets doet waar mensen iets in zien, komt het geld vanzelf wel. De grootste uitdaging is om trouw te blijven aan je idee”, stelt Kaushik. “Dat is belangrijker dan je zorgen te maken over het geld.”

Ze ontwikkelden een apparaat dat op de uitlaatpijp van een auto of een draagbare generator kan worden geplaatst en verzamelden het roet dat afkomstig is van het verbranden van diesel. Door dit fijne zwarte poeder met oplosmiddel te mengen, konden ze inkt produceren die ze in flessen deden en voor markeerstiften gebruikten.

Kaushik zegt dat mes aan twee kanten snijdt met Air-Ink: “We recyclen niet alleen afvalmateriaal om inkt te maken. We hebben nu ook een vervanger voor het carbon black dat anders gebruikt zou zijn om zwarte inkt mee te maken.” Fabrikanten gebruiken vaak roet, genaamd carbon black, in rubber, inkt, verf en carbonpapier.

Nadat zij hun initiatief eerder dit jaar op Kickstarter hadden gepost, haalde het team van Graviky 41.000 dollar (zo’n 36.000 euro) op. Dat was bijna drie keer zo veel als ze hadden gehoopt om Air-Ink in grotere hoeveelheden te kunnen produceren. Ze waren, dankzij een sponsorcontract met een bierbrouwerij, toen al begonnen met het verstrekken van de inkt aan kunstenaars, die daarmee in Londen, Singapore en andere steden openbare kunstwerken maakten.

“Ik dacht in eerste instantie ‘Dat is gewoon weer zo’n publiciteitsstunt,’” zegt kunstenaar Kristopher Ho uit Hongkong, die de inkt als een van de eersten testte. “Maar toen ik de markeerstiften uitprobeerde, kwam ik erachter dat ze echt behoorlijk goed zijn.” Volgens hem zijn de markeerstiften dikker dan gewone inkt, waardoor ze ideaal zijn om mee te verven.

Lees meer