Reizen

Exclusief: Deze klimmer maakte de grootste soloklim dit jaar – en het is niet Alex Honnold

Met weinig meer dan een paar klimschoenen, een pofzak en talent bedwong de 25-jarige Jim Reynolds een beroemde Patagonische berg (en klom weer naar beneden). dinsdag, 2 april 2019

Door Andrew Bisharat

Een Amerikaanse rotsklimmer uit Californië heeft in het Argentijnse deel van Patagonië een van de creatiefste en moeilijkste ‘free solo’-beklimmingen van het jaar voltooid. Niet alleen beklom hij daar zonder zekering van een touw of andere uitrusting 1524 meter aan rotswand op de 3405 meter hoge Cerro Fitz Roy, maar klom daarna ook zonder kunstmatige hulp weer naar beneden. En zijn naam is niet Alex Honnold.

Maak kennis met Jim Reynolds, een 25-jarige rotsklimmer uit Weaverville, Californië. Hij werkt ’s zomers als lid van Yosemite Search and Rescue, oftewel het YOSAR-team, draagt een rechthoekige bril zonder montuur, speelt nummers van Slayer op een mandoline en ziet het zwaaien met een houten samoeraizwaard in het gevlekte zonlicht onder de ponderosa-dennen achter het kamp van YOSAR als een vorm van mentale training.

Reynolds is misschien wel het bekendst van de korte tijd dat hij het felbegeerde snelheidsrecord op de ‘Neus’ van El Capitán in handen had, samen met Brad Gobright. In 2017 bedwong het duo de 914 meter hoge rotswand in 2 uur, 19 minuten en 44 seconden, voordat Tommy Caldwell en Alex Honnold in juni 2018 onder de twee uur doken.

Afgelopen zomer ondernam Reynolds op het zuidelijk halfrond zijn eerste expeditie naar de angstaanjagend scherpe pieken van de Cerro Chaltén (Monte Fitz Roy) in Patagonië.

“Pas na drie maanden daar kwam ik eindelijk in de flow,” zegt Reynolds. “Ik vond mijn eigen manier om me te uiten.”

Op 21 maart ondernam hij een vrije solobeklimming – naar boven en weer naar beneden – van de 1524 meter hoge rotswand genaamd Afanassieff op de Fitz Roy. Hij deed er circa 15,5 uur over, een tijdspanne waarin de klimmer in het fysiek en mentaal uitputtende besef verkeerde dat één simpele uitglijder tot een onmiddellijke dood leidt.

De route die Reynolds nam, heeft een moeilijkheidsgraad van 5,10c op het ‘decimale stelsel van Yosemite’ en is technisch gesproken veel gemakkelijker dan bijvoorbeeld Honnolds vrije solobeklimming van de Free Rider (5,13a) op El Capitán. Maar wat Reynolds’ beklimming van de Fitz Roy zo bijzonder maakt, is niet zozeer de technische moeilijkheidsgraad ervan, maar de aard van de beklimming (een lange route met sneeuw en ijs), de lengte ervan, de afgelegenheid van de locatie en Reynolds merkwaardige beslissing om op de terugweg geen abseiltouw te gebruiken, om redenen van stilistische puurheid en gevoel voor avontuur.

“Het is onbeschrijfelijk dat dit is gebeurd,” zegt Rolo Garibotti, een Argentijnse topklimmer en expert op het gebied van Patagonische beklimmingen. “Jim heeft hier iets heel duidelijk gemaakt. We zullen hierover nog heel, heel lang napraten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand dit nog kan overtroeven.”

Oerkreten in de nacht

Wie de documentaire Free Solo heeft gezien, zal zich herinneren dat een van de engste secties die Honnold tegenkwam, technisch gesproken niet het moeilijkste gedeelte was. Het was de eerste ‘steenplaat’ die hij moest passeren: een bijna verticaal stuk glad graniet, zonder enige scheuren, dat altijd angstaanjagend ongrijpbaar aanvoelde.

Dat gold ook voor de moeilijkste gedeelten van de Afanassieff: kale steenplaten zonder de ‘veilige’ scheuren waarin een klimmer zijn of haar handen of voeten in kan persen om enige grip te krijgen.

Toen Reynolds deze steenplaten beklom, bepoederde hij lastig te spotten randjes op het graniet – die niet verder dan de dikte van een creditcard van de gladde wand uitsteken – met ‘pof’ (magnesiumcarbonaat), zodat hij wist waar hij zijn handen en voeten kon plaatsen, tenminste als hij ze op de terugweg zou kunnen vinden. Op de gemakkelijker gedeelten van de rots verruilde hij zijn technische klimschoenen voor gymschoenen met een stroeve rubberzool. Hij bouwde steenhoopjes, om op de terugweg de weg niet kwijt te raken, en wist zijn weg naar boven te vinden op instinct en op wat hij zich herinnerde van de routebeschrijving uit een gids die hij in de weken vóór de klim keer op keer had bestudeerd maar die hij in de VS had laten liggen.

Afgezien van een eerdere poging, een week eerder, om langs deze route een vrije solobeklimming te wagen – een poging die hij in een plotselinge ‘aanval’ van intuïtie besloot af te breken omdat het niet goed aanvoelde – klom Reynolds feitelijk op (voor hem) onbekend terrein. Hij had een kort touw en wat uitrusting bij zich, uitsluitend bedoeld om in het geval van een plotseling opstekende storm (waar Patagonië om bekendstaat) zichzelf een grotere kans te geven om zich te redden. Maar het was uiteraard zijn doel om noch het touw noch de uitrusting op weg naar boven en op de terugweg te gebruiken. Hij had weinig meer bij zich dan klimschoenen, een pofzak en zijn talent.

Hoewel hij een stuk touw bij zich had, had hij zijn klimgordel en zekeringsapparaat in de VS vergeten, waardoor het touw praktisch onbruikbaar was – iets wat hij zich later pas realiseerde.

Vlak onder de top was hij bezig met het beklimmen van een geul waaruit stukken ijs door de inwerking van de middagzon afbraken. Zonder helm vreesde hij dat hij door een vallend brok ijs bewusteloos zou worden geslagen en in de diepte zou storten. Hij spotte een reeks houvasten die over een steile granietwand naar rechts voerde en besloot dit nieuwe pad te volgen. Daar werd het klimmen zwaarder en onveiliger dan hij had verwacht, misschien wel op niveau 5,11b, maar hij wist er met behulp van inspannende verplaatsingen langs te komen en een minder steile ijshelling te bereiken, die direct naar de top voerde. Hij deed zijn stijgijzers aan en werkte zich met een ijsbijl naar boven.

“Het was nogal ongelooflijk, echt surrealistisch, om alleen op de top van de Fitz Roy te staan,” zegt Reynolds. Hij beschrijft een uitzicht over spectaculaire pieken en over gletsjers die in alle richtingen naar de rand van de wereld leken te glijden. “Maar ik wist dat ik daar niet veel tijd kon doorbrengen. Het was 15:13 uur en het had me 6 uur en 38 minuten gekost om boven te komen. Als ik daar te lang zou blijven, zou ik in het donker terechtkomen. Ik wist dat nog maar de helft van het rotsklimmen erop zat.”

De klim naar beneden bleek nog langer te duren dan de route naar boven. Hij raakte uit koers en dwong zichzelf terug naar boven te klimmen in plaats van stukjes af te snijden, iets wat hem mogelijk in de problemen had gebracht.

Tegen de tijd dat hij de onderste steenplaten bereikte, was het avond geworden. Het licht van zijn helmlamp scheerde over de donkere, gladde rotswand terwijl hij als een Kleinduimpje de witte vlekjes pof die hij had achtergelaten terug probeerde te vinden. Maar de steenplaat was nu nat en het meeste magnesiumcarbonaat was weggespoeld.

“Dit was het moment dat ik echt bang en onzeker was,” zegt Reynolds. “Het voelde nooit dat ik hier zou sterven, maar ik kreeg het overweldigende gevoel dat ik dit moest en zou overleven. Ik wilde terug naar de mensen in mijn leven en mijn gemeenschap. Ik wilde echt leven.”

Reynolds kon niet meer dan drie grepen ver kijken. Hij hield zich aan de aangegeven houvasten, niet wetende of het wel de juiste route was. Vervolgens doken er drie andere houvasten op. Hij klom verder naar beneden. Gestaag en langzaam.

Tussen Reynolds en het eenvoudiger terrein dat direct naar beneden voerde, bevond zich nog één steile sectie met een moeilijkheidsgraad van 5,10b. “Ik had de tijdelijke aanvechting om me dat laatste stuk gewoon te laten abseilen,” zegt Reynolds, wetende hoe moeilijk het in het donker zou worden, afgezien van het feit dat hij inmiddels uitgeput was. “Het is heel steil, en als je over steile rots naar beneden klimt, is het lastig om je voeten te zien.”

Hij gaf bijna toe aan de verleiding om zich te laten abseilen, maar besloot uiteindelijk dat hij te ver was gekomen om die laatste klim niet te proberen.

“Ik moest daar echt m’n best doen en terwijl ik naar beneden klom, slaakte ik van die strijdkreten in de nacht om mijn kracht en doelgerichtheid te verhogen,” vertelt hij. “Het voelde nooit aan alsof ik op het randje van onveiligheid balanceerde, maar ik schreeuwde om al mijn focus en concentratie te gebruiken, zodat ik die laatste klim zo solide mogelijk kon maken.”

Toen hij 15,5 uur na zijn vertrek weer vaste grond onder de voeten had, had hij een volledige vrije solobeklimming van de Fitz Roy ondernomen, en dat in de puurst mogelijke stijl.

“Toen ik bij de voet aankwam, zei ik letterlijk hardop tegen mezelf: ‘Goed gedaan, Jim. Goed gedaan.’”

Eerste echte solo-afdaling?

Hoe we Reynolds klim in de context van eerdere beklimmingen van de Fitz Roy moeten inschatten, zal binnen het rotsklimwereldje ongetwijfeld onderwerp van debat worden. De Fitz Roy is een handvol keren eerder door vrije soloklimmers bedwongen, die daarbij gebruik maakten van een minimum aan touw en uitrusting om hun klim te vergemakkelijken.

Voor zover bekend is Dean Potter de enige klimmer die de Fitz Roy in volledig vrije solostijl heeft beklommen: zonder touwen of uitrusting tijdens de beklimming. In 2002 ondernam hij een vrije solobeklimming langs een route die de ‘Supercanaleta’ wordt genoemd. Potter noemde de Supercanaleta een van zijn beste beklimmingen ooit. In 2015 kwam hij om het leven tijdens een basejump in een wingsuit. 

Maar op de terugweg liet Potter zich abseilen.

“Ik denk dat het de ethische puurheid is die Reynolds’ afdaling zo bijzonder maakt,” zegt Garibotti. “Technisch gesproken zou je kunnen zeggen dat dit de eerste vrije solobeklimming van de Fitz Roy was.”

Garibotti haalt daarbij een ander beroemd moment uit de klimgeschiedenis aan: de eerste vrije beklimming van de Dawn Wall op El Capitán. Op een bepaald segment besloot Tommy Caldwell over dertig meter onbekend terrein naar beneden te klimmen, in plaats van zich te laten abseilen. Vrije klimmers doen hun uiterste best om beklimmingen zo ‘vrij’ mogelijk te laten zijn, waarbij ze de klim zonder te vallen en zonder de hulp van uitrusting moeten voltooien, alleen door hun handen en voeten te gebruiken. Dus waarom zouden die regels niet gelden voor de afdaling van een berg die op de top geen looproute naar beneden heeft?

Interessant is dat deze vraag al ruim een eeuw vóór Reynolds’ afdaling werd gesteld. Paul Preuss was een Oostenrijkse alpinist die begin vorige eeuw als eerste ideeën over de strikte naleving van ethische normen bij het beklimmen van bergen naar voren bracht. Zijn beklimmingen en geschriften hadden grote invloed en staan aan het begin van alle discussies over ‘ethisch’ klimmen sinds die tijd.

“Met kunstmatige klimhulpmiddelen heb je de bergen veranderd in mechanisch speelgoed,” schreef Preuss in 1911. (Preuss kwam enkele jaren later om bij een vrije solobeklimming.) “Uiteindelijk zal deze uitrusting kapotgaan of versleten zijn, en dan rest jou niets anders dan ze weg te gooien.”

Een van Preuss’ belangrijke ‘stellingen’ met betrekking tot het bergbeklimmen is het idee dat klimmers zich alleen aan routes zouden moeten wagen waarlangs ze daarna weer veilig kunnen afdalen.

“Ik heb altijd gevonden dat het net iets stoerder is om na een vrije solobeklimming zelf weer naar beneden te klimmen of te trekken,” zegt Honnold. “Ik beschouw abseilen als een laatste redmiddel, maar ik zou het niet als een ethische standaard of zoiets beschouwen. Ik denk dat je idealiter langs een gemakkelijker route zou moeten afdalen, aan de andere kant van de route die je hebt beklommen.”

Voor Reynolds maakt het niet uit hoe zijn vrije solobeklimmingen van dit jaar in Patagonië zal worden beoordeeld. Hij beklom niet alleen de Fitz Roy maar ook twee kleinere bergen in hetzelfde massief: half maart ‘soleerde’ hij naar boven op de westwand (5.10c) van de Aguja Rafael Juárez (2450 meter), wat mogelijk de eerste vrije solobeklimming van deze rotsnaald was. Hetzelfde deed hij op de Aguja Saint-Exupéry (2550 meter), via de route Chiara di Luna (5.11a). Net als bij zijn solobeklimming van de Monte Fitz Roy, daalde hij beide rotsformaties al klimmend af, hoewel hij op de terugweg telkens andere routes koos.

Voor hem was de keuze om zonder uitrusting of touwen zowel omhoog als naar beneden te klimmen gewoon een kwestie van iets wat hij omschrijft als “mijn manier om me in de natuur te uiten.”

“Voor mij is vrij soleren een manier om de schoonheid van de mensheid en de schoonheid van de natuurlijke wereld te combineren tot het creëren van een hogere kunstvorm,” zegt Reynolds. “In een modern tijdperk waarin veel mensen geen doel hebben, is dat de moeite waard om na te streven.”

Liefde is groter dan angst

Na vier jaar als lid van YOSAR, waarin hij ruim zeventig reddingsoperaties uitvoerde, weet Reynolds maar al te goed wat de gevolgen zijn van een val.

“Deze dingen vereisen ontzettend veel respect voor de bergen,” zegt hij. “Bergen zijn prachtig, maar ze zijn ook meedogenloos. Ik heb gezien hoe je eruitziet als je van driehonderd meter hoogte op de grond valt. Die beelden van de dood maken deel van mij uit.”

Reynolds beschrijft zichzelf niet als een adrenalinejunkie. Wat Garibotti vooral van de Amerikaan bijbleef toen hij halverwege de klim iPhone-video’s van Reynolds maakte, was zijn rustige manier van doen.

“Er was totaal geen stress,” zegt Garibotti. “Zijn belangrijkste kracht is dat hij op dit terrein helemaal op z’n gemak is. Hij leek opgewekt en kalm.”

Toch maakt de 48-jarige Garibotti, zelf een voormalige vrije soloklimmer, zich zorgen over de gevolgen van het aanprijzen van dit riskante spel – vooral nu deze gevaarlijke activiteit zoveel aandacht heeft gekregen door de release van de documentaire Free Solo.

“Ik maak me zorgen over de invloed die dit op jongemannen heeft,” zegt Garibotti. “Want ikzelf werd beïnvloed toen ik nog jong was. Het is belangrijk om te beseffen dat er andere manieren zijn om een zinvol leven te leiden dan het gebruiken van risico.”

Maar Reynolds lijkt een gezonde aanpak te hebben. “Naast het klimmen leef ik voor zóveel dingen,” zegt hij. “Ik heb vrienden, een fijne familie waar ik van hou, en zij zijn mede de reden dat ik wil leven. Ik zou zeggen dat ik voor eeuwig zou willen leven. Een goed en volwaardig leven leiden. Maar ik wil niet uit angst iets afdoen aan mijn liefde voor het klimmen. De angst voor de dood is natuurlijk een van de sterkste angsten die we kennen... maar liefde is groter dan angst.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Engels op Nationalgeographic.com 

Lees meer