Reizen

In de woestenij van IJsland

Eeuwig daglicht en alleen op de wereld. Op avontuur door een van de laatste échte wildernissen van Europa: de IJslandse hooglanden. Tuesday, January 2, 2018

Door Veerle Witte
Foto's Van Benjamin Hardman
Met opvouwbare kajaks varen de auteur en een medereiziger over Álftavatn, oftewel het Zwanenmeer.

Onhandig gooi ik al mijn kleding over een paaltje dat hier toevallig staat en wurm ik me in mijn bikini. Het natte mos bevriest mijn tenen, terwijl ik nog even snel een blikje bier uit mijn rugtas gris dat we speciaal voor dit moment hebben bewaard. Na een hike van anderhalf uur door een verlaten wildernis zijn we aangekomen op onze bestemming: een warmwaterbron met uitzicht over een gifgroen landschap vol witte strepen en blauwe stroompjes. 

‘Aahhhh,’ roep ik uit als ik mijn voeten op de glibberige bodem vol mysterieuze waterplanten zet. Het hete, stinkende water sluit als een warme deken rond mijn lichaam. ‘Hoe laat is het eigenlijk?’ vraag ik aan Einar, de hoogblonde Viking van het gezelschap. ‘Ten to whatever,’ lacht hij. ‘Tijd doet er niet toe in de highlands. Je slaapt wanneer je moe bent, eet wanneer je honger hebt en wandelt wanneer het licht het mooiste is.’ En dat is, tijdens de eeuwigdurende zomerdagen in IJsland, nu. Half één ’s nachts. We klinken met onze bierblikjes. Skál! Op deze plek, op deze trip, in een van de laatste en grootste échte wildernissen van West-Europa.

In het Midgard Basecamp, een onlangs geopend hostel aan de zuidkust van IJsland, zitten we met zijn zessen over een enorme landkaart gebogen. Gids en mede-eigenaar Arnar, door iedereen Addi genoemd, tekent met zijn vinger een denkbeeldige route langs gletsjers, vulkanen en lavawoestijnen. ‘Of we uiteindelijk precies deze route afleggen, is lastig inschatten,’ zegt hij. ‘Waarschijnlijk zijn we de eersten van het jaar op de dieper gelegen wegen van de hooglanden. Dikke kans dat sommige nog bedekt zijn met sneeuw. Dan moeten we omkeren.’

bekijk galerij

Het IJslandse binnenland is alleen te voet of met een goed uitgeruste 4x4 toegankelijk, van eind juni tot begin september. Vandaag is het 26 juni. Morgen vertrekken we met zes man, één hond en twee jeeps het vulkanische gebied in. De superjeep van Midgard zit volgeladen met eten, drinken, slaapzakken, tenten, een kampeerfornuis, pannen en een grote tipi. Voorbereiding op een trip als deze is van groot belang. Zodra we – tien kilometer van hier – de centrale hooglanden inrijden, zijn we op onszelf aangewezen.

Het 40.000 km2 grote hoogplateau, ruwweg 40 procent van het hele eiland, is een van Europa’s grootste onbewoonde oppervlakten. De toegankelijkheid van het binnenland is, ongeacht het seizoen, sterk afhankelijk van het weer. Zelfs in de zomer woeden er regelmatig langdurige sneeuw-, wind- en regenstormen. Voor de komende dagen belooft de weersvoorspelling gelukkig veel goeds.

“ ‘Natuur zoals deze zie je nergens anders. Zo ruig, zo veranderlijk. Je weet dat er elk moment een uitbarsting kan plaatsvinden die het gebied volledig transformeert.’”

Nadat we de banden van de jeeps deels hebben laten leeglopen om ze beter bestand te maken tegen de onverharde wegen, rijden we de highlands in langs Eyjafjallajökull. Je weet wel, de vulkaan die in 2010 een aswolk van acht kilometer uitspuugde en het hele Europese vliegverkeer platlegde. ‘Over drie dagen kan het er hier compleet anders uitzien,’ zegt Addi terwijl hij richting de ijskap gebaart. ‘De uitbarstingen van de vulkaan onder het ijs hebben hele gletsjertongen weggevaagd, een groot meer in één klap laten verdwijnen en een nieuwe krater gecreëerd. Dat is waar ik echt van hou in IJsland: de kracht van de natuur onder onze voeten en hoe onberekenbaar die is.’

Ik zit achterin met Hekla, vernoemd naar de actiefste vulkaan van IJsland. De zwarte labrador van Addi legt haar snuit op mijn knieën. Ze probeert te slapen, maar dat laat de uitdagende bergweg Emstruleið F261 niet toe. We hobbelen langs kale lavavlakten en uitgestrekte mosvelden, door diepe en snelstromende rivieren – zo diep dat het ijskoude water via de portieren van Bens jeep naar binnen stroomt. Benjamin weet wat hij doet, maar het gaat vaak mis. Addi, die bij het nationale reddingsteam zit, vertelt dat ze elke week wel een toerist moeten redden die zijn huurauto heeft verloren aan de rivier. Het is een groot probleem in IJsland: slecht voorbereide toeristen die in moeilijkheden raken.

Zicht op Maelifell, een vulkanische kegel in een lavawoestijn.

Plotseling staan we stil. Op het eerste gezicht is er niks te zien, maar twintig stappen verder sta ik aan de rand van een gigantische kloof: Markarfljótsgljúfur. Een smal pad voert ons recht langs de afgrond, met uitzicht op smalle watervallen langs zwart en rood gesteente. De groenbeklede kloof strekt zo ver het zicht rijkt. ‘Tweeduizend jaar geleden gecreëerd door een overstroming, na een uitbarsting van Katla,’ vertelt Benjamin alsof hij mijn gedachten leest.

De jonge Australische fotograaf kwam drie jaar geleden naar IJsland om nooit meer te vertrekken. Hij raakte gefascineerd door de natuur in de hooglanden, waar hij ieder vrij moment te vinden is. ‘Natuur zoals deze zie je nergens anders. Zo ruig, zo verander-lijk. Je weet dat er elk moment een uitbarsting kan plaatsvinden die het gebied volledig transformeert.’

Ik tuur over het randje en kijk zo’n 200 meter de diepe in. Ongelooflijk, dat een overstroming van één eruptie onder een gletsjer dít kan veroorzaken. Wat een natuurgeweld. En nog zo kortgeleden. In de centrale hooglanden van IJsland overheerst de kracht van de vulkanen: zij domineren, bepalen en vormen het landschap. Het eiland kent zo’n dertig actieve vulkanen – wat betekent dat ze in de afgelopen 10.000 jaar nog zijn uitgebarsten – en ruim honderd slapende, zoals Eyjafjallajökull, die plotseling ontplofte.

De laatste eruptie in IJsland, twee jaar geleden, was de grootste in Europa sinds 1783. ‘Gelukkig lekte veel magma weg via een ondergrondse gang en ligt de Bárðarbunga-vulkaan zeer afgelegen,’ zegt Ben. ‘Daardoor heeft de lavastroom, die zich over 75 vierkante kilometer verspreidde, weinig schade aangericht.’

Ik tuur naar buiten. Zand krast langs het raam. Rechts van me verschijnt de ijskap van Mýrdalsjökull, de een na grootste gletsjer van IJsland. In de verte doemt de vulkaan Maelifell op, als een groene puist op de zwarte vlakte. Waar anders ter wereld bestaat dit?

Zodra we uitstappen, giert de wind om onze oren. Hekla rent als een dolle richting plakkaten sneeuw die tegen de achterliggende bergen aan liggen om daar ondersteboven op naar beneden te roetsjen. Een ronddraaiende zandstorm creëert samen met het zonlicht een schouwspel rond de groene kegel. Er verschijnt een regenboog. Het maakt ons stil.

Het complete verhaal is te lezen in de eerste editie van 2018 van National Geographic Traveler.

Lees meer