Perpetual Planet

Ons eerste voorbeeld van een dier dat zichzelf voortbeweegt

565 miljoen jaar geleden trok het zich samen, strekte het zich uit en bewoog het voor het allereerst uit zichzelf!

Door Robert Krulwich
Foto's Van Photograph Courtesy NASA

17 juni 2016

Dit is de voetafdruk van een aardbewoner heel ver weg van huis.

Je weet welke ik bedoel: de voetafdruk van Neil Armstrong op het maanoppervlak. “Een reuzensprong”, noemde hij het. En hier is nog een sprong waarvan kan worden gezegd dat hij net zo groot was, alhoewel minder veelbesproken. Het werd ontdekt in een donkere rotsplaat die op de rand van de Noord-Atlantische Oceaan hangt in een verlaten hoek van Newfoundland...

 

Het is een afdruk die is achtergelaten door een andere aardbewoner, een vreemd uitziend zeewezen dat zo’n 565 miljoen jaar geleden leefde en misschien wel het eerste wezen was (in ieder geval het eerste waarvan we het weten) dat zijn eigen spieren gebruikte om naar een andere plek te bewegen.

We noemen ze Ediacarische organismen of ‘Ediacarische biota’. Het is een vreemde familie waarvan de leden soms lijken op bloemen en soms op hoopjes modder. Deze lijkt een beetje op een palmblad of misschien wel een pannenkoek met ribbels...

Maar wat een pannenkoek! Zoals beschreven door Robert Moor in zijn nieuwe boek “On Trails: An Exploration”, deed een van deze dingen

“...iets wat nog nooit was vertoond op deze planeet: het beefde, zwol op, reikte naar voren, trok zich samen, en begon zo ongelofelijk langzaam over de zeebodem te bewegen en liet daarbij een spoor achter.”

Het pad dat op die dag in de (inmiddels bevroren en tot fossiel geworden) zeemodder werd getrokken, is het oudste spoor dat we ooit op aarde hebben gezien. Lachwekkend klein vergeleken met de reis van Neil Armstrong maar het is Het begin, ons begin, het allereerste bewijs van dierlijke voortbeweging.

Een vulkaan moet miljoenen jaren geleden lava over een stuk oceaan hebben uitgegoten en daarbij alle levende wezens op hun plaats gevangen hebben gezet. Tot de aarde langzaam verschoof en de rotslaag aan de oppervlakte kwam, vervormde en zichtbaar werd. Als je nu naar Mistaken Point aan de kust van Newfoundland reist, zie je talloze varenachtige, modderachtige, pannenkoekachtige wezens..

Dit is een bekende plaats die alle fossielenjagers kennen. Maar zoals soms het geval is, kan iemand met een nieuwe blik, iets vinden wat iedereen heeft gemist. Toen een jonge paleobioloog van Oxford, Alexander Liu, in 2008 hier was en zich inspande om iets te zien (je ziet hem hier op zijn zij op de rotsen liggen, zonder schoenen en met speciale sokken om de fossielen te beschermen)..

... zag hij wat in eerste instantie op een slijmspoor leek, een duimbreed pad dat over het rotsoppervlak liep...

Moor bezocht deze plek onlangs en toen hij zijn vingers over ditzelfde fossiele spoor liet glijden (er zijn er veel op deze rotsen) schreef hij: “Ze hadden de opvallende textuur van leven. Het oppervlak was voorzien van een patroon van in elkaar liggende bogen: ))))))”

Je kunt ze aan de bovenkant duidelijk zien maar ze zitten ook in het midden...

Het zouden de sporen van een poot met een zuignap kunnen zijn, waarmee deze wezens zich waarschijnlijk vasthielden aan rotsen of platte oppervlakken op de zeebodem. Zeeanemonen doen dit nu ook nog: Ze zetten zich vast op een vlakke ondergrond maar laten soms los en nemen dan hele langzame “stappen” wanneer ze op reis gaan.

In 2009 publiceerden Alexander Liu en zijn collega’s een paper waarin werd gesuggereerd dat deze wezens niet dreven of kronkelden of rolden of zich uitstrekten. Nee, ze “kropen”. Het waren primitieve protostappen en je kunt elke stap zien als een serie in elkaar geschoven haakjes.

Critici zeiden dat het net zo goed sporen kunnen zijn van steentjes die door de golven werden verschoven maar toen de experts ernaar keken, concludeerden de meesten dat Liu het bij het rechte eind heeft. Dit zijn geen sporen van steentjes. Het zijn sporen; het allereerste teken van voortbeweging, van leven in beweging.

Waarom zou je ergens heengaan?

De vraag is, Waarom zouden ze die moeite doen? Waarom zich verplaatsen?

Waren ze op voedsel aan het jagen? Op zoek naar seks? Op de vlucht voor een roofdier? Of (en zo keer ik weer terug bij Neil Armstrong) gingen ze gewoon op stap en vroegen ze zich af wat er achter de volgende zandheuvel lag?

565 miljoen jaar geleden was er nog niet veel te beleven in zee. De aarde herstelde zich van een diepe koude die de zeebodem volgens Moor “verlaten en roofdierloos achterliet”. Hetzelfde gold voor de zee. Er was niet veel te zien: “Misschien kwam er een primitieve kwal als een levende wolk voorbij drijven.”

Deze pioniers hadden geen belangrijke reden om rond te kruipen, dus wat bracht ze ertoe om te reizen? Was het (hoe zal ik het zeggen?) een gevoel van rusteloosheid, gedrag dat door de grote levensketen zou worden doorgegeven naarmate dieren in grotere bogen bewogen, naar Mexico vlinderden, van Canada naar de punt van Argentinië vlogen, de wereld rond, van de planeet af en uiteindelijk op de maan landden.

Dat is waarom we bewegen, denk ik graag: om te zien, ons ergens heen te reiken, meer keuzes te hebben.

Maar wanneer Moor dezelfde vraag stelt (“Waarom ontwortelen we ons als dieren en gaan we ergens anders heen?”), leidt hem dat niet naar rusteloosheid. De wezens die voortbeweging uitvonden, zei paleobioloog Liu tegen hem, waren waarschijnlijk op zoek naar veiligheid: een schoon, plat oppervlak om zich aan vast te houden. Oppervlakken breken, verschuiven. Wanneer het leven op een plek te moeilijk wordt, ga je ergens heen waar het makkelijker is.

Ze waren niet op zoek naar avontuur, maar naar comfort.

Deze twee verklaringen lijken tegenstrijdig, maar zijn dat niet. Geen enkele plaats is voor altijd veilig, zelfs niet onze kleine blauwe planeet. Op een bepaald moment, of je nu wordt gedreven door rusteloosheid of wanhoop, dat maakt niet uit, moet je datgene doen wat de pannenkoeken 565 miljoen jaar geleden uitvonden. Je hebt geen keuze. En de natuur wist dat al vroeg in het spel. En aardbewoners leerden het al vroeg.

Je beweegt of je sterft.

En dus bewogen we. En we zijn nooit meer gestopt.