Het effect van klimaatverandering op de kleur van dieren

Uit nieuw onderzoek blijkt dat dieren die in de winter van vachtkleur veranderen, in een steeds minder witte wereld toch in bepaalde 'hotspots' kunnen gedijen.woensdag 21 februari 2018

Wordt de Amerikaanse haas een winnaar in de race tussen evolutie en klimaatverandering?
Wordt de Amerikaanse haas een winnaar in de race tussen evolutie en klimaatverandering?

Modekenners weten het heel goed: hoe kouder het weer, hoe meer winteraccessoires je nodig hebt.

Sommige dieren hebben zelfs twee jassen: eentje voor de zomer – die niet afsteekt tegen de aardkleuren van de grond – en eentje voor de winter – die spierwit is om niet op te vallen in de sneeuw.

Maar wat gebeurt er als er geen sneeuw is en je kunt je witte jas niet uittrekken?

In een nieuw onderzoek dat in het vakblad Science is verschenen, bestudeerden wetenschappers 21 diersoorten uit zestig landen die in de herfst hun bruine zomervacht verruilen voor een witte vacht om niet op te vallen in de sneeuw. Maar omdat er als gevolg van de wereldwijde klimaatverandering steeds minder sneeuw valt, trekken veel van deze dieren hun witte wintervacht aan terwijl er helemaal nog geen sneeuw is gevallen – waardoor ze zichtbaarder en dus kwetsbaarder worden.

Uit de nieuwe studie blijkt nu dat er voor deze dieren mogelijk toevluchtsoorden bestaan: geografische gebieden waar beide versies van een soort – in zomer- én wintervacht – naast elkaar leven. (Stel je maar een bos vol sneeuwhazen voor, waarvan sommige met een bruine vacht en andere met een witte vacht.)

Door juist die gebieden te beschermen, zou de mens deze soorten de kans geven om de genen voor donkerder vachtkleuren te verspreiden en zo aan de klimaatverandering te ontsnappen.

Winterjas

Tot de soorten die zich met een wintervacht uitdossen, behoren de sneeuwhaas, de poolvos en de sneeuwhoen.

Hun vermogen om van vachtkleur te veranderen is “een eigenschap die door de tijd heen door de evolutie is gevormd om deze dieren tijdens klimaatveranderingen te laten overleven,” zegt onderzoeksleider L. Scott Mills, wildbioloog aan de University of Montana.

Zo kwamen sneeuwhazen ooit tot in North Carolina voor, maar zijn ze door de verminderde sneeuwval alleen nog tot in West-Virginia te vinden – een patroon dat de onderzoekers ook hebben aangetroffen bij andere soorten die van vachtkleur veranderen, aldus Jennifer Feltner, medeauteur van de studie en postdoctoraalstudente aan de University of Montana.

Het totale aantal zonuren per dag is wat de sneeuwhaas aanzet om zijn wintervacht voor een zomervacht te verruilen, of er nog sneeuw ligt of niet. Zonder hun witte camouflage vallen de dieren heel erg op, waardoor ze snel door roofdieren worden verschalkt.

“Kleurfout-prooien,” noemt Mills deze dieren – en er zijn nogal wat roofdieren die op hazen jagen. Sterker nog, volgens Feltner worden de arme beesten door haar medewerkers op het laboratorium “de cheeseburgers van het bos” genoemd, omdat ze zowat door alles en iedereen worden gegeten – van uilen tot poema’s.

Deze hazen beseffen niet eens dat ze erg opvallen en passen hun gedrag ook niet aan nadat ze hun camouflerende vacht zijn kwijtgeraakt, zegt Mills. Volgens hem is dat kenmerkend voor de meeste dieren die van vachtkleur veranderen.

Sneeuwhoenders zijn een ander verhaal. Omdat de mannetjes van deze soort hun verenkleed gebruiken om vrouwtjes aan te trekken, blijven de hoenders die hun witte verenkleed hebben aangetrokken net zolang wit totdat ze hebben gepaard – sneeuw of geen sneeuw.

Daarna “zoeken ze een hol in de modder of zelfs een berg uitwerpselen en wentelen zich daarin rond totdat ze helemaal bruin zijn,” vertelt Mills. Volgens hem herstellen de vogels daarmee hun camouflagekleur, nadat ze eerst hun witte verenkleed hebben gebruikt om vrouwtjes aan te trekken.

Evolutiehulp

Omdat de klimaatverandering zo snel gaat, is Mills van mening dat “de selectieve krachten die tot het ontstaan van witte én bruine wintervachten hebben geleid, ook voor de bescherming van de soort ingezet kunnen worden.”

Zo heeft het team ‘hotspots’ geïdentificeerd (waaronder delen van Noord-Amerika en noordelijk Eurazië, zoals de Pacifische westkust in het noordwesten van de VS en het zuidwesten van Canada) die heel geschikt zouden kunnen zijn voor het beschermen van dieren die van vachtkleur veranderen en daar de kans krijgen om zich te vermeerderen.

“De evolutie verloopt het snelst wanneer er sprake is van grote populaties en wanneer die populaties met elkaar in contact staan,” legt Mills uit.

Door het contact tussen populaties van winterwitte en winterbruine dieren in stand te houden, zouden deze dieren de kans hebben “om de genen voor donkerder en beter camouflerende vachtkleuren te verspreiden onder de naburige winterwitte populaties, waarbij ze deze dieren als het ware helpen om zich aan te passen aan de verminderde sneeuwval.”

Het in stand houden van grote populaties en natuurlijke verbindingen in het landschap “zouden onze eerste en voornaamste zorg moeten zijn,” zegt Mills.

Door het contact tussen populaties van winterwitte en winterbruine dieren in stand te houden, zouden deze dieren de kans hebben “om de genen voor donkerder en beter camouflerende vachtkleuren te verspreiden onder de naburige winterwitte populaties, waarbij ze deze dieren als het ware helpen om zich aan te passen aan de verminderde sneeuwval.”

Het in stand houden van grote populaties en natuurlijke verbindingen in het landschap “zouden onze eerste en voornaamste zorg moeten zijn,” zegt Mills.

Heb jij een vraag over de vreemde en woeste dierenwereld? Tweet mij of bezoek me op Facebook. In de rubriek ‘Vreemde Dierenvragen van de Week’ wordt elke zaterdag antwoord gegeven op jullie vragen.

Lees meer