Natuurbeheer op de Falklandeilanden

De Falklandeilanden hadden lange tijd te lijden van overbegrazing en gewapende conflicten. Goed natuurbeheer werpt nu zijn vruchten af op de afgelegen archipel.woensdag 14 februari 2018

Door Paul Nicklen
Foto's Van Paul Nicklen
Het afgelegen eiland Steeple Jason herbergt een ongekend grote kolonie wenkbrauwalbatrossen. Ooit graasden hier honderden schapen en koeien, maar nu is het eiland een natuurreservaat. Zo’n 70 procent van de wereldwijde populatie wenkbrauw­ albatrossen nestelt op de Falklandeilanden.
Het afgelegen eiland Steeple Jason herbergt een ongekend grote kolonie wenkbrauwalbatrossen. Ooit graasden hier honderden schapen en koeien, maar nu is het eiland een natuurreservaat. Zo’n 70 procent van de wereldwijde populatie wenkbrauw­ albatrossen nestelt op de Falklandeilanden.
fotograaf Paul Nicklen

Aan de rotskust van Steeple Jason, een eilandje aan de rand van de Falkland­ archipel, kijk ik mijn ogen uit. Meer dan 440.000 wenkbrauwalbatrossen, de grootste kolonie ter wereld, nestelen er op steile rotswanden. Op het strand daaronder klinkt de luide roep van zuidelijke rotspinguïns. Falkland­ caracara’s vliegen speurend rond, op zoek naar pinguïn­ kuikens of een kaal te plukken kadaver.

In het kille water van de Zuidelijke Oceaan leven Zuid-Amerikaanse zeeberen, kortsnuitdolfijnen, dolfijnen van Peale en noordse vinvissen. Tijdens een duik verken ik een majestueus, zacht wiegend kelpwoud. Door manenrobben achtervolgde ezelspinguïns schieten in volle vaart over me heen. Op de zeebodem stellen kleine kreeftachtigen zich met opgerichte scharen strijdlustig in formatie op.

Geen vogel zwemt sneller dan de ezelspinguïn: 35 kilometer per uur. Ezelspinguïns zijn de hele dag in zee te vinden, waar ze – meestal dicht bij de kust en belaagd door zeehonden, zeeleeuwen en orca’s – hun kostje bij elkaar scharrelen. Nergens broeden er meer dan op de Falklandeilanden.
Geen vogel zwemt sneller dan de ezelspinguïn: 35 kilometer per uur. Ezelspinguïns zijn de hele dag in zee te vinden, waar ze – meestal dicht bij de kust en belaagd door zeehonden, zeeleeuwen en orca’s – hun kostje bij elkaar scharrelen. Nergens broeden er meer dan op de Falklandeilanden.
fotograaf Paul Nicklen

Een treffend beeld, want de Falklandeilanden zijn getekend door de oorlog. De Britse archipel ligt zo’n vierhonderd kilometer voor de Argentijnse kust en bestaat uit meer dan zevenhonderd eilanden en eilandjes, met in totaal zo’n 3200 inwoners. De afgelopen eeuwen hebben Frankrijk, Spanje, Argentinië en het Verenigd Koninkrijk gestreden om het gebied in handen te krijgen en dat is het landschap aan te zien.

Het recentste conflict ontstond toen Argentinië de Malvinas (zoals de eilanden daar heten) in 1982 bezette. Hierop volgde een korte, maar hevige oorlog met het Verenigd Koninkrijk. Uitgebrande helikopters ontsieren het landschap, er moeten nog zo’n twintigduizend landmijnen worden ontmanteld en de Britse luchtmacht heeft nog altijd een eigen vliesbasis op Oost-Falkland.

Lege schalen laten zien waar subantarctische grote jagers en andere roofvogels zich te goed hebben gedaan aan eieren. Voor albatrossen en pinguïns op Steeple Jason vormen andere vogels de grootste bedreiging. Ze bewaken dan ook het nest tot de jongen voor zichzelf op kunnen komen.
Lege schalen laten zien waar subantarctische grote jagers en andere roofvogels zich te goed hebben gedaan aan eieren. Voor albatrossen en pinguïns op Steeple Jason vormen andere vogels de grootste bedreiging. Ze bewaken dan ook het nest tot de jongen voor zichzelf op kunnen komen.
fotograaf Paul Nicklen

Maar afgezien van deze littekens – en ondanks de intensieve schapenhouderij – bieden de eilanden een idyllische aanblik. De zee barst hier van de voedingsstoffen, de bergen ogen fris na een zoveelste regenbui. Ik ben een fotograaf met bijna drie decennia ervaring in het veld, en ik heb zelden zo’n ongerept ecosysteem gezien.

De natuur is kwetsbaar. Zolang we haar blijven beschouwen als een bron van grondstoffen, zal de biodiversiteit achteruit blijven gaan. Steeple Jason illustreert de veerkracht van de natuur, maar laat daarmee tegelijk zien dat het roer om moet. Er zouden meer van dit soort plekken moeten zijn. Gebieden waar we de natuur niet uitputten, maar haar de tijd geven om tot volle bloei te komen.

Deze tekst bevat enkele fragmenten uit de oorspronkelijke reportage. Het hele verhaal is te lezen in het februarinummer van National Geographic Magazine.

Lees meer