Reizen

Waarom dagjesmensen het kwetsbaarst zijn in kritieke situaties

In een nieuwe studie in Amerika werd gekeken naar mensen die in het wild verdwaalden. Wie overleven in zo’n situatie en wie niet? maandag, 15 april 2019

Door Jayme Moye

Op 1 maart 2019 begonnen twee zusjes van vijf en acht jaar aan een wandeltochtje door het bos dat grenst aan de 32 hectare grote ranch van hun ouders in Humboldt County, Californië. Maar ze keerden niet terug naar huis. Pas 44 uur later werden ze door zoekteams gevonden, dicht tegen elkaar aan gekropen onder een bosbessenstruik. Ze waren onderkoeld en uitgedroogd maar verder in goede gezondheid. Uit nieuw onderzoek in de Verenigde Staten en Canada van de website SmokyMountains.com blijkt dat niet alleen kinderen in zulke situaties risico’s lopen. Volgens het onderzoek is verdwalen de belangrijkste reden om een zoektocht naar volwassen wandelaars te starten, nog vóór verwondingen of noodweer.

In de studie werden ruim honderd nieuwsberichten uit de afgelopen 25 jaar geanalyseerd om te bepalen waarom volwassen Amerikanen verdwaald raakten terwijl ze in nationale parken of natuurgebieden onderweg zijn, wat ze deden om in zulke situaties te overleven en wie het uiteindelijk overleefde. Eenenveertig procent van de overlevenden begonnen aan hun hachelijke avontuur – variërend van vermissingen van een halve dag tot drie maanden – nadat ze per ongeluk van de aangegeven wandelroutes waren afgeweken. Zestien procent verdwaalde en kon daarna de terugweg niet meer vinden.

Iedereen raakt weleens de weg kwijt. Het gaat daarbij niet om mensen die de gebaande paden verlaten om wilde bloemen beter te kunnen bekijken of een mooiere foto van een landschap te kunnen maken. Volgens Andrew Herrington, overlevingsinstructeur,leider van een zoek- en reddingsteam en wildopziener in de Great Smoky Mountains, overkomt het ook oplettende en ervaren wandelaars, en dan vaak op plekken die hij ‘beslissingspunten’ op de route noemt. “Het zou om een splitsing van de route kunnen gaan,” zegt hij. “Het kan ook om een niet-officieel sluipweggetje gaan dat door voorgangers is uitgesleten of om een paadje dat naar een mooi uitkijkpunt voert.” Of het gaat om een ‘waterdrempel’, zoals in het geval van de 53-jarige Sue Clements uit Ohio, die in 2018 haar avontuur in het Great Smoky Mountains National Park niet overleefde. Een waterdrempel (bedoeld om erosie van hellingen tegen te gaan) lijkt soms op een pad, maar voert uiteindelijk naar onbegaanbaar en dichtbegroeid terrein.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat de meest kwetsbare groep niet de mensen zijn die er meerdere dagen met rugzakken en andere uitrusting op uit trekken, maar dagjesmensen als Clements, wier lichaam op ruim drie kilometer van de parkeerplaats Clingmans Dome in het Great Smoky Mountains National Park werd gevonden.

Uit de studie blijkt dat kleren de meest genoemde (12 procent) warmtebron waren. De meest gebruikte vorm van beschutting was kampeeruitrusting (11 procent). De meeste overlevenden hadden de beschikking over water, hetzij hun eigen watervoorraad (13 procent) of water dat ze aantroffen (42 procent), hetzij in de vorm van een meertje, kreek of poel, hetzij door dauw van bladeren af te likken of vocht uit mos op te zuigen. Op één geval na was geen van de overlevenden lang genoeg vermist om te kunnen verhongeren, maar 35 procent had een voedselvoorraadje bij zich die kon worden gedoseerd om het energieniveau op peil te houden. Uit al deze gegevens blijkt dat mensen die in een wildernis verdwaald raken, de grootste kans hebben om te overleven als ze kleding en andere uitrusting bij zich hebben om ’s nachts warm te blijven, en daarnaast wat voedsel en water.

Dat alles geldt meestal niet voor dagjesmensen, die in hun rugzak vaak eerder een camera meenemen dan wat extra kleren. “Als je er met een rugzak en andere uitrusting op uit gaat en je komt in slecht weer terecht of je raakt de weg kwijt,” zegt Herrington, “dan betekent het dat je een nachtje langer moet trekken en misschien met een lege maag naar bed gaat. Geen probleem. Maar als je daar bent zonder slaapzak en tent, zonder extra kleren voor een overnachting, dan ben je veel kwetsbaarder en dat is het waardoor de meeste mensen in de problemen komen.”

Dat blijkt ook uit zijn ervaring in het Great Smoky Mountains National Park. “Van de honderd zoek- en reddingsacties die we per jaar op touw zetten, is waarschijnlijk negentig procent bedoeld voor dagjesmensen,” zegt Herrington. Van de 46.609 zoek- en reddingsacties die tussen 2004 en 2014 in alle nationale parken van de VS werden georganiseerd, was 42 procent bestemd voor dagjesmensen, bijna viermaal zo veel als de op één na grootste groep, rugzakwandelaars die van plan waren in het wild te overnachten (13 procent).

In de overlevingscursussen die Herrington geeft, leert hij wandelaars om een donzig jack voor de warmte in te pakken, en een grote vuilniszak om als beschutting en schuilplaats tegen de regen te kunnen dienen. Ook in warmere gebieden. “Als je nat bent – omdat het regent, je in het water bent gevallen of je doorweekt bent van het zweet – en het is achttien graden Celsius, dan kun je nog altijd onderkoeld raken,” zegt hij. “Texas is een van de staten met de meeste doden door onderkoeling, terwijl het daar flink warm is.” Een verwonding verhoogt de kans op onderkoeling, omdat het lichaam de eigen temperatuur dan minder goed kan regelen.

Om wandelende dagjesmensen ervan te overtuigen dat ze risico’s lopen en voorzorgsmaatregelen moeten nemen, is een mentaliteitsverandering nodig. Volgens Herrington is zo’n omschakeling moeilijker geworden door de technologie. Mensen zijn inmiddels zó gewend geraakt aan het feit dat ze met GPS door stedelijke gebieden kunnen navigeren dat ze geen ervaring meer hebben met het vinden van de weg. Ook denken ze dat hulp altijd in de buurt is, desnoods per helikopter, omdat ze een mobiele telefoon bij zich hebben en zich in een nationaal park bevinden, niet ver van het beginpunt van een route of een souvenirwinkel. “Maar zo werkt het niet,” zegt Herrington. “Als je de weg kwijt raakt, moet je zeer waarschijnlijk in de wildernis overnachten.” Zoek- en reddingsteams willen geen “incident binnen een incident” creëren door hun teamleden in het schemerdonker of bij nacht buiten gebaande paden te laten zoeken. Het standaardprotocol is om tot het krieken van de dag te wachten.

Ook tv-programma’s over overlevingstechnieken helpen niet. Volgens Herrington krijgen mensen daardoor het idee dat het in de wildernis draait om het maken van een kampvuur vanuit het niets of het jezelf in leven houden door het eten van insecten. “Je hebt het dan over een primitieve en vindingrijke levenswijze in het bos,” zegt hij. “Je kunt beter een aansteker bij je hebben die je in ducttape hebt gewikkeld, zodat hij waterproof is en je altijd iets hebt om aan te steken. En bij zoek- en reddingsacties gaat het zelden om uithongering. Zelfs een tenger persoon met slechts tien procent lichaamsvet heeft genoeg vetvoorraden om daar ongeveer een maand op te teren.”

Volgens Herrington zijn échte overlevingstactieken in de wildernis heel wat minder spannend. Het belangrijkste wat iemand kan doen om zich voor te bereiden? Of je nu aan een trektocht met rugzak en uitrusting begint, een dagje uit wandelen gaat of zelfs maar één route wilt uitproberen, je moet altijd een wandelplan achterlaten bij twee mensen die het zullen merken wanneer je niets meer van je laat horen.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer