Milieu

Ode aan de regen

We klagen er vaak en veel over. Maar regen kan zo mooi zijn. donderdag, 9 november 2017

Door Pancras Dijk
Foto's Van Theo Bosboom

We verlangen al zo lang als de mensheid bestaat naar regen. We geven er vorm aan door te dansen, zingen of bidden. De oorspronkelijke bewoners van het zuidwesten van de VS tooiden zich aan het einde van de droge tijd met een hoofddeksel van geitenhaar, om vervolgens in een uitgekiend zigzagpatroon heen en terug te bewegen. Zo hoopten ze de genade van de regengoden af te smeken.

In de Franse film noir regent het bijna onafgebroken, om zo een optimaal dramatisch effect te creëren. Zeventiende-eeuwse landschapsschilders als de Haarlemmer Jacob van Ruisdael vereeuwigden vele, prachtige, donkere wolkenluchten boven land of zee.

Pluviofielen (regenliefhebbers) vallen toch vooral op de zintuiglijke ervaring die échte druppels teweegbrengen. Het mooie, zachte groen dat in het voorjaar opkomt, lichtberegend nieuw leven. Regendruppels die de huid masseren. En natuurlijk die geur, direct na een zomerse bui op droge grond. ‘Petrichor’ hebben Australische scheikundigen die geur genoemd, een samenstelling van de Griekse woorden petra (steen) en ichor (mythologisch godenbloed). Een poëtische naam voor een ingewikkeld chemisch proces. BIj droog weer ‘zweten’ sommige planten een olieachtige stof. Bij neerslag vermengt die zich met geosmine, de geur die bodemorganismen afscheiden.

Waarom vinden we die geur zo aangenaam? Het is evolutionair bepaald, blijkt uit antropologisch onderzoek in Centraal-Australië. Aboriginals daar associëren de regengeur direct met de kleur groen. Zo belangrijk is de regen er altijd geweest, dat de liefde voor regen - en voor de geur die regenval verraadt - in het DNA zit ingebakken. Zonder dat ‘bloed van de goden’ waren ze tot uitsterven gedoemd, wisten ze.

Deze tekst bevat enkele fragmenten uit de oorspronkelijke reportage. Het hele verhaal kunt u lezen in het septembernummer.

Lees meer