Milieu

Aanhang van IS groeide door klimaatverandering en waterschaarste

Geplaagd door het toenemende tekort aan water, werden wanhopige boeren in de armen van de terreurbeweging gedreven. Kan dit opnieuw gebeuren? woensdag, 15 november 2017

Door Peter Schwartzstein

Kijk elke zondag om 22:30 The Long Road Home op National Geographic. Klik hier voor meer informatie.

Het was een paar weken nadat de winterregens van 2009 waren uitgebleven dat de inwoners van Shirkat voor het eerst vreemde mannen met baarden zagen opduiken.

Als hyena’s slopen ze rond tussen de kraampjes van de kunstmestmarkt in dit plaatsje in de Noord-Iraakse provincie Saladin. Ze richtten zich op de boeren die het armetierigst gekleed gingen en probeerden ze te verleiden met de belofte van snelle rijkdom. “Sluit je bij ons aan, dan hoef je je nooit meer zorgen te maken over het onderhouden van je gezin,” zo herinnert Saleh Mohammed Al-Jabouri, de sjeik van een plaatselijke stam, zich de woorden van de rekruteerders.

Na elke overstroming of periode van extreme hitte of koude doken de jihadisten weer op, waarbij ze hun verkooppraatje vaak ondersteunden met giften. Toen het gebied in 2010 voor de vijfde maal in zeven jaar door een uitzonderlijk zware droogte werd getroffen, gaven ze manden met voedsel weg. En toen honderden akkers met aubergines in de buurt van Kirkoek in het voorjaar van 2012 door een zware storm werden weggevaagd, deelden ze contant geld uit. Terwijl boerengemeenschappen probeerden om van de ene ontwrichtende crisis naar de andere te overleven, begonnen de rekruteerders – leden van een groep die spoedig als ‘Islamitische Staat’ berucht zou worden – de vruchten van hun werk te plukken.

Twee landarbeiders in Azwai, een minuscuul boerengehucht ten zuiden van Shirkat, liepen in december 2013 weg en sloten zich bij de jihadisten aan. Een maand later werd hun voorbeeld gevolgd door zeven andere inwoners uit naburige dorpen. Tegen de tijd dat IS (of Islamitische Staat) gedurende de hele zomer in een nietsontziende verassingsaanval dit stuk van Irak veroverde (samen met het grootste deel van West- en Noord-Irak), was het voor de plaatselijke bevolking geen verrassing dat ze in de IS-rangen tientallen voormalige bekenden van de kunstmestmarkt terugzagen.

“We zeiden altijd: wacht maar tot de volgende oogst, dan wordt het leven beter, dan wordt het gemakkelijker,” zei Jabouri. “Maar de dingen gingen maar niet beter. Er kwam steeds weer een nieuwe ramp.”

Op het platteland van Irak en Syrië vertellen boeren, functionarissen en dorpsoudsten soortgelijke verhalen over wanhopige landarbeiders die hun schoffels inruilden voor kalasjnikovs. Deze mannen werden al lange tijd geplaagd door een krakkemikkige milieupolitiek die de landbouw verstoorde en kleine boeren verarmde, en ze waren zeker niet in staat om het hoofd te bieden aan de extra uitdaging van de klimaatverandering. Dus toen sektarische conflicten en religieus fanatisme tot de vorming van IS leidden, ontpopten de soennitische dorpen die het zwaarst door de milieurampen waren getroffen, zich al snel tot de plekken waar de goed betalende jihadisten hun meeste aanhang rekruteerden.

Rond Tikrit, de geboorteplaats van Saddam Hussein in Noord-Irak, lijkt IS veel meer volgelingen te hebben aangetrokken in boerengemeenschappen die met watertekorten kampten dan onder boeren die daar geen last van hadden. In de streek Tharthar, een woestijnachtig gebied ten westen van de rivier de Tigris, sloten boeren met akkers die het dichtst bij het oprukkende woestijnzand lagen zich in veel grotere aantallen bij IS aan dan hun collega’s in de buurt van de vallei. In meer dan honderd gesprekken die in de afgelopen drie jaar werden gevoerd, vroegen zowel boeren als landbouwfunctionarissen zich hardop af: had deze bloedige puinhoop voorkomen kunnen worden als we een beetje hulp hadden gekregen?

“Dit beest [IS] heeft vele oorzaken, maar op het platteland werden de mensen door deze nieuwe problemen over de streep getrokken,” zei Omar, een voormalig medewerker van het ministerie van Landbouw in Mosoel die moest vluchten toen de jihadisten zijn stad drie jaar geleden veroverden en die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven.

Sluimerende onrust

Achteraf bezien was het bijna onvermijdelijk dat er iets mis zou gaan. De landbouw in Irak bevond zich al tientallen jaren in een gestaag en triest verval en er leek geen oplossing in zicht. Eerst werd de sector vanaf het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw gemarginaliseerd door de toenemende overheersing van de olie-industrie. Nu het grote geld opeens uit de bodem spoot in plaats van langzaam groeide, verloor het regime in Bagdad zijn interesse in andere sectoren van de economie.

Toen Saddam Hussein in 1979 aan de macht kwam, sleepte hij Irak al snel mee in een reeks conflicten die vooral de boeren van het land hard troffen. Voor de acht jaar durende Iraans-Iraakse Oorlog moesten tienduizenden landarbeiders onder dwang dienst nemen in het leger. Door de oorlog kwamen talloze boerenbedrijven handen tekort en werden veel landbouwmachines voor militair gebruik geconfisqueerd. Hussein liet enkele van de vruchtbaarste dadelpalmplantages in het zuiden van Irak platbranden, uit vrees dat ze als dekking zouden worden gebruikt door Iraanse infiltranten die de olie-installaties rond Basra wilden saboteren. Waar ooit twaalf miljoen palmbomen stonden, strekt zich nu een stoffige woestenij van struiken en nog niet opgeruimde olielekkages uit.

Al die jaren keken Hussein en zijn opvolgers werkeloos toe hoe de watervoorziening van de Iraakse boeren langzaam verslechterde.

Na vele jaren van neerslagtekorten in Iraaks Koerdistan en de provincie Ninive – de enige gebieden in Irak waar landbouw op basis van regenval mogelijk is – was de afhankelijkheid van de twee grote levensaders van de Vruchtbare Halvemaan, de rivieren Eufraat en Tigris, zeer groot geworden. Tegelijkertijd werden de beide rivieren en hun zijtakken meedogenloos afgedamd door Turkije en Iran. Turkije heeft ruim zeshonderd stuwdammen aangelegd, waaronder tientallen grote waterkrachtcentrales nabij de grens met Irak en Syrië. Het gecombineerde debiet van de Tigris en Eufraat in Zuid-Irak is inmiddels zó sterk gedaald dat het zoute water van de Perzische Golf bij vloed tot ruim zeventig kilometer in de monding van de rivieren doordringt, en dat terwijl hun zoetwater ooit bijna vijf kilometer de Golf in stroomde.

“Het verdwijnen van ons water en ons milieu is op sommige plaatsen onontkoombaar geweest,” zegt de Iraakse minister van Watervoorziening, Hassan Al-Janabi.

Terwijl de neerslag afnam en de rivieren steeds minder water aanvoerden, deden veel boeren een beroep op putten om het watertekort aan te vullen, maar ze ontdekten al snel dat ook die bronnen beperkt waren. Met dagen waarop er soms twintig uur lang geen elektriciteit was, kon het water alleen maar worden opgepompt met behulp van dieselgeneratoren, die voor kleine boeren veel te duur in het gebruik waren. Rond Samarra moesten sommige boeren per jaar ruim vijfduizend euro aan brandstof besteden om een kleine vijf hectare aan land te bewateren. Stukje bij beetje werd water in sommige delen van Irak een kostbaar goed dat alleen welgestelde landbezitters zich konden veroorloven.

“De regen werd elk jaar minder, dus moesten mensen steeds meer geld besteden aan hun generatoren,” zei Ahmed El Thaer Abbas, directeur van de landbouwdienst van Tharthar. “Dat is niet vol te houden.” Terwijl de watervoorziening van de plaatselijke boeren ooit voor een kwart werd gedekt door regenwater, is dat aandeel inmiddels gezakt naar minder dan tien procent, aldus Abbas.

Radicalisering

In 2011 verkeerde het Iraakse platteland inmiddels in een wanhopige financiële staat. Volgens de Wereldbank leefde zo’n 39 procent van de plattelandsbevolking in armoede – een percentage dat tweeënhalf maal zo hoog lag als de stedelijke bevolking van Irak. Bijna de helft van deze mensen hadden geen toegang tot schoon drinkwater. De situatie was in 2012-2013 zó nijpend dat tienduizenden dorpelingen hun akkers helemaal in de steek lieten en hun geluk beproefden in de sloppenwijken van naburige steden.

Van de mensen die in Saladin werden ondervraagd, noemde 39 procent het watertekort als reden voor het verlaten van hun akkers. Uit onderzoek in het aangrenzende Syrië – met grote gebieden waar dezelfde omstandigheden heersen als in Noord- en West-Irak – blijkt dat de kans op langdurige en ontwrichtende droogteperiodes is verdrievoudigd als gevolg van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

Maar dat was nog niet alles. Gewapende groepen – waaronder de voorlopers van IS – hielden de situatie scherp in de gaten. Toen in 2011-2012 talloze boerderijdieren stierven door ernstig watertekort, doken de jihadisten overal op veemarkten op om de sfeer onder de wanhopige boeren te peilen. Veel boeren probeerden hun resterende koeien en schapen koste wat het kost te verkopen voordat ook deze dieren zouden bezwijken aan het watertekort.

“Ze hielden ons gewoon in de gaten. We waren voor hen een rijk gevulde dis,” zei Abbas Luay Essawi, een herder uit Hawija. Alleen al in de provincie Kirkoek raakte twee derde van alle boeren tenminste één boerderijdier kwijt, volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

Ook de stijgende temperaturen bleken koren op de molen van de jihadistische groepen. Ongekende hittegolven dwongen boeren ertoe nog meer water op te pompen om hun gewassen te behouden, maar daarbij werd soms méér water uit ondergrondse waterreservoirs opgepompt dan erin terugsijpelde. Water dat ooit door regenval en rivieren was aangevoerd, moest nu in steeds grotere hoeveelheden uit de grond worden gehaald. Na meerdere jaren van intensief grondwaterverbruik vielen de twee waterputten van Samir Saed in de buurt van het oliestadje Baiji begin 2014 droog, waardoor hij zijn twee jonge landarbeiders moest ontslaan. Hij vermoedt dat de werkloze en verbitterde mannen zich daarna snel bij IS aansloten.

“Ik ken veel van dit soort verhalen; ze waren gefrustreerd en zagen het gewoon als ander soort werk,” zegt hij.

Onderzoekers zeggen dat de zomertemperaturen in het Midden-Oosten tweemaal zo snel zullen stijgen als het wereldwijde gemiddelde, waardoor de bewoonbaarheid van de hele regio tegen het einde van de eeuw wordt bedreigd.

Maar bovenal wisten de jihadisten op sluwe wijze de wanhoop in het traditionele landbouwgebied van Irak uit te buiten, door de oorzaken van de problemen voor hun eigen agenda te kapen. Ze verspreidden geruchten dat de door sjiieten overheerste regering in Bagdad betalingen voor gewassen uitstelde en de watertoevoer naar soennitische boeren afsneed. Het tekort aan regen zou niet het gevolg zijn van klimaatverandering, maar van een complot om soennitische landbezitters ertoe te brengen hun vruchtbare akkers op te geven, aldus de jihadisten. Veel boeren, failliet als ze waren en niet in staat om te reageren op het snel veranderende milieu om hen heen, slikten de complottheorie. Volgens terrorisme-experts was de overgrote meerderheid van de voetsoldaten van IS afkomstig van plattelandsgebieden in het westen, noorden en midden van Irak.

“Het gaat zo: een groot deel van de Irakezen werkt in de landbouw, dus als het met de landbouw niet goed gaat, zal dat tot allerlei sociale problemen leiden,” zei Samir Raouf, consultant voor het ontwikkelingsfonds UNDP van de VN en voormalig onderminister van Wetenschap en Technologie.

Hoe gaat het verder?

Voorlopig is IS in grote delen van Irak verslagen. Eind 2014 bezette de terreurbeweging nog veertig procent van het Iraakse grondgebied, nu heeft ze nog slechts de controle over een paar afgelegen dorpen en stukjes lege woestijn. Maar de omstandigheden die tot het succes van IS op het platteland hebben geleid, zijn misschien wel nijpender dan ooit.

Terwijl ze werden teruggedrongen, bedienden de jihadisten zich van de tactiek van de verschroeide aarde, waarbij ze tienduizenden hectare aan vruchtbaar akkerland verwoestten. Voor de terugkerende boeren zijn klimaatverandering en krakkemikkig bestuur nu de minst belangrijke problemen. De terroristen van IS rukten irrigatiepijpen uit de grond om er mortieren van te maken. Ze vergiftigden waterputten en bliezen waterkanalen op. En ze namen alles mee wat van waarde was, vooral generatoren, tractoren en onderdelen van waterpompen.

In de streek Tharthar zitten sommige boeren nog steeds vast aan afbetalingen op basis van enorme arealen die ze niet meer kunnen bewerken. De Iraakse staat is na het instorten van de olieprijs min of meer failliet en kan boeren niet betalen voor de gewassen die ze naar overheidssilo’s hebben vervoerd, laat staan de miljoenen kostende grote schoonmaak van het Iraakse platteland bekostigen. “Tegen de tijd dat dit alles is opgelost, is het met de landbouw in Irak gedaan,” zei Naif Saido Kassem, tot voor kort directeur van de landbouwdienst van de provincie Sinjar, ten noorden van Mosoel. Hij schat dat de schade aan de landbouw alleen al in zijn kleine district zestig miljoen euro bedraagt.

Erger is misschien nog dat de watervoorziening in Irak nog niet haar dieptepunt heeft bereikt. Turkije is bijna klaar met de aanleg van de Ilısudam, die het debiet van de Tigris nog verder dreigt te verlagen wanneer de bijbehorende waterkrachtcentrale (waarschijnlijk volgend jaar) in gebruik wordt genomen. Door de hogere temperaturen verdampt er steeds meer oppervlaktewater, met een hoeveelheid die het waterpeil in alle meren van Irak met bijna twee meter per jaar zou doen dalen, aldus de Iraakse ngo Nature Iraq. Nu de verhoudingen tussen de Iraakse regering in Bagdad en de Koerdische regio aan de bovenloop van de Tigris verslechtert, zouden boeren opnieuw de dupe van het conflict kunnen worden. In het verleden hebben Koerdische autoriteiten meerdere keren de watertoevoer naar overwegend Arabisch gebied afgesneden.

Maar sommige boeren blijven hopen. “We zijn taai. We zullen weer opkrabbelen, zoals we dat in het verleden ook hebben gedaan,” zei Ahmed, die in de buurt van Dibis ten noordwesten van Kirkoek tarwe, gerst en wat fruit verbouwd. Veel anderen zijn pessimistisch, want de sfeer is zó wantrouwig geworden dat boeren die gewassen willen verbouwen op akkers die pas uit handen van IS zijn bevrijd, bijna geen kunstmest kunnen krijgen omdat de veiligheidstroepen vrezen dat er bommen van gemaakt zullen worden. Als Irak geen greep krijgt op zijn gestaag verslechterende milieu, zou de volgende oorlog weleens in het verschiet kunnen liggen.

“Voorlopig is IS verdwenen, maar met al deze water- en hittekwesties zullen de dingen alleen maar erger worden,” zei Jabouri, de sjeik uit Shirkat. “We hebben nu hulp nodig.”