Reizen

Duik in de ongerepte Golf van Californië in Mexico

Ontdek de schoonheid en wonderen van La Paz, een badplaats waar veel bij het oude is gebleven en die veel biodiversiteit kent. donderdag, 9 november 2017

Door Robert Reid

Vrouwelijke zeeleeuwen hebben een snor. Net als bij de mannetjes steken de snorren trots als een puntige stralenkrans uit de rubberachtige snuit. Dat weet ik, omdat een van hen tijdens het snorkelen op ongeveer een halve meter van me is verwijderd.

Ze flirt een beetje. Ik ben zojuist bij mijn vijf snorkelvrienden in de Golf van Californië in Mexico vandaan gezwommen en opeens glijdt ze onder me langs. Ze komt links van me zwemmen, keert zich met een balorige zwier ondersteboven om vervolgens weer rechts van me op te duiken. Dan doet ze iets onverwachts. Ze stopt en kijkt naar me. Ik kijk terug. Terwijl we elkaar diep in de ogen kijken, hoor ik haar soortgenoten brullen vanaf het met guano bezaaide rotseiland boven ons. Wanneer ik weg zwem, zwemt ze nog een stukje mee.

Wanneer had jij voor het laatst zo'n ontmoeting met een wild dier?

De Golf van Californië

De Golf van Californië (ook wel de Zee van Cortés genoemd) is mijn nieuwe favoriete zee. Ze is nog jong. Ongeveer vijf miljoen jaar geleden is ze ontstaan door het bewegen van tektonische platen. Nu herbergt ze veel zeeleven (er zwemmen ongeveer negenhonderd vissoorten). Het water is vaak kalm in de beschutte engte, waardoor het een geweldige plek is om te duiken.

De zee ligt ingeklemd tussen het vaste land van Mexico en het schiereiland Baja California, dat zich als een arm uitstrekt. (“Het is een elegante vorm”, aldus een inwoner. “Sommige landen zijn gewoon ballen.”)

Een bekende fan van de Golf van Californië was Ray Cannon. Hij beëindigde op jonge leeftijd zijn medewerking aan Buster Keaton-films om te gaan vissen. “De vreemdste watermassa van allemaal is met geen pen te beschrijven”, vertelt hij in The Sea of Cortez, datin 1966 werd gepubliceerd. “Het is echt een kleurrijke oceaan.”

In The Log from the Sea of Cortez, een grappige, minder bejubelde Op reis met Charleyper boot, beschrijft John Steinbeck een periode van zes weken in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, waarin hij zeedieren ving. Verliefd schrijft hij dat “de hele regio er een uit een droom is.”

Mijn Cortés-droom begint op een pangaboot met een zeiltje en vier andere bezoekers uit Amerika. Er worden veel snorkeltochtjes van drie uur georganiseerd vanuit La Paz. Dit is de belangrijkste toegangspoort naar de golf die dicht bij de kust vol zachtaardige walvishaaien zit. Ik heb gekozen voor een volledig dagtocht naar het achtduizend hectare grote Isla Espíritu Santo. Dit eiland was ooit het centrum van de parelvisserij, maar maakt nu deel uit van het door Unesco beschermde Islas del Golfo de California Biosphere Reserve.

Wanneer we Espíritu Santo naderen, reiken de bruine “halfverdronken bergen” (zoals Cannon het landschap beschrijft) vanuit de blauwgroene zee naar de kobaltblauwe lucht. Hoe dichterbij we komen, hoe meer leven en diversiteit waar te nemen is. We passeren verborgen inhammen, brede baaien en dertig meter hoge, steile rotswanden met strepen van rood vulkanisch gesteente, zwarte basalt en bruin zandsteen. Nog dichterbij lijken de heuvels een perzikroze kleur te hebben. De vleermuisachtige contouren van fregatvogels zweven hoog boven ons en pelikanen storten als een speer het water in op jacht naar vis. Op gegeven moment springen enkele mantaroggen speels boven het water uit. Volgens sommigen doen ze dit om van parasieten af te komen, volgens anderen gewoon voor de lol.

La Paz

De toegang tot dit paradijs is La Paz, volgens de lokale bevolking het hart van het twaalfhonderd kilometer lange schiereiland. De plaats mag zeker niet worden verward met de grensplaats Tijuana of het drukke strand van Cabo, dat op twee uur rijden naar het zuiden ligt.

De volgende ochtend loop ik over de door palmen beschaduwde malecón van La Paz. Overal staan beelden en kuieren gezinnen. Er wordt ook opvallend veel geskeelerd.

Het negentiende-eeuwse verleden van La Paz is niet altijd duidelijk terug te zien in de heuvelachtige achterafstraatjes. Ik loop langs moderne, haciënda-achtige huizen met een of twee cactussen voor de deur en stuit vervolgens op een biologische markt nabij de hoofdkathedraal. Een mescalverkoper vraagt of ik wat wil proeven. Een blok verderop staat een eenzame mariachispeler voor een tacostalletje. Het is er druk. Ik ga in de rij staan voor wat vistaco's en kom er dan pas achter dat ik eerst in een andere rij moet aansluiten om te betalen. De inwoonster met het grijze haar achter me biedt aan om mijn plekje vrij te houden.

Je gaat snel van La Paz houden. Ik begrijp wel waarom sommige bezoekers niet meer weggaan.

Ik stap in een bus voor een ritje van 45 minuten langs de kust. We volgen de heuvelachtige kustlijn en de meeste passagiers kijken naar de zee. We rijden langs een golfresort, een waterpretpark, de veerbootterminal en een haven waar iemand roept: “Dat is de boot van Spielberg!” Verderop liggen verlaten baaien, stranden en valleien vol cactussen.

Playa Balandra

Ik stap uit bij Playa Balandra, een brede baai met ondiep, azuurblauw water waar je doorheen kunt waden. De baai wordt omringd door bergen die je kunt beklimmen. Het strand telt slechts enkele tientallen strandgangers en wat palapahutten die te huur zijn.

Ik waad naar rechts, voorbij een rots, naar een plek waar een strand met duinen zich vierhonderd meter voor me uitstrekt. Ik zie zes andere mensen. Aan het eind staat El Hongo, de ‘paddenstoelrots’ die door erosie is gevormd. Een stelletje poseert voor de rots en maakt een selfie. Ik doe hetzelfde. Daarna beklim ik de berg erboven, waar ik alleen een pelikaan aantref. Ik volg de blik van het dier naar het turkooizen water en probeer het tafereel in mijn notitieboekje te schetsen.

Balandra is perfect, vind ik. Maar een decennium geleden werd het bedreigd door de komst van appartementen, resorts en jachthavens. (Balandra betekent tenslotte ‘sloep’.)

Er gebeurde echter iets vreemds. De inwoners van La Paz protesteerden. “We gingen de straat op. We maakten borden en stickers met ‘I love Balandra’. We kwamen op radio en tv”, zo werd mij verteld door Benjamin Mariscal, mijn snorkelgids.

Ze hadden succes en Playa Balandra is nu een nationaal beschermd gebied. “Als tweehonderdduizend mensen zich verenigen, is het mogelijk.”

Doen op deze reis

Verblijf: Er zijn geen grote hotels in de plaats. Ik verbleef in de door Zwitsers gerunde El Ángel Azul. Deze aangename herberg in een historisch pand deed ooit dienst als rechtbank en gevangenis. De kamers kijken uit op een binnenplaats vol bloemen, cactussen en parkieten. In het pand ernaast bevindt zich een goede boekwinkel met Engelstalige boeken.

Eten: De beste restaurants vind je gewoonlijk op enige afstand van de zee. Probeer eens gelegenheden buiten Constitución, zoals Las Tres Virgenes in Calle Francisco I. Madero of Nim in Revolución de 1910. Voor ontbijt en uitstekende koffie kun je terecht bij Doce Cuarenta in Calle Francisco I. Madero. Dit is een gezellige plek waar ze versgebakken broodjes serveren. Mijn favoriete maaltijd aan het water bestond uit de taco’s met arrachera (skirtsteak) van Rancho Viejo in Paseo Álvaro Obregón.

Doen: Ik maakte een snorkel- en kajaktocht van een hele dag naar Isla Espíritu Santo met Mar y Aventuras. Dit kostte 115 Amerikaanse dollar en was inclusief lunch en uitrusting (ook een wetsuit). Ze bieden ook overnachtingen aan in een prachtig ecokamp op het strand van het eiland. RED Travel is een uitstekende organisator van walvishaaitochten en stadsbezichtigingen.

Plannen: Bussen van en naar Playa Balandra rijden ongeveer vijf keer per dag en op tijd. Ze vertrekken vanaf het station bij het water in Calle Cinco de Mayo en Paseo Álvaro Obregón. Een enkeltje kost ongeveer 2,50 Amerikaanse dollar (50 peso’s).

Lees meer