Deze vissen houden de bossen in leven – en worden nu overbevist

Wetenschappers ontdekten dat veel Zuid-Amerikaanse wouden afhankelijk zijn van grote vissen om hun zaden te verspreiden – en dat maakt ze nu kwetsbaar.Wednesday, July 11, 2018

Door Adam Popescu

Als de tropische regenwouden van Zuid-Amerika de longen van de wereld zijn, dan zijn de rivieren en wetlands van het continent haar aders en bloedvaten. De biodiversiteit van het plantenrijk in dit deel van de wereld is groter dan waar dan ook, en dat is mede te danken aan de vissen die in de waterwegen van Zuid-Amerika rondzwemmen.

Zoetwatervissen hebben zo’n zeshonderd neotropische plantensoorten op het menu staan. De grootste fruitetende vissen in de Braziliaanse Pantanal– een riviervlakte van ruim 180.000 vierkante kilometer waar zo’n 1400 millimeter regen per jaar valt – zijn ondanks hun relatief geringe aantallen verantwoordelijk voor de verspreiding van een enorme hoeveelheid zaden en de groei van nieuwe boshabitats. In vruchtbare zomers komen de bossen aan de rand van de wetlands vaak onder water te staan en laten hun vruchten in het water vallen, die de vissen wel smaken. De onverteerbare zaden van de vruchten worden elders weer uitgescheiden. De grootste vissen hebben de grootste maaginhoud en daarmee het grootste potentieel om zaden te verspreiden. Zo’n 95 procent van de houtige plantensoorten in deze tropische wouden worden op deze wijze verspreid.

Uit een recent onderzoek dat in het vakblad Biotropica is verschenen, blijkt dat wanneer grote fruitetende vissoorten uit een ecosysteem worden verwijderd, de boomzaden door minder grote vissoorten worden opgegeten, wat tot een drastische afname van het aantal verspreide zaden en ontkiemde bomen kan leiden. Grote vissen scheiden hele zaden uit terwijl in de uitwerpselen van kleinere vissen zaden zitten die tijdens het kauwen zijn vernield. Van de zaden die in de magen van bijvoorbeeld sardines werden gevonden, was 63 procent door kauwen beschadigd.

“Zeventig miljoen jaar geleden waren er al bossen in het Amazonegebied en de Pantanal,” zegt Sandra Bibiana Correa, assistent-professor aan de faculteit voor wilde flora en fauna, visserij en aquacultuur van de Mississippi State University en een van de auteurs van de nieuwe studie. “Dat betekent dat deze vissen al zeventig miljoen jaar lang van het fruit gebruikmaken en de planten helpen om hun zaden te verspreiden.”

Uit Correa’s vorige onderzoek in de Pantanal en het Amazonegebied bleek dat de groei en het herstel van de vegetatie worden verstoord door overbevissing, die bij sommige fruitetende vissoorten tot een afname van negentig procent heeft geleid.

De Pantanal, ’s werelds grootste wetland, strekt zich uit in het grensgebied van Brazilië, Bolivia en Paraguay. De bossen van dit ecosysteem komen elk jaar onder water te staan, waardoor ze als voedselbron voor vissen en andere waterdieren dienen.

Cruciale rol

Fruitetende soorten verspreiden tot wel 95 procent van alle tropische planten, en grote vissen eten een enorme verscheidenheid aan zaden, wat de kansen op ontkieming vergroot. Als vruchten pappig of doorweekt zijn, is de kans groot dat de zaden onbeschadigd blijven als ze worden opgegeten. Een brede bek helpt ook. “Als de vissen de zaden openbreken, daalt de kans op ontkieming sterk.”

“Stel: je eet een tomaat.” legt ze uit. “Het is onwaarschijnlijk dat je op de zaadjes ervan kauwt. De grootte van de zaadjes bepaalt of ze worden verteerd. Grote vissen zijn in staat om zaden in hun geheel in te slikken, maar ook kleine visjes kunnen hele zaadjes opslokken.”

In de Zuid-Amerikaanse wetlands komen minstens 150 soorten fruitetende vissen voor, en zelfs een ondersoort van de Colombiaanse piranha eet fruit, aldus Correa. De bomen produceren hun vruchten tijdens de jaarlijkse overstroming van de regio, wanneer vissen tot wel 87 procent van hun tijd in de riviervlakte doorbrengen. Wanneer het water zich weer terugtrekt, kunnen de bevruchte zaden gemakkelijk ontkiemen. In langgerekte spijsverteringsstelsels worden zaden geruime tijd vastgehouden, waardoor ze over grote afstanden worden verspreid.

“Over afstanden van meer dan vijf kilometer,” zegt Raul Costa Pereira bewonderend. Pereira is bioloog aan de Universidade Estadual Paulista in São Paolo en een van de medeauteurs van de nieuwe studie. Volgens hem zijn die grote afstanden cruciaal voor een mechanisme van bosverspreiding dat nog weinig is bestudeerd en dat zich niet tot Amerika beperkt.

“Het eten van fruit door vissen is overal ter wereld geobserveerd,” zegt hij.

In Zuid-Amerika, waar wetlands meer dan vijftien procent van de landmassa beslaan, werd de relatie tussen vissen en bossen voor het eerst gedocumenteerd in de late jaren zeventig van de vorige eeuw.

Een van de belangrijkste zaadverspreiders is de pacu, een straalvinnige vis die zestig jaar oud en bijna twintig kilo zwaar kan worden. Met zijn brede bek (en mensachtige tanden) verspreidt de pacu de zaden van 27 procent méér plantensoorten dan kleinere vissen. De pacu is ook een delicatesse, en wanneer dit soort grote vissen worden overbevist, neemt de kwantiteit en diversiteit van de plantengroei sterk af.

“Het verlies van verspreiders kan veel ernstiger consequenties hebben dan enkel het uitsterven van een paar boomsoorten,” bevestigt Daniel Wenny, bioloog van het San Francisco Bay Bird Observatory, die eerder onderzoek deed naar zaadverspreiding.

Het belangrijkste gevolg is dat er geen nieuw bos meer aangroeit.

Bedreigde bossen

De overstromingen in het gebied duren vier tot zeven maanden per jaar, waarbij het water tot ruim negen meter stijgt. In het verleden waren vissen verantwoordelijk voor negentig procent van de verspreiding van ondergelopen bossen, en die symbiose tussen vissen en bomen baart Correa zorgen. Door de aanleg van stuwdammen, de komst van veeranches en bouwprojecten “verspreiden ze nu nog maar 30 tot 40 procent van de vegetatie op de riviervlakte.”

Correa en haar collega’s pleiten voor de regulering van de visserij op grotere en kleinere soorten. Dat betekent dat er bewijzen voor de wisselwerking tussen vissen en planten moeten worden verzameld. Omdat 99 procent van de Pantanal uit privéranches bestaat, eet loslopend vee al het natuurlijk beschikbare gras op. Volgens Correa kunnen kleinere vissen naar ondiepe wateren uitwijken en nieuw bos doen ontkiemen. Maar omdat de plaatselijke bevolking deze visjes ongestoord kan vangen, “weten we eigenlijk niet hoe groot de populaties van deze visjes zijn en hoe ze zijn opgebouwd.”

Regelgeving is lastig te handhaven in de Zuid-Amerikaanse regio’s waar de gevolgen van overbevissing merkbaar worden: het Amazonegebied, dat acht landen beslaat, en de Pantanal. Als de vissen hier niet langer tot volle wasdom kunnen komen, zal het bos ook niet meer groeien. En als er steeds meer ranches bijkomen en meer stuwdammen, die de seizoensgebonden overstromingen ondermijnen, worden de vissen van de bomen afgesneden waardoor de bossen dan geen natuurlijke manier meer zullen hebben om zich te herstellen.

“Tientallen plantensoorten zijn afgestemd op de komst van de overstromingen,” zegt Correa. “We hebben wetgeving nodig om een enorm stuk van dit land te beschermen. Dat zal niet eenvoudig zijn.”

Lees meer