Milieu

’s Werelds hoogste tropische boom ontdekt – en beklommen

De woudreus van meer dan honderd meter hoog werd op Borneo vanuit de lucht geïdentificeerd en vervolgens met de nodige risico’s beklommen en opgemeten. vrijdag, 5 april 2019

Door Mary Gagen

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de National Geographic Society.

In de afgelopen paar jaar zijn in Sabah, een Maleisische staat op het eiland Borneo, meerdere uitzonderlijk hoge exemplaren van de gele merantiboom (Shorea faguetiana) ontdekt. De recordhoogte voor deze boomsoort steeg in 2016 van 88 naar 94,10 meter, toen een compleet bos van ruim negentig meter hoge gele meranti’s werd ontdekt. Dat record werd deze week opnieuw gebroken toen een team onder leiding van de universiteiten van Nottingham en Oxford in samenwerking met het South East Asia Rainforest Research Partnership (SEARRP) de ontdekking van een 100,80 meter hoge woudreus in de bossen van Sabah bekendmaakte. (De beschrijving van de vondst werd deze week op bioRxiv gepubliceerd en wordt momenteel beoordeeld voor publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift).

Het is voor het eerst dat waar ook ter wereld een tropische boom van honderd meter of hoger (en daarmee ’s werelds hoogste bloeiende plant) is ontdekt. Als de boom op de grond zou liggen, zou hij net zo lang zijn als een voetbalveld. Het team noemde de boom ‘Menara’, wat in het Maleisisch ‘toren’ betekent. De onderzoekers schatten dat hij – nog afgezien van zijn wortelstelsel – 81.500 kilo weegt, meer dan het maximale startgewicht van een Boeing 737-800. 

Het is mogelijk dat er in deze regio een nog hogere boom groeit, aldus het team.

De regenwoudreuzen zijn aangetroffen in het Natuurgebied Danumvallei, in het hart van een van de best beschermde en meest ongerepte stukken laaglandwoud in heel Zuidoost-Azië. In de vallei leven onder meer de bekende en met uitsterving bedreigde Borneose orang-oetan, de nevelpanter en de Borneo-dwergolifant. En in dit natuurgebied blijken nu ook ’s werelds hoogste tropische bomen te groeien.

De recordbomen behoren voor zover bekend allemaal tot dezelfde soort, de gele merantiboom. Omdat deze boom al decennialang wordt gekapt, wordt hij ernstig met uitsterving bedreigd en staat op de Rode Lijst van de IUCN. Hoewel de oerbossen van Sabah beschermd worden, gaat het vellen van gele meranti’s elders op Borneo gewoon door. Het hout wordt vaak gebruikt voor het maken van betonbekistingen en goedkope multiplex. Deze ongelooflijke bomen, elk een mini-hotspot van biodiversiteit waarin soms wel duizend verschillende soorten insecten, schimmels en andere planten leven, kunnen in een houtfabriek binnen enkele minuten tot goedkope planken worden verwerkt.

De uitzonderlijk hoge bomen werden in 2018 met behulp van een laserscanner vanuit een vliegtuigje gespot. Daarbij worden 3D-opnamen van het bladerdak opgebouwd, waarna de woudreuzen duidelijk op de scans kunnen worden gespot. Maar wanneer op zo’n laserscan een uitzonderlijk hoge boom wordt ontdekt, wordt zijn echte hoogte daarna met verbluffend eenvoudige middelen opgemeten: iemand klimt met een meetlint klimt de boom in.

De taak om gewapend met een meetlint in de hoogste bomen van de tropen te klimmen werd toebedeeld aan Unding Jami, boomverzorger van het South East Asia Rainforest Research Partnership. Het beklimmen van dit soort bomen is riskant en zwaar werk, dat een kalm gemoed en een uitstekende conditie vereist. Het team van het Natuurgebied Danumvallei traint zichzelf in deze vaardigheden door dagelijks in oerbossen te werken en in hun vrije tijd bij hoge temperaturen en extreme luchtvochtigheid bloedserieuze badminton- en voetbalwedstrijden te spelen.

Op 6 januari 2019 beklom Unding Jami de boom die uiteindelijk als de hoogste bloeiende plant van de tropen en waarschijnlijk een van de hoogste bomen ter wereld zou worden geclassificeerd. (De hoogste bomen die tot nu toe zijn ontdekt, zijn de ‘redwoods’ of kustmammoetbomen van Californië, die een hoogte van 115,70 meter kunnen bereiken.) Ik heb Unding tweemaal geïnterviewd, eerst toen hij en zijn team het nieuws over een mogelijke recordboom hadden ontvangen en zich voorbereidden op de expeditie om de boom op te meten, en de tweede keer na de succesvolle beklimming in januari.

Kun je ons wat meer vertellen over deze woudreus, die in een vallei in de buurt van de veldpost van het Natuurgebied Danumvallei groeit?

Toen we van de nieuwe boom hoorden, werd ik zenuwachtig omdat ik hem zou beklimmen. Op de plek waar de boom groeit, de ‘Neushoornkam’, is het erg steil. Vlakbij bevinden zich een vallei en een waterval. Hemelsbreed is het niet ver van de veldpost, maar we moesten nieuwe paden slaan en de plek is moeilijk te vinden – een tocht over steil terrein naar een steile locatie. Volgens metingen vanuit het vliegtuigje was de nieuwe boom 99 meter hoog, terwijl ik met een lasermeter vanaf de voet van de boom op 115 meter uitkwam. Dus voordat ik de boom in klom, lag zijn hoogte ergens tussen die twee metingen.

De nieuwe boom staat helemaal op zichzelf in een kleine, steile kom en torent hoog boven het hoogste bladerdak uit. Volgens het wetenschapsteam is zijn recordhoogte te danken aan die kom, waarin de aarde vochtig blijft, en aan een naburige bergkam, die de boom tegen de wind beschut. Op basis van de huidige hypothesen over de hoeveelheid windstress die bomen kunnen verdragen en over de mate waarin ze water en suikers naar hun kruinen kunnen transporteren, denkt het team dat ‘Menara’ dicht in de buurt komt van de maximale hoogte die bedektzadigen (bloeiende planten) waar ook ter wereld kunnen bereiken.

Hoe was het om in de boom te klimmen?

Ik wist dat je daarboven bent overgeleverd aan de elementen. Je hangt gewoon in de lucht. Het waaide echt hard en ik zag ook een nest huidvliegers! Die beesten vlogen in het rond terwijl wij probeerden de lijn de boom in te schieten.

Ik had vijftien pogingen nodig om die lijn tot een hoogte van 86 meter te krijgen, naar de laagst mogelijke zijtakken. Echt, ik had het bijna opgegeven. We hadden het geluk dat we het touw uiteindelijk over een lage zijtak konden schieten.

Toen we het touw eenmaal boven hadden, kostte het bijna een uur om naar 86 meter hoogte te klimmen. Daarna duurde het nog eens twee uur om helemaal naar de top te klauteren en de definitieve meting te doen. In die laatste twee uur waaide het erg hard en regende het ook, waardoor ik maar langzaam vooruitkwam.

Hoe voelde het toen je de top had bereikt?

Ik was bang, maar eerlijk gezegd was het uitzicht vanaf de top ongelooflijk. Ik weet niet wat ik erover kan zeggen, behalve dat het zeer, zeer, zeer bijzonder was! Nadat we de boom hadden opgemeten, kon ik de hele nacht niet slapen.

Hoe beklim je een boom van honderd meter hoog?

We gebruiken een systeem dat een beetje op koorddansen lijkt. Een touw wordt over een lagere zijtak geschoten en dan als ankering aan een naburige boom vastgemaakt. Vervolgens gebruiken we een klimgordel en stijgklemmen die in één richting blokkeren om stapje voor stapje over het touw te ‘lopen’, alsof je een trap oploopt. Je haakt het meetlint aan je klimgordel, klimt omhoog en controleert de meting wanneer je helemaal boven bent. En daarbij moet je oppassen dat je het meetlint niet laat vallen! Niet zo eenvoudig. Op tachtig meter hoogte zit je moederziel alleen in de kruin. Je kunt de mensen op de grond niet meer horen. Dus sturen we elkaar sms’jes.

Hoe zwaar is dit werk?

Het is niet eenvoudig. Ik klim altijd langzaam omhoog en check de stam om de paar meter op duizendpoten en slangen en dergelijke. Als er nesten van vogels, bijen of wespen zijn, kan dat een probleem opleveren. Als ik er eentje vanaf de grond spot, kiezen we ervoor om ’s nachts te klimmen, omdat ze dan minder actief zijn en ze je niet zouden moeten aanvallen. Het is eigenlijk minder eng om ’s nachts te klimmen, want dan zie je niet alles!

Als je tijdens het beklimmen van een boom bewusteloos raakt, kom je door de klimgordel in een onveilige houding terecht – je zakt voorover, met het hoofd lager dan het hart. In die houding heeft een bewusteloze klimmer nog maar zo’n drie minuten te leven, en dat betekent dat het grondteam hem met behulp van een extra noodtouw heel snel naar beneden moet zien te krijgen.

Ik hoorde dat je tijdens een klim eens ruzie met bijen hebt gekregen.

(Lachend) Ja, dat kun je wel zeggen. Ik klom in een bloeiende dipterocarpaceaeof plankwortelboom en die bomen trekken van alles en nog wat aan, zoals bijen en alle mogelijke insecten. Ongeveer halverwege zag ik een bijenkolonie langskomen.

Ik wist meteen dat ik weer naar beneden moest. Regenwoudbijen kunnen zeer agressief zijn en gevaarlijk worden. Als je door één bij wordt gestoken, wordt dat door de hele kolonie opgepikt en dan vallen ze je in een zwerm aan.

Het probleem was dat ik in mijn klimgordel moest overstappen van voetstijgklemmen naar het afdaalapparaat, zodat ik me snel naar beneden uit de boom kon laten abseilen. Dat probeerde ik, maar toen zag ik drie bijen vlakbij mijn gezicht vliegen. Twee vlogen er voorbij, dus ik dacht: oké, dat valt mee. Maar toen vloog de derde in mijn helm en stak mij natuurlijk, want hij zat opgesloten.

Daardoor kwam de hele zwerm op gang. Ik dacht er nog aan om m’n gezicht te bedekken, dus trok ik mijn T-shirt over m’n hoofd, deed mijn ogen dicht en hanteerde mijn afdaalapparaat op de tast. Maar ik werd overal gestoken. De jongens op de grond zagen wat er gebeurde, want ik had een rood T-shirt aan en dat werd helemaal zwart omdat het bedekt was met bijen. Ik begon me echt zorgen te maken, want ik moest heel snel afdalen om aan de bijen te ontsnappen, maar ik zag niets en kon mijn apparaat niet visueel checken. Dus ik hield m’n ogen dicht en deed alles op de tast. En toen liet ik me zakken en vloog naar beneden.

Na een paar meter abseilen stopte ik plotseling. Ik was vergeten dat ik voor de veiligheid een veiligheidskoord om had gegespt, zodat die me zou tegenhouden als er iets mis zou gaan. Dat was niet best, want met dat koord om zou het grondteam me niet naar beneden kunnen laten zakken als ik door de bijensteken bewusteloos zou raken. En op dat punt had ik al zoveel steken opgelopen...

Sommige klimmers hebben liever geen mes bij zich, maar van mijn instructeur moest ik er altijd eentje bij me hebben. Dat herinnerde ik me en ik sneed de veiligheidslijn gewoon door en liet me zo snel mogelijk naar de bosgrond abseilen.

Tegen de tijd dat ik weer beneden was, was ik tweehonderd keer gestoken. Ik dacht nog dat ik lang genoeg bij bewustzijn moest blijven en dat ik en mijn teamleden aan de kolonie moesten ontsnappen, maar alle bijen waren natuurlijk samen met mij naar beneden gekomen. Op de grond was ik nog een paar minuten bij bewustzijn, maar daarna begonnen de steken te werken. Ik schijn zo’n veertig minuten weg te zijn geweest. Ik werd wakker en herinner me dat de jongens helemaal in paniek waren, want ze wisten niet of ik nog leefde. Ze legden me op m’n zij en renden heen en weer om de bijen te verjagen.

Hoe kwam het dat je dit werk bent gaan doen?

Ik kom uit een heel arm gezin hier. Ik werd geboren in een houthakkerskamp in Sabah en wijlen mijn vader werkte daar als houthakker. In mijn jeugd zag ik veel mensen in het regenwoud jagen. Ze kapten de bomen en ik dacht dat ik misschien op een dag werk zou kunnen doen om te voorkomen dat ze het woud beschadigden. Mijn ouders konden het zich niet veroorloven om mij en mijn drie broertjes en zusjes allemaal naar school te sturen, dus toen ik negen was, was ik de enige die naar school ging. Op m’n dertiende kreeg ik een baan bij een van de herbebossingsprogramma’s, waarbij ik zaailingen aanplantte om het gerooide woud te herstellen. Sinds die tijd werk ik in de bosbescherming, eerst voor het Sabah Biodiversity Experiment en daarna als onderzoeksassistent voor SEARRP. Toen ik bij deze instellingen werkte, begon ik geleidelijk aan te beseffen hoe belangrijk het bos is, voor de hele wereld eigenlijk, en waarom we het moeten beschermen.

Ik word geïnspireerd door de dieren in het woud, door de verbluffende gibbons die me hebben voorgedaan hoe ik in bomen kan klimmen. Het zijn gewoon zulke perfecte klimmers; ze slingeren van boom tot boom en springen in alle richtingen. Ik wou dat ik zo kon klimmen als zij, alleen met mijn handen.

Wat betekenen deze recordbomen voor ons inzicht in het regenwoud en voor het behoud ervan?

Dit soort expedities is goed voor onze gemeenschap en voor het behoud van het regenwoud. En het gaat ook om vriendschap: bij een succesvolle klim draait het niet om één persoon, maar heb je een geweldig en bekwaam team nodig.

Het is belangrijk om te zeggen dat het behoud van oerbossen werkt; enkele van deze unieke woudreuzen groeien hier nog, ze zijn niet allemaal verdwenen. Ik hoop dat mijn drie jonge dochters en alle toekomstige generaties deze bomen nog altijd kunnen zien staan wanneer ze opgroeien.

Dit interview werd om redenen van helderheid ingekort en geredigeerd.

Bij de expeditie om ’s werelds hoogste tropische boom te beklimmen waren naast Jamiluddin Jami (Unding Jami) de volgende personen betrokken: Fredino John, Azwan Tamring, Azlin Sailim, Ahmad Jelling, Sabidee Rizan, Fyenlyvicy Thomas, Mohd Fadil Karim, Elizabath Rusili, Johnny Larenus, Dedy Mustapa en vertegenwoordigers van het management van het Natuurgebied van de Danumvallei en de Sabah Stichting.

Mary Gagen is professor in de geografie aan de Swansea University en National Geographic-onderzoeker. Ze bestudeert de klimaatgeschiedenis aan de hand van boomringen en werkt in oerbossen van de Noordpool tot de tropen.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op Nationalgeographic.com

Lees meer