Reizen

In vogelvlucht over Cambodja’s eeuwenoude stenen stad

De oude hoofdsteden van het Khmer-rijk herbergen enkele van de meest verbluffende architectonische en artistieke hoogstandjes uit de geschiedenis.woensdag 3 oktober 2018

Door National Geographic Staff

Diep in de bossen van de provincie Siem Reap in Cambodja tekenen de elegante torenspitsen van een oude stenen stad zich af boven het uitgestrekte complex van het Archeologische Park van Angkor.

Tussen de negende en vijftiende eeuw n.Chr. beleefden de verschillende hoofdsteden van het Khmer-rijk hier hun bloeitijd. De vorsten heersten over een rijk dat zich uitstrekte van het huidige Myanmar (Birma) tot Vietnam. Het complex beslaat, inclusief bebost gebied en de onlangs ontdekte ‘buitenwijken’, ruim duizend vierkante kilometer – iets minder dan de provincie Utrecht.

Een van de honderden overgebleven tempels en bouwwerken is de immense Angkor Wat, de beroemdste van alle tempels in Cambodja. Het bouwwerk staat prominent op de vlag van het land, en dit eerbetoon is zeer terecht. De uit de twaalfde eeuw stammende ‘tempelberg’ werd gebouwd als een spiritueel huis voor de hindoegod Vishnoe. De tempel is een triomf van architectuur, boordevol artistieke schatten, zoals de bas-reliëfs die langs veel muren lopen en die vertellen over de geschiedenis en legendes van Cambodja.

In andere delen van Angkor zijn soortgelijke kunstuitingen te vinden met taferelen uit het dagelijks leven, die onderzoekers een schat aan informatie opleveren over het verleden.

Woeste vijgenbomen en kruipende korstmossen verslinden ruïnes in Ta Prohm in Angkor, eens de thuisbasis van honderden monniken.

Maar wat de kunstenaars en schrijvers van Angkor niet vertellen, is waarom de heersers de stad uiteindelijk verlieten, en zich vestigden in de buurt van het huidige Phnom Penh. Er wordt gedacht aan verloren oorlogen of veranderende religieuze overtuigingen (omdat het hindoeïsme van de Khmer in de loop van de dertiende en veertiende eeuw geleidelijk werd vervangen door theravada boeddhisme), maar de vraag houdt onderzoekers al eeuwen bezig.

Water is even belangrijk als steen in Angkor; op het complex bevindt zich een indrukwekkend stelsel van kunstmatige kanalen, dijken en reservoirs. De grootste daarvan (West Baray) is 8 kilometer lang en 2,4 kilometer breed. Deze ongelofelijke bouwtechnische hoogstandjes maken deel uit van een bouwplan dat is gebaseerd op religieuze symboliek. Grachten stellen bijvoorbeeld de oceanen voor rond Mount Meru, waar de hindoegoden huizen.

Maar deze immense waterwerken dienden ook een praktisch doel. Ze zorgden dat rivier- en regenwater beschikbaar waren om de dorst te lessen van de circa 750.000 inwoners van de grootste pre-industriële stad ter wereld. Het water werd daarnaast gebruikt voor het verbouwen van welvaart brengende gewassen zoals rijst, dat als betaalmiddel werd gebruikt door de Khmer.

Sommige wetenschappers denken dat problemen met dit geavanceerde watersysteem leidden tot de ondergang van Angkor. Mogelijk zorgden een aantal lichte moessons, of het verval van het watersysteem door omgevingsfactoren als ontbossing, of een combinatie van die twee, voor verwoestende overstromingen, waardoor het systeem verstopt raakte met sediment. Dat zou een reden zijn geweest dat het machtscentrum werd verplaatst naar Phnom Penh.

Ook toen de bloeitijd voorbij was, bleef Angkor nog populair onder Boeddhistische pelgrims, die vanuit heel Zuidoost-Azië kwamen, en soms van nog verder. Tegenwoordig trekt het complex ook seculiere reizigers, zelfs bijna een miljoen per jaar.

Toen Angkor in 1992 werd uitgeroepen tot Werelderfgoed, belandde het ook direct op de List of World Heritage in Danger (lijst van bedreigd werelderfgoed); het unieke complex had te maken met plunderaars en illegale opgravingen en er bevonden zich zelfs landmijnen. In 1993 startte Unesco een grote campagne voor het herstel en behoud van Angkor. Dankzij een schoolvoorbeeld van internationale samenwerking werd de situatie rond het archeologische complex zoveel beter dat het in 2004 van de List of World Heritage in Danger werd verwijderd.

Unesco blijft belangrijk voor de toekomst van Angkor. De organisatie werkt samen met de Cambodjaanse autoriteiten om ervoor te zorgen dat het toerisme geen schade toebrengt aan deze belangrijke culturele schat.

Hoe kom je er?

De nabijgelegen stad Siem Reap is via goede wegen bereikbaar vanuit Phnom Penh. Er gaan geregeld bussen, of je kunt een taxi nemen. Wie liever met de boot gaat, is vanuit Phnom Penh zo’n vijf tot zes uur onderweg, ongeveer even lang als over de weg. Siem Reap heeft een vliegveld waarvandaan regelmatig vluchten vertrekken naar Phnom Penh, Thailand, Singapore, Vietnam en Laos.

Hoe ziet je bezoek eruit?

De snelgroeiende stad Siem Reap is de toegangspoort tot Angkor. Er zijn talloze mogelijkheden voor overnachtingen, maaltijden en tours, in allerlei prijsklassen en vormen. Wie dat wil, kan met een tourbus mee. Die gaan meestal langs de belangrijkste bezienswaardigheden van Angkor. Wie geïnteresseerd is in het bekijken van meer afgelegen en minder bekende bouwwerken, kan een auto of motor huren met chauffeur en/of gids. Deze kan je ook advies geven over een route. Tijdens een trip met een ballon aan een touw heb je een uniek uitzicht en kun je de opzet van het Angkor complex bekijken.

Wanneer moet je gaan?

Het hoogseizoen valt in Angkor in december en januari. De kans op regenval is dan kleiner en het weer is op zijn mildst. De temperaturen kunnen in de lente flink oplopen, en bereiken meestal een hoogtepunt in april, voordat in mei/juni de moesson begint. Een bezoek tijdens een moesson kan onaangenaam zijn. Het regenseizoen na de moesson houdt aan tot oktober, maar regens komen dan veel minder voor. Goed voorbereide reizigers hoeven zich daardoor niet te laten afschrikken, hoewel verder afgelegen wegen aan het eind van het regenseizoen overspoeld kunnen blijken.

Kijk voor meer Werelderfgoed op natgeo.nl/werelderfgoed

Lees ook: ‘De tempels van Angkor Wat’

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer