Reizen

Raja Ampat: Paradijs in West-Papoea

Kleurrijke koraalriffen en glashelder water: verslag van een kajaktocht door het kolossale labyrint van de Raja Ampat-archipel in Indonesië. maandag, 20 november 2017

Door Frits Meyst
Foto's Van Frits Meyst

We zijn verdwaald! Koud zweet loopt in beekjes over mijn rug. De hitte en de schrik spannen samen om mijn lichaam uit te drogen. Het zweet prikt in mijn ogen en druipt langs het puntje van mijn neus op de oude kaart uit 1957 van voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. De zon staat lood- recht aan de hemel, dus daar kunnen we ons ook al moeilijk op oriënteren. Nee, deze plas is echt veel groter dan die op de kaart. ‘We waren hier een half uur geleden ook al!’ roep ik uit.

Tussen de loodrechte rotsen ligt een dicht mangrovebos met een labyrint van smalle waterwegen die absoluut niet op deze kaart staan. Mijn kajak schommelt gevaarlijk heen en weer, dan kiept hij om. Ik kijk omhoog en word aangestaard door mijn medepeddelaars. ‘Je lag te dromen, riep dat je verdwaald was en toen viel je uit je hangmat,’ lacht Irina. Om mij heen zie ik het palmenstrand en mijn bamboehut op palen. De jetlag heeft me nog steeds in de greep. Vijf vluchten in 48 uur hakken er behoorlijk in, en ik moet ook nog een beetje wennen aan de vochtige 38 graden.

Dit is de tweede keer dat ik in Raja Ampat ben, een archipel in de driehoek tussen de Filipijnen, Indonesië en Maleisië. Dit kolossale labyrint in West-Papoea, bestaande uit meer dan 600 eilanden en omgeven door kleurrijke koraalrif en in glashelder water, was in 2010 vooral bekend als duikbestemming – totdat ondernemer Max Ammer het idee kreeg een kajakroute op te zetten om zo ook de lokale bevolking te laten profiteren van het toerisme. Hij kende toen slechts één uitdaging: hij had maar drie kajaks en er waren geen accommodaties.... ‘O ja,’ zei hij, ‘de kaart komt nog uit de koloniale tijd, dus je moet hier en daar wat uitzoeken.’

Met dat advies probeerden we zijn route te volgen, wat resulteerde in een epische expeditie door ongerepte natuur – maar wel een die je geen toerist zou toewensen. Inmiddels heeft Ammers project, dat hij Kayak4Conservation noemde, meerdere microkredieten verschaft waarmee de Papoea’s hun eigen ‘homestays’ konden bouwen. Het simpele bamboehutje van ‘Yenanas Paradise op een strand op Gam’ is uitgerust met een matras, beddengoed, klamboe en hangmat, en dat allemaal gesitueerd op een tropisch strand met palmbomen. Pure luxe dus, vergeleken met de eerdere expeditie.

Toen we destijds een dorpje binnenpeddelden, werden we enthousiast onthaald. Vanaf de kant sprongen kinderen het water in, ze zwommen onder veel gejoel op ons af en namen onze kajaks over. Ze hadden de grootste lol, en bij ons vertrek hielden we zelfs een race met de sterkste man van het dorp – we waren voor hem geen partij.

Een van die kinderen was Ayup, nu onze kajakgids. Deze gespierde, schuchtere jongen uit een vissersfamilie hangt hoog in een palmboom die hij zojuist met blote handen en voeten heeft beklommen. Een voor een landen de kokosnoten voor ons op de grond. Behendig hakt hij met een parang in de noot en bereidt hij een heerlijke versnapering. Onder het genot van kokoswater praten we na over de eerste dag.

Emma en Dan uit Californië zijn gaan snorkelen en hebben zojuist de eerste haaien al gezien. De zwartpuntrifhaaien op het fantastische koraalrif zijn totaal niet gevaarlijk (tenzij je een rifvisje bent). Om klokslag zeven uur staat het avondeten op tafel. De gefrituurde vis in sambal, met witte rijst en een soort zeegras wordt door een trotse moeder op tafel gezet.

De volgende ochtend ben ik met het eerste licht wakker en strompel ik uit mijn bed. Ik grijp mijn snorkeluitrusting en loop de zee in. Het was een warme nacht en de zee is verkwikkend. Onder me knispert het koraal, er glibbert een murene tussen het rif door. De lucht kleurt zalmroze en dan komt de zon op, precies tussen twee enorme wolken in. Robert en Irina, een stel uit Roemenië, zien er gebroken uit.

Ze hebben door de hitte geen oog dicht gedaan en staan nog wat met hun ogen te knipperen als Ayup komt aanrennen. ‘Kom eens kijken! Cuscus!’ roept hij enthousiast. ‘Wat? Couscous als ontbijt?’ vraagt Irina hoopgevend. ‘Nee, in de hut!’ Als we hem volgen, wordt duidelijk dat cuscus verwijst naar een schattig zoogdiertje – dat in het Nederlands enigszins onfortuinlijk ‘grote plompe lori’ wordt genoemd. Ik meen een patroon te ontdekken als we even later aan het ontbijt weer vis en rijst voorgeschoteld krijgen.

De spieren zijn na een halfuurtje peddelen los, als we de ruige rotskust volgen die een abrupt einde maakt aan het primaire re- genwoud. Hier en daar groeien kleurrijke orchideeën uit de rosten. We zien papegaaien en neushoornvogels boven het oerwoud, en een visarend duikt op een nietsvermoedende vis. Tja, het kan niet voor iedereen paradijs zijn. Na een paar uur op het water begint de zon onbarmhartig te branden. Er is geen zuchtje wind en het zweet wast mijn zonnebrand er net zo snel af als ik het kan smeren. Overal heeft het water aan de kalkrotsen gevreten, wat resulteert in een gatenkaas met grote overhangende rotsen vol stalactieten en geheime doorgangen.

Zodra de rotswand wijkt, peddelen we de Hof van Eden binnen. Boven me glijdt een slang door de boom (maar van Adam en Eva geen spoor). Ik volg Ayup door het doolhof van geheime doorgangen. Eerder verdwaalden we, maar dit keer komen we aan het einde van een tunnel in een mangrovebos terecht. Scholen visjes springen het water uit. Mangrovebossen zijn meestal bruin en modderig, maar deze Blue Water Mangroves zijn een ander verhaal: dankzij het uiterst heldere water kijk je vanuit de kajak rechtstreeks in de kraamkamer van de grote oceanen.

Overal tussen de wortels schuilen visjes voor grote jagers, zoals krokodillen, die zich graag ophouden in mangroven. Ayup verzekert me dat ze hier niet zitten. De spieren beginnen behoorlijk te branden als we toch nog onverwacht een lagune binnenvaren. Uitgedroogd en licht verbrand trekken we de kajaks het strandje bij Besir Bay Homestay op – een locatie die die je altijd in folders ziet, maar die nooit werkelijkheid zijn. Nou, hier wel! Wanneer we in de schaduw neerploffen, zien we hoe de vader des huizes in zijn kano stapt om ons avondeten en – voor de volgende dag – ontbijt en lunch te vangen.

Het complete verhaal is te lezen in het septembernummer van National Geographic Traveler. In hetzelfde nummer vind je ook het verhaal:

Slovenie: Op zoek naar beren
Krakau: De ster van Polen
Manchester: Stad van de revolutie
In het regenwoud van Suriname
Photogallery: Nieuw-Zeeland vanuit de lucht

Lees meer