Milieu

Tyfoon, orkaan, cycloon: Wat maakt het uit?

Orkanen, cyclonen en tyfoons zijn allemaal hetzelfde weersverschijnsel.

Door Ker Than
Foto's Van Adnan Abidi, Reuters

15 oktober 2013

De cycloon Usagi - Japans voor konijn - is de derde en sterkste cycloon n in de Grote Oceaan tot nu toe dit jaar. Hij was geclassificeerd als catastrofaal of als een 'super' cuycloon, nadat meteorologen rukwinden van wel 260 kilometer per uur hadden gemeten. Als jij nooit in Azië hebt gewoond, vraag je je wellicht af hoe dat nou voelt om zo'n tyfoon mee te maken. Maar als je ooit al een orkaan of cycloon hebt overleefd, dan weet je al hoe het is.

Dat komt omdat orkanen, cyclonen en tyfoons allemaal hetzelfde weersverschijnsel zijn. Wetenschappers geven de storm alleen een andere naam, afhankelijk van waar hij optreedt. Boven de Atlantische Oceaan en de noordelijke Grote Oceaan noemen we ze orkanen, naar de Maya-god van het kwaad Huracan. In het noordwesten van de Stille Oceaan heten dezelfde stormen tyfoon (of taifoen). In het zuidoostelijke deel van de Indische Oceaan en het zuidwestelijke deel van de Grote Oceaan noemen we ze ‘heftige tropische cyclonen'. En in het noorden van de Indische Oceaan heten ze 'hevige cyclonische stormen'. In het zuidwesten van de Indische Oceaan zijn het gewoon 'tropische cyclonen'.

Om geclassificeerd te worden als een orkaan, tyfoon of cycloon moet de wind in een storm snelheden halen van ten minste 119 kilometer per uur. Als de windsnelheid in de orkaan toeneemt tot 179 kilometer per uur, dan wordt hij opgewaardeerd tot een 'uitgebreide orkaan'. En als een tyfoon de grens van 241 kilometer per uur aantikt - zoals Usagi deed - dan wordt het een 'supertyfoon'.

Verschillende seizoenen

Terwijl het Atlantische orkaanseizoen, van 1 juni tot en met 30 november loopt, volgen tyfoon- en orkaanseizoenen toch net een ander patroon. In het noordoosten van de Grote Oceaan loopt het officiële seizoen van 15 mei tot 30 november. In het noordwesten van de Grote Oceaan komen tyfoons meestal voor tussen eind juni tot en met december. En in het noorden van de Indische Oceaan zie je cyclonen van april tot december Hoe je ze ook noemt, deze monsterstormen zijn natuurlijke krachten met het vermogen om serieuze schade aan te richten. Volgens het nationaal orkaancentrum van NOAA heeft het gemiddelde oog – het stille midden van de storm, waar de luchtdruk het laagst en de luchttemperatuur het hoogst is – van een orkaan een diameter van 48 kilometer, maar dat kan oplopen tot een diameter van wel 200 kilometer. De heftigste stormen met een S-5 categorie op de schaal van Saffir en Simpson hebben windsnelheden van boven de 250 kilometer per uur.

We kunnen met de hulp van satellieten en computermodellen zulke stormen enkele dagen van tevoren voorspellen en redelijk goed volgen. Maat het pad van een orkaan of tyfoon, zoals Sandy recent nog aantoonde, als hij eenmaal is gevormd is veel lastiger te voorspellen.

Gevolgen van de opwarming van de aarde?

Wetenschappers discussiëren de laatste jaren over de vraag of de door mensen veroorzaakte opwarming van de aarde de orkanen beïnvloedt en ze sterker maakt of zorgt dat ze vaker voor komen. In theorie zorgt een warmere atmosfeer voor warmer oppervlaktewater in zee, wat op zijn beurt hevigere orkanen kan veroorzaken. Het aantal orkanen in categorie S-4 of S-5 is wereldwijd bijna verdubbeld, van de vroege jaren 1970 tot aan het begin van de jaren 2000. Daarbovenop zijn zowel de duur van tropische cyclonen als de hoogste windsnelheden met bijna 50% toegenomen in de afgelopen 50 jaar. Maar er is geen wetenschappelijke consensus over een directe link tussen de klimaatverandering en orkanen. “Het is logisch dat de gemiddelde maximum windsnelheid van tropische cyclonen toeneemt, maar dat hoeft niet in alle oceaangebieden op dezelfde manier te gebeuren.”, aldus het intergouvernementele panel in het Climate Change report in 2012. 

Lees meer