Hongarije: land van kuurbaden

Geregeld baden in mineraalhoudend water hoort in Hongarije bij een gezonde levensstijl.dinsdag 4 december 2018

Hongarije mag dan ver van enige zee liggen, het land heeft toch zijn geheel eigen luxueuze waterwereld. Het wemelt er namelijk van de warmwaterbronnen – meer dan 1300, met alleen al 123 in Boedapest. Ze bieden baders het hele jaar door oneindig veel mogelijkheden tot badgenot. De bronnen zijn rijk aan opgeloste mineralen, waarbij de precieze samenstelling van het water van bron tot bron verschilt. En ze zijn geneeskrachtig, weelderig en kalmerend. Sommige rieken naar zwavel, andere zijn zilt en weer andere hebben speciale eigenschappen; elk van deze baden wordt voor het behandelen van specifieke aandoeningen aanbevolen. Wellness en baden maken al honderden jaren deel uit van de Hongaarse levensstijl. Een onderdompeling in warm mineraalhoudend water mag dan als iets decadents worden gezien, maar de meeste van deze spa’s worden niet als luxe ervaren; in Hongarije maken ze deel uit van een uitgebalanceerd leven. Je kunt niet zeggen dat je dit land echt hebt leren kennen voordat je je in badkleding hebt gestoken, de bijtend koude winterwind op je blote huid hebt getrotseerd en je langzaam in het dampende water van een buitenbad hebt laten zakken. Hier volgen enkele thermaalbaden die de moeite van het uitproberen waard zijn:

Turkse baden van Boedapest: De badhuiscultuur van Hongarije stamt al uit de Romeinse tijd, maar enkele van de prachtigste baden verrezen tijdens de 150 jaar durende heerschappij van de Ottomanen. Deze zestiende-eeuwse badhuizen lijken allemaal op elkaar, met centrale achthoekige kuurbaden onder hoge gewelven waardoor zonlicht op het water valt. Rond het hoofdbekken liggen kleinere kuurbaden, en daarachter nog sauna’s en stoombaden. De Turkse baden van Boedapest – het Rudasbad, het Királybad en het Veli Bej-bad – liggen allemaal in Boeda, nabij de oever van de Donau en dichtbij de mineraalhoudende bronnen zelf.

Monumenten in de ‘Stad van de Badhuizen’: Naast de Turkse baden kan Boedapest bogen op talloze andere historische kuurbaden, wat de stad de bijnaam ‘Spa City’ heeft bezorgd. De dampende buitenbaden van het neobarokke Széchenyibad is een welbekend herkenningsteken van Boedapest, evenals de plaatselijke inwoners die er schaak spelen op drijvende schaakborden. In het kasteelachtige bad, dat in het Városliget (Stadspark) ligt, kan de bezoeker kiezen uit ruim twintig kuurbaden, stoombaden en sauna’s. Aan de overzijde van de Donau ligt het in 1918 in Jugendstil ontworpen Gellértbad, waarschijnlijk het mooiste badhuis van Boedapest. Met zijn prachtige decoraties – frescoplafonds, fraai bewerkte zuilen, tegelmozaïeken, standbeelden en koepelgewelven – is dit een adembenemend gebouw. In de zomer is het buitengolfbad hier een geliefde bestemming.

Europa’s grootste thermaalmeer: Het Hévízmeer is een van de natuurwonderen van Hongarije. Gelegen nabij de noordwestoever van het Balatonmeer, is dit water een biologisch actief en natuurlijk thermaalmeer met een oppervlakte van ruim vier hectare. Lotusbloemen drijven op het water, dat warm genoeg is om er zelfs ’s winters in te baden. Het meer wordt omringd door hotels en wellnesscentra die een hele reeks behandelingen aanbieden, zoals modderbaden met mineraalhoudend slib van de bodem van het meer (dat ook in schoonheidsproducten wordt verwerkt).

Barlangbad: Het Barlangbad (‘Grotbad’) van Miskolctapolca ligt in een natuurlijke grot met een stromende warmwaterbron en telt vijf badzalen, waar thermaalbaden van verschillende temperaturen genomen kunnen worden. Gelegen in het noordwesten van het land, is dit het enige mineraalhoudende grotbad van Europa. Buiten liggen nog zeven kuurbaden en een kinderpretpark.

De Zoutheuvel van Eger: Eger staat vooral bekend om zijn wijnen, met name de Stierenbloedwijn die zo’n bijzondere plek in het hart en de ziel van Hongarije inneemt. Maar niet ver van de wijngaarden borrelt warm mineraalhoudend water op uit de aarde. Het belangrijkste kuuroord in de regio is Egerszalók. Het dampende geneeskrachtige water is afkomstig uit een reservoir onder het vulkanische Mátragebergte en stroomt via een unieke reeks kalksteenterrassen naar beneden, waarbij de witte travertijn wordt gevormd die de terrassen de bijnaam ‘Zoutheuvel’ heeft bezorgd.

Turkse geneugten: In de provinciestad Eger is het Törökbad het laatste overgebleven Turkse badhuis buiten Boedapest. Het bad is opgetrokken in de klassieke stijl van het Turkse bad en ligt vlakbij de noordelijkste minaret van de Ottomanen die bewaard is gebleven. De zes kuurbaden van het Törökbad zijn gevuld met geneeskrachtig radonwater, wat in Hongarije ongebruikelijk is.

Knap staaltje architectuur: Het badhuiscomplex Hagymatikum in het Zuid-Hongaarse stadje Makó werd ontworpen in de herkenbare organische bouwstijl van Imre Makovecz. Binnenin de uivormige gebouwen is een weelde aan warme kuurbaden in verschillende soorten en maten te vinden. Makovecz, die een grote rol speelde in de architectuur van het postcommunistische Hongarije, ontwierp dit complex en andere gebouwen als geschenken aan zijn geboortestad.

Zuidelijk comfort: Wie in het zuiden van Hongarije richting de grens met Kroatië reist, zal waarschijnlijk niet om een bezoek aan een van de vele wijnkelders van Villány heen kunnen, want dit is een belangrijke regio voor de verbouw van rode wijn. Hier vind je ook het uitgestrekte resort Harkány (met ruim tien binnen- en buitenbaden) – de perfecte remedie na een wijnproeftour.

Toevalstreffer: In 1957 waren mijnwerkers in Bük op zoek naar aardolie toen er in plaats daarvan een zeventig meter hoge waterzuil uit de grond spoot, op de plek waar later het geneeskrachtige Bükbad werd aangelegd. Het mineraalhoudende water bevat vooral veel koolzuur, waarmee gewrichtsaandoeningen verlicht kunnen worden. De bron heeft dit stadje bij de grens met Oostenrijk omgetoverd in een van de belangrijkste kuuroorden van Hongarije.

Grootste badplaats van Hongarije: Gelegen op een paar kilometer van de westoever van het Balatonmeer, is Zalakaros een ander stadje waar het leven op slag veranderde toen er bij toeval een kostbare warmwaterbron werd gevonden. Het zwavelhoudende water hier is 96 ºC (waarna het uiteraard wordt afgekoeld).

Oostelijk baden: Debrecen, in het uiterste oosten van Hongarije, staat bekend als de ‘hoofdstad van de Poesta’. Je ziet hier geen ruiters meer galopperen, maar je mag een bezoek aan de indrukwekkende Aquaticum Spa in de stad niet overslaan. Op een terrein van vijftien hectare in een weelderig groen park vind je hier mediterrane vegetatie, een bos, waterglijbanen, watervallen, geluids- en lichtbaden en nachtbaden.

Waterwereld op de Poesta: Het stadje Hajdúszoboszló in het hart van de Poesta is een echte waterwereld. Tot de jaren twintig van de vorige eeuw was dit een slaperig boerendorp, maar dat veranderde toen er een thermaalbron werd ontdekt. Bereid je voor op een natte ervaring, want in dit plaatsje vind je talloze warmwaterbaden, buitenbaden en een waterpark. Daarna is ook het naburige Nationale Park van Hortobágy de moeite van een bezoek waard.

Deze content werd geschreven door en aangeboden door onze sponsor. Het geeft niet noodzakelijk de mening weer van National Geographic of haar redactie.

Lees meer