Wat is moeilijker dan de Everest bedwingen? Zorgen dat bergbeklimmers er weer respect voor krijgen.

“De Mount Everest is zó’n geweldige plek,” zegt de ervaren alpinist Cory Richards. “En ergens in mijn hart wil ik gewoon dat mensen dat zouden beseffen.”

Tuesday, June 30, 2020,
Door Andrew Bisharat
Twee klimmers op de derde trap van de standaardroute via de Noordoostgraat van de Everest. Cory ...

Twee klimmers op de derde trap van de standaardroute via de Noordoostgraat van de Everest. Cory Richards en Esteban Mena zijn op weg naar de Tibetaans/Chinese kant van de berg, met als doel om buiten de gebaande paden te klimmen en zonder extra zuurstof. Hun intentie is om een kleine twee kilometer aan nieuwe klimroute ontsluiten.

Foto van Cory Richards

Cory Richards zit in een leunstoel in zijn kantoor in Boulder, Colorado. Met één been achteloos over een armleuning geslagen en de drie maanden oude puppy Rupert op zijn schoot, vraagt hij me: “Hoe zou je liever willen sterven? Bij een val terwijl je als free solo-klimmer de rotswand El Capitán beklimt? Of op de Everest?”

Het is een retorische vraag, bedoeld om een onderwerp aan te snijden dat Richards blijft bezighouden, namelijk dat de Mount Everest niet langer door de topklimmers wordt gerespecteerd, omdat het dak van de wereld wordt gezien als een relatief ‘gemakkelijke’ berg die door rijkelui wordt beklommen, geholpen door berggidsen en sherpa’s die al het zware werk doen.

Bij harde wind bestijgt een bergbeklimmer de standaardroute via de Noordoostgraat van de Everest, vanaf de Tibetaans/Chinese kant van de berg. Voor de poging van Richards en Mena is de wind een van de belangrijkste factoren. Het team zal moeten klimmen bij hoge luchtdruk en zeer weinig wind om de top via de beoogde klimroute zonder extra zuurstof te kunnen bereiken. Omdat het lichaam zich op grote hoogte aanpast door zijn kerntemperatuur te verlagen, kan de wind een doorslaggevende factor zijn voor het al dan niet slagen van de expeditie.

Foto van Cory Richards

“Als je tijdens een free solo-beklimming van El Cap valt, dan is het in twee of drie seconden voorbij,” zegt hij. “Maar als je op de Everest in de problemen komt, zul je waarschijnlijk een tergend langzame en angstaanjagende dood sterven. Je begint je eerst héél slecht te voelen, omdat je hersenen beginnen op te zwellen. Daarna ga je overgeven en dringt de ernst van de situatie tot je door. Je beseft dat je niet meer naar beneden kunt en dan glijd je langzaam af in waanzin of stik je in het vocht van je eigen longen.”

Met zijn bleekblauwe ogen kijkt hij me vanonder een zandkleurige bos piekhaar aan. Toen Richards zich in 2016 samen met Adrian Ballinger al Snapchattend een weg naar de top van de Everest baande, gebruikte hij de hashtag #HairByEverest. Telkens wanneer hij glimlacht, ontbloot hij een voortand waarvan een bijna onzichtbaar stukje ontbreekt. “Ik weet wel welke dood ik zou kiezen,” zegt hij terwijl hij Ruperts luie kopje aait.

Bergbeklimmers volgen de standaardroute vanaf de Tibetaans/Chinese zijde van de Mount Everest, over de Noordoostgraat. De beoogde klimroute of ‘lijn’ van Richards en Mena loopt via een steile doorgang of couloir op de helling aan de linkerzijde van de foto. De couloir wordt aan het zicht onttrokken door hoge rotspartijen en opwaaiende sneeuw.

Foto van Cory Richards

Richards heeft de Everest tweemaal via de standaardroute beklommen, over de Noordoostgraat vanaf de Tibetaans/Chinese zijde van de berg. Zowel Richards als Mena heeft de top van de berg zonder aanvullende zuurstof bereikt, maar in de ijle lucht op de Everest zijn er nooit garanties.

Foto van Cory Richards

Dit jaar zullen Richards en Esteban ‘Topo’ Mena, een alpinist uit Ecuador, iets proberen dat al tien jaar niet meer is gedaan: het ontsluiten van een nieuwe ‘lijn’ of klimroute naar de top van de Mount Everest, en dat in de beste klimstijl die mogelijk is. “Ben je bang dat je dit jaar misschien zult omkomen?” vraag ik. “Altijd,” zegt hij. “Voorafgaand aan elke expeditie ben ik bang. Ik begin bijgelovig te worden en probeer de goden niet te verzoeken. Maar goed, ik ben nog niet dood. Ik bedoel, ik denk dat we het zullen halen. Ik denk dat het allemaal goed zal aflopen.”

Méér dan pro

Richards en Mena leerden elkaar in 2016 op de Everest kennen en ontmoetten elkaar daar opnieuw in 2017. Toen ze op een dag in het vooruitgeschoven basiskamp van de Everest zaten, speurden ze de Noordoostflank van de berg af en zagen daar een couloir, een steile en smalle doorgang, en vroegen zich af of ze die zouden kunnen passeren. “Het is een van de meest voor de hand liggende klimlijnen op de Everest die nog niet is uitgeprobeerd,” zei Richards terwijl hij een foto van de Noordoostflank op zijn computer bestudeert. “Voor mij is het volgen van een nieuwe klimroute op de Everest het mooiste wat je kunt doen. Ik vind het ongelooflijk spannend en kan niet wachten om eraan te beginnen.”

De Everest telt ongeveer twintig afzonderlijke klimroutes en varianten daarvan. Meer dan 99 procent van de ruim vijfduizend mensen op aarde die tot nu toe de Everest hebben beklommen, zijn over slechts twee van die routes naar de top geklommen. Ze volgden hetzij de route via de Zuidcol over de Zuidoostgraat vanuit Nepal, of de klimroute via de Noordcol over de Noordoostgraat vanuit Tibet, China.

Volgens Everest-beklimmer en -chroniqueur Alan Arnette is het sterftecijfer bij het beklimmen van de Everest gedaald tot zo’n 3,5 procent. Dit indrukwekkend lage percentage is grotendeels te danken aan de installatie van vaste zekeringstouwen over de hele lengte van de twee standaardroutes op de Everest, en ook aan het wijdverbreide gebruik van zuurstofflessen om de gevolgen van hoogteziekte te verzachten.

Een blik op de sterftecijfers voor de overige klimroutes op de Everest vertelt een heel ander verhaal. Voor zover bekend hebben circa 265 alpinisten geprobeerd de Everest via een andere dan de twee standaardroutes te bedwingen. Op basis van de Himalayan Database schat Arnette dat bij die pogingen ongeveer tachtig doden zijn gevallen, wat neerkomt op een sterftecijfer van maar liefst dertig procent. Kortom, een bergbeklimmer loopt een tienmaal hoger risico om op de Everest te overlijden als hij of zij buiten de gebaande paden treedt.

Richards (37) en Mena (31) hopen een klimroute van een kleine twee kilometer lengte op de Noordoostflank van de Everest te ontsluiten voordat ze uiteindelijk uitkomen op de standaardroute naar de top, over het hogere gedeelte van de Noordoostgraat. Ze willen het nieuwe terrein in ‘alpiene stijl’ benaderen, oftewel zonder vaste zekeringstouwen. Maar als ze daarin slagen en de normale route bereiken, waar de touwen al zijn aangebracht, zullen ze die wél gebruiken, zij het misschien niet op weg naar de top maar alleen tijdens de afdaling.

 

Op de foto beklimt Richards tijdens een vorige expeditie de laatste piramide op weg naar de top, op de Noordflank van de Everest. Op welke wijze Richards en Mena dit punt ook willen bereiken, ze zullen deze horde moeten passeren of een manier moeten vinden om er omheen te klimmen en ervoor te zorgen dat ze met hun route een nieuwe ‘lijn’ op de berg ontsluiten.

Foto van Cory Richards Collection

De alpinisten zullen geen zuurstof meenemen. Zowel Mena als Richards heeft de Everest al eens zonder zuurstof beklommen: Richards in 2016 en Mena in 2013. “Als ze dat voor elkaar krijgen, in min of meer ‘alpiene stijl’ en zonder zuurstof, dan zou dat ongetwijfeld een van de belangrijkste nieuwe routes op de Everest in vele jaren zijn,” zegt Dougald MacDonald, hoofdredacteur van het American Alpine Journal.

De laatste keer dat een nieuwe klimroute op de Everest werd ontsloten, was in 2009, toen een Zuid-Koreaans team de Zuidwestflank beklom. Ook andere klimmers hebben plannen klaarliggen voor nieuwe routes. Sterker nog, Richards en Mena zijn niet de eersten die zich op de couloir op de Noordoostflank richten. In 2015 kondigde een team met daarin de alpinisten Raphael Slawinski, David Goettler en Daniel Bartsch aan dat ze precies deze route zouden volgen, maar hun poging werd voortijdig afgeblazen toen Nepal werd getroffen door een zware aardbeving.

“Er zijn veel mensen die dertien van de veertien achtduizenders zonder zuurstof hebben beklommen maar nog altijd niet de Everest, de hoogste van allemaal,” zegt Richards. “Het feit dat zowel Topo als ik de Everest zonder zuurstof heeft beklommen, is goed voor ons zelfvertrouwen (...), maar we weten allemaal hoe snel de fysiologische omstandigheden kunnen veranderen.”

Richards heeft deze foto van klimmers op de Noordflank van de Everest omschreven als een juiste weergave van de manier waarop mensen op achtduizend meter de wereld waarnemen. De vervorming aan de rechterkant van het beeldframe wordt veroorzaakt door de bevriezing van ijskristallen op de voorzetlens van het fototoestel.

Foto van Cory Richards

Richards en Mena kunnen beiden terugkijken op een indrukwekkend hooggebergte-cv, waarvan de beklimming van de Everest zonder zuurstof het hoogtepunt is. Als 19-jarige was Mena de jongste alpinist ooit die de imposante Zuidflank van de Aconcagua in Argentinië beklom. Hij heeft ook de Manaslu zonder zuurstof bedwongen en in Kirgizië en China extreme beklimmingen voltooid die vanwege hun moeilijkheidsgraad door de wereld van het alpinisme zijn erkend, onder andere met een nominatie voor de onderscheiding Piolet d’Or. “Topo is een sterke, technische klimmer met veel ervaring,” zegt Richards. “En hij is gewoon leuk; heel opgewekt, apart en nieuwsgierig. Hij doet altijd zijn best.”

In 2011 beklommen Richards, Simone Moro en Denis Urubko in de winter de Gasherbrum II (8035 meter) in Pakistan, wat Richards tot de eerste (en nog altijd enige) Amerikaan maakt die een achtduizender in de winter heeft beklommen. De onderneming kostte de drie klimmers bijna het leven toen ze tijdens de afdaling door een lawine werden overvallen.

Richards’ succes op de Gasherbrum II was een tweesnijdend zwaard. Enerzijds zorgde het ervoor dat hij zich kon profileren als avonturenjournalist en National Geographic-fotograaf en leverde het hem sponsordeals en internationale erkenning op. Maar het succes spoorde hem ook tot nóg ambitieuzere doelen aan terwijl het lawine-ongeluk hem had getraumatiseerd.

In 2012 deed Richards mee aan een National Geographic-expeditie naar de Everest. Hoewel hij de berg nog nooit via een standaardroute had beklommen, was hij van plan deel te nemen aan een poging om de berg via de befaamde Westgraat te beklimmen, een route die in 1963 door een Amerikaans team was ontsloten. De expeditie werd op touw gezet om de vijftigste verjaardag van die prestatie te vieren. Maar eenmaal op de berg kreeg Richards een paniekaanval en moest worden geëvacueerd.

“Het had te maken met paniek, maar ik denk steeds meer dat het de manier was waarop mijn lichaam me vertelde dat ik er niet klaar voor was, dat ik daar niet behoorde te zijn,” zegt Richards. “Ik was destijds [in 2012] heel wat arroganter. De persoon die nu terugkeert naar de Everest, is zeven jaar ouder – en heel wat wijzer in de zin van ervaring. Ik ben minder arrogant maar ik voel vreemd genoeg bijna geen druk. Tegelijkertijd heb ik er méér zin in dan ooit.”

Richards heeft geen sponsor meer, en zowel hij als Mena bekostigen hun expeditie zelf, à 88.000 dollar per persoon. Na jaren wist Richards van een verslavingsprobleem af te komen en hij heeft het grootste deel van het afgelopen jaar gewijd aan het trainen voor de beklimming. Er zijn weken dat hij tussen de 2500 en 3500 hoogtemeters per dag overbrugt, en dat meerdere dagen achter elkaar.

Op de Noordflank van de Everest bestijgen klimmers de laatste sneeuwpiramide op weg naar de top. De hele Noordoostgraat en de route die eroverheen loopt, zijn op de foto te zien. Dit is een van de mogelijke secties van de beklimmings- en afdalingsroute waarover Richards en Mena nog een besluit moeten nemen. De eenvoudigste manier zou zijn om op het hoogste punt van hun beoogde nieuwe klimroute op de Noordoostflank aan te laten sluiten op de standaardroute en vervolgens gebruik te maken van de vaste zekeringstouwen op het laatste gedeelte van de klim, van 8500 meter hoogte tot de top. Een andere mogelijkheid is om hun nieuwe ‘lijn’ op de Everest over een langere afstand voort te zetten, door een segment van de Noordflank over te steken en uit te komen bij de ‘Grand Couloir’.

Foto van Cory Richards

“Ik behandel mezelf nu meer als een professioneel topsporter dan toen ik professioneel topsporter was,” zegt Richards. “Zonder enige financiële steun ben ik méér alpinist dan ooit. En ik ben ook fitter dan ik ooit ben geweest.”

Klaar voor controverse

Mochten Richards en Mena in hun poging slagen, dan zal er in de wereld van het alpinisme zeker worden gediscussieerd over de vraag of hun nieuwe ‘lijn’ op de Everest werkelijk als een nieuwe klimroute kan worden beschouwd of dat het louter om een variant op een bestaande route gaat.

Ook zal men zich afvragen of hun bewering dat ze de Everest in ‘alpiene stijl’ hebben beklommen, niet wordt ontkracht door het gebruik van vaste zekeringstouwen, hoger op de berg. “Ik begin alvast over die ethische kwesties, uit voorzorg,” zegt Richards. “Ik weet dat die vragen er komen.”

Maar Richards houdt helemaal niet van dit soort discussies. “Die ethische debatten in de bergsport vind ik over het algemeen enorm saai,” zegt hij. “Wat maakt het uit? We doen ons best om de berg te beklimmen en daar plezier aan te beleven.” De beoogde nieuwe klimroute van Richards en Mena loopt ten oosten (links vanuit het perspectief van een stijgende bergbeklimmer) van de standaardroute via de Noordcol over de Noordoostgraat.

Op basis van foto’s lijkt de couloir naar een berucht gedeelte pal op de Noordoostgraat te voeren: de ‘Three Pinnacles’-passage, op 8230 meter hoogte. Dit gedeelte omvat enkele van de zwaarste klimgedeelten op de hele Mount Everest en is dan ook een plek waar talloze pogingen om de top te bereiken zijn gestrand. Enkele bekende alpinisten hebben hier het leven gelaten, onder wie de Britten Peter Boardman en Joe Tasker, in 1982.

Richards hoopt de Three Pinnacles via een route langs de onderzijde te vermijden en dan een serie schalielagen over te steken, richting het punt op de Noordoostgraat waar de standaardroute verdergaat. “Als we om een of andere reden geen nieuwe route kunnen volgen, zijn we ook heel tevreden met het herhalen van iets wat nog door niemand is herhaald,” zegt Richards. “Het maakt ons niet uit. Wij willen gewoon klimmen en van de normale route afwijken. De Everest is zó’n mooie plek – zóveel meer dan ‘lijnen’, afval en lijken. En ergens in mijn hart wil ik gewoon dat mensen dat zouden beseffen.”

Dit artikel werd oorspronkelijk op 5 april 2019 in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer